← België

Arrest 257367 - Commissie voor bank- financie- en verzekeringswezen - 19/09/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.367 Rolnummer: A. 238416/XIV-39130 Zaak: Arrest 257367 - Commissie voor bank- financie- en verzekeringswezen - 19/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-02 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-10 12:11 Fiche Arrest nr 257.367 van 19 september 2023 Economische zaken - Commissie voor bank- financie- en verzekeringswezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 257.367 van 19 september 2023 in de zaak A. 238.416/XIV-39.130 In zake: de BV HOPPETRAVEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Van Bellinghen kantoor houdend te 2140 Antwerpen Bouwensstraat 21 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE DIENSTEN EN MARKTEN (FSMA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Junior Geysens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het directiecomité van de FSMA van 20 december 2022 houdende 'Schrapping van de inschrijving — Bijdragen in de werkingskosten FSMA”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. XIV-39.130-1/6 Overeenkomstig artikel 3, § 7 van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 ‘tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige beslissingen van de Autoriteit voor financiële diensten en markten en de Nationale bank van België’ en artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 31 mei 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 6 september
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 20 december 2022 schrapt het directiecomité van de FSMA wegens gebrek aan betaling van de bijdrage in de werkingskosten, de inschrijving van de verzoekende partij in het register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen. Dit is de bestreden beslissing. In de bestreden beslissing is onder meer gemeld dat “overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 mei 2003 tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige XIV-39.130-2/6 beslissingen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en de Nationale Bank van België, […] het beroep, op straffe van verval, binnen vijftien dagen na de betekening van de onderhavige beslissing [dient] te worden ingediend.” 3.
  6. De bestreden beslissing is met een aangetekende brief met ontvangstmelding van 20 december 2022 betekend aan de verzoekende partij, die op 24 december 2022 de brief ter post afhaalde. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  7. Met een brief van 8 september 2023 stelt de verzoekende partij “dat de zaak voor haar geregeld is, en dus geen actuele inzet meer heeft” en verzoekt zij “akte te nemen van haar verzoek tot afstand van de vordering/geding en dienvolgens geen rechtsplegingsvergoeding toe te kennen, dan wel deze te herleiden tot het minimum.”
  8. De voornoemde brief dateert van na de terechtzitting waarop het debat werd gesloten. Door het sluiten van het debat wordt een einde gemaakt aan de behandeling van de zaak door de partijen. Zulks houdt in dat deze brief ambtshalve uit het debat wordt geweerd. De verzoekende partij vraagt niet de heropening van het debat op grond van deze brief. Evenmin is er reden om het debat op grond van die brief ambtshalve te heropenen.
  9. De brief van de verzoekende partij van 8 september 2023 wordt ambtshalve uit het debat geweerd. XIV-39.130-3/6 V. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  10. De verwerende partij voert de laattijdigheid van het beroep aan. Zij zet uiteen dat overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 mei 2003’ tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige beslissingen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en de Nationale Bank van België’ (hierna: het koninklijk besluit van 15 mei 2003), het beroep tegen de bestreden beslissing, op straffe van verval, dient te worden ingediend onder een ter post aangetekende omslag binnen de vijftien dagen na de betekening van de bestreden beslissing. Het verzoekschrift ingediend op 15 februari 2023 is derhalve laattijdig.
  11. De verzoekende partij doet in het verzoekschrift gelden dat “de termijn van 60 dagen om een beroep tot nietigverklaring in te stellen […] verstrijkt […] op 18 februari 2023”, zodat het voorliggende beroep tijdig is ingesteld. Beoordeling
  12. Het beroep tot nietigverklaring betreft een beroep zoals bedoeld in artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 ‘betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten’ (hierna: de wet van 2 augustus 2002). Het moet worden ingediend in overeenstemming met het koninklijk besluit van 15 mei 2003, dat een versnelde procedure organiseert. Uit artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 vloeit voort dat een beroep als bedoeld in artikel 122 van de wet van 2 augustus 2002, op straffe van verval, moet worden ingediend binnen vijftien dagen na de betekening van de bestreden beslissing. XIV-39.130-4/6
  13. De bestreden beslissing werd aan de verzoekende partij per aangetekende brief met ontvangstmelding van 20 december 2022 verzonden. De zending werd volgens bpost zonder succes aangeboden op 21 december 2022, waarbij bericht werd gelaten in de brievenbus. De verzoekende partij haalde de aangetekende zending op 24 december 2022 op het postkantoor op. Het verzoekschrift tot nietigverklaring is per aangetekende brief verzonden op 15 februari
  14. Dit is buiten de door artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 bepaalde beroepstermijn van 15 dagen.
  15. De exceptie is gegrond. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens laattijdigheid. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-39.130-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien september tweeduizend drieëntwintig door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Chantal Bamps, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.130-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.367 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.