id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.563 Rolnummer: A. 232848/X-17890 Zaak: Arrest 257563 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 06/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-13 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-10 13:26 Fiche Arrest nr 257.563 van 6 oktober 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 257.563 van 6 oktober 2023 in de zaak A. 232.848/X-17.890 In zake : Ildiko FINTOR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Thys kantoor houdend te 2500 Lier Donk 37 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD LIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 februari 2021, strekt tot de toekenning van een schadevergoeding tot herstel “van € 7.500,00, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf heden”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 255.688 van 3 februari 2023 vernietigt de Raad van State het besluit van de burgemeester van de stad Lier van 19 november 2020 waarbij wordt beslist om op het perceel gelegen te Lier, sectie B, nr. 190/z, aan de noordelijke en oostelijke zijde van het perceel een vrije doorgang op te leggen van 4 meter en aan het kruispunt aan de westelijke zijde een vrije draaicirkel op te leggen van 11 meter binnenstraal en 15 meter buitenstraal, en wordt het debat heropend voor het onderzoek van het verzoek tot schadevergoeding tot herstel. X-17.890-1/8 Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een aanvullende laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een aanvullende laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 september
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Thys, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is eigenaar van een perceel gelegen Heidebloem, zonder nummer, te Lier, kadastraal gekend als sectie B, nr. 190/z: X-17.890-2/8 Verzoeksters perceel 3.
- In het kader van een betwisting omtrent het afsluiten van verzoeksters perceel, richtte zij zich tot het vredegerecht van het kanton Lier. In een vonnis van 6 oktober 2020 oordeelt de vrederechter als volgt: “[…] Zegt voor recht dat eiseres bij toepassing van artikel 647 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 29 van het Veldwetboek het recht heeft om het hierna genoemde perceel aan twee zijden af te sluiten, meer bepaald aan de lange zijde aan de kant van de spoorweg en aan de tegengestelde lange zijde, mits naleving van de eventuele stedenbouwkundige voorschriften en/of gemeentelijke voorschriften ter zake en behoudens andersluidende beslissing van verweerster bij toepassing van artikel 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van betekening van dit vonnis: het driehoekig perceel grond gelegen te 2500 Lier, Heidebloem (zonder nummer), ten kadaster gekend onder sectie B, nr. 190/Z met een oppervlakte van 788 vierkante meter. […].” 3.
- Met het bij ’s Raads arrest nr. 255.688 van 3 februari 2023 vernietigde besluit van 19 november 2020 beslist de burgemeester van de stad Lier: “om omwille van de openbare veiligheid op het perceel gelegen Lier sectie B nr. 190/Z aan de noordelijke en oostelijke zijde van het perceel een vrije doorgang op te leggen van 4 meter, en aan het kruispunt aan de X-17.890-3/8 westelijke zijde een vrije draaicirkel op te leggen van 11 meter binnenstraal en 15 meter buitenstraal. Deze zone dient ten allen tijde vrij van obstakels te blijven.” Deze beslissing steunt op de volgende motivering: “Omwille van de noodzaak om de aanpalende woningen en de achterliggende verkaveling te bereiken, is het nodig om bovenop de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid een vrij toegankelijke voldoende brede rijweg te hebben voor noodinterventies, waarbij de manoeuvreerruimte en draaicirkels van de brandweerwagen als minimum geldt. Om de wagen te kunnen opstellen en veilig te kunnen draaien adviseert de dienst mobiliteit en de verkeerspolitie op basis van het gezamenlijk mobiliteitsoverleg een vrije straatbreedte van 4 meter en een draaicirkel met binnenstraa[l] 11 meter en buitenstraa[l] van 15 meter noodzakelijk. De burgemeester is bij toepassing van artikel 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet bevoegd om dit in een beslissing af te dwingen teneinde de veiligheid te waarborgen.” Bij de beslissing is het volgende plan gevoegd: X-17.890-4/8 IV. Onderzoek van de vordering Uiteenzetting van de vordering 4.
