← België

Arrest 257505 - Varia (justitie) - 03/10/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.505 Rolnummer: A. 231035/IX-10152 Zaak: Arrest 257505 - Varia (justitie) - 03/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-11 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-06-16 12:18 Fiche Arrest nr 257.505 van 3 oktober 2023 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.505 van 3 oktober 2023 in de zaak A. 231.035/IX-10.152 In zake : Yvan VANHAEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Van Damme kantoor houdend te 9070 Destelbergen Zenderstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Dervaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 juni 2020, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van de minister van Justitie van 8 mei 2020 waarbij het recht van Yvan Vanhaeren tot het voorhanden hebben van vuurwapens wordt ingetrokken, alle registraties op model 9 worden geschrapt en zijn Europese vuurwapenpas wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-10.152-1/11 Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft een verzoekschrift ingediend dat strekt tot de toepassing van artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De verzoekende partij heeft schriftelijke opmerkingen doen gelden. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift ingediend dat strekt tot de toepassing van artikel 36, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een aanvullend verslag opgesteld, op grond van artikel 93, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september
  5. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joost Van Damme, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft advies gegeven. IX-10.152-2/11 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Verzoeker bezit verschillende vuurwapens, geregistreerd onder model
  8. 3.
  9. Op 21 januari 2019 wordt een proces-verbaal ten laste van verzoeker opgesteld wegens illegaal bezit van een vergunningsplichtig wapen. In dat proces-verbaal is te lezen: “Ter kenniskoming feit: Op 21/01/2019 om 14.13 uur krijgen wij radiofonisch de vraag van Ciwes om ons te begeven naar de Gistelsesteenweg aan de buitengrens van Oostende. Hier hebben de leden van het agentschap natuur en bos een jager betrapt, [die] in het bezit was van een verboden wapen, namelijk een geweer .22 met een geluidsdemper op. Wij begeven ons ter plaatse en worden te woord gestaan door natuurinspecteur […]. Hij stelt ons in kennis dat zij verschillende verboden jaagtuigen hebben aangetroffen en dat Vanhaeren Yvan kwam aangewandeld toen zij hun controle aan het voeren waren. Bij interpellatie van Vanhaeren bleek dat hij in een schuurtje een geweer .22 [staan] had met daarop een geluidsdemper. Wij gaan over tot identificatie van verdachte en controle in het Centraal Wapenregister. Hieruit blijkt dat hij 5 vuurwapens op zijn naam heeft staan. Het aangetroffen vuurwapen staat volgens onze eerste bevindingen niet geregistreerd in het wapenregister. Huiszoeking binnen de heterdaadprocedure: Gezien onze vaststellingen gaan wij over tot uitvoering van een huiszoeking binnen de heterdaadprocedure in de woning van verdachte. Deze heeft ondertussen aangegeven dat zijn andere vuurwapens thuis liggen. De woning is gelegen in een woonwijk op het adres […]. Aanvang huiszoeking op 21/01/2019 om 15.00 uur, einde om 15.57 uur. Resultaat: positief. Huiszoeking uitgevoerd door opsteller, bijgestaan door inspecteur […], natuurinspecteur […] en natuurinspecteur […]. Tijdens de huiszoeking worden nog eens 8 vuurwapens aangetroffen en een hele resem munitie. 5 vuurwapens staan op de eerste verdieping in een niet afgesloten kast, met daarbij een riem hagelmunitie. 2 vuurwapens worden aangetroffen achter een niet afgesloten kast die IX-10.152-3/11 uitgeeft op een verborgen zolder. Bij deze wapens ligt ook munitie van verschillende kalibers. In de slaapkamer treffen wij in een niet afgesloten kast een grote hoeveelheid munitie van verschillende types en kalibers aan. Alle wapens zijn functioneel en dus niet onklaar gemaakt. Er worden geen externe sloten aangetroffen die de wapens beveiligen. 1 vuurwapen, geladen met een kogel, wordt aangetroffen in het tuinhuis. Er zijn geen beveiligingen inzake de bewaring van het wapen. Later zal blijken dat dit om een Mignon gaat. Er wordt in een lade in de kast waar de munitie wordt bewaard een aparte geluidsdemper aangetroffen. Gezien onze vaststellingen worden al deze wapens meegenomen voor verder onderzoek. De dienst wapens van de PZ Oostende zal instaan voor de verdere beschrijving van de wapens. Wij verwijzen hierbij naar navolgend proces-verbaal 1697/19 inzake de inventaris, inbeslagnames en verhoor van verdachte.” 3.
