← België

Arrest 257322 - Examens (onderwijs) - 15/09/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.322 Rolnummer: A. 239970/IX-10324 Zaak: Arrest 257322 - Examens (onderwijs) - 15/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-18 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-10 11:52 Fiche Arrest nr 257.322 van 15 september 2023 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.322 van 15 september 2023 in de zaak A. 239.970/IX-10.324 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Scoop bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 6 september 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Scoop van het Gemeenschapsonderwijs van 5 september 2023, waarbij aan XXXX een oriënteringsattest C wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.324-1/10 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 september 2023, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoekster is tijdens het schooljaar 2022-2023 leerling in het eerste jaar van de derde graad economie – moderne talen (ASO) in het atheneum te Vilvoorde, onderwijsinstelling die behoort tot scholengroep Scoop van het Gemeenschapsonderwijs. Op het einde van het schooljaar behaalt zij een jaartekort voor geschiedenis (42,2%), wat resulteert in een oriënteringsattest C met advies “[o]verzitten in 5 dubbele finaliteit”. De beroepscommissie beslist op 28 augustus 2023 om verzoekster het afleggen van een bijkomende proef toe te staan voor geschiedenis. Op 5 september 2023 beslist de beroepscommissie om aan verzoekster een C-attest toe te kennen. Dit is de bestreden beslissing, die zij als volgt motiveert: IX-10.324-2/10 “
  5. De leerling kreeg van de beroepscommissie op haar vraag de kans een herexamen [versta: bijkomende proef] voor het vak geschiedenis waarop zij een jaartekort van 42,2 % behaalde. Op dat herexamen scoorde zij opnieuw heel zwak, namelijk 39,5 % Dit ligt in de lijn met haar examenresultaten tijdens het schooljaar (36 % en 35,5 %). Ten onrechte meent de leerling dat enkel naar dit jaartekort mag worden gekeken om uit te maken of zij al dan niet geslaagd is en niet naar de 5 examentekorten voor examen 1 en 4 examentekorten voor examen
  6. Volgens het schoolreglement moet de leerling gedelibereerd worden indien hij minstens 1 jaartekort behaalt of meer dan 2 examentekorten in het tweede semester wil hij een A-attest bekomen.
  7. De delibererende klassenraad kon op basis van de behaalde resultaten terecht oordelen dat geen A of B-attest kon worden toegekend aan de leerling. De klassenraad heeft duidelijk het geheel van de resultaten en het gebrek aan vooruitgang in de loop van het jaar voor bepaalde vakken zoals wiskunde, Nederlands, aardrijkskunde in haar beoordeling betrokken.
  8. De beroepscommissie stelt vast dat de leerling niet enkel op het einde van haar 4de jaar, doch ook op 21 december 2022 het advies kreeg over te stappen naar 5 TSO, zodat zij niet kan beweren dat de school haar niet had gewaarschuwd.
  9. In tegenstelling met wat de leerling beweert, werd er wel hulp aangeboden tijdens het schooljaar: - de leerlingenbegeleiding was steeds beschikbaar; - de leerling kreeg bijlessen om haar voor te bereiden op de examens; - er waren inhaal- en herhalingstoetsen.
  10. De beslissing een C-attest toe te kennen, werd niet lichtzinnig genomen. Er werd een correcte globale beoordeling gemaakt, niet enkel rekening houdende met het jaartekort geschiedenis, doch ook de zeer zwakke examenresultaten voor vele vakken waaruit de klassenraad terecht kon afleiden dat grotere leerstofgehelen een probleem vormen voor de leerling en dat het tekort aan basiskennis en/of vaardigheden voor Nederlands en geschiedenis een onvoldoende basis vormen om te kunnen overgaan naar het 6de jaar Ec Mt.
