← België

Arrest 257181 - Overheidsopdrachten - 18/08/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 augustus 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.181 Rolnummer: A. 239655/XII-9393 Zaak: Arrest 257181 - Overheidsopdrachten - 18/08/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-08-22 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-06 07:00 Fiche Arrest nr 257.181 van 18 augustus 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.181 van 18 augustus 2023 in de zaak A. 239.655/XII-9393 In zake:

  1. de BV ARCHITECTUURBUREAU DIRK MARTENS
  2. de BV DMVA ARCHITECTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wouter Moonen en Thomas Christiaens kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE DE PINTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Rasschaert en Flora Wauters kantoor houdend te 9620 Zottegem Gentse Steenweg 323 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 25 juli 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Pinte van 7 juli 2023 waarbij KRAS Architecten als enige kandidaat wordt geselecteerd voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp “Studieopdracht voor masterplan school/sport/jeugd, architectuur, stabiliteit, technieken, EPB/ventilatieverslaggeving en omgevingsaanleg”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. XII-9393-1/18 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2023 om 11.00 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Christiaens, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Flora Wauters, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp “Studieopdracht voor masterplan school/sport/jeugd, architectuur, stabiliteit, technieken, EPB/ventilatieverslaggeving en omgevingsaanleg”. Op 29 maart 2023 wordt ze bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en op 3 april 2023 in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie. De opdracht wordt gegund volgens de mededingingsprocedure met onderhandeling. Daarbij wordt eerst een selectiefase doorlopen, waarna de geselecteerde kandidaten kunnen deelnemen aan de gunningsfase. 3.
  7. De selectieleidraad omschrijft de opdracht als volgt: “Deze opdracht omvat de volgende studies: A. Het Masterplan XII-9393-2/18 B. De studies – architectuur – stabiliteit – technieken – EPB/ventilatieverslaggeving en omgevingsaanleg. De opdracht is een opdracht voor diensten in de zin van artikel 2, 21° van de Wet. De studieopdracht omvat 3 deelprojecten: • De gemeentelijke basisschool (GBS) ‘De Blije School’ te De Pinte +/- 400 leerlingen. • De bouw van een sportzaal • De bouw van een jeugdhuis Het bestuur kan beslissen welke projecten er effectief zullen gerealiseerd worden. De opdracht bestaat uit 2 fase: Fase 1: opmaak van een Masterplan over de site van de basisschool ‘De Blije School’ gelegen aan de Polderbos nr 1 te De Pinte, en het Ontmoetingscentrum Polderbos, Polderbos nr 20, tegenover de GBS. Na het indienen van het Masterplan, beslist het bestuur over een uit te werken scenario. Fase 2: De bouw en/of verbouwing van de gemeentelijke basisschool. Fase 3: • De bouw van een sportzaal • De bouw van een jeugdhuis Afhankelijk van het gekozen scenario, de ramingen en het beschikbare budget kan het bestuur beslissen om Fase 3 samen te voegen met Fase 2 om deze (al dan niet) gelijktijdig te realiseren. Echter wordt gevraagd dat minstens het ontwerp uitgewerkt wordt voor de globale opdracht (de 3 bouwprojecten, dus Fase 2 en 3).” Met betrekking tot de vereiste technische en beroepsbekwaamheid (referenties) van de kandidaatstellingen vermeldt de selectieleidraad: “2.2.2 Referenties De kandidatuurstelling dient volgende referenties en documenten te bevatten: 1 (één) referentieproject van een Masterplan van een gelijkwaardig project voor [e]en lokaal bestuur (Gemeente, OCMW, AGB, Politiezone…) of privaatrechtelijke persoon, waarbij onder andere de volgende elementen aan bod kwamen: • Analyse van het programma van eisen van de bouwheer en eventueel het begeleiden om dit verder te verfijnen. • Optimalisatie van ruimtelijke planning. Efficiënt ruimtegebruik en optimale organisatie binnen het projectgebied. • Inpassing in een stedenbouwkundige context. • Haalbaarheid van de uitvoering en voorstellen naar fasering. • Opmaak ramingen. • Mobiliteit in de brede zin. XII-9393-3/18 • Milieu, groenvoorziening. • Duurzaamheid in diverse aspecten. • Duurzaamheid in organisatie, ruimtegebruik en toekomstige evoluties. • Enz… 2 (twee) referentieprojecten van een gelijkwaardig schoolgebouw Waarvan minstens één project door AGION gesubsidieerd werd, die door de inschrijver zelf werden ontworpen voor een lokaal bestuur (Gemeente, OCMW, AGB, …) of privaatrechtelijke persoon met inbegrip van de opvolging en controle der werken en waarvan de voorlopige oplevering of ingebruikname dateert van na 01.05.
