id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.342 Rolnummer: A. 239367/X-18417 Zaak: Arrest 257342 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-22 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-10 12:00 Fiche Arrest nr 257.342 van 18 september 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 257.342 van 18 september 2023 in de zaak A. 239.367/X-18.417 In zake: WATERING DE BURGGRAVENSTROOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bram De Smet kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- het VLAAMSE GEWEST
- de VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Kirsch kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 55/10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingediend op 16 juni 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 7 februari 2023 ‘tot vastlegging van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten’. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. X-18.417-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Vandervoort, die loco advocaat Bram De Smet verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Matthias Kirsch, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekende partij is een openbaar bestuur dat op grond van artikel 1 van de wet van 5 juli 1956 ‘betreffende de wateringen’, is ingesteld met als taak het verwezenlijken van de doelstellingen, en het rekening houden met de beginselen, zoals bedoeld in de artikels 4, 5 en 6 van het decreet ‘betreffende het integraal waterbeleid’ en het uitvoeren van het deelbekkenbeheerplan en van de bekkenspecifieke delen van het stroomgebiedbeheerplan. 4.
- Van 1 september 2021 tot 28 februari 2022 legt het Vlaamse Gewest in het kader van een openbaar onderzoek een ontwerp van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten ter inzage bij de gemeenten. 4.
- Er worden onder meer bezwaarschriften ingediend met betrekking tot de opname in de atlas van waterloop nr. 26 te Sleidinge als publieke gracht. X-18.417-2/6
- De bezwaren en opmerkingen die betrekking hebben op onbevaarbare waterlopen van tweede en derde categorie en op de publieke grachten worden vervolgens door de Vlaamse Milieumaatschappij aan de betrokken waterbeheerders voor advies bezorgd.
- De verzoekende partij adviseert om de laatstgenoemde bezwaarschriften te verwerpen en waterloop nr. 26 te Sleidinge als publieke gracht in de atlas op te nemen. 7.
- De Vlaamse Milieumaatschappij bundelt de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen over het ontwerp in een overwegingsdocument. 7.
- In dit document wordt met betrekking tot waterloop nr. 26 het volgende voorgesteld: “Tussen 1947 en 1950 voorzag de gemeente in de inbuizing van [een gedeelte van] de waterloop. […] De gemeente heeft zich sinds 1947 gedragen als eigenaar van [het] ingebuisde gracht[gedeelte] als onderdeel van het rioleringsstelsel en heeft het beheer hiervan waargenomen tot op vandaag. In de digitale atlas wordt [dit] gracht[gedeelte] dan ook niet opgenomen als een publieke gracht in beheer bij Watering de Burggravenstroom.”
- Op 7 februari 2023 neemt de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme het bestreden besluit, waarin het in het vorige randnummer bedoelde voorstel wordt gevolgd. IV. Ontvankelijkheid
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering met meerdere excepties. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-18.417-3/6 V. Grondvoorwaarden voor een schorsing
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. VI. Onderzoek van de spoedeisendheid
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken in de periode voorafgaand aan de uitspraak ten gronde.
- Te dezen doet de verzoekende partij in het verzoekschrift gelden dat zij haar beheers- , beslissings- en handhavingsbevoegdheid met betrekking tot waterloop nr. 26 te Sleidinge verliest. Zo zal zij niet kunnen verhinderen dat deze gracht zou worden gedempt of er een ongewenste constructie zonder machtiging op het tracé zou worden opgericht. Bomen zouden kunnen worden aangeplant en constructies zouden binnen de vijfmeterzone naast de waterloop kunnen worden opgericht, zodat het onderhoud van de waterloop in de toekomst niet meer mogelijk zal zijn. Bovendien zal zij geen advies kunnen uitbrengen indien er een omgevingsvergunningsaanvraag wordt ingediend om op het aan de straat palende perceel boven de betrokken waterloop een bouwproject te realiseren. Het verzoekschrift noemt het “zeer waarschijnlijk” dat een dergelijke aanvraag zou worden ingediend daar aldaar vorig jaar een bouwproject geweigerd is. X-18.417-4/6
- Op het eerste gezicht moet met de verwerende partijen worden vastgesteld dat de verzoekende partij het in haar verzoekschrift voornamelijk, zo niet uitsluitend, heeft over het gedeelte van waterloop nr. 26 te Sleidinge dat nog steeds een open gracht is, daar het in de periode tussen 1947 en 1950 niet is ingebuisd. Prima facie is dit gedeelte wel degelijk als publieke gracht opgenomen in de door het bestreden besluit vastgestelde atlas, zodat de verzoekende partij ter zake haar beheers- , beslissings- en handhavingsbevoegdheid behoudt. Voorts is het niet zonder overtuigingskracht dat de verwerende partijen opmerken dat er geen bijzondere nadelen volgen uit het enkele feit dat de gemeente de laatstgenoemde bevoegdheid uitoefent voor wat betreft het – meer dan zeventig jaar geleden – ingebuisde deel van de betrokken waterloop tot aan de datum waarop de Raad van State een uitspraak ten gronde doet. Tot slot is de mogelijkheid dat er in de toekomst een omgevingsvergunningsaanvraag zou worden ingediend te hypothetisch om op vandaag de spoedeisendheid van de vordering te kunnen verantwoorden.
- Het verzoekschrift overtuigt er niet van dat de vordering spoedeisend zou zijn. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. X-18.417-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.417-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.342 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.529 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div