id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.431 Rolnummer: A. 240041/X-18470 Zaak: Arrest 257431 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-26 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-06-10 12:34 Fiche Arrest nr 257.431 van 25 september 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 257.431 van 25 september 2023 in de zaak A. 240.041/X-18.470 In zake :
- de VZW VLAAMSE VERENIGING VOOR WATERSPORT TAXANDRIA
- Ferdinand MANGELSCHOTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf Van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 tegen : de STAD TURNHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Glenn Declercq kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 september 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout van 24 augustus 2023, waarbij de exploitatievergunning voor de Kantine Boot, op 29 maart 2018 door de burgemeester verleend aan Jos Berden, Ferdinand Mangelschots, Joannes Van Laer, Maria Drijkoningen en Josephus Smets, ingetrokken wordt”. X-18.470-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 september 2023, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Claes, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Glenn Declercq, die in eigen naam en loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Pierrot T’Kindt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Eerste verzoekster dient op 2 februari 2017 overeenkomstig het Uniform Gemeentelijk Politiereglement (hierna: UGP) van de stad Turnhout een aanvraag in voor het verkrijgen van een exploitatievergunning voor de horecazaak de Kantine Boot, in de jachthaven te 2300 Turnhout, Nieuwe Kaai 30, bus
- Bij besluit van 29 maart 2018, artikel 1, verleent de burgemeester van de stad Turnhout een exploitatievergunning aan Jos Berden, Ferdinand Mangelschots, Joannes Van Laer, Maria Drijkoningen en Josephus Smets. Luidens artikel 2 dient de aanvrager, de vzw VVW Taxandria, de X-18.470-2/9 verplichtingen opgenomen in de vergunning strikt na te leven. In de vergunning wordt onder meer vermeld dat de exploitatievergunning van rechtswege vervalt “in geval van wijziging van de organen van de rechtspersoon”. 3.
- Bij beslissing van de algemene vergadering van eerste verzoekster, wordt haar raad van bestuur op 19 november 2021 uitgebreid met vijf nieuwe bestuurders. Dit wordt op 24 januari 2022 bekendgemaakt op de griffie van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, en op 1 februari 2022 in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. 3.
- Met een brief van 16 februari 2023 deelt de burgemeester aan eerste verzoekster mee dat is vastgesteld dat zij niet over een exploitatievergunning beschikt en dat zij zich dringend in regel moet stellen. Wordt niet binnen veertien dagen een dossier ingediend, dan kan de burgemeester de inrichting sluiten. Eerste verzoekster antwoordt op 25 februari 2023: “Daar onze eerder exploitatie vergunning niet verlengd is, zijn wij overgegaan naar een structuur van een clublokaal enkel toegankelijk voor leden met een lidkaart. Ons is medegedeeld dat hiervoor geen exploitatie vergunning nodig is. Indien dit toch zo is, gelieven ons hiervoor de regelgeving door te sturen Ter info: Clubschip is ook onze vergaderruimte en omvat ook ons bureelruimte met uitrusting.” 3.
- Bij arrest nr. 257.089 van 10 juli 2023 schorst, op vraag van eerste verzoekster, de Raad van State bij uiterst dringende noodzakelijkheid de beslissing van de nv Vlaamse Waterweg tot intrekking van de domeinvergunning aan verzoekster voor de inname van wateroppervlakte in de jachthaven voor het afmeren van pleziervaartuigen. In het arrest zegt de Raad in de vergunning van 29 maart 2018 voor het exploiteren van de horecazaak de Kantine Boot te lezen dat ze niet is verleend aan een rechtspersoon, maar aan vijf natuurlijke personen, en wordt overwogen dat het “geen uitgemaakte zaak” lijkt dat deze exploitatievergunning vervallen zou zijn door een wijziging van de organen van de rechtspersoon. X-18.470-3/9 3.
