← België

Arrest 257168 - Overheidsopdrachten - 09/08/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 augustus 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.168 Rolnummer: A. 239614/XII-9392 Zaak: Arrest 257168 - Overheidsopdrachten - 09/08/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-08-11 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-06 06:54 Fiche Arrest nr 257.168 van 9 augustus 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.168 van 9 augustus 2023 in de zaak A. 239.614/XII-9392 In zake: de BV WATERWAYS ASSISTANCE woonplaats kiezend te 2920 Kalmthout Zwart Venlaan 14 tegen: de NV VLAAMSE WATERWEG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Van der Snickt en Aala Abdulhaliq kantoor houdend te 9300 Aalst Leopoldlaan 48 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1.

  1. De vordering, ingesteld op 20 juli 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de nv Vlaamse Waterweg van 12 juli 2023 waarbij de opdracht “Raamovereenkomst voor het inhuren van experten ter ondersteuning uitvoering bevoegdheden ADN – perceel 2: Expertise inzake ADN (bestek nr. AST-22-0011)” wordt gegund aan: “Als eerste gerangschikte onderneming: [V. G.] […] Als tweede gerangschikte onderneming: Waterways Assistance bv, Zwart Venlaan 14, 2920 Kalmthout Als derde gerangschikte onderneming: [P.] bv […].” 1.
  2. In fine van het inleidend verzoekschrift vraagt de verzoekende partij tevens “een herziening door een meer onafhankelijk persoon”. XII-9392-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2023, om 11.00 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Johan Bertiau, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaten Aala Abdulhaliq en Lisa Semeniouk, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp “Raamovereenkomst voor het inhuren van experten ter ondersteuning uitvoering bevoegdheden ADN”. Op 26 oktober 2022 wordt ze bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en op 31 oktober 2022 in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie. De opdracht wordt gegund volgens de openbare procedure. XII-9392-2/7 3.
  6. In het bestek dat op de opdracht van toepassing is, wordt vermeld dat de opdracht onderverdeeld is in vier percelen, waarvan het tweede perceel betrekking heeft op “expertise inzake ADN”. Volgens het bestek wordt de raamovereenkomst gesloten met maximum vier opdrachtnemers per perceel, met een totaal van maximum zestien opdrachtnemers. Nog volgens het bestek wordt de economisch meest voordelige offerte gekozen op grond van de gunningscriteria “offertebedrag (maximum 50 punten)” en “kwaliteit van de expert (maximum 50 punten)”. Er wordt “[v]oor de beoordeling van perceel 2 […] ook rekening gehouden met het uitwerken van een case”. De offertes dienen uiterlijk op 5 december 2022 om 10.30 uur te worden ingediend. 3.
  7. De ingediende offertes, waaronder die van de verzoekende partij, worden onderworpen aan een onderzoek waarvan de neerslag is terug te vinden in een gunningsverslag. Op grond van dat onderzoek worden de in aanmerking genomen inschrijvers in het gunningsverslag gerangschikt als volgt: Nr Inschrijver Prijs Kwaliteit Totaal
  8. [V. G.] 36,74 50 86,74
  9. Waterways Assistance bv 38,41 45 83,41
  10. [P.] bv 50 20 70 XII-9392-3/7 3.
  11. Op 12 juli 2023 beslist de verwerende partij, met verwijzing naar de motivering en het besluit van het voormelde gunningsverslag, die geheel worden onderschreven, om perceel 2 van de opdracht te gunnen als volgt: “Als eerste gerangschikte onderneming: [V. G.] […] Als tweede gerangschikte onderneming: Waterways Assistance bv, Zwart Venlaan 14, 2920 Kalmthout Als derde gerangschikte onderneming: [P.] bv […]”. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering Exceptie
  12. De verwerende partij werpt in haar nota onder meer een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering op, gesteund op de vaststelling dat “[de] verzoekende partij geen duidelijke middelen formuleert, in het bijzonder wat betreft de rechtsregel of het beginsel van behoorlijk bestuur welke zij geschonden acht”. Beoordeling
  13. Luidens artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ bevat het verzoekschrift tot nietigverklaring “het voorwerp van de eis, aanvraag of beroep en een uiteenzetting van de feiten en de middelen”. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’, bevat de vordering tot schorsing, als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd en het beroep tot nietigverklaring nog niet is XII-9392-4/7 ingesteld, “een uiteenzetting van de feiten en middelen die de nietigverklaring van de akte of het reglement kunnen rechtvaardigen”. Onder een “middel” zoals bedoeld in de voormelde bepalingen moet worden verstaan een voldoende duidelijke omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel of -beginsel en van de wijze waarop die regel of dat beginsel naar het oordeel van de verzoekende partij voor de Raad van State door de bestreden handeling wordt geschonden. Een voldoende duidelijke omschrijving vergt dat geen veronderstellingen moeten worden gemaakt over de juiste bedoelingen van de verzoekende partij waardoor in werkelijkheid de verwerende partij en nadien de Raad van State ertoe worden gebracht in de plaats van de verzoekende partij het verzoekschrift te redigeren.
  14. In haar summier inleidend verzoekschrift – het beslaat één pagina – beweert de verzoekende partij vooreerst dat “de principes zoals gesteld in het bestek niet correct [zijn] toegepast”. Volgens haar “worden in het verslag cruciale zaken niet vermeld, zodat [haar] kwaliteiten niet correct worden weerspiegeld”. Voorts formuleert zij bedenkingen bij de beoordeling van haar casestudy en acht zij het “zeer bedenkelijk dat de voorkeur wordt gegeven aan een meer oppervlakkige studie”. Volgens de verzoekende partij “[wil] men voor de nieuwe gunning ook eens een andere stem […] horen”. Ten slotte bekritiseert zij dat “de goedkeuring [van het gunningsproces] zonder goede reden vele maanden bleef liggen”. Zij beweert ook “twijfel” te hebben over “de objectiviteit van de persoon die [haar] als tweede in rangorde [plaatst]”. De verzoekende partij verwijst in haar inleidend verzoekschrift niet naar concrete rechtsregels of -beginselen die zij door de bestreden beslissing geschonden acht. Haar vage en algemene beweringen in het inleidend verzoekschrift zijn op het eerste gezicht slechts uiting van feitelijke kritiek op de bestreden beslissing, maar maken niet zonder meer duidelijk welke rechtsregels of -beginselen de verzoekende partij door de bestreden beslissing geschonden acht, laat staan dat ze voldoende precies en concreet weergeven op welke wijze een XII-9392-5/7 schending van enige rechtsregel of enig rechtsbeginsel zich zou hebben voorgedaan. Om die reden lijkt met de verwerende partij te moeten worden vastgesteld dat het inleidend verzoekschrift geen uiteenzetting van een “middel” bevat zoals bedoeld in de hiervóór vermelde bepalingen van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 en het koninklijk besluit van 5 december
  15. De exceptie wordt in de huidige stand van de rechtspleging dan ook bijgevallen. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is derhalve onontvankelijk en moet worden verworpen.
  16. Voor zover de verzoekende partij met haar bijkomend verzoek tot “herziening door een meer onafhankelijk persoon” het opleggen van een voorlopige maatregel beoogt zoals bedoeld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de ge- coördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, is dat verzoek alvast omwille van het hiervóór vastgestelde gebrek aan een aangevoerd rechtsmiddel evenzeer onontvankelijk. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XII-9392-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen augustus tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Bert Thys XII-9392-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.168 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.245 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.