  11. De beroepscommissie sluit zich aan bij de argumentatie van de klassenraad en bevestigt de beslissing.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  12. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte IX-10.324-3/10 of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  13. De verwerende partij betwist terecht niet het vervuld zijn van de schorsingsvoorwaarde omtrent de uiterst dringende noodzakelijkheid. VI. Ernst van het enige middel Standpunt van de partijen
  14. Verzoekster voert in een eerste (en enig) middel de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, alsook van de artikelen 5, § 5, 38 en 39 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’. Verzoekster argumenteert dat zij in het kader van het intern beroep duidelijk had aangegeven dat “er slechts één [jaar]tekort voor een vak van slechts twee uurtjes per week [voorligt]” en dat zij “[v]oor alle richtingspecifieke vakken […] slaagcijfers [heeft behaald]” en er aan deze slaagcijfers “een bijzonder gewicht dient te worden gehecht”. Zij heeft erop gewezen dat voor de vakken wiskunde, economie en Nederlands slaagcijfers voorliggen en herinnerd aan ’s Raads rechtspraak dat “een slaagcijfer […] een slaagcijfer [is]”. De bestreden beslissing zou volgens haar op “geen enkele wijze [antwoorden]” op deze “meest cruciale argumentatie van [verzoekster]”. De beroepscommissie gaat volledig voorbij aan het aspect dat het voorliggende tekort voor geschiedenis op geen enkele wijze volstaat om het C-attest te kunnen dragen. Zij “blijft vasthouden aan de resultaten van verzoekster voor vakken waarvoor een slaagcijfer werd behaald”, hoewel “[d]aaruit volgt, in principe, dat de leerling die een voldoende jaarresultaat IX-10.324-4/10 behaalt, voor dat vak de leerplandoelstellingen op voldoende wijze heeft bereikt”. De vakken waarop geen onvoldoende werd behaald, kunnen geen element zijn dat het C-attest kan schragen.
  15. In haar nota met opmerkingen verwijst de verwerende partij naar het schoolreglement, dat de “algemene gedragslijn” weergeeft “dat de leerling – gelet op de punten – gedelibereerd moet worden en niet zonder meer geslaagd kan verklaard worden”. Verzoekster “lijkt zich eenvoudigweg op het standpunt te stellen dat er geen deliberatie dient te gebeuren, omdat een leerling toch niet voor één onvoldoende jaarcijfer een C-attest kan toegekend worden. De rechtspraak van de Raad van State wordt door de verzoekende partij ook enkel in die zin gelezen, terwijl deze rechtspraak veel genuanceerder is”. De verwerende partij herinnert aan rechtspraak waarin de Raad overweegt “dat één enkel tekort wel degelijk reden kan zijn om een leerling niet geslaagd te verklaren, als ten minste daarvoor specifieke redenen voorhanden zijn en de delibererende klassenraad conform de in zo een geval op hem rustende versterkte motiveringsplicht, die redenen afdoende uiteenzet in zijn beslissing”. De verwerende partij wijst voorts op het “zwaar jaartekort” voor het vak geschiedenis. Verzoekster eindigt daarnaast het jaar met tekorten op het juni-examen voor wiskunde en Nederlands uit de basisvorming en economie uit het specifieke gedeelte van de studierichting. Zowel voor Nederlands als voor economie blijkt het voor verzoekster niet mogelijk om ook maar één examen met voldoening af te leggen tijdens het schooljaar. Het gaat hier niet om één tekort op één onderdeel van de evaluatie, of zelfs een paar tekorten. Er is een duidelijk probleem in het leerlingendossier dat verhuld wordt door jaarcijfers die opgekrikt worden via kleine proeven en werkjes. De klassenraad en de beroepscommissie konden terecht vaststellen dat grotere leerstofgehelen een probleem vormen en dat de onvoldoende kennis of vaardigheden voor Nederlands en geschiedenis een onvoldoende basis vormen om te kunnen overgaan. Uit het leerlingendossier, dat de verwerende partij in de nota citeert, blijkt een gebrek aan leescapaciteit. IX-10.324-5/10 De verwerende partij zet ten slotte uiteen, met diverse citaten uit de rapporten en de vakcommentaren, dat de leerproblemen van verzoekster niet onverwacht zijn en dat er al vele waarschuwingen aan haar adres zijn gegeven in de loop van de twee voorbije schooljaren. Wat verzoekster schijnbaar verwacht, is dat er jaar na jaar voorbijgegaan zal worden aan de moeilijkheden die zij ondervindt om grote leerstofonderdelen te verwerken tijdens examens. Verzoekster volgt echter les in een richting die gericht is op doorstroom naar het hoger onderwijs, waar zij zich vooral zal dienen te bewijzen door het afleggen van examens over grote leerstofonderdelen. Deze beoordeling dient op het einde van de derde graad gemaakt te worden, maar verzoekster toont nu reeds door examens aan dat zij niet in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt, “in de betekenis van verwerkt met bekwaamheid om ze tijdens examens toe te passen”. Beoordeling
  16. Verzoekster noemt in het middel de materiëlemotiveringsplicht geschonden. De uiteenzetting die zij geeft in de toelichting bij het middel, wijst evenwel erop dat zij de formelemotiveringsplicht (ook) geschonden acht. Het middel wordt uit dat oogpunt onderzocht.
