← België

Arrest 257184 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 21/08/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 augustus 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.184 Rolnummer: A. 239825/X-18451 Zaak: Arrest 257184 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 21/08/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-08-22 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-06-06 07:01 Fiche Arrest nr 257.184 van 21 augustus 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.184 van 21 augustus 2023 in de zaak A. 239.825/X-18.451 In zake: de vzw IJZERWAKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD IEPER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Meindert Gees en Hanna Biebauw kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 14 augustus 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ieper van 7 augustus 2023 waarbij geen toelating wordt verleend voor de organisatie van het door Ijzerwake vzw aangevraagde evenement ‘Kameraadschapsavond’ op 26/08/2023”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. X-18.451-1/15 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2023, om 14.00 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaten Joost Bosquet en Gert Op de Beeck, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Meindert Gees, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verzoekende partij organiseert jaarlijks het evenement “Ijzerwake” in Ieper, thans voorzien op 27 augustus
  5. Zij heeft hiervoor toelating gekregen van de verwerende partij op 15 mei
  6. Op 22 april 2023 dient de verzoekende partij een aanvraag in voor de organisatie van een “Kameraadschapsavond” op 26 augustus
  7. Met een beslissing van 12 juni 2023 heeft het college ven burgemeester en schepenen van de stad Ieper de gevraagde toelating niet gegeven omdat de aanvraag onvolledig was. Het volledige en definitieve programma moest worden gegeven, waarna een nieuwe aanvraag kon worden ingediend. Verder wordt in die beslissing opgemerkt dat de organisatoren zich ook akkoord moeten verklaren met het “Charter voor evenementen in Ieper Vredesstad”, goedgekeurd door de gemeenteraad van de stad Ieper op 8 mei 2023 (hierna: vredescharter). 3.
  8. Op 16 juli 2023 dient de verzoekende partij een nieuwe aanvraag in met als voorwerp: “Zangavond met Vlaamse liederen uit de officiële X-18.451-2/15 studentencodex, soms met instrumentale begeleiding. De avond wordt afgesloten met het optreden van een DJ.” Een en ander vindt weerklank in de pers en op sociale media na de mededeling dat Dries Van Langenhove gastspreker zal zijn op de Ijzerwake zelf, dus op 27 augustus
  9. Op 7 augustus 2023 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Ieper “geen toelating te verlenen voor de organisatie van het event ‘Kameraadschapsavond’ op 26/08/2023 gezien de aanvraag laattijdig werd ingediend (de indieningstermijn (8 weken vóór aanvang) werd bijgevolg niet gerespecteerd), nog steeds onvolledig is en niet op alle vragen geantwoord werd” en dat “[b]ovendien […] het vredescharter dat moet ondertekend worden en bij de aanvraag gevoegd, niet [werd] bezorgd voor deze activiteit”. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  10. In de nota werpt de verwerende partij een exceptie van niet-ontvankelijkheid op wegens “[g]een rechtens vereist (legitiem) belang van verzoekende partij”. Volgens haar gaat de verzoekende partij verkeerdelijk uit van een verbodsbeslissing om het evenement te organiseren, terwijl de bestreden beslissing enkel de ontvankelijkheid van de aanvraag betreft. De verzoekende partij zou in se aan de Raad van State vragen de beoordeling van de al dan niet volledigheid van het dossier over te doen en het zou er haar om te doen zijn om een toelating voor het evenement te verkrijgen van de Raad van State.