  8. (maximaal 5 jaar oud). Als gelijkwaardig project wordt beschouwd de bouw van schoolgebouw voor basisonderwijs, waarvan de totale netto-bouwkost (werken in onroerende staat van ruwbouw, afwerkingen en technische installaties, exclusief erelonen, BTW en algemene kosten) minstens 2.500.000 EUR bedraagt. Dit zowel voor de vakgebieden architectuur, stabiliteit, technieken, EPB en omgevingsaanleg. 1 (één) referentieproject van de omgevingsaanleg in kader van de realisatie van een schoolgebouw. Dat door de inschrijver zelf [werd] ontworpen voor een lokaal bestuur (Gemeente, OCMW, AGB, …) of privaatrechtelijke persoon met inbegrip van de opvolging en controle der werken en waarvan de voorlopige oplevering of ingebruikname dateert van na 01.05.
  9. (maximaal 5 jaar oud). Het moet gaan over de volledige nieuw aan te leggen omgevingsaanleg met speelplaats, speeltoestellen, paden, verhardingen, wegenis, fietsenstallingen, parkeergelegenheid en groenaanleg ten behoeve van een schoolproject voor basisonderwijs en waarvan de totale netto bouwkost (exclusief erelonen, BTW en algemene kosten) minstens 150.000,00 EUR bedraagt. 1 (één) referentieproject van een sportzaal. Dat door de inschrijver zelf [werd] ontworpen voor een lokaal bestuur (Gemeente, OCMW, AGB, Politiezone…) of privaatrechtelijke persoon met inbegrip van de opvolging en controle der werken en waarvan de voorlopige oplevering of ingebruikname dateert van na 01.05.
  10. (maximaal 5 jaar oud). Met een totale netto bouwkost (exclusief erelonen, BTW en algemene kosten) van minstens 1.000.000,00 EUR. De beoordeling of het project gelijkwaardig is[, gebeurt] uitsluitend door de opdrachtgever, op basis van de overgemaakte informatie van de referentie. De kandidaten die niet het exacte aantal gevraagde referentieprojecten indienen, zullen niet weerhouden worden. Voor deze referenties zal de inschrijver, op straffe van nietigheid, een attest van goede uitvoering toevoegen, ondertekend door de bouwheer (de initiatiefnemer van het project) of minstens zijn gevolmachtigde, hetwelke de volgende elementen omvat: - Naam van het project; - Gegevens van de aanbestedende overheid; - Beknopte beschrijving waarin het concept, materiaalgebruik, functionaliteit, … enzovoort worden beschreven; - De netto bouwkost, de oppervlakte en de uitvoeringstermijn; XII-9393-4/18 - Plannen, foto’s, visualisaties, … enzovoort die het de Aanbestedende Overheid mogelijk moeten maken om de referentie te kunnen beoordelen. - Een attest vanwege de bouwheer dat volgende gegevens bevat: 1) De totale netto kostprijs van de werken, exclusief erelonen en BTW; 2) De datum van de voorlopige oplevering of van de ingebruikname; 3) De vermelding dat de studieopdracht door de ontwerper tot algehele voldoening werd uitgevoerd. - Tevens dienen grond- en gevelplannen (schaal minimum 1/250) én foto’s van het project bijgevoegd te worden met name dus voldoende gegevens die de Aanbestedende Overheid in staat [moeten] stellen de referentie(s) te beoordelen. Een referentie die betrekking heeft op een ander samenwerkingsverband [dan] hetgeen waar de kandidaat desgevallend mee inschrijft, kan enkel gebruikt worden op voorwaarde dat de inschrijver aantoont dat hij een wezenlijk deel van de betrokken opdracht op zich nam. De beoordeling van het feit dat het een wezenlijk deel betreft, zal gebeuren door de Aanbestedende Overheid. In geval er geen kandidaturen beantwoorden aan de minimumeisen inzake referenties, behoudt de Aanbestedende Overheid zich het recht voor kandidaturen die niet voldoen aan de minimumeisen inzake referenties zoals hoger omschreven toch in overweging te nemen.” 3.