  10. Op 13 februari 2019 vraagt de dienst Wapenvergunningen aan de procureur des Konings van West-Vlaanderen, afdeling Brugge, een gemotiveerd advies over de intrekking van verzoekers recht om vuurwapens voorhanden te houden. 3.
  11. Met verwijzing naar het proces-verbaal van 21 januari 2019 adviseert de procureur des Konings om over te gaan tot de intrekking van het recht om vuurwapens voorhanden te houden. 3.
  12. Op 3 april 2019 beslist de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen om verzoeker het recht te ontzeggen om de wapens die hij voorhanden had onder model 9 nog te bezitten, de registraties op model 9 te schrappen en zijn Europese vuurwapenpas in te trekken. 3.
  13. Verzoeker stelt tegen die beslissing op 8 mei 2019 een administratief beroep in bij de minister van Justitie. 3.
  14. De lokale politie deelt op 3 juni 2019 mee geen advies te kunnen verstrekken wegens gebrek aan inzicht in de feiten vastgesteld op 21 januari
  15. IX-10.152-4/11 3.
  16. Op 17 juni 2019 adviseert de procureur des Konings, met verwijzing naar het voornoemde proces-verbaal van 21 januari 2019, tot de intrekking van het recht om vuurwapens voorhanden te houden. 3.
  17. Op 8 mei 2020 verwerpt de minister van Justitie het beroep. Dat is de bestreden beslissing, waarvan de motivering luidt: “Artikel 11, §1 van de wapenwet voorziet in een principiële vereiste van een vergunning voor het voorhanden hebben van alle vuurwapens en/of daarbij horende munitie uitgereikt door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aanvrager. Op basis van artikel 11, §1, tweede lid en artikel 13, eerste lid van de wapenwet kan de gouverneur – indien blijkt dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren – respectievelijk de vergunning of het recht om het wapen voorhanden te hebben bij een met reden omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken, na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings van het arrondissement waar men zijn verblijfplaats heeft en volgens een procedure bepaald door de Koning. Of er al dan niet gevaar dreigt voor de openbare orde en veiligheid moet worden aangetoond aan de hand van concrete elementen. Bovendien moet rekening gehouden worden met het principe van de proportionaliteit; zo moeten de aangehaalde elementen voldoende ernstig zijn om een beperking, schorsing, intrekking of weigering van een vergunning te rechtvaardigen. Uit uw dossier blijkt dat er zich inzake uw algemene moraliteit en persoonlijkheid problemen hebben voorgedaan die mogelijks een gevaar kunnen inhouden voor de openbare orde en veiligheid. Concreet maakte u het voorwerp uit van een dossier (BG.36.L6.001096/2019) inzake inbreuken op de wapenwet. Meer bepaald werd u op 21 januari 2019 door leden van het Agentschap Natuur en Bos betrapt op het illegaal bezit van een verboden vuurwapen, zijnde een geweer .22 met een geluidsdemper op. Uit controle van het Centraal Wapenregister bleek dat u 5 vuurwapens op uw naam heeft staan. Het aangetroffen vuurwapen stond volgens de eerste bevindingen echter niet geregistreerd. U had ondertussen aangegeven dat uw andere vuurwapens thuis lagen. Gezien deze vaststellingen werd een huiszoeking in uw woning uitgevoerd binnen de heterdaadprocedure. Tijdens deze huiszoeking werden nog eens 8 vuurwapens aangetroffen, evenals een hele resem munitie. Vijf vuurwapens stonden op de eerste verdieping in een niet-afgesloten kast, met daarbij een riem met hagelmunitie. Twee vuurwapens werden aangetroffen achter een niet-afgesloten kast die uitgeeft op een verborgen zolder. Bij deze wapens lag ook munitie van verschillende kalibers. In de slaapkamer werd in een niet-afgesloten kast een grote hoeveelheid munitie van verschillende types en kalibers aangetroffen. Alle wapens waren functioneel en dus niet onklaar gemaakt. Er werden geen externe sloten aangetroffen ter beveiliging van de wapens. Eén vuurwapen, geladen met een kogel, werd onbeveiligd aangetroffen in het tuinhuis. Verder werd in de lade van de kast waar de munitie werd bewaard een aparte IX-10.152-5/11 geluidsdemper aangetroffen. Alle aangetroffen wapens en munitie werden door de politiediensten gerechtelijk in beslag genomen. Rekening houdend met voorgaande elementen bevestigde de procureur des Konings zijn ongunstig advies tijdens de beroepsprocedure. De procureur adviseerde op basis van voornoemd proces-verbaal om over te gaan tot intrekking. Bij navraag door de federale wapendienst naar het gevolg dat aan het proces-verbaal BG.36.L6.001096/2019 werd gegeven, liet het parket d.d. 13 november 2019 weten dat het opsporingsonderzoek nog lopende is. Daarnaast voegde de lokale politie een uittreksel uit uw strafregister met vermelding van één veroordeling door de politierechtbank te