  11. De verzoekende partij heeft aan de verwerende partij de toelating gevraagd om een bepaald evenement te organiseren en die toelating wordt haar met de bestreden beslissing geweigerd. In de huidige stand van het geding kan worden vastgesteld dat de verzoekende partij over het vereiste belang beschikt om dergelijke beschikking aan te vechten. X-18.451-3/15 De verzoekende partij vordert in het inleidend verzoekschrift enkel “de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid” van de bestreden beslissing. In het beschikkend gedeelte ervan vraagt zij enkel dat beroep “ontvankelijk en gegrond te bevinden” en de “schorsing te bevelen” van de bestreden beslissing. De stelling van de verwerende partij dat de verzoekende partij een nieuw onderzoek van de volledigheid en feitelijk de toelating voor het evenement zou vragen aan de Raad van State, mist op het eerste gezicht feitelijke grondslag. De exceptie wordt verworpen. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  12. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Ernst van het enig middel Standpunt van de partijen
  13. De verzoekende partij werpt in een enig middel met als opschrift “geen afdoende en pertinente motivering voor beperkingen grondrechten vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering en vereniging – onevenredige toepassing van onbestaande formaliteitsvereisten” de schending op van het recht op vrijheid van meningsuiting, zoals gewaarborgd door de artikel 19 van de Grondwet iuncto artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna: EVRM), van het recht op vrijheid van vergadering en vereniging, zoals gewaarborgd door de artikelen 26 en 27 van de Grondwet en artikel 11 van het EVRM, van artikel 4.2.2.1 van de Zonale Politieverordening X-18.451-4/15 Openbare Orde PZ Arro Ieper” (hierna: “politieverordening Openbare Orde Ieper”, van artikel 56 van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ iuncto artikel 130 van de nieuwe gemeentewet, van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheids- en het proportionaliteitsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de “ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag”. Na een uitgebreide theoretische uiteenzetting, voert de verzoekende partij aan dat zij de politieverordening Openbare Orde Ieper, die voorziet dat een evenement één maand op voorhand moet worden aangemeld, heeft gerespecteerd. De verwerende partij kan zich niet beroepen op een andere termijn (8 weken) die staat vermeld op haar website. Bovendien hebben alle betrokken instanties advies kunnen geven en heeft de verwerende partij voldoende tijd gehad om een beslissing te kunnen nemen. De verzoekende partij acht de aanvraag volledig, met een duidelijke omschrijving van het evenement en voldoende gedetailleerd met vermelding van onder meer voorwerp, locatie, verwacht aantal deelnemers, veiligheid, enz. Volgens de verzoekende partij gaat de vergelijking met het vorig jaar niet toegelaten evenement “Frontnacht” niet op. Verder heeft de verzoekende partij op 16 juli 2023 een ondertekend exemplaar van het vredescharter bezorgd aan de verwerende partij. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de begeleidende brief van de verwerende partij dat de interpretatie van dat charter moet gebeuren overeenkomstig de grondrechten en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Tot slot laat de verzoekende partij gelden dat het in de bestreden beslissing aangevoerde risico voor de openbare orde geen weigeringsgrond kan vormen. X-18.451-5/15
  14. De verwerende partij werpt in de nota eerst de gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid van het middel op, namelijk “over het vermeend risico voor de openbare orde en de hierover aangehaalde beginselen en bepalingen”. De bestreden beslissing berust enkel op de onvolledigheid en de laattijdigheid van het aanvraagdossier omdat het net daarom onvoldoende mogelijk is de toets van het risico voor de openbare orde uit te voeren. Kritiek tegen een overtollig motief is niet ontvankelijk, de vaststelling dat de aanvraag laattijdig en onvolledig is, volstaat om de bestreden beslissing te dragen. Na erop te hebben gewezen dat de Raad van State zich als wettigheidsrechter niet in de plaats mag stellen van het bestuur, benadrukt de verwerende partij dat geen verbodsbeslissing voorligt maar slechts een beslissing gebaseerd op de onvolledigheid van de aanvraag. Uit de beslissing van 12 juni 2023 blijkt dat heel wat informatie ontbrak om alle risico’s adequaat te kunnen inschatten. De aanvraag van 16 juli 2023 is nog even onduidelijk over het volledige en definitieve programma. De verzoekende partij kan niet verwijzen naar het enkel zingen van liederen uit een studentikoze codex vermits op haar website