  11. De verzoekende partijen dienen gezamenlijk een aanvraag tot deelneming in. 3.
  12. Op 9 juni 2023 beslist de verwerende partij, op grond van een selectieverslag van 2 juni 2023, dat KRAS Architecten (in samenwerking met BRUT architecture and urban design, Studie10 Ingenieursbureau en landschapsarchitect Stefaan Thiers) als enige van de vier ontvangen kandidaatstellingen voldoet aan de selectievoorwaarden en zal worden uitgenodigd tot het indienen van een offerte. 3.
  13. In een eerste e-mailbericht van 20 juni 2023 vraagt de eerste verzoekende partij, “in naam van alle niet-geselecteerde teams”, aan de opsteller van het selectieverslag om dat verslag in te trekken. Zij doet gelden dat “het geselecteerde team niet voldoet aan de selectiecriteria conform de bestekbepalingen” en, tevens, dat “bepaalde referenties worden geweerd terwijl deze wel degelijk voldoen”. In een tweede e-mailbericht van dezelfde datum voegt de eerste verzoekende partij daaraan nog toe dat “[u]it [de] selectiebeoordeling van het XII-9393-5/18 geselecteerde team […] duidelijk [blijkt] dat dit team drie

(3)referenties heeft gebruikt voor het tweede criterium [‘2 (twee) referentieprojecten van een gelijkwaardig schoolgebouw’], wat niet is toegelaten, met als gevolg dat het geselecteerde team, niet mag worden weerhouden”. 3.
  1. Op 23 juni 2023 beslist de verwerende partij om haar oorspronkelijke selectiebeslissing van 9 juni 2023 in te trekken. Zij vermeldt in haar intrekkingsbeslissing: “De kandidaten werden blijkens het selectieverslag o.m. op basis van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument geselecteerd, zonder dat er blijk is gegeven van het nazicht van de verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden (art. 67-69 Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten). Het bestuur wenst dit recht te zetten en trekt om die reden haar selectiebeslissing dd. 9 juni 2023 in. Zij zal op korte termijn overgaan tot het nemen van een nieuwe selectiebeslissing.” 3.
  2. De verwerende partij voert vervolgens een onderzoek naar “de verplichte en de facultatieve uitsluitingsgronden (art. 67-69 wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten)”. Dat onderzoek geeft op 5 juli 2023 aanleiding tot een nieuw selectieverslag. Luidens dat verslag heeft één van de vier kandidaten “geen UEA ingediend voor de partijen op wiens draagkracht men beroep wenst te doen in het kader van deze opdracht”, zodat “deze kandidaat uitgesloten [dient] te worden van verdere deelname”. Over de toetsing van de overige drie kandidaten aan de selectiecriteria wordt het volgende vermeld: “
  3. Beoordeling per kandidaat, op basis van de uitsluitingsgronden (vroegere term ‘toegangsrecht’) en de kwalitatieve selectiecriteria: […] 3.
  4. Nazicht van de Verplichte uitsluitingsgronden. […] Op geen der kandidaten is een verplichte uitsluitingsgrond van toepassing. XII-9393-6/18 […] 3.
  5. De Facultatieve uitsluitingsgronden […] De aanbestedende overheid kan niet aannemelijk maken dat één van de kandidaten dient te worden uitgesloten van deelname op basis van een andere facultatieve uitsluitingsgrond. 3.
  6. Samenvattende tabel na beoordeling kwalitatieve selectiecriteria: We verwijzen voor de gedetailleerde beoordelingsfiche per kandidaat, in bijlage. Elke kandidaat ontvangt zijn eigen beoordelingsfiche. Nr. Naam Selectie 1 ABSCIS Architecten bv, […] Voldoet niet 2 Architectenbureau Dirk Martens bvba, ABDM,* Voldoet niet […] 4 KRAS Architecten, […] Voldoet *: deze kandidaat heeft n.a.v. de bijkomende bevraging in het kader van de uitsluitingsgronden, uit eigen beweging de ontbrekende stukken uit diens selectiedossier toegevoegd. Zelfs wanneer een bestek of selectieleidraad niet uitdrukkelijk bepaalt dat de welbepaalde stukken op straffe van onregelmatigheid, nietigheid of niet-selectie moeten worden bijgevoegd, kan een aanbesteder tot de niet-selectie besluiten op grond van de loutere vaststelling dat een, in het kader van de kwalitatieve selectie uitdrukkelijk gevraagd en verplicht bij de offerte te voegen, stuk door de inschrijver niet werd bijgevoegd. Weliswaar biedt de reglementering de aanbesteder de mogelijkheid van de kandidaten of inschrijvers te verlangen dat zij de overgelegde getuigschriften en documenten aanvullen, verduidelijken of vervolledigen, maar in hoofde van het bestuur bestaat geen verplichting om te voorzien in de mogelijkheid tot regularisatie van een onvolledig selectiedossier. De nalatige kandidaten of inschrijvers kunnen in dit verband geen rechten doen gelden. Bovendien is het indienen van volledige en ondertekende attesten van goede uitvoering op straffe van nietigheid van de aanvraag tot deelneming in de selectieleidraad ingeschreven. Het bestuur kan niet anders dan haar eigen regels volgen (beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’) en handelt daardoor niet onredelijk, noch onzorgvuldig.
