← België

Arrest 257413 - Visa’s - 22/09/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.413 Rolnummer: A. 240048/VII-42199 Zaak: Arrest 257413 - Visa's - 22/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-26 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 12:28 Fiche Arrest nr 257.413 van 22 september 2023 Vreemdelingen - Visa's Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 257.413 van 22 september 2023 in de zaak 240.048/VII-42.199 In zake: BVBA KAYA M&Z bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Malu Mutombo kantoor houdend te 3500 Hasselt Koningin Astridlaan 46 bij wie keuze van woonplaats wordt gedaan tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Devloo kantoor houdend te 8500 Kortrijk Koning Albertstraat 24/1 bij wie keuze van woonplaats wordt gedaan -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 18 september 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de Vlaamse minister van Werk, Economie Innovatie en Sport van 26 juli 2023 waarbij de aanvraag tot toelating tot arbeid voor N.T. wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 september 2023, om 14 uur. VII-42.199 -1/4 Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Malu Mutombo, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Judith Swerts, die loco advocaat Rik Devloo verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. De verzoekende partij dient op 25 april 2023 bij de dienst Economische Migratie van de verwerende partij een aanvraag in tot toelating tot arbeid voor bepaalde duur met gecombineerde vergunning, namelijk voor N.T., van Turkse nationaliteit. Met een beslissing van 26 juli 2023 verwerpt de dienst Economische Migratie van de verwerende partij de aanvraag op grond van artikel 12 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 ‘houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers’ (hierna: besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018). Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering - exceptie
  5. De verwerende partij werpt als exceptie van niet-ontvankelijkheid onder meer op dat de verzoekende partij het georganiseerd administratief beroep, voorzien in de artikelen 9 en 10 van de wet van 30 april 1999 ‘betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers’ (hierna: wet van VII-42.199 -2/4 30 april 1999) en voor het Vlaamse gewest uitgevoerd door artikel 74 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018, niet heeft uitgeput alvorens zich tot de Raad van State te richten.
  6. De verzoekende partij zelf wenst blijkens de bewoordingen van het inleidend verzoekschrift “koste wat kost” gebruik te maken van de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid omdat “het rechtstreeks beroep instellen tegen de bestreden beslissing […] een groot tijdsbestek in beslag [kan] nemen, hetgeen nefast zou zijn voor verzoeker en zijn werkgever”. Ter terechtzitting licht zij toe dat zij de vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft ingesteld omdat in de regelgeving geen maximumtermijn is voorzien voor de behandeling van het administratief beroep.
  7. De artikelen 9 en 10 van de wet van 30 april 1999 voorzien de mogelijkheid van een administratief beroep tegen de weigering van een toelating tot arbeid. Deze bepalingen zijn voor het Vlaamse gewest uitgevoerd door artikel 74 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december
  8. Er wordt voorzien in een binnen de maand na de betekening van de weigeringsbeslissing in te stellen beroep bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid. Dit beroep is door een reglementaire bepaling georganiseerd en brengt voor de overheid de verplichting mee om er gevolg aan te geven. Het georganiseerd administratief beroep garandeert de burger dat de beslissing die hem niet voldoet, door een andere overheid wordt onderzocht en dat er een nieuwe beslissing op volgt. Omdat het georganiseerd beroep de burger in de gelegenheid stelt reeds op het administratieve niveau genoegdoening te krijgen, geldt het regelmatig uitputten van het administratief beroep als een ontvankelijkheids- voorwaarde voor het indienen van een annulatieberoep bij de Raad van State. Nu de verzoekende partij heeft nagelaten het voormelde georganiseerd administratief beroep in te stellen, kan zij niet op ontvankelijke wijze een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State instellen. In die VII-42.199 -3/4 omstandigheden kan zij evenmin op ontvankelijke wijze een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die slechts een accessorium vormt van een beroep tot nietigverklaring, instellen bij de Raad van State. De omstandigheid dat in de regelgeving geen maximumtermijn is voorzien voor de behandeling van het in de wet van 30 april 1999 bedoelde beroep, verandert niets aan het voorgaande.
  9. Bijgevolg dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.199 -4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.413 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.