- Op 24 augustus 2023 besluit het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout kennis te nemen van het verval van rechtswege van de exploitatievergunning voor de Kantine Boot wegens wijziging van de organen van de rechtspersoon en gaat het, voor zover als nodig ten behoeve van de rechtszekerheid, over tot de intrekking van de exploitatievergunning. Gemotiveerd wordt: “Uit het arrest van de Raad van State dd. 10 juli 2023 (nr. 257.089) volgt dat de precieze draagwijdte van de exploitatievergunning onduidelijk is. Aangezien het aanvraagdossier tot bekomen van een exploitatievergunning nochtans werd ingediend door de vzw VVW Taxandria, met opsomming van de toenmalige bestuurders, werden ook deze bestuurders opgenomen in het besluit voor de exploitatievergunning. Desalniettemin gebeurt de exploitatie in naam van en voor rekening van de vzw VVW Taxandria, waardoor deze wel degelijk valt onder de bepalingen van het verval van rechtswege met betrekking tot de verandering in de organen van de rechtspersoon. Een andersluidend standpunt werd door de vzw VVW Taxandria niet opgeworpen in haar schrijven van 25 februari
- Alhoewel het verval van rechtswege gebeurt zodra de voorwaarden van het UGP voor verval vervuld zijn, beslist het college van burgemeester en schepenen om de van rechtswege vervallen vergunning in te trekken voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer. De intrekking wordt gemotiveerd door het verval van rechtswege van de vergunning sinds 24 januari 2022 en het zich niet in regel stellen met de regelgeving sindsdien, o.a. door het blijven exploiteren van de horecazaak die bovendien meermaals aanleiding ga[f] tot klachten bij buurtbewoners.” IV. Onderzoek van de vordering
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is voor een schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid onder andere vereist dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. Meer bepaald strekt een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ertoe te voorkomen dat de verzoekende partij ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel riskeert dat te ernstig is om te X-18.470-4/9 moeten worden ondergaan in afwachting van een uitspraak ten gronde of zelfs maar van een uitspraak over een vordering tot schorsing volgens de gewone procedure.
- Wat dat nadeel betreft waartegen verzoekers bij uiterst dringende noodzakelijkheid moeten worden beschermd, voeren zij, samengevat, aan dat de bestreden beslissing onherroepelijke schadelijke gevolgen meebrengt door hen plotskaps te confronteren met de totale stopzetting van het clubschip van de vzw VVW Taxandria.
- Volgens de verwerende partij is de vordering onontvankelijk. Onder andere doet zij gelden dat de bestreden beslissing enkel en alleen de inhoud van het UGP bevestigt en “meer specifiek dat in de specifieke situatie van eerste verzoekende partij er een van rechtswege ingetreden verval van exploitatievergunning heeft plaatsgevonden”. Immers vervalt volgens het UGP de exploitatievergunning van rechtswege in geval van wijziging van de organen van de rechtspersoon.
- Mocht er reden zijn om die zienswijze bij te vallen, dan brengt dit mee dat verzoekers zonder belang zijn bij de gevorderde schorsing. Ze kan verzoekers in dat geval niet behoeden voor het nadeel waarop zij zich ter staving van de uiterst dringende noodzakelijkheid beroepen. Het nadeel spruit dan reeds voort uit het UGP. Verzoekers, evenwel, betwisten het verval. Volgens hen – in een eerste middel – volgt uit de bepalingen van het UGP niét dat de exploitatievergunning vervallen is. De vergunning van 29 maart 2018 werd niet aan een rechtspersoon verleend, maar aan vijf natuurlijke personen. Mochten de bepalingen van het UGP toch in die zin geïnterpreteerd moeten worden dat een exploitatievergunning voor natuurlijke personen vervallen is door een wijziging in de organen van een rechtspersoon, dienen – aldus een derde middel – de betrokken artikelen buiten toepassing te worden gelaten als “te vaag en te rechtsonzeker”, kortom als onwettig. X-18.470-5/9
- Volgens artikel 2 van hoofdstuk XVII ‘Horecazaken’ van afdeling VI ‘Openbare rust en orde’ van het UGP moet de exploitant van een horecazaak in het bezit zijn van een exploitatievergunning. Onder ‘exploitant” dient luidens artikel 1 van het hoofdstuk de persoon te worden verstaan “voor wiens rekening en risico de horecazaak wordt uitgebaat”. Nog volgens dat artikel is een horecazaak de drankgelegenheid of het restaurant, “ingericht om te worden gebruikt als ruimte waarin gewoonlijk dranken en/of maaltijden van welke aard ook worden verstrekt voor gebruik ter plaatse”. Daartoe, zo wordt verduidelijkt, behoren eveneens club-vzw’s die voor het publiek toegankelijk zijn, ook al wordt het publiek er slechts onder voorwaarden (zoals op vertoon van een lidkaart) toegelaten. Artikel 10.2 van het voornoemde hoofdstuk somt verschillende gevallen op waarin de exploitatievergunning van rechtswege vervalt. De wijziging van de organen van de rechtspersoon is er één van.