  7. Besluit in verband met selectie Na analyse van de kandidatuurstellingen in deze selectiefase en de strikte naleving van de selectiecriteria, stelt de opdrachtgever vast dat er maar 1 kandidaat volledig voldoet aan de selectiecriteria en kan worden geselecteerd.” In de bijgevoegde beoordelingsfiche met betrekking tot de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partijen, wordt na onderzoek van de door hen aangebrachte referenties besloten dat deze kandidaat niet voldoet, om de volgende redenen: XII-9393-7/18 “Tweede referentie van een schoolgebouw omvat enkel de studie architectuur, geen stabiliteit, geen technieken geen EPB. De Selectieleidraad onder punt 2.2.
  8. Referenties, [vermeldt] uitdrukkelijk ‘Dit zowel voor de vakgebieden architectuur, stabiliteit, technieken, EPB en omgevingsaanleg’. Referentie omgevingsaanleg, attest van goede uitvoering is onvolledig, het [vermeldt] niets over de studie omgevingsaanleg. De selectieleidraad [vermeldt] onder 2.2.
  9. Referenties uitdrukkelijk welke gegevens het attest van goede uitvoering moet bevatten.” In de bijgevoegde beoordelingsfiche met betrekking tot de aanvraag tot deelneming van “KRAS - BRUT - Studie10 - Stefaan Thiers”, wordt na onderzoek van de aangegeven referenties zonder meer besloten dat deze kandidaat voldoet. Uit die fiche blijkt dat deze kandidaat voor de twee gevraagde referenties van een gelijkwaardig schoolgebouw, drie referenties voorlegt, waarvan de eerste geacht wordt te voldoen voor de vakgebieden ‘architectuur’, ‘stabiliteit’, ‘technieken’ en ‘EPB’, de tweede enkel voor het vakgebied ‘architectuur’ en de derde voor de vakgebieden ‘stabiliteit’, ‘technieken’ en ‘EPB’. 3.
  10. Op 7 juli 2023 beslist de verwerende partij, steunend op het selectieverslag van 5 juli 2023, opnieuw om alleen KRAS Architecten te selecteren. Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  11. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: wet rechtsbescherming), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. XII-9393-8/18 V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 5.
  12. De verzoekende partijen voeren in een eerste middel de schending aan van artikel 71 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016) en van artikel 68 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), alsook van het zorgvuldigheidsbeginsel, het beginsel patere legem quam ipse fecisti en de formelemotiveringsplicht zoals die voortvloeit uit de artikelen 4 en 5 van de wet rechtsbescherming en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’. Zij betwisten in dit middel dat de enige geselecteerde kandidaat voldoet aan de selectiecriteria en meer bepaald aan de vereisten inzake de referenties. 5.