Brugge d.d. 5 september 2018 wegens: - politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg: voorzienbare hindernis: geldboete van 20 euro (x 8 = 160 euro); - vluchtmisdrijf bestuurder zonder gekwetsten: geldboete van 200 euro (x8 = [1600] euro) met uitstel voor 3 jaren voor 100 euro (x 8 = 800 euro), en verlies tot sturen van 15 dagen. Bij het nemen van haar beslissing dient elke bestuurlijke overheid zich te houden aan de beginselen van behoorlijk bestuur, zo ook het redelijkheidsbeginsel. Dit betekent dat er geen kennelijke wanverhouding mag bestaan tussen de motieven en de beslissing welke op grond ervan is genomen. Een beslissing waartoe geen redelijk denkend mens bij een afweging van de betrokken belangen had kunnen geraken, doet immers vermoeden dat de vereiste belangenafweging niet heeft plaatsgehad. In casu zijn de af te wegen belangen de openbare orde en veiligheid (zowel voor uzelf als voor uw omgeving) enerzijds, en de vrijheid om uw hobby als jager te kunnen uitoefenen anderzijds. Meer bepaald moet overwogen worden of wapenbezit in uwen hoofde de openbare orde zou kunnen verstoren. In uw verweer stelde uw advocaat dat de premisse van onberispelijk gedrag feitelijke grondslag mist gezien u gedurende 35 jaar noch de wapenwet, noch haar uitvoeringsbesluiten of omzendbrieven heeft geschonden en geen incidenten of ongelukken heeft veroorzaakt. Bovendien heeft u geen bedreiging gevormd voor de openbare orde. De intrekking van het recht wapens te houden is volgens uw advocaat kennelijk onredelijk nu zonder meer beslist wordt tot een intrekking, niettegenstaande nergens uit de bestreden beslissing blijkt waarom u het recht ontzegd wordt de wapens waarvoor u wél over de vereiste vergunningen beschikte, te bezitten terwijl zulks kon worden beperkt tot de ‘verboden wapens’. In het besluit wordt nauwelijks rekening gehouden met uw persoonlijkheid en blanco strafregister, noch met de beweegredenen waarom bij u niet-vergunde vuurwapens (van uw vader, niet gebruikt) en een geluidsdemper werden aangetroffen (in Engeland is het gebruik van een geluidsdemper tijdens de jacht verplicht – de wet regelt dit juridisch vacuüm niet). U heeft meteen uw volledige medewerking verleend aan het onderzoek en de huiszoeking. Geen enkel wapen werd teruggevonden in het woongedeelte, alle wapens werden gestockeerd op zolder of in de schuur. Dit bevestigt volgens uw advocaat dat u deze wapens niet hanteert of draagt. Van voormelde onvergunde wapens werd door u vrijwillig afstand gedaan. Verder stelde uw advocaat dat de bestreden beslissing geen enkel concreet IX-10.152-6/11 element vermeldt waaruit blijkt dat de openbare orde kan worden verstoord door uw wapenbezit. Op basis van het gunstige moraliteitsonderzoek dient daarentegen te worden besloten dat u over een stabiele persoonlijkheid beschikt. Gelet op het niet-gemotiveerde advies van de procureur des Konings en mede gelet op het gunstige moraliteitsonderzoek, moet uw beroep gegrond […] worden verklaard en de bestreden beslissing worden vernietigd. De finaliteit van de wapenwet is niet om te bestraffen, doch wel om preventief op te treden teneinde misbruik van of ongelukken met vuurwapens te voorkomen. Indien er derhalve indicaties voorhanden zijn die wijzen op een potentieel gevaar voor de openbare orde, dan dienen deze afgewogen te worden ten aanzien van de individuele belangen van de wapenbezitter. De wapenwet heeft immers een principieel verbod ingesteld op alle vuurwapens, met uitzondering van een gemotiveerde vergunning. De wapenvergunning (of de toelating tot het voorhanden hebben van vuurwapens) is dus de uitzondering. De wapenwet laat de overheid toe om preventieve maatregelen te nemen om problemen ten aanzien van de openbare orde te vermijden (cf. rechtspraak van de Raad van State, o.m. arrest R.v.St. nr. 216.296 van 17 november 2011, arrest R.v.St. nr. 218.251 van 1 maart 2012; arrest R.v.St. nr. 218.710 van 29 maart 2012). Opdat een vergunning of het recht tot het voorhanden hebben van een vuurwapen kan worden ingetrokken, is het niet vereist dat de openbare orde daadwerkelijk wordt verstoord. Het bestaan van feiten en gedragingen die doen vrezen dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren en die genoegzaam vaststaan, is voldoende (cf. rechtspraak van de Raad van State, o.m. arrest R.v.St. nr. 213.889 van 16 juni 2011; arrest R.v.St. nr. 218.251 van 1 maart 2012; arrest R.v.St. nr. 218.252 van 1 maart 2012). Vanuit dit uitgangspunt van preventie dient wapenbezit dan ook alleen te worden toegestaan aan personen die geen tegenindicatie vertonen. Uit onderzoek van het dossier blijkt dat u in 2018 veroordeeld werd wegens een verkeersinbreuk en als verdachte weerhouden wordt voor inbreuken op de wapenwet in