  17. Verzoekster tekent slechts voor één vak een jaartekort op. Voor alle andere vakken is zij geslaagd. Die slaagcijfers moeten worden geacht op een deskundige wijze te zijn toegekend. Ze worden geacht een representatief beeld te geven van de kennis, de vaardigheden en, voor zover opgenomen in het leerplan, de attitudes van de leerling. Uitgaande van het vermoeden van deskundigheid dat tot weerlegging kleeft aan de hoedanigheid van leerkracht immers, wordt ervan uitgegaan dat de leerkrachten tijdens het schooljaar de aan de eindtermen gerelateerde en door het leerplan vereiste leerstof – kennisinhouden, vaardigheden en attitudes – volledig en bekwaam hebben IX-10.324-6/10 onderwezen, dat zij de vorderingen van de leerling correct hebben geobserveerd en geëvalueerd, dat zij examens hebben opgesteld die niet eenzijdig zijn maar representatief voor de effectief onderwezen leerstof naar leerinhoud zowel als moeilijkheidsgraad, dat zij die examens objectief en vakkundig hebben verbeterd en aan de hand van een valide puntenspreiding over de leeronderdelen gequoteerd teneinde over de bereikte kennis en vaardigheden (en eventueel attitudes) van de leerling te rapporteren en dat de relatieve waarde van de punten voor dagelijks werk en de proefwerken – in voorkomend geval, voor de permanente evaluatie – weloverwogen het leerproces weergeeft van de leerling tijdens het jaar en zijn of haar capaciteit tot verwerking van afgewerkte en grotere gehelen. Zoals verzoekster schrijft: een slaagcijfer is een slaagcijfer en daaruit volgt, in principe, dat de leerling die een voldoende jaarresultaat behaalt, voor dat vak de leerplandoelstellingen op voldoende wijze heeft bereikt.
  18. Het is vaste rechtspraak van de Raad van State dat een beroepscommissie, geconfronteerd met zo een situatie – één jaartekort – de haar toevertrouwde opdracht in zijn volle omvang en met de grootste zorgvuldigheid moet uitoefenen. De beraadslaging van de beroepscommissie vereist dat zij nagaat of uit de andere gegevens van de leerling die voor één vak niet voldoet aan de gestelde normen, blijkt of die leerling niettemin voldoet aan het geheel van de vorming van het betreffende leerjaar en bekwaam wordt geacht haar studies voort te zetten in het volgende leerjaar. Zo de beroepscommissie oordeelt dat de leerling niet met vrucht is geslaagd, dan dient zij in de bestreden beslissing toe te lichten op grond van welke motieven zij tot die strenge, maar niet noodzakelijk onwettige evaluatie- beslissing komt. De verwerende partij maakt in haar nota terecht gewag van een in dat geval op haar rustende “versterkte motiveringsplicht”. Dat is in de thans voorliggende zaak des te meer het geval, zo lijkt, nu het vak waarvoor een jaartekort is opgetekend, geen richtingspecifiek vak is. IX-10.324-7/10
  19. Het schoolreglement, waaraan de verwerende partij refereert, leert niets anders. De bepaling dat over een leerling met een jaartekort “gedelibereerd” moet worden, betekent enkel dat die leerling niet automatisch geslaagd is, maar dat de klassenraad over de evaluatievraag moet beraadslagen.