  13. In een eerste middelonderdeel stellen zij onder meer dat de geselecteerde kandidaat niet de gevraagde twee referenties aanbrengt die voldoende vergelijkbaar zijn met het voorwerp van de huidige opdracht en betrekking hebben op het ontwerpen van een schoolgebouw. Zij lichten toe dat er twee redenen zijn waarom de referenties van KRAS Architecten niet aan punt 2.2.2 ‘Referenties’ van de selectieleidraad voldoen: “Eerste reden: KRAS Architecten brengt niet de gevraagde twee referenties bij die betrekking hebben op een gelijkwaardige totaalopdracht die alle vereiste disciplines omvat. […] Tweede reden: KRAS Architecten brengt geen enkele referentie bij die betrekking heeft op de discipline ‘omgevingsaanleg’, zodat de referenties niet gelijkwaardig zijn met het voorwerp van de opdracht.” XII-9393-9/18 Wat de eerste reden betreft, doen de verzoekende partijen gelden dat uit de beoordelingsfiche blijkt dat noch de tweede referentie, noch de derde referentie op zichzelf voldoet aan alle toepasselijke vereisten opdat de referentie als “gelijkwaardig” kan worden beschouwd zoals omschreven in de selectieleidraad: “Meer bepaald staat het vast dat de tweede referentie ‘Gemeenschapscentrum met basisschool te Wezembeek-Oppem’ uitsluitend betrekking heeft op de discipline ‘architectuur’, en dus met andere woorden niet op de disciplines stabiliteit, technieken, [EPB] of omgeving. M.b.t. de derde referentie ‘School Vlinderdreef te Moerbeke’ staat het omgekeerd vast dat deze wel betrekking heeft op de disciplines stabiliteit, technieken en EPB, maar niet op de discipline ‘architectuur’.” Zij zijn dan ook van oordeel dat de verwerende partij beide referenties elk op zich had moeten afwijzen als onvoldoende vergelijkbaar met de in casu beoogde opdracht, aangezien deze referenties geen betrekking hebben op alle opgegeven vakgebieden, maar slechts op een deel ervan. Het gaat volgens hen niet op om de disciplines van deze twee referenties “als het ware ‘op te tellen’ om op die manier te oordelen dat de geselecteerde kandidaat ‘samengeteld’ over de gevraagde bekwaamheid blijkt te beschikken”. Zij benadrukken hierbij dat in de selectieleidraad niet in deze mogelijkheid is voorzien en, meer nog, dat deze mogelijkheid zelfs uitdrukkelijk wordt uitgesloten, nu de leidraad stelt dat de kandidaat het “exact” aantal referenties moet bijbrengen. Zij besluiten dat de verwerende partij “[d]oor toe te laten dat de geselecteerde kandidaat verschillende referenties mag voordragen voor verschillende disciplines die overeenkomstig de selectieleidraad steeds samen in één referentie voorhanden moeten zijn, […] de eigen opdrachtvoorwaarden [miskent]”. Wat de tweede door hen aangevoerde reden betreft waarom de door KRAS Architecten aangegeven referenties met betrekking tot een schoolgebouw niet voldoen, stellen de verzoekende partijen dat geen enkele van die referenties betrekking heeft op de discipline ‘omgevingsaanleg’, die nochtans voorhanden moet zijn opdat de referentie voldoende relevant kan zijn. De XII-9393-10/18 verwerende partij geeft in de beoordelingsfiche van KRAS Architecten uitdrukkelijk aan dat het aspect ‘omgevingsaanleg’ in de voormelde referenties niet kan worden aangevinkt, maar zij verbindt er geen gevolg aan. 5.
  14. In een tweede middelonderdeel voeren de verzoekende partijen aan dat de geselecteerde kandidaat geen referentie heeft aangebracht die redelijkerwijze mag worden beschouwd als een voldoende gelijkwaardig project met betrekking tot het opstellen van een masterplan. Zij argumenteren dat de aangebrachte referentie ‘Scholencampus Guldensporencollege te Kortrijk’ geen valabele referentie kan zijn met betrekking tot het opstellen van een masterplan. Zij stellen het project te kennen waaraan wordt gerefereerd, en voegen eraan toe dat “het geweten [is] dat in het project Guldensporencollege het masterplan niet door KRAS Architecten, maar door de vakgroep A&S van de Universiteit Gent werd opgemaakt”. Volgens hen heeft “[d]e opdrachtnemer in het referentieproject […] dit masterplan louter verfijnd in functie van het daarop volgende architectuurontwerp”. Deze referentie kan, zo besluiten zij, derhalve “onmogelijk worden beschouwd als een project dat ‘gelijkwaardig’ is aan het op te stellen masterplan in deze opdracht”. Zij merken hierbij op dat “[v]oor zover de geselecteerde kandidaat […] in het attest van goede uitvoering bij deze referentie zou vermelden dat het masterplan door deze kandidaat zélf werd opgemaakt, […] de informatie in het attest foutief [is]. Voor zover het attest van goede uitvoering niet vermeldt dat het masterplan door deze kandidaat zelf is opgemaakt, staat het vast dat de referentie niet kan voldoen en kan de aanbestedende overheid niet wettig beslissen om deze referentie in aanmerking te nemen”.
  15. De verwerende partij heeft geen nota ingediend en verklaart ter terechtzitting zich te gedragen naar “de wijsheid van de Raad van State”. Beoordeling XII-9393-11/18
  16. Onder punt 2.2.2 van de selectieleidraad is vermeld dat de kandidaatstelling voor de beoogde opdracht onder meer de volgende referenties dient te bevatten: “2 (twee) referentieprojecten van een gelijkwaardig schoolgebouw Waarvan minstens één project door AGION gesubsidieerd werd, die door de inschrijver zelf werden ontworpen voor een lokaal bestuur (Gemeente, OCMW, AGB, …) of privaatrechtelijke persoon met inbegrip van de opvolging en controle der werken en waarvan de voorlopige oplevering of ingebruikname dateert van na 01.05.
