← België

Arrest 257357 - Examens (onderwijs) - 18/09/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.357 Rolnummer: A. 239967/IX-10321 Zaak: Arrest 257357 - Examens (onderwijs) - 18/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-19 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-10 12:03 Fiche Arrest nr 257.357 van 18 september 2023 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.357 van 18 september 2023 in de zaak A. 239.967/IX-10.321 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW SCHEPPERS ALSEMBERG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 6 september 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de “[b]eslissing dd. 29.08.2023, waarbij de interne beroepscommissie de beslissing van de delibererende klassenraad inhoudende de toekenning [aan XXXX] van een oriënteringsattest A met uitsluiting van de richtingen Economie en organisatie, Klassieke talen (Grieks en Latijn), Maatschappij en welzijn, Moderne talen en wetenschappen, STEM-wetenschappen (meer conceptueel), Topsport, Yeshiva bevestigt”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.321-1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 september 2023, om 10.00 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2022-2023 leerling van het eerste leerjaar A van het secundair onderwijs in het Sint-Victorinstituut te Alsemberg, waarvan de verwerende partij het schoolbestuur is. Op het einde van het schooljaar behaalt verzoeker een jaartekort op vier vakken: aardrijkskunde (49%), geschiedenis (45,5%), Nederlands (48,5%) en techniek (43%). De klassenraad beslist om verzoeker “geslaagd” te verklaren “met voorbehoud”. Hij verleent aan verzoeker een oriënteringsattest A met uitsluiting voor het tweede leerjaar A van de volgende basisopties: economie en organisatie, klassieke talen (Grieks en Latijn), maatschappij en welzijn, moderne talen en wetenschappen, STEM-wetenschappen (meer conceptueel), topsport en Yeshiva. IX-10.321-2/14 De motivering van die beslissing luidt als volgt: “Het behaalde eindresultaat is onvoldoende. Je behaalde: - ernstige tekorten voor algemene vakken De tekorten zijn gespreid over verschillende evaluatiebeurten. De resultaten vertonen een onvoldoende positieve evolutie in de loop van het schooljaar. De klassenraad noemt als belangrijkste oorzaken voor het zwakke eindresultaat het onvoldoende inzicht dat [verzoeker] verworven heeft in de leerinhouden, vooral met betrekking tot: - de verdiepingsdoelen voor de vakken Nederlands, Frans, geschiedenis - (basis)kennis en vaardigheden van de algemene vakken - het verwerven van grotere leerstofgehelen - toepassingsvaardigheden (zoals vergelijken, toepassen, analoge probleemoplossing, onderscheiden van hoofd- en bijzaken) - de doelen basisgeletterdheid voor het vak Nederlands De klassenraad vermoedt dat dit te wijten is aan: - te weinig belangstelling voor theoretische vakken - te weinig basiskennis van het Nederlands - te weinig inspanningen Remediëring: Er werden heel wat pogingen tot remediëring ondernomen, deze hebben echter geen blijvend effect gehad: - aanmoediging en aansporing van de (vak)leerkrachten tijdens de lessen - individuele gesprekken - schriftelijke aansporingen (agenda, rapport, brief of smartschool) - bespreking van testen en examens - aangeboden remediëringsoefeningen en/of voorbereidingen - aangeboden studiebegeleiding vanuit de school.” De klassenraad adviseert nog wat volgt: “Op grond van deze bevindingen adviseert de klassenraad om op zoek te gaan naar een school die de lessen en de basisopties minder theoretisch invult en/of een basisoptie in het Franstalig onderwijs die beter aansluit bij jouw interesses, talenten en mogelijkheden.” 3.
  5. Overleg met de schooldirecteur leidt niet tot een nieuwe samenkomst van de klassenraad. 3.
  6. Op 6 juli 2023 stelt verzoeker een beroep in bij het schoolbestuur. Zijn raadsman vult dat beroep aan in een schrijven van 19 juli
