id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.333 Rolnummer: A. 239314/X-18412 Zaak: Arrest 257333 - Tucht (openbaar ambt) - 18/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-22 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-06-10 12:05 Fiche Arrest nr 257.333 van 18 september 2023 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 257.333 van 18 september 2023 in de zaak A. 239.314/X-18.412 In zake: Steve MICHIELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Van Gerven kantoor houdend te 9080 Lochristi Dorp West 73 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled en Margaux De Greef kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: HULPVERLENINGSZONE CENTRUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Vincent Vuylsteke en Chris Van Olmen kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 juni 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepskamer voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones van 5 april 2023 waarbij het ambtshalve ontslag van Steve Michiels bevestigd wordt. X-18.412-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 7 juli 2023 heeft de hulpverleningszone Centrum gevraagd om in de zaak te mogen tussenkomen. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Nathalie Sterck, die loco advocaat Erik Van Gerven verschijnt voor verzoeker, advocaat Junior Geysens, die loco advocaten Nicolas Bonbled en Margaux De Greef verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Stéphanie Desomer, die loco advocaten Vincent Vuylsteke en Chris Van Olmen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is sinds 2012 als beroepsbrandweerman in dienst bij de hulpverleningszone Centrum. Hij krijgt op 16 december 2019 de evaluatiescore ‘onvoldoende’. X-18.412-2/7 Zijn evaluatiescore in het evaluatieverslag van 2 december 2020 is ‘voldoende’. Een nieuw evaluatiegesprek met verzoeker heeft plaats op 4 december
- Hij krijgt de evaluatiescore ‘onvoldoende’. Verzoeker stelt er beroep tegen in, maar op 25 januari 2023 bevestigt het zonecollege de evaluatie ‘onvoldoende’ van 4 december
- Van de beslissing van 25 januari 2023 heeft verzoeker op 24 maart 2023 aan de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging gevraagd. De vordering is bij arrest nr. 257.078 van 6 juli 2023 afgewezen bij gebrek aan ernstige middelen. 3.
- Op 25 januari 2023 besluit het zonecollege om verzoeker met toepassing van artikel 169 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 ‘tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones’ (hierna: het koninklijk besluit van 19 april 2014) ambtshalve te ontslaan omdat hij in een periode van drie jaar twee ‘onvoldoende’ vermeldingen kreeg. Na beroep hiertegen van verzoeker bevestigt de beroepskamer voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones op 5 april 2023 het ambtshalve ontslag. Geoordeeld wordt dat artikel 169 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 de verplichting inhoudt om, “zonder verdere appreciatiebevoegdheid”, het ambtshalve ontslag uit te spreken in geval van twee ‘onvoldoende’ vermeldingen in een periode van drie jaar. IV. Tussenkomst
- Er is reden om het verzoek tot tussenkomst van de hulpverleningszone Centrum te bewilligen. Zij betoogt terecht belang te hebben bij de beoordeling van het geschil. X-18.412-3/7 X-18.412-4/7 V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat er minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. VI. Voorwaarde van een ernstig middel Samenvatting van de middelen
- Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van het redelijkheids-, zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel, “doordat er een wanverhouding bestaat tussen de elementen waarop het bestreden besluit steunt en het eraan verbonden gevolg”. Toegelicht wordt in essentie dat het resultaat van de procedure bij de Raad van State tegen de beslissing van 25 januari 2023 waarmee het zonecollege de tweede ongunstige evaluatie van verzoeker bevestigde, cruciaal is voor de beslechting van het beroep dat hij instelde bij de verwerende partij tegen het ambtshalve ontslag van het zonecollege. Volgens verzoeker is de beslissing tot bevestiging van zijn tweede ongunstige evaluatie niet terecht.
- Ook in een tweede middel, afgeleid uit de schending van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, bestrijdt verzoeker wezenlijk dat de verwerende partij niet, alvorens te beslissen, het resultaat heeft afgewacht van de procedure die hij bij de Raad van State instelde tegen de beslissing van het zonecollege van 25 januari 2023 om zijn tweede ongunstige evaluatie te bevestigen. X-18.412-5/7 Beoordeling
- De loutere omstandigheid dat verzoeker tegen de beslissing van het zonecollege van 25 januari 2023 tot bevestiging van zijn tweede ongunstige evaluatie een procedure bij de Raad van State instelde, lijkt geen afbreuk te doen aan de uitvoerbaarheid ervan en moest er op het eerste gezicht de verwerende partij niet van weerhouden om een uitspraak te doen over het bij haar ingestelde beroep tegen de beslissing van het zonecollege om verzoeker van ambtswege te ontslaan.
- Voorts is intussen, ten minste voorlopig, gebleken dat verzoeker in de voormelde procedure bij de Raad van State geen ernstige middelen aanvoert. Uit het arrest van de Raad van State nr. 257.078 van 6 juli 2023 volgt dat de tweede ongunstige evaluatie niet onwettig lijkt en dat de verwerende partij er dus ogenschijnlijk rechtmatig steun in mocht zoeken.
- De besproken middelen zijn niet ernstig.
- Alvast één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- Het verzoek van de hulpverleningszone Centrum tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. X-18.412-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.412-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.333 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.428 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div