  17. (maximaal 5 jaar oud). Als gelijkwaardig project wordt beschouwd de bouw van schoolgebouw voor basisonderwijs, waarvan de totale netto-bouwkost (werken in onroerende staat van ruwbouw, afwerkingen en technische installaties, exclusief erelonen, BTW en algemene kosten) minstens 2.500.000 EUR bedraagt. Dit zowel voor de vakgebieden architectuur, stabiliteit, technieken, EPB en omgevingsaanleg.” Een lezing van dit selectiecriterium lijkt slechts tot het besluit te kunnen leiden dat de twee door de kandidaat aan te brengen referentieprojecten van een gelijkwaardig schoolgebouw elk betrekking moeten hebben “zowel” op het vakgebied ‘architectuur’, als op het vakgebied ‘stabiliteit’, het vakgebied ‘technieken’, het vakgebied ‘EPB’ en het vakgebied ‘omgevingsaanleg’. Op het eerste gezicht kan immers alleen in dat geval worden aangenomen dat het overeenkomstig de selectieleidraad gaat om een “gelijkwaardig” project. Te dezen lijkt de door de bestreden beslissing geselecteerde kandidaat géén twee dergelijke referenties te hebben aangebracht. Van de drie door KRAS Architecten aangebrachte referenties van een gelijkwaardig schoolgebouw heeft immers – zo blijkt uit de beoordelingsfiche van deze kandidaat – geen enkele betrekking op alle voormelde vakgebieden. Door de voormelde referenties te aanvaarden als beantwoordend aan de vereisten van de selectieleidraad miskent de verwerende partij de voorschriften van de selectieregels die zij zelf heeft opgesteld. Het eerste onderdeel van het eerste middel is dan ook alvast ernstig voor zover het de schending aanvoert van het beginsel patere legem quam ipse fecisti. XII-9393-12/18
  18. De selectieleidraad voorziet tevens in de verplichting voor de kandidaat om “1 (één) referentieproject van een Masterplan van een gelijkwaardig project voor een lokaal bestuur (Gemeente, OCMW, AGB, Politiezone …) of privaatrechtelijke persoon”, waarin een aantal uitdrukkelijk vermelde elementen aan bod kwamen, bij de kandidaatstelling te voegen. Volgens de verzoekende partijen, in het tweede onderdeel van het eerste middel, voldoet het door KRAS Architecten vermelde referentieproject ‘Scholencampus Guldensporencollege te Kortrijk’ niet aan die verplichting. Zij komen in dit verband evenwel niet verder dan de loutere bewering dat “het geweten [is] dat in het project Guldensporencollege het masterplan niet door KRAS Architecten, maar door de vakgroep A&S van de Universiteit Gent werd opgemaakt”. Een dergelijke niet-gestaafde bewering kan op het eerste gezicht niet overtuigen. Het tweede onderdeel van het eerste middel is niet ernstig.