  18. Zoals reeds gesteld betreft dit laatste een proces-verbaal inzake illegaal bezit van een vergunningsplichtig vuurwapen. Meer bepaald werd u betrapt op het gebruik van een vuurwapen met een geluidsdemper en werden in uw woning meerdere wapens aangetroffen waarvoor u geen vergunning had. Bovendien werden de wapens en munitie niet bewaard volgens de vereiste veiligheidsvoorschriften en werd er een wapen geladen met kogel in uw tuinhuis aangetroffen. Hieruit volgt dat u inbreuken pleegde op de wapenwet. Of deze wapens al dan niet eigendom zijn van uw vader doet hieraan geen afbreuk, vuurwapens dienen immers te worden bewaard in de verblijfplaats van de houder ervan en die houder moet over de nodige vergunningen beschikken (zie supra art. 11 van de wapenwet en het KB van 24 april 2009 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie). Daarbij komt dat u zich beroept op het uitzonderingsregime voor jagers in artikel 12, eerste lid, 1° van de wapenwet dat stelt dat houders van een IX-10.152-7/11 jachtverlof vrijgesteld zijn van de algemene vergunningsplicht op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en hun geschiktheid op praktisch en medisch vlak om veilig een vuurwapen te hanteren zonder gevaar voor henzelf of voor anderen vooraf zijn nagegaan. Het administratief onderzoek, de adviezen van de lokale politie en het openbaar ministerie, in het bijzonder voormeld strafdossier, tonen aan dat er ernstige indicaties zijn dat wapenbezit in uw hoofde de openbare orde en veiligheid in het gedrang kan brengen. Niettegenstaande het opsporingsonderzoek nog lopende is, mag bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van een mogelijke verstoring van de openbare orde, rekening worden gehouden met feiten die niet tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid. Bij de uitoefening van haar discretionaire beoordelingsbevoegdheid kan de Minister van Justitie de door de politie vastgestelde feiten in aanmerking nemen en bewezen achten (cf. R.v.St, arrest […] d.d. 21/01/2015, nr. 229.890). Het illegale bezit van vergunningsplichtige vuurwapens en van een verboden wapen (geluidsdemper), het niet naleven van het KB van 24 april 2009 (tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie), en het aantreffen van een wapen geladen met kogel in uw tuinhuis hebben de gouverneur terecht doen twijfelen aan uw betrouwbaarheid als wapenbezitter. Doordat u de wapenwetgeving niet naleeft, vormt u een onaanvaardbaar risico voor de openbare orde en veiligheid. De wapenwetgeving is er op gericht om misbruik van of ongelukken met wapens te voorkomen. Uit bovenstaande elementen blijkt dat uw geschiktheid op moreel en praktisch vlak om vuurwapens te bezitten op heden onvoldoende kan worden aangetoond. In iemand die de wapenwetgeving niet respecteert kan bezwaarlijk het vertrouwen gesteld worden om het bezit van vergunningsplichtige vuurwapens toe te staan. Op grond van al deze elementen is het niet onredelijk om te besluiten dat een preventieve maatregel inzake uw wapenbezit aangewezen is ter vrijwaring van de openbare orde en veiligheid. De overheid kan u heden geen vuurwapens toevertrouwen omdat ze in u niet het vertrouwen kan stellen dat moet kunnen worden gesteld in een wapenbezitter. Het uitoefenen van een hobby kan niet opwegen tegen de bescherming van de maatschappij. Het algemeen belang van de openbare orde is in zulk geval groter dan het individueel belang. De gouverneur van West-Vlaanderen besliste dan ook terecht tot intrekking van uw recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens en uw Europese vuurwapenpas, alsmede tot schrapping van alle registraties op model
  19. Beslissing: Op basis van voornoemde elementen wordt uw recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens ingetrokken ter vrijwaring van de openbare orde en veiligheid, zodat het u niet toegestaan is om vuurwapens voorhanden te hebben. Uw beroep tegen de beslissing d.d. 3 april 2019 van de provinciegouverneur van West-Vlaanderen (referentie: 2005N125751) houdende: IX-10.152-8/11 - de intrekking van uw recht tot het voorhanden houden van vuurwapens en de schrapping van alle registraties op model 9, in het bijzonder voor wat betreft de hierna vermelde vuurwapens: • een lang wapen met getrokken loop, merk Voere, kaliber 22 LR, serienummer 828792; • een lang wapen met gladde loop, merk Pieper Bayard, kaliber 12, serienummer 704; • een lang wapen met getrokken loop, merk Sauer, kaliber 7mm rem mag, serienummer N21722; • een lang wapen met getrokken loop, merk brno, kaliber 243 Winchester, serienummer 24796; • een lang wapen met gladde loop, merk Chapuis, kaliber 12, serienummer 50096; - de intrekking van uw Europese vuurwapenpas met nummer 20/03/14/301406, geldig tot 20/11/2019, wordt verworpen.” 3.