ook sprake is van het zingen van strijdliederen door verschillende nationalistische verenigingen. Wat de termijn voor de tijdigheid van de aanvraag betreft, laat de verwerende partij gelden dat artikel 4.2.2.1, eerste zin, van de politieverordening Openbare Orde Ieper bepaalt dat een fuif, feest of evenement in open lucht minimaal één maand vooraf te melden is, doch dat deze termijn niet van toepassing is voor het verkrijgen van een voorafgaande machtiging of vergunning overeenkomstig de derde zin van dat artikel, waarin wordt verwezen naar artikel 2.1.2 van dezelfde verordening. De website van de verwerende partij vermeldt een termijn van minstens 8 weken voor een evenement met minder dan 500 personen en de verzoekende partij was hiervan op de hoogte. Wat de bij de aanvraag te voegen documenten en informatie betreft, wijst de verwerende partij op het verschil tussen het voorwerp van de aanvraag en de publiciteit op de website van de verzoekende partij. In de aanvraag wordt geen acht geslagen op de door de verwerende partij gegeven expliciete X-18.451-6/15 indicaties. De aanvraag is onvolledig daar slechts op basis van een definitief programma kan worden geoordeeld welke risico’s er zijn. De verwerende partij vervolgt dat de verzoekende partij geen ondertekend exemplaar van het vredescharter heeft gevoegd bij de aanvraag, hetgeen al volstaat voor de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag. De verzoekende partij was nochtans op de hoogte van deze verplichting vermits zij voor het evenement “Ijzerwake”, doch enkel hiervoor, wel een exemplaar heeft ingediend op 16 juni
  15. Waar de verzoekende partij verwijst naar artikel 130 van de nieuwe gemeentewet, merkt de verwerende partij op dat de bestreden beslissing enkel betrekking heeft op de ontvankelijkheid van de aanvraag en niet over de gegrondheid ervan. Er wordt ook geen verbod opgelegd om het evenement te organiseren. De verzoekende partij zet niet nader uiteen op welke wijze het proportionaliteits- of het redelijkheidsbeginsel zou zijn geschonden. Er is geen sprake van enige preventieve censuur of beperking doch in de bestreden beslissing wordt enkel vastgesteld dat onvoldoende informatie beschikbaar was om te besluiten tot het geven van de gevraagde toelating. Beoordeling
  16. Artikel 4.2.2.1 van de politieverordening Openbare orde Ieper luidt: “Elke organisator van een fuif, feest of evenement in open lucht, is verplicht om dit evenement minimaal één maand vooraf te melden aan door het gemeentebestuur aangeduide diensten en de bevoegde politiedienst op een daartoe door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier. Dit bestaat uit een verplicht in te vullen deel en desgevallend aanvullende informatieve kennisgevingen. De organisatie van de fuif, het feest of evenement in open lucht is in overeenstemming met artikel 2.1.2 van deze verordening onderhevig aan het verkrijgen van een voorafgaande vergunning door de burgemeester.” X-18.451-7/15 In deze bepaling is uitsluitend sprake van een termijn van één maand, namelijk voor het vooraf melden van een fuif, feest of evenement in open lucht. Een (andere) termijn voor het verkrijgen van een voorafgaande vergunning is niet voorzien, ook niet in artikel 2.1.2 van de verordening. De verwerende partij geeft toe dat een termijn van “minstens 8 weken” enkel wordt vermeld op de website van de stad Ieper voor het indienen van een aanvraag voor een evenement van minder dan 500 personen. Nu in de regelgeving nergens een termijn van 8 weken is voorzien, kan de verwerende partij zich op het eerste gezicht niet beroepen op de enkele vermelding van die termijn op haar website om de aanvraag van de verzoekende partij van 16 juli 2023 laattijdig te verklaren. Het wordt niet betwist dat de verzoekende partij haar aanvraag van 16 juli 2023 meer dan een maand vóór het evenement van 26 augustus heeft ingediend. Zij heeft de in artikel 4.2.2.1 van de politieverordening Openbare Orde Ieper voorziene termijn van één maand (voor zover van toepassing, hetgeen de verwerende partij in haar nota betwist) dus alleszins gerespecteerd. Bovendien blijkt prima facie niet dat de termijn vanaf het indien van de aanvraag op 16 juli 2023 te kort was om een beslissing te nemen. De verwerende partij heeft alle nodige of nuttige adviezen kunnen inwinnen en een gefundeerde beslissing kunnen nemen, ook over de inhoud van de aanvraag, zoals blijkt uit de weergave van de “[a]dviezen” en uit de gemotiveerde “[b]espreking” in de bestreden beslissing. Zij geeft in de bestreden beslissing ook niet aan waarom de termijn waarover zij beschikte te kort zou zijn. In de huidige stand van het geding blijkt het motief van de vermeende laattijdigheid van de aanvraag de bestreden beslissing niet te kunnen dragen.