  19. Het eerste middel is in de aangegeven mate ernstig wat zijn eerste onderdeel betreft en verantwoordt derhalve de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  20. De verzoekende partijen voeren in een tweede middel de schending aan van artikel 71 van de wet overheidsopdrachten 2016, “artikel 68, § 4, lid 1, 1°, b),” (lees: artikel 68, § 4, 1°, b,) van het koninklijk besluit plaatsing 2017 juncto artikel 72, § 1, van datzelfde koninklijk besluit, samen met het evenredigheidsbeginsel zoals bedoeld in artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht, doordat de verwerende partij oordeelt dat de referenties van de verzoekende partijen niet voldoen aan de vereisten van de selectieleidraad, zodat zij niet voor selectie in aanmerking komen. XII-9393-13/18 Zij betogen dat uit het selectieverslag en de beoordelingsfiche blijkt dat zij niet werden geselecteerd omwille van opmerkingen met betrekking tot twee van de aangebrachte referentieprojecten: de referentie van een gelijkwaardig schoolgebouw ‘School Balder te Brussel Sint-Gillis’ zou “enkel de studie architectuur” omvatten, “geen stabiliteit, geen technieken geen EPB”; voor de referentie omgevingsaanleg ‘Eksaarde (Lokeren), uitbreiding basisschool’ zou het attest van goede uitvoering onvolledig zijn en namelijk niets vermelden over de studie ‘omgevingsaanleg’. Volgens de verzoekende partijen is de beoordeling van beide referenties feitelijk onjuist en alleszins op een onwettige wijze tot stand gekomen. De verzoekende partijen lichten vooreerst toe dat de beoordelingsfiche ten onrechte doet uitschijnen dat hun referenties met betrekking tot een gelijkwaardig schoolgebouw niet ook betrekking zouden hebben op de discipline ‘omgevingsaanleg’. Voor beide referenties wordt deze discipline op de fiche immers niet aangevinkt. Hoewel de verwerende partij hieraan geen gevolg lijkt te hebben verbonden met betrekking tot hun selectie, wensen zij wel te preciseren dat zij wel degelijk deze discipline omschreven in de aangebrachte referenties en dat dit overeenkomstig de selectieleidraad ook verplicht was. De verzoekende partijen argumenteren voorts dat de verwerende partij wat de referentie ‘School Balder te Brussel Sint-Gillis’ betreft, ten onrechte oordeelt dat daarin uitsluitend de discipline ‘architectuur’ aan bod komt. Zij verwijzen naar de omschrijving van dit project in hun aanvraag tot deelneming en naar het voorgelegde attest van goede uitvoering, dat bevestigt dat het project in zijn geheel naar tevredenheid is uitgevoerd. Ten overvloede wijzen de verzoekende partijen op het meer gedetailleerde attest van goede uitvoering dat zij aanbrachten per e-mail van 4 juli 2023 naar aanleiding van een vraag van de verwerende partij om aanvullende stukken te bezorgen. Dat aanvullend stuk verduidelijkt nog meer in detail dat het referentieproject betrekking heeft op onder meer de disciplines ‘technieken’, ‘EPB’ en ‘stabiliteit’. Door zelfs na de kennisname van dit stuk in de bestreden beslissing vol te houden dat de referentie uitsluitend betrekking heeft op ‘architectuur’, beoordeelt de verwerende partij de XII-9393-14/18 referentie alleszins op een onevenredig strenge en enge wijze, zo besluiten de verzoekende partijen. Tevens betogen de verzoekende partijen dat de referentie ‘Eksaarde (Lokeren), uitbreiding basisschool’ wél betrekking heeft op omgevingsaanleg. Zij verwijzen naar hun gedetailleerde omschrijving van het referentieproject in de aanvraag tot deelneming en in het bijzonder naar de omschrijving op pagina 120 van die aanvraag waar nadrukkelijk wordt verduidelijkt dat de component ‘omgevingsaanleg’ een onderdeel uitmaakte van dit project, meer bepaald als een onderdeel van de discipline ‘architectuur’. Het voorgelegde attest van goede uitvoering vermeldt de tevredenheid over de uitvoering van de studieopdracht in haar geheel. In deze omstandigheden is het volgens de verzoekende partijen dan ook onbegrijpelijk en onevenredig streng om te oordelen dat het attest van goede uitvoering geen betrekking heeft op de studie ‘omgevingsaanleg’. Minstens is een dergelijk oordeel gesteund op een onzorgvuldig onderzoek en zelfs een foutieve lezing van het dossier, nu dit oordeel voorbijgaat aan de omschrijving van de referentie, die net bevestigt dat het project betrekking heeft op omgevingsaanleg. Ten overvloede wijzen de verzoekende partijen op het aanvullend stuk dat zij aan de verwerende partij hebben bezorgd met een e-mailbericht van 4 juli 2023, waaruit blijkt dat het attest van goede uitvoering inderdaad zo mag worden begrepen dat het luik ‘omgevingsaanleg’ mee tot de architectuur behoort, waarvan het attest de goede uitvoering bevestigt. Ten slotte doen de verzoekende partijen gelden dat enige beoordeling van een attest van goede uitvoering hoe dan ook geen wettig motief kan zijn voor het niet-selecteren van een kandidaat in het kader van een overheidsopdracht voor diensten, aangezien er in de huidige wetgeving geen rechtsgrond bestaat om attesten van goede uitvoering op te vragen bij overheidsopdrachten voor diensten. “Bij uitbreiding”, zo stellen de verzoekende partijen, leidt deze vaststelling tot de onwettigheid van de selectieleidraad in zijn geheel, nu onder punt 2.2.2 van de selectieleidraad een onwettig bewijsmiddel inzake de technische XII-9393-15/18 en beroepsbekwaamheid wordt gevraagd. Deze eis is volgens de verzoekende partijen in strijd met artikel 68, § 4, 1°, b, van het koninklijk besluit plaatsing 2017, gelezen in samenhang met artikel 72 van datzelfde koninklijk besluit, en is bijgevolg onwettig. Beoordeling