- Over wie degene is “voor wiens rekening en risico” de Kantine Boot wordt uitgebaat, laten verzoekers zelf maar weinig twijfel: de Kantine Boot is “het clubschip van Taxandria”; de bestreden beslissing “raakt Taxandria in het hart van haar werking, namelijk de uitbating van haar clubschip”; door de beslissing “komen de ganse werking van vzw Taxandria, haar inkomsten en haar hele sociale netwerk in direct gevaar”; de beslissing “rukt de grond onder de voeten van vzw Taxandria weg. Haar inkomsten vallen weg”.
- Naar voorts blijkt, is het effectief de vzw VVW Taxandria die op 2 februari 2017 de exploitatievergunning heeft aangevraagd die door de bestreden beslissing wordt ingetrokken. Dat stelt de burgemeester in zijn beslissing van 29 maart 2018 over de aanvraag ook uitdrukkelijk vast, al verleent hij in artikel 1 van het dispositief van de beslissing de exploitatievergunning aan de vijf personen die volgens de aanvraag de leden van de vzw zijn en die hij daarom aanziet als de personen “die deelnemen aan de exploitatie”. Tegelijk X-18.470-6/9 draagt hij in artikel 2 van de exploitatievergunning aan “[d]e aanvrager VVW Taxandria vzw” op “de verplichtingen opgenomen in deze vergunning strikt na te leven”.
- Uit een en ander leidt de Raad van State hic et nunc voorshands af dat de exploitatievergunning van 29 maart 2018 wezenlijk de vergunning behelst voor de exploitatie van de Kantine Boot door, welbepaald, de vzw VVW Taxandria en dat de vijf personen die de formele begunstigden van de vergunning zijn slechts voor rekening en risico van de vzw aan die exploitatie deelnemen.
- Dat dit zou ingaan tegen de voorlopige vaststellingen in het arrest nr. 257.089 van 10 juli 2023, zoals verzoekers menen, is onjuist. In dat arrest beperkt de Raad van State er zich toe om, in het kader van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegen een beslissing van de nv De Vlaamse Waterweg tot intrekking van een domeinvergunning aan eerste verzoekster, vast te stellen dat in de exploitatievergunning van 29 maart 2018 voor de uitbating van de Kantine Boot (letterlijk) te lezen staat dat ze aan vijf natuurlijke personen is verleend en dat het “in de huidige stand van de procedure” “geen uitgemaakte zaak” lijkt dat die vergunning aan vijf natuurlijke personen vervallen zou zijn door een wijziging van de organen van de rechtspersoon.
- Gelet op het gestelde sub 11, op het voormelde artikel 10.2 van afdeling VI, hoofdstuk XVII van het UGP en op de uitbreiding op 19 november 2021 van de raad van bestuur van de vzw VVW Taxandria, moet op het eerste gezicht wordt vastgesteld dat de exploitatievergunning van 29 maart 2018 sindsdien vervallen is.
- Het betoog van verzoekers dat het UGP onwettig is in zoverre het ertoe leidt “dat een vergunning voor natuurlijk[e] personen als vervallen zou kunnen beschouwd worden door een wijziging in de organen van een rechtspersoon”, lijkt te dezen niet ter zake te doen. Zoals gezien, lijkt de exploitant die de exploitatievergunning van 29 maart 2018 wezenlijk beoogt, een X-18.470-7/9 rechtspersoon, namelijk eerste verzoekster, en is er hier in de grond geen vergunning voor natuurlijke personen aan de orde.
- Uit het voorgaande concludeert de Raad van State dat de gevorderde schorsing van de bestreden beslissing in voorkomend geval niets zou afdoen aan het reeds van rechtswege ingetreden verval van de exploitatievergunning van 29 maart 2018 en aan de eruit volgende onmogelijkheid om de Kantine Boot nog voort uit te baten. De gevorderde schorsing vermag verzoekers dan ook geen baat bij te brengen. Zij zijn zonder belang erbij. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Verzoekers worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, op een bijdrage van 24 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten behoeve van de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig september tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter X-18.470-8/9 Silvan De Clercq Johan Lust X-18.470-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.431 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div