← België

Arrest 257396 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/09/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.396 Rolnummer: A. 236641/VII-41534 Zaak: Arrest 257396 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-28 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-15 02:15 Fiche Arrest nr 257.396 van 21 september 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 257.396 van 21 september 2023 in de zaak A. 236.641/VII-41.534 In zake : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 17 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-0742 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 12 mei 2022 in de zaak 2021-RvVb-0976-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 1 september
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-41.534-1/6 Eerste auditeur Tom De Waele heeft op 21 december 2022 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 juni
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sebastiaan De Meue, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen (hierna: deputatie) weigert op 14 mei 2020 aan de bv Elegnav een omgevingsvergunning te verlenen “voor de wijziging en verbouwing van het aantal vergunde kamers”.
  7. Bij arrest nr. RvVb-A-2021-1226 van 22 juli 2021 vernietigt de RvVb voormelde vergunningsbeslissing. VII-41.534-2/6 VII-41.534-3/6
  8. Het derdenverzet van de stad Gent tegen voormeld arrest van de RvVb wordt met het bestreden arrest onontvankelijk verklaard omdat: - “de hele argumentatie van de [stad Gent] dat het bijzonder rechtsmiddel van derdenverzet mogelijk is, steunt op de onjuiste feitelijke aanname dat ze niet als belanghebbende werd aangeschreven en niet de mogelijkheid heeft gekregen om tussen te komen in de zaak met rolnummer 1920-RvVb-0764-A”, - de stad Gent “het derdenverzet […] nu kunstmatig [lijkt] aan te grijpen om een voor haar ongunstige uitspraak hervormd te zien, terwijl ze heeft nagelaten om in diezelfde procedure tussen te komen”, - “het een bewuste keuze was van de regelgever om het derdenverzet niet op te nemen, gelet op de eigen procedureregels” en het “cassatieberoep bij de Raad van State […] de rechtsbescherming [vrijwaart] van een belanghebbende die (omwille van een onregelmatigheid in de rechtspleging) geen partij was in de procedure voor de [RvVb]”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  9. Met verwijzing naar arrest nr. 254.497 van 15 september 2022 van de Raad van State wordt in het auditoraatsverslag aangenomen dat “het door de verzoekende partij ontwikkelde [eerste] cassatiemiddel niet tot de verbreking van het arrest van de RvVb [kan] leiden” en vervolgens besloten dat “het cassatiemiddel geen relevantie (meer) [vertoont]” en dat om diezelfde redenen ook het tweede middel moet worden afgewezen. Beoordeling
  10. In voormeld arrest nr. 254.497 stelt de Raad van State vast wat volgt: “
  11. Uit de gegevens van het dossier waarop de Raad van State acht mag slaan blijkt dat de griffie van de RvVb op 29 september 2020 een afschrift van het verzoekschrift van de bv Elegnav heeft verzonden naar: ‘College van burgemeester en schepenen Stad GENT VII-41.534-4/6 Botermarkt 1 9000 Gent’. Met dit schrijven werd de stad Gent gewezen op de mogelijkheid in de zaak tussen te komen binnen een termijn van twintig dagen.
  12. De stelling van de stad Gent dat dit schrijven enkel gericht is aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent in ‘een andere hoedanigheid dan deze waarop de stad Gent zich thans beroept’ en derhalve niet kan worden geacht te zijn gericht aan de stad zelf, mist feitelijke grondslag”.
  13. De Raad van State verwerpt vervolgens het cassatieberoep van de stad Gent tegen arrest nr. RvVb-A-2021-1226 van 22 juli 2021 van de RvVb op grond van volgende motieven: “
  14. Cassatieberoep tegen een arrest van de RvVb kan, gelet op de vereiste van hoedanigheid in artikel 3 van het cassatieprocedurebesluit, enkel worden ingesteld door één der betrokken partijen met inachtneming van de ter zake geldende procedureregels.
  15. Het bestreden arrest willigt het beroep van de bv Elegnav in.
  16. Het cassatieberoep ingesteld door de stad Gent die niet is tussengekomen en derhalve geen partij was voor de RvVb, is onontvankelijk”.
  17. Het cassatieberoep dat ervan uitgaat dat de kennisgeving (randnr. 7) de stad Gent niet heeft gewezen op de mogelijkheid om tussen te komen in de procedure voor de RvVb, mist feitelijke grondslag en kan derhalve niet tot cassatie leiden. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  19. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. VII-41.534-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.534-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.396 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.