  21. Blijkens het selectieverslag van de verwerende partij van 5 juli 2023, waarop de bestreden beslissing steunt, gelezen in samenhang met de bijgevoegde beoordelingsfiche met betrekking tot de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partijen, voldoen de verzoekende partijen om twee redenen niet aan de selectievoorwaarden en wordt hun aanvraag daarom afgewezen: vooreerst wordt hun tweede aangebrachte referentie van een gelijkwaardig schoolgebouw geacht “enkel de studie architectuur” te omvatten, “geen stabiliteit, geen technieken geen EPB”; voorts wordt het attest van goede uitvoering van de aangebrachte referentie van de omgevingsaanleg in het kader van de realisatie van een schoolgebouw – “Eksaarde (Lokeren), uitbreiding basisschool” – beschouwd als “onvolledig”, doordat “het […] niets [vermeldt] over de studie omgevingsaanleg”. Wat de tweede aangebrachte referentie van een gelijkwaardig schoolgebouw betreft – “School Balder te Brussel Sint-Gillis” – verwijzen de verzoekende partijen vooreerst naar hun aanvraag tot deelneming waarin zij met betrekking tot het desbetreffende project stellen: “Dit alles werd uitgevoerd in het kader van een overheidsopdracht waarbij dmvA instond voor het ontwerp, het vergunningsdossier, de opmaak van het aanbestedingsdossier, coördinatie van studiebureaus en werfopvolging. In samenwerking met studiebureau Technum werd het gebouw volledig uitgewerkt conform de akoestische normeringen wat betreft lucht- en contactgeluidisolatie, ruimteakoestiek, technische installaties en gevelisolatie.” Hieruit blijkt op het eerste gezicht evenwel niet dat de verzoekende partijen in het referentieproject instonden voor de studies ‘stabiliteit’, ‘technieken’ en ‘EPB’. Het studiebureau Technum, waarvan de verzoekende partijen gewag maken, maakt bovendien geen deel uit van het XII-9393-16/18 samenwerkingsverband waarin zij thans aan de in het geding zijnde opdracht beogen deel te nemen. Het attest van goede uitvoering van 10 februari 2020 bevestigt louter dat de tweede verzoekende partij de door haar geleverde diensten in “architectuuropdrachten” goed heeft uitgevoerd. In het nieuwe attest van goede uitvoering van 27 juni 2023 kan worden gelezen dat “[d]e totaalopdracht bestond uit de delen architectuur, stabiliteit, technieken, EPB en VC”, maar dat “[daarbij] UTIL (stabiliteit), SB Heedfeld (technieken), Studiebureel Greesa (EPB & VC) in onderaanneming van dmvA architecten werkten”. Voor de thans in het geding zijnde opdracht werken de verzoekend partijen samen met CBAM engineering, zodat op het eerste gezicht niet kan worden ingezien dat de verzoekende partijen zich te dezen nuttig kunnen beroepen op de voormelde uitvoering door anderen in het aangebrachte referentieproject ‘School Balder te Brussel Sint-Gillis”.
  22. De verzoekende partijen tonen aldus op het eerste gezicht niet aan dat de verwerende partij niet op deugdelijke grond heeft geoordeeld dat het voormelde referentieproject van een gelijkwaardig schoolgebouw niet voldoet aan de selectievoorwaarden die daarover zijn vermeld in de selectieleidraad. Aangezien derhalve lijkt te moeten worden aangenomen – althans voorlopig – dat de aanvraag van de verzoekende partijen alvast om die reden terecht niet is geselecteerd, hebben de verzoekende partijen op het eerste gezicht geen belang bij hun overige in het middel aangevoerde grieven, die immers aan de voorgaande vaststelling geen afbreuk kunnen doen.
  23. Het tweede middel is niet ernstig.
  24. Het eerste onderdeel van het eerste middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook ingewilligd. XII-9393-17/18 BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Pinte van 7 juli 2023 waarbij KRAS Architecten als enige kandidaat wordt geselecteerd voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp “Studieopdracht voor masterplan school/sport/jeugd, architectuur, stabiliteit, technieken, EPB/ventilatieverslaggeving en omgevingsaanleg”. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien augustus tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Bert Thys XII-9393-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.181 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.228 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.