  17. In de bestreden beslissing wordt vermeld dat “het vredescharter dat moet ondertekend worden en bij de aanvraag gevoegd, niet [werd] bezorgd voor deze activiteit”. X-18.451-8/15 Uit het dossier van de zaak blijkt, hetgeen de verwerende partij niet betwist, dat de verzoekende partij op 16 juni 2023 een “[v]oor akkoord” ondertekend exemplaar van het vredescharter heeft gestuurd naar de verwerende partij. Het getuigt prima facie van een overdreven formalisme waar de verwerende partij voorhoudt dat het charter enkel werd ondertekend met het oog op de organisatie van de Ijzerwake zelf op 27 augustus. De organisator van de Ijzerwake en van de Kameraadschapsavond is immers dezelfde en de beide activiteiten zijn nauw met elkaar verbonden. Het valt niet in te zien waarom in die omstandigheden twee afzonderlijke exemplaren zouden moeten worden ingediend en wat daarvan de meerwaarde zou zijn. Aan het voorgaande wordt op het eerste gezicht geen afbreuk gedaan door het feit dat de verzoekende partij bij het ondertekende exemplaar van het vredescharter een brief heeft gevoegd waarin zij erop wijst dat zij dit charter onderschrijft “in zoverre en in de mate dat dit verenigbaar is met de geldende wetten en verordeningen, zoals deze tevens betreffende de grondrechten worden toegepast door het Grondwettelijk Hof en de Raad van State” en dat “[d]e ondertekening van het bijgevoegde charter […] op geen enkele wijze afbreuk [kan] doen aan grondrechten van de organisator zoals het recht op vrije meningsuiting en het recht op vergadering en vereniging, waarvan de inhoud door de Belgische en Europese Hoven en Rechtbanken wordt vastgesteld, en waarbij de organisator zich het recht voorbehoud[t] elke beperking van deze rechten van welke aard ook aan deze Hoven en Rechtbanken voor te leggen”. De verwerende partij geeft overigens niet aan op welke wijze of in welke mate deze brief afbreuk zou doen aan de ondertekening van het vredescharter. Ook dit weigeringsmotief lijkt te bestreden beslissing niet te kunnen dragen.
  18. In de bestreden beslissing wordt gesteld dat de aanvraag van 16 juli 2023 “nog steeds onvolledig is en [dat] niet op alle vragen geantwoord werd”. De verwerende partij geeft op het eerste gezicht echter niet aan welke aanvragen niet werden beantwoord of welke gegevens nog zouden X-18.451-9/15 ontbreken. Het voorwerp (“Zangavond met Vlaamse liederen uit de officiële studentencodex, soms met instrumentale begeleiding. De avond wordt afgesloten met het optreden van een DJ”), de locatie, het begin- en einduur, het geluidsniveau, het verwachte aantal bezoekers en het voorzien van stewards voor de veiligheid worden immers vermeld en alle rubrieken van het aanvraagformulier zijn ingevuld. Op het eerste gezicht gaat de informatieplicht van de verzoekende partij niet zover dat zij van naaldje tot draadje zou moeten aangeven welke vertegenwoordiger van welke vereniging liederen zou zingen, welke liederen zouden worden gezongen of welke playlist de DJ zou volgen (laat staan dat daarvan niet zou mogen worden afgeweken, hetgeen op zich al de vraag doet rijzen waarom zulke gedetailleerde informatie – meer dan een maand vooraf – zou moeten worden gegeven) . Tot slot blijkt in de huidige stand van het geding niet welke informatie zou ontbreken om al dan niet toelating voor de Kameraadschapsavond te kunnen geven. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat een discrepantie zou bestaan tussen hetgeen de verzoekende partij heeft aangevraagd en hetgeen zij op haar website zou vermelden: indien het voorwerp van de aanvraag niet zou worden gerespecteerd, kan de verwerende partij er zo nodig meteen tegen optreden. In de huidige stand van het geding is de onvolledigheid van de aanvraag niet bewezen, a fortiori niet in de mate dat dit weigeringsmotief de bestreden beslissing zou kunnen dragen.
