← België

Arrest 257343 - Wegenwezen - 18/09/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.343 Rolnummer: A. 239016/X-18387 Zaak: Arrest 257343 - Wegenwezen - 18/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-22 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-10 12:00 Fiche Arrest nr 257.343 van 18 september 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 257.343 van 18 september 2023 in de zaak A. 239.016/X-18.387 In zake : Marleen STAS woonplaats kiezend te 1750 Lennik Hunselstraat 65 tegen :

  1. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Bram Van den Berghe kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertbergsestraat 4
  2. de GEMEENTE LENNIK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geert Daem kantoor houdend te 1750 Lennik Frans Vandersteenstraat 189 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 12 april 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 24 januari 2023 houdende verwerping van het bestuurlijk beroep van verzoekster tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lennik van 28 september 2022 tot definitieve vaststelling van het rooilijnplan voor onder meer de Hunselstraat te Lennik. X-18.387-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september
  5. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Marleen Stas, die in persoon verschijnt, is gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Verzoekster woont aan de Hunselstraat 65 te Lennik.
  8. Op 22 juni 2022 stelt de gemeenteraad van de gemeente Lennik het ontwerp van rooilijn- en onteigeningsplan voor onder meer de Hunselstraat voorlopig vast. Volgens dit plan wordt de rooilijn in de richting van verzoeksters woning opgeschoven, zodat een strook van ongeveer een meter breed van haar voortuin binnen de rooilijnen zal liggen. X-18.387-2/7
  9. Tijdens het van 14 juli 2022 tot 12 augustus 2022 gehouden openbaar onderzoek dient onder meer verzoekster een bezwaarschrift in.
  10. Op 28 september 2022 stelt de gemeenteraad van de gemeente Lennik het rooilijnplan definitief vast. Over verzoeksters bezwaarschrift wordt in dit besluit het volgende overwogen: “[Er kan] meegedeeld worden dat de inneming beperkt wordt tot het minimum van 1 meter naast de ontworpen rand van de weg om in deze [zone] de nutsleidingen te kunnen voorzien.”
  11. Op 28 oktober 2022 dient verzoekster tegen het gemeenteraadsbesluit van 28 september 2022 bestuurlijk beroep in bij de Vlaamse regering.
  12. Op 24 januari 2023 neemt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken het bestreden besluit, waarin ze het bestuurlijk beroep van verzoekster verwerpt. IV. Kortedebattenprocedure – ontvankelijkheid 9.
  13. Terecht stelt het auditoraatsverslag vast dat het verzoekschrift geen ontvankelijk rechtsmiddel bevat. 9.
  14. Onder “middel” in de zin van artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement, moet immers de voldoende en duidelijke omschrijving worden verstaan van de geschonden geachte rechtsregel en van de wijze waarop die rechtsregel door het bestreden besluit werd geschonden. De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad van State, die een wettigheidsrechter is. 9.
  15. De in het verzoekschrift weergegeven kritiek betreft de opportuniteit en kan niet worden aanzien als een rechtsmiddel. X-18.387-3/7
  16. Uit het voorgaande volgt dat het beroep tot nietigverklaring onontvankelijk is, zodat het moet worden verworpen.
  17. De verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt de verwerping mee van de vordering tot schorsing, die immers een accessorium is van dat beroep. V. Rechtsplegingsvergoeding Verzoeken
  18. Met een verzoek van 22 augustus 2023 vraagt de eerste verwerende partij om haar “een rechtsplegingsvergoeding” toe te kennen. Met een brief van 5 september 2023 vraagt de tweede verwerende partij hetzelfde. Beoordeling 13.
  19. De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegingsvergoeding betreft, bepaalt artikel 30/1, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State: “§
  20. De afdeling bestuursrechtspraak kan, bij met bijzondere redenen omklede beslissing, de vergoeding verlagen of verhogen, zonder echter de door de Koning voorziene maximale en minimale bedragen te overschrijden. In haar beoordeling houdt ze rekening met: […] 2° de complexiteit van de zaak; 3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie.” 13.
  21. De tussenkomst van de advocaat van de eerste verwerende partij is beperkt gebleven tot het opmaken en versturen van een brief waarin X-18.387-4/7 verwezen wordt naar “het duidelijke verslag van de Auditeur” en een rechtsplegingsvergoeding wordt gevraagd. In het licht van de hiervoor geciteerde bepaling, dient deze vergoeding bepaald te worden op het minimumbedrag dat voorzien is in het algemeen procedurereglement. 14.
  22. Artikel 84/1 van het algemeen procedurereglement stelt: “Elk processtuk of elke nota tot vereffening van de kosten ingediend door tussenkomst van een advocaat, vermeldt het gevraagde bedrag van de in de artikelen 66 en 67 van dit besluit bedoelde rechtsplegingvergoeding. Dit bedrag mag gewijzigd worden door elk later processtuk of elke latere vereffeningsnota, in te dienen ten laatste vijf dagen vóór de zitting of vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 26, § 2, eerste lid, behalve in het geval van de vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregel, ingediend bij uiterst dringende noodzakelijkheid waarbij de rechtsplegingsvergoeding gevraagd kan worden tot aan de sluiting van de debatten.” Uit die bepaling volgt dat te dezen de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding uiterlijk gevraagd diende te worden vijf dagen vóór de terechtzitting. 14.
  23. De slechts drie dagen vóór de terechtzitting door de tweede verwerende partij ingediende vraag tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding is laattijdig en wordt bijgevolg verworpen. BESLISSING
  24. De Raad van State verwerpt het beroep.
  25. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  26. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, op een bijdrage van 24 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de eerste verwerende partij. X-18.387-5/7 X-18.387-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.387-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.343 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.