  7. IX-10.321-3/14 3.
  8. Op 29 augustus 2023 neemt de beroepscommissie van de verwerende partij de thans bestreden beslissing om “het oriënteringsattest A geslaagd met voorbehoud, met uitsluiting voor 2A basisopties Economie en organisatie, Klassieke talen (Grieks en Latijn), Maatschappij en welzijn, Moderne talen en wetenschappen, STEM (meer conceptueel), Topsport, Yeshiva” te handhaven. Die beslissing is als volgt gemotiveerd: “- Het behaalde eindresultaat van de leerling is onvoldoende. De leerling behaalde ernstige tekorten voor algemene vakken (aardrijkskunde 49%, geschiedenis 45,5%, Nederlands 48,5%, techniek 43%). De tekorten zijn gespreid over verschillende evaluatiebeurten. De resultaten vertonen een onvoldoende positieve evolutie in de loop van het schooljaar. In bijlage: 1) een overzicht van de niet behaalde leerplandoelstellingen voor het vak Nederlands 2) een overzicht van de niet behaalde leerplandoelstellingen voor het vak aardrijkskunde 3) een overzicht van de niet behaalde leerplandoelstellingen voor het vak geschiedenis 4) een overzicht van de niet behaalde leerplandoelstellingen voor het vak techniek - Naar aanleiding van uw verwijzing naar de richting Economie en Organisatie in het tweede jaar vindt u in bijlage 5) een overzicht van de niet behaalde leerplandoelstellingen voor het vak Mens en Samenleving. - Het grootste werkpunt is de Nederlandse taal. • Een jaartekort van 48,5% is aanzienlijk gezien de veelvuldige evaluaties op verschillende lesonderdelen. • Ook de resultaten uit Diataal (taaltest) waren erg zwak, zowel bij de nulmeting (begin schooljaar) als de volgmeting (einde schooljaar). De volgmeting was zelfs minder goed dan de nulmeting ondanks veelvuldige remediëring doorheen het schooljaar (o.a. co-teaching in kleine groepjes). Het Diatoetsen-rapport van de leerling vindt u als bijlage
  9. • Polpo (online oefeningen verbonden aan het werkboek) werd doorheen het schooljaar minder en minder goed opgevolgd. • Bijlage 7) resultaten van de leerling voor de evaluatie basisgeletterdheid - De leerling heeft ook nog een erg speelse houding en ontbreekt nog een zekere maturiteit. Dit gebrek aan maturiteit is mee de oorzaak van het niet afgeven van de taak voor techniek. - De beroepscommissie noemt als belangrijkste oorzaken voor het zwakke eindresultaat het onvoldoende inzicht dat de leerling verworven heeft in de leerinhouden, vooral met betrekking tot: • de verdiepingsdoelen voor de vakken Nederlands, Frans, geschiedenis, IX-10.321-4/14 • (basis)kennis en vaardigheden van de algemene vakken, • het verwerven van grotere leerstofgehelen, • toepassingsvaardigheden (zoals vergelijken, toepassen, analoge probleemoplossing, onderscheiden van hoofd- en bijzaken), • de doelen basisgeletterdheid voor het vak Nederlands. De beroepscommissie vermoedt dat dit te wijten is aan: • te weinig belangstelling voor theoretische vakken, • te weinig basiskennis van het Nederlands, • te weinig inspanningen. Er werden heel wat pogingen tot remediëring ondernomen, deze hebben echter geen blijvend effect gehad: • aanmoediging en aansporing van de (vak)leerkrachten tijdens de lessen, • individuele gesprekken, • schriftelijke aansporingen (agenda, rapport, brief of smartschool), • bespreking van testen en examens, • aangeboden remediëringsoefeningen en/of voorbereidingen, • aangeboden studiebegeleiding vanuit de school. In bijlage 8) overzicht remediëringslessen taalgroep NEG1 -ABC In bijlage 9) remediëringstraject Nederlands 1ste jaar trimester 2 - Na de kerstexamens waren er reeds zwakkere resultaten en werd er reeds aangegeven dat de kennis van het Nederlands van de leerling beperkt is en dat dit impact heeft op andere vakken. Na de paasexamens werden dezelfde problemen vastgesteld en reeds toen was er een schriftelijk advies op het rapport om al informatie in te winnen over minder theoretische basisopties voor het tweede jaar. - Op het oudercontact van het 2de trimester werd de leerling reeds gewezen op het feit dat de begeleidende klassenraad zich zorgen maakte over de slaagkansen in de gevolgde richting.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  10. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. IX-10.321-5/14 V. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  11. Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van artikel 38 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’, “met een schending van de motiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel, en het zorgvuldigheidsbeginsel tot gevolg”. Hij leidt uit de voormelde bepaling van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 af dat een oriënteringsattest waaruit blijkt dat een leerling het leerjaar wel met vrucht heeft beëindigd maar toch wordt uitgesloten van welbepaalde studierichtingen, een zorgvuldige verantwoording en een veruitwendigde motivering moet bevatten. Volgens verzoeker ontbreken in de bestreden beslissing “pertinente en draagkrachtige” motieven, aangezien de beroepscommissie niet antwoordt op zijn “cruciale vraag” welke zeer overtuigende motieven er zijn die aantonen dat zijn kansen om te slagen in het volgende leerjaar ‘economie en organisatie’ onbestaande zijn. De bestreden beslissing bevat alleen een verwijzing naar de tekorten van het voorbije schooljaar en de gemiste remediëringskansen. Daarmee wordt niet duidelijk gemaakt hoe ze een volgend leerjaar in de geambieerde studierichting zouden hypothekeren. Nergens leest verzoeker een “verregaande quasi zekerheid dat [hij] geen slaagkansen heeft in het gewenste jaar”. De beroepscommissie laat ook onbesproken, zo vervolgt verzoeker, dat de vakken Nederlands en aardrijkskunde aan belang én uren inboeten in de studierichting ‘economie en organisatie’. Verzoeker meent nochtans uit dat gegeven te mogen afleiden dat hij “meer tijd en ruimte zal hebben om te kunnen slagen […], minstens dat niet bij voorbaat vaststaat dat hij geen enkele IX-10.321-6/14 kans maakt om te slagen”. Hij wijst er ook op dat hij zich “tijdens de vakantie […] heeft bijgewerkt voor deze en andere vakken” en dat hij de bewijzen daarvan aan de beroepscommissie heeft overhandigd. Dit aspect blijft in de bestreden beslissing eveneens onbesproken. Er kan volgens verzoeker daarom ook geen sprake zijn van een zorgvuldige besluitvorming. Hij noemt de beslissing om dezelfde reden “kennelijk onredelijk”. Ten slotte is volgens verzoeker het ontbreken van basiskennis geen sluitende motivering die aantoont dat hij geen slaagkansen heeft in de geambieerde studierichting. Daarvoor is volgens hem minstens een “globale beoordeling van deze richting” nodig. Beoordeling 6.
  12. Voor zover verzoeker zijn middel ontleent aan de schending van artikel 38 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’ (hierna: het organisatiebesluit van 19 juli 2002) dient het volgende te worden opgemerkt. 6.
  13. Met artikel 100 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 ‘over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft’ (hierna: het organisatiebesluit van 15 juli 2022) – een besluit dat weliswaar voortbouwt op, maar op termijn volledig in de plaats komt van onder meer het organisatiebesluit van 19 juli 2002 – werd in artikel 82 van het organisatiebesluit van 19 juli 2002 een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “Dit besluit houdt op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data: 1° 14 juni 2022: in het eerste en tweede leerjaar van de eerste graad en het eerste leerjaar van de tweede graad; […].” IX-10.321-7/14 6.
  14. Verzoeker was het voorbije schooljaar leerling van het eerste leerjaar van de eerste graad. Bijgevolg moet op het eerste gezicht worden vastgesteld dat het door hem aangevoerde artikel 38 van het organisatiebesluit van 19 juli 2002, in zijn geval, op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing niet meer van kracht was. 6.
  15. In zoverre het middel de schending van artikel 38 van het organisatiebesluit van 19 juli 2002 aanvoert, kan het derhalve niet tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing leiden. 7.
  16. Vooralsnog moet niet worden nagegaan of in het organisatiebesluit van 15 juli 2022 een gelijkaardige of zelfs identieke bepaling is opgenomen. In essentie voert verzoeker in het middel immers aan dat hij geen “gedegen antwoord” krijgt op zijn “cruciale vraag” waarom zijn slaagkansen voor de basisoptie ‘economie en organisatie’ zodanig laag worden ingeschat dat hem ook de toegang tot die basisoptie moet worden ontzegd, wat hij een schending noemt van “de motiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel, en het zorgvuldigheidsbeginsel”. Het zijn die plicht en beginselen die wezenlijk in het geding lijken. 7.
  17. In dat verband moet worden vastgesteld dat aan verzoeker weliswaar een oriënteringsattest A wordt toegekend, maar dat daarbij zeven basisopties voor het tweede leerjaar A worden geclausuleerd. Verzoeker lijkt aldus, overeenkomstig artikel 70, eerste lid, 1°, van het organisatiebesluit van 15 juli 2022, te moeten worden beschouwd als een leerling die het eerste leerjaar van de eerste graad “met vrucht en met clausulering” heeft beëindigd. Een dergelijk oriënteringsattest A moet de redenen kenbaar maken waarom de leerling die het leerjaar met vrucht heeft beëindigd, toch de toegang tot welbepaalde basisopties moet worden ontzegd. IX-10.321-8/14 8.