  19. De “[b]espreking” in de bestreden beslissing bevat nog andere motieven dan de voorgaande. Zo wordt verwezen naar “[e]en soortgelijke aanvraag voor een soortgelijke activiteit vorig jaar” en daarmee gepaard gaande problemen, waardoor de aanvankelijke goedkeuring voor dat evenement moest worden ingetrokken. Uit het dossier van de zaak blijkt dat het dit jaar georganiseerde evenement (een zangavond) verschilt van het bedoelde evenement van vorig jaar (“Frontnacht”, optredens van een aantal bands). De verwerende partij verduidelijkt X-18.451-10/15 ook niet welke afspraken vorig jaar niet werden nageleefd of welke problemen zich hebben gesteld bij het evenement dat niet is doorgegaan. De verwijzing naar het evenement van vorig jaar vormt op het eerste gezicht geen draagkrachtig motief voor de weigering van het thans gevraagde evenement.
  20. In de “[b]espreking” in de bestreden beslissing komt een voorgehouden gevaar voor de openbare orde uitdrukkelijk aan bod. Anders dan de verwerende partij laat gelden in haar nota, is de motivering van de bestreden beslissing dus niet beperkt tot de in het beschikkend gedeelte ervan vermelde elementen over de ontvankelijkheid van de aanvraag doch heeft ze ook betrekking op de grond van de zaak. Volgens de bestreden beslissing “werd en wordt al volop promotie gemaakt voor dit evenement, onder andere op de website van de Ijzerwake, dit terwijl er nog geen toelating werd verkregen”. De gebruikte toon zou “nogal tendentieus” zijn en “aldus het risico [vergroten] op reacties en dus mogelijk verstoring van de openbare orde, gezien reeds op dit moment via verschillende kanalen opruiende taal wordt gesproken en ophef veroorzaakt”. Verder stelt de verwerende partij in die beslissing vast “dat er ondertussen meer en meer beweegt vooral via de sociale media”, ziet zij “ook in de media dat dit evenement, samen met de Ijzerwake, een aanzienlijke weerklank krijgt, waarbij de kans reëel wordt dat deze commotie niet louter bij het uiten van ongenoegen blijft” en overweegt zij dat, “[i]ndien dit op deze manier verder evolueert en escaleert, […] het maar de vraag [is] of de veiligheid en/of de fysieke en mentale integriteit op het evenement zou kunnen gegarandeerd worden”. Artikel 11 van het EVRM en artikel 26 van de Grondwet beschermen de vrijheid om te vergaderen en een zienswijze te openbaren door een evenement, ook als deze zienswijze ongemakkelijk is voor bepaalde mensen of zelfs aanstoot geeft. Deze vrijheid is echter niet absoluut en kan worden onderworpen aan beperkingen, zoals op grond van artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, ter handhaving van de openbare rust en veiligheid. Dergelijke beperkingen moeten echter steunen op draagkrachtige motieven. X-18.451-11/15 Het feit dat men reeds promotie maakt voor een evenement op het ogenblik dat de toelating voor dat evenement nog niet is gegeven, vormt op het eerste gezicht geen reden om de gevraagde toelating te weigeren, ook niet als de op de website van de verzoekende partij gebruikte toon “nogal tendentieus” zou zijn of “ophef” zou veroorzaken. De verwerende partij beperkt zich tot een algemene verwijzing naar een mogelijke verstoring van de openbare orde en naar vraag of de veiligheid en/of de fysieke of mentale integriteit op het evenement zouden kunnen worden gegarandeerd. Er blijken op het eerste gezicht echter geen pertinente en overtuigende gegevens voor een terechte vrees dat het evenement op 26 augustus 2023 de openbare orde en veiligheid in het gedrang zullen brengen. Evenmin toont de verwerende partij in de huidige stand van het geding aan dat eventuele calamiteiten niet zullen kunnen worden beheerst door haar politiekorps. De motivering betreffende de voorgehouden risico’s voor de openbare orde en veiligheid lijkt derhalve voornamelijk te steunen op algemeenheden, veeleer dan op concrete, pertinente en overtuigende elementen. Bijgevolg is die motivering op het eerste gezicht niet draagkrachtig voor de bestreden beslissing.