  20. Wat voorafgaat betekent dat met verzoekster kan worden vastgesteld dat, hoewel zij voor bepaalde vakken examentekorten had, deze examentekorten de toekenning van het C-attest niet kunnen verantwoorden aangezien zij voor deze vakken op het einde van het schooljaar een slaagcijfer kan voorleggen en dus geacht moet worden de leerplandoelstellingen voor deze vakken op voldoende wijze te hebben bereikt. De verwerende partij moet haar zelfgekozen evaluatiesysteem in acht nemen en vermag thans niet de draagwijdte van een slaagcijfer weg te wuiven omdat het dankzij “kleine proeven en werkjes” tot stand kwam. Hiermee zou de verwerende partij willen beweren dat zij het onderlinge belang en gewicht van permanente evaluatie, dagelijks werk en proefwerken niét oordeelkundig heeft georganiseerd en aan “kleine proeven en werkjes” een, achteraf beschouwd, buitenmatig belang heeft gehecht.
  21. In dat verband dient voorts nog erop te worden gewezen dat het argument dat verzoekster een tekort aan basiskennis of vaardigheden heeft voor Nederlands, prima facie wordt tegengesproken door het slaagcijfer dat zij op haar eindrapport voor het vak Nederlands heeft behaald (56,1%).
  22. De Raad is zich er wel van bewust dat verzoekster tijdens het voorbije schooljaar en ook al voordien effectief “zeer zwakke examenresultaten voor vele vakken” heeft behaald. Hij begrijpt dat dit de klassenraad en vervolgens de beroepscommissie ertoe heeft gebracht een C-attest te verlenen. De beroepscommissie houdt er allicht rekening mee, dat het behapstukken van grotere leerstofgehelen – het zwakke punt van verzoekster – in het laatste jaar nog meer aan belang wint. Maar de Raad kan er, gelet op wat hiervóór is uiteengezet, niet omheen dat ook wie met de hakken over de sloot geraakt, met droge voeten aan de IX-10.324-8/10 andere kant van die sloot staat. Het leerparcours van verzoekster wijst op een reëel risico dat zij in haar laatste jaar tekortschiet en in het water terechtkomt of, zonder beeldspraak, dat zij haar laatste jaar zonder diploma zal beëindigen. De school heeft verzoekster daarvoor inderdaad voldoende gewaarschuwd. Het is echter een risico dat de leerling en haar ouders moeten inschatten en waarvoor zij alleen de verantwoordelijkheid dragen, tenzij de beroepscommissie meer overtuigende motieven heeft die vooralsnog niet zijn geëxpliciteerd of onderbouwd in de beslissing. De verwerende partij citeert in de nota met opmerkingen weliswaar uitvoerig uit het leerlingendossier, uit de rapporten en uit de vakcommentaren om de inschatting die de beroepscommissie heeft van verzoeksters slaagkansen te onderbouwen. De Raad mag evenwel niet nagaan of die gegevens, in samenhang met het ene tekort, wél draagkrachtig zijn om het C-attest te verantwoorden. Het zijn immers argumenten die verband houden met de materiëlemotiveringsplicht, maar die ontbreken in de formele motivering van de bestreden beslissing. Verzoekster heeft er zich dus ook niet tegen kunnen verweren.
  23. Uit de bestreden beslissing blijkt vooralsnog niet welke specifieke en deugdelijke redenen er, behalve het jaartekort voor het vak geschiedenis, nog voorhanden zijn om tot een C-attest te besluiten.
  24. Het middel, in de mate waarin het wettigheidskritiek geeft op de formele motivering van de bestreden beslissing, is ernstig. Besluit
  25. Aan de beide schorsingsvoorwaarden is voldaan. IX-10.324-9/10 BESLISSING
  26. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Scoop van het Gemeenschapsonderwijs van 5 september 2023, waarbij aan XXXX een oriënteringsattest C wordt toegekend.
  27. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijftien september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.324-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.322 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.335 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.