  18. Het toekennen van een dergelijk attest met clausulering vereist een ‘prospectief’ onderzoek, dit wil zeggen: een vooruitziend en de toekomst verkennend onderzoek. De leerling is immers geslaagd, want heeft “in voldoende mate de doelstellingen, vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving en opgenomen in het curriculumdossier en in de leerplannen, […] bereikt of nagestreefd” (artikel 60 van het organisatiebesluit van 15 juli 2022). Toch oordeelt de klassenraad – in dit geval de beroepscommissie – dat de betrokken leerling in het volgende schooljaar welbepaalde basisopties niet aankan. Met dit oordeel stelt de klassenraad van het ene leerjaar zich als het ware in de plaats van de klassenraad van het volgende schooljaar, tot wiens autonomie het behoort om over het al dan niet slagen voor dat schooljaar te oordelen. De clausulering beperkt ook de principiële vrijheid van studiekeuze van de leerling of zijn ouders. Een klassenraad kan op grond van zwakke studieresultaten een onderbouwd advies geven om een basisoptie te ontraden, of zelfs een formele waarschuwing, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid laten bij de leerling die, het weze herhaald, het leerjaar met vrucht heeft beëindigd. De klassenraad die een clausulering toevoegt aan het oriënteringsattest, verkiest echter in de plaats van die leerling de studiekeuze gedeeltelijk te bepalen. 8.
  19. De aard van dat prospectieve onderzoek moet de klassenraad en de beroepscommissie bij het opleggen van een clausulering tot grotere omzichtigheid in de motivering nopen. Een inschatting van de toekomstige studies van een leerling is geen nattevingerwerk. De klassenraad en de beroepscommissie moeten hun ‘prospectieve’ beslissing om welbepaalde basisopties uit te sluiten des te meer steunen op de concrete en objectieve gegevens van het individuele dossier van de betrokken leerling. De vooruitblik van deze beslissende organen is noodzakelijk ook deels subjectief. Daarom moeten deze organen deze deels subjectieve vooruitblik IX-10.321-9/14 over het gebrek aan redelijke slaagkansen van een leerling in een volgend leerjaar koppelen aan de beschikbare gegevens van het dossier en in het bijzonder aan de bagage waarover de leerling nu beschikt. Kunnen de klassenraad en de beroepscommissie dat niet, dan zouden zij de grenzen van hun discretionaire bevoegdheid overschrijden.
  20. Van een beroepscommissie die beslist om een oriënteringsattest met clausulering toe te kennen, mag derhalve een sterk doorgedreven motivering worden verwacht, zowel vanuit formeel oogpunt, als vanuit materieel oogpunt. De beroepscommissie zal derhalve met zeer overtuigende motieven moeten aantonen dat de kansen van de betrokken leerling om te slagen voor het volgende leerjaar zo miniem zijn dat hem zelfs niet de mogelijkheid mag worden geboden dat volgende leerjaar in de door hem geambieerde basisoptie aan te vatten.
  21. Het aanvechten van zo een oriënteringsattest met clausulering binnen het raam van de administratieve beroepsprocedure verplicht de beroepscommissie er tevens toe in de veruitwendigde motieven de afwijzing van een welbepaalde, minder verregaande clausulering zorgvuldig te verantwoorden.
  22. Verzoeker heeft in zijn beroepschrift meermaals – in niet mis te verstane bewoordingen – aangegeven dat zijn voorkeur voor het tweede leerjaar van de eerste graad uitgaat naar de basisoptie ‘economie en organisatie’. Het enige middel moet, zo lijkt, dan ook vanuit dat oogpunt worden beoordeeld.
  23. In de bestreden beslissing wijst de beroepscommissie vooreerst op de vier jaartekorten, die zij “ernstig” noemt, en op de “onvoldoende positieve evolutie in de loop van het schooljaar” en biedt zij een zicht op de niet-behaalde leerplandoelstellingen van de betrokken vakken. IX-10.321-10/14 Die vaststellingen van de beroepscommissie betwist verzoeker op het eerste gezicht niet.