  21. Het enig middel is in de aangegeven mate ernstig. VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
  22. De verzoekende partij voert aan dat de datum van de Kameraadschapsavond van essentieel belang is, aangezien deze kadert in het jaarlijks Ijzerwake-weekend en plaatsvindt aan de vooravond van de Ijzerwake zelf. Volgens haar kan noch de loutere nietigverklaring van de bestreden beslissing noch de gewone vordering tot schorsing een oplossing bieden. Eens het laatste weekend van augustus 2023 is verstreken, kan de schade niet meer worden hersteld. De organisatie van de Kameraadschapsavond op een andere datum, niet gelinkt aan de Ijzerwake de dag nadien, is zinledig. Het evenement richt zich net op de reeds aanwezige studenten en jongeren die zich aan de vooravond van de Ijzerwake reeds ter plaatse verzamelen voor een studentikoze vooravond. Ook de X-18.451-12/15 geloofwaardigheid van de verzoekende partij komt in het gedrang door de weigering. Veel sympathisanten hebben zich al geëngageerd om deel te nemen aan de Kameraadschapsavond. Verschillende voorbereidingen voor het evenement zijn reeds getroffen en er is, zoals wordt bevestigd in de bestreden beslissing, reeds gecommuniceerd over het evenement. Tot slot is het verzamelen van groeperingen aan de vooravond van de wake een reeds lang bestaande traditie die nooit aanleiding heeft gegeven tot malversaties of dreiging voor de openbare orde.
  23. De verwerende partij wijst erop dat de uiterst dringende noodzakelijkheid niet kan voortkomen uit de enkele omstandigheid dat een verzoekende partij ingevolge de doorlooptijd van de zaak volgens de gewone schorsingsprocedure of de annulatieprocedure geen uitspraak zou verkrijgen voordat de bestreden beslissing haar volledige uitwerking heeft gehad. Uit andere feitelijke gegevens, eigen aan de voorliggende zaak, moet blijken dat de uiterst dringende noodzakelijkheid er inherent aan is. Te dezen toont de verzoekende partij niet in concreto aan dat de gewone schorsingsprocedure niet volstaat noch dat een vernietigingsarrest de schade niet zou kunnen remediëren. De voorgehouden reputatieschade is een loutere hypothese en er blijkt bovendien niet dat een vernietigingsarrest wat dat betreft onvoldoende genoegdoening zou kunnen verschaffen. De verzoekende partij toont ook niet aan dat het moeilijk zou zijn om mensen op een latere datum samen te brengen. Het evenement Ijzerwake is gericht op een veel groter publiek en wordt ongemoeid gelaten. Verder laat de verzoekende partij volkomen na aan te tonen welke kosten zij reeds zou hebben gemaakt. Beoordeling
  24. De verzoekende partij heeft met het indienen van een verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid op 14 augustus 2023 diligent gereageerd na kennisname van de bestreden beslissing op 8 augustus
  25. De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de Kameraadschapsavond, gepland aan de vooravond van de Ijzerwake, X-18.451-13/15 zeker geen doorgang kan vinden. De datum van deze avond is van groot belang voor de verzoekende partij vermits deze net voorafgaat aan de Ijzerwake de dag nadien. De verzoekende partij kan worden gevolgd in haar betoog dat de beide evenementen nauw met elkaar verbonden zijn en dat de Kameraadschapsavond zal worden bezocht door een deel van het publiek dat ook de dag nadien aan de Ijzerwake zal deelnemen (en vice versa). Dat de Ijzerwake slechts jaarlijks wordt gehouden, betekent dat de mogelijkheid van een andere datum voor de Kameraadschapsavond tot de volgende editie van de Ijzerwake, dit na een gebeurlijke schorsing volgens de gewone procedure, niet realistisch voorkomt.
  26. Aan de voorwaarde betreffende de uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan VIII. Conclusie
  27. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid toe te wijzen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ieper van 7 augustus 2023 waarmee wordt beslist “geen toelating te verlenen voor de organisatie van het evenement ‘Kameraadschapsavond’ op 26/08/2023”. X-18.451-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig augustus tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Carlo Adams X-18.451-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.184 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.431 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.