  20. Op 23 september 2022 beslist het openbaar ministerie om het dossier lastens verzoeker zonder gevolg te klasseren wegens regularisatie van de toestand omdat hij afstand heeft gedaan van alle wapens en munitie in zijn bezit. IV. Toepassing kortedebattenprocedure A. Ontvankelijkheid
  21. Het beroep is gericht tegen de beslissing van de minister van Justitie waarbij verzoekers recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens wordt ingetrokken, alle registraties op model 9 worden geschrapt, in het bijzonder voor wat betreft de in de beslissing opgesomde vuurwapens, en zijn Europese vuurwapenpas wordt ingetrokken.
  22. Door afstand te doen van alle wapens en munitie in zijn bezit kan verzoeker met het beroep bij de Raad van State niet langer verkrijgen dat hij die wapens en munitie opnieuw in zijn bezit kan krijgen. Wat die wapens en munitie betreft, heeft verzoeker zijn belang bij het beroep verloren. IX-10.152-9/11 Omwille van het feit dat de opgesomde vuurwapens ook op de Europese vuurwapenpas moeten worden vermeld, heeft hij evenmin nog een belang bij het beroep voor zover dat betrekking heeft op die vuurwapenpas.
  23. Het voorliggende beroep is bijgevolg slechts ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de beslissing van de minister van Justitie waarbij verzoekers recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens wordt ingetrokken.
  24. Deze exceptie, die al ambtshalve is opgeworpen in het auditoraatsverslag, is gegrond – wat met een kort debat kan worden vastgesteld. B. Gegrondheid
  25. Het auditoraat heeft het eerste middel onderzocht en gegrond bevonden in zoverre de schending van de materiëlemotiveringsplicht wordt aangevoerd. Het auditoraat is van oordeel dat de omstandigheid dat het openbaar ministerie het proces-verbaal van 21 januari 2019 zonder gevolg heeft geklasseerd, impliceert dat er niet zomaar van mag worden uitgegaan dat de feiten die erin zijn beschreven daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Omdat verzoeker het vermeende wederrechtelijke bezit van vuurwapens zoals omschreven in het proces-verbaal zou hebben tegengesproken, besluit het auditoraat dat een dragend motief van de bestreden beslissing wankelt.
  26. Het komt de Raad van State voor dat het uitgangspunt van het auditoraat aan het normale debat van woord en wederwoord moet worden onderworpen en dat over het eerste middel geen uitspraak kan worden gedaan volgens de kortedebattenprocedure. Zo lijkt onderzocht te moeten worden of verzoekers verweer tegen de vaststellingen uit het proces-verbaal van 21 januari 2019 inderdaad van die aard is dat de verwerende partij er niet mocht van uitgaan dat de feiten waarop de bestreden beslissing steunt, zich hebben voorgedaan. IX-10.152-10/11
  27. De zaak is aldus nog niet in zoverre gereed dat de beslechting van het geschil kan worden afgedaan met een kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Regent van 23 augustus
  28. BESLISSING
  29. De Raad van State verwerpt het beroep voor zover het gericht is tegen de beslissing van de minister van Justitie van 8 mei 2020 waarbij ten aanzien van Yvan Vanhaeren alle registraties op model 9 worden geschrapt en zijn Europese vuurwapenpas wordt ingetrokken.
  30. De Raad van State heropent het debat voor het overige.
  31. De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drie oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.152-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.505 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.393 ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.559 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.