  24. Verzoeker beweert wel dat de beroepscommissie zich beperkt tot “louter een verwijzing naar de tekorten” en hij stelt dat daarmee voor hem niet duidelijk is “waarom dit een volgend jaar in de geambieerde richting zou hypothekeren”. Die kritiek kan op het eerste gezicht echter niet worden bijgevallen. Immers, aan die zwakke resultaten hecht de beroepscommissie onder meer de conclusie, die relevant is voor de beoordeling van verzoekers slaagkansen in meer theoretisch gerichte basisopties, dat hij onvoldoende inzicht heeft in de manier waarop hij grotere leerstofgehelen moet verwerven. Verzoeker betwist die conclusie niet. Terecht, zo lijkt, aangezien hij voor de vijftien examens die hij in de loop van het voorbije schooljaar aflegde, slechts acht slaagcijfers kan voorleggen. Voor Nederlands is er zelfs geen examenslaagcijfer voorhanden.
  25. Op het eerste gezicht is het aannemelijk dat de beroepscommissie de Nederlandse taal verzoekers “grootste werkpunt” noemt. Zij verwijst daarvoor niet alleen naar het jaartekort, maar refereert onder meer ook aan de resultaten van de taaltest ‘Diataal’, waaruit blijkt dat verzoeker de streefscores voor ‘tekstbegrip Nederlands’ en ‘woordenschat Nederlands’ niet heeft behaald. Hij blijkt bovendien geen vooruitgang te hebben geboekt tussen september 2022 en mei
  26. Het standpunt van de beroepscommissie dat “te weinig basiskennis van het Nederlands” mede aan de grondslag ligt van de zwakke resultaten van verzoeker, wordt door verzoeker evenmin tegengesproken. IX-10.321-11/14 Het lijkt in de rede te liggen dat ook die vaststelling relevant is voor de beoordeling van de slaagkansen van verzoeker in de door hem geambieerde basisoptie en dat die slaagkansen ernstig te lijden hebben onder het vastgestelde gebrek aan basiskennis van het Nederlands.
  27. De beroepscommissie verwijst eveneens naar een “bijlage 5)” bij de bestreden beslissing. In die bijlage vermeldt de vakleerkracht vijf leer- plandoelstellingen voor het vak ‘mens en samenleving’ waarvoor verzoeker “onvoldoende” scoorde en één leerplandoelstelling die “voor hem moeilijk blijft”. Die leerplandoelstellingen lijken verband te houden met ‘economie’ en dus eveneens relevant te zijn voor de beoordeling van verzoekers slaagkansen in de door hem gewenste basisoptie voor het volgende schooljaar. Het gaat om de niet-behaalde leerplandoelstellingen 10 (“De leerlingen beoordelen de veiligheid, risico’s en kosten verbonden aan het gebruik van betaalmiddelen en verkoopkanalen met aandacht voor preventie van bedrog en fraude”), 21 (“De leerlingen verklaren hoe prijs, verkooppraktijken, reclame, peers, (sociale) media, milieu en sociale achtergrond behoeften creëren”), 22 (“De leerlingen beargumenteren hun keuzegedrag bij aankopen rekening houdend met: • de prijs met inbegrip van bijkomende kosten; • aspecten van verantwoord consumeren”), 24 (“De leerlingen ontleden een gesimuleerd gezinsbudget vanuit een inzicht in het onderscheid tussen inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn”) en 28 (“De leerlingen lichten toe hoe de overheid impact heeft op de samenleving door: • inkomsten: belastingen en sociale zekerheidsbijdragen; • uitgaven; • het herverdelingsmechanisme”). Leerplandoelstelling 1 (“De leerlingen beschrijven bij een feit hun gedachten, gevoelens, gedrag en de gevolgen voor zichzelf met behulp van richtvragen”) blijft “voor hem moeilijk”. Aan die motivering lijkt verzoeker geen aandacht te besteden, laat staan dat hij er terechte kritiek op levert. IX-10.321-12/14
  28. De beroepscommissie vermocht op het eerste gezicht al de voormelde elementen van het dossier van verzoeker als determinerend te beschouwen om zijn kansen om te slagen voor het volgende leerjaar in de basisoptie ‘economie en organisatie’ zo miniem in te schatten dat hem niet de mogelijkheid wordt geboden het volgende leerjaar in die basisoptie aan te vatten.
  29. Verzoeker toont aldus geen schending aan van “de motiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel”.
  30. Het enige middel is niet ernstig.
  31. Aldus is er alvast niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief vervuld moeten zijn, opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING
  32. De Raad van State verwerpt de vordering.
  33. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  34. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.321-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-10.321-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.357 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.