- Het in het verzoekschrift geformuleerde verzoek tot schadevergoeding tot herstel wordt in het verzoekschrift als volgt toegelicht: “
- Aangezien het duidelijk is, gelet op de hiervoor vermelde argumentatie, dat verweerster haar rechten voorzien in art. 135 § 2 Nieuwe Gemeentewet op dusdanige wijze heeft uitgevoerd om zoveel mogelijk schade aan verzoekster te berokkenen door op onterechte wijze te trachten haar perceel onbebouwbaar te maken en het eigendomsrecht van verzoekster […] op maximale wijze te gaan beknotten.
- Het is duidelijk dat verweerster zich minstens schuldig maakt aan rechtsmisbruik.
- Gelet op de voorgeschiedenis tussen partijen, is het duidelijk dat verweerster niet meer handelt als een normaal voorzichtig en redelijk stadsbestuur en zij door haar foutief handelen schade toebrengt aan verzoekster die al jaren haar rechten miskent ziet.
- Dat verzoekster dan ook een schadevergoeding vordert van € 7.500,00 van verweerster voor haar foutief handelen en haar rechtsmisbruik.” 4.
- In haar laatste memorie stelt verzoekster dat de woning die op haar perceel zou kunnen opgericht worden “voorzien [was] op 9 meter breed[…] en 9 meter diep” en dat door de draaicirkels die het vernietigde besluit oplegde “er onvoldoende ruimte over bleef om een wonin[g] te kunnen bouwen”. Indien zij “wel een bouwvergunning had kunnen aanvragen en bekomen”, had verzoekster “twee jaar eerder kunnen bouwen op dit perceel en dit vervolgens kunnen verhuren”. Door het vernietigde besluit “loopt verzoekster dus minstens de kans op twee jaar huurinkomsten mis die minimaal kunnen begroot worden op “€ 800,00/maand x 24 maanden = € 19.200,00”. Verzoekster vordert “dan ook een schadevergoeding […] van verweerster voor haar foutief handelen en voor het potentieel verlies aan huuropbrengsten en haar rechtsmisbruik, schadevergoeding ex aequo et bono begroot”. X-17.890-5/8 Beoordeling 5.
- Artikel 11bis, eerste lid, RvS-wet bepaalt: “Elke verzoekende of tussenkomende partij die de nietigverklaring van een akte, een reglement, of een stilzwijgend afwijzende beslissing vordert met toepassing van artikel 14, § 1 of § 3, kan aan de afdeling bestuursrechtspraak vragen om haar bij wijze van arrest een schadevergoeding tot herstel toe te kennen ten laste van de steller van de handeling indien zij een nadeel heeft geleden omwille van de onwettigheid van de akte, het reglement of de stilzwijgend afwijzende beslissing, met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en particulier belang.” 5.
- Om met toepassing van artikel 11bis RvS-wet een schadevergoeding tot herstel te kunnen verkrijgen, moet de onwettigheid van een besluit zijn vastgesteld en dient er een causaal verband te bestaan tussen dit onwettig besluit en de geleden schade. De verzoekende partij moet haar vordering staven met concrete elementen, die de Raad van State toelaten de schade vast te stellen. Een schadevergoeding tot herstel op grond van artikel 11bis RvS-wet kan alleen worden toegekend in zoverre de onwettige bestuurshandeling, ondanks de verwijdering ervan ab initio uit de rechtsordening, schade heeft toegebracht die door de vernietiging niet volledig is hersteld. 5.
- Aldus kan een vergoeding overeenkomstig artikel 11bis RvS- wet enkel worden toegekend voor schade die voortvloeit uit het vernietigde onwettig besluit en niet voor schade die zou voortvloeien uit “de voorgeschiedenis tussen partijen” waarbij verzoekster “al jaren” haar rechten miskend zou zien. 5.
- Verder laat verzoekster bij de uiteenzetting van haar vordering in haar verzoekschrift na met concrete elementen te staven dat haar perceel ingevolge het vernietigde besluit, die een vrije doorgang oplegt, onbebouwbaar zou zijn geworden en dat haar “eigendomsrecht” aldus “op maximale wijze” werd “beknot[…]”. Er blijkt geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van X-17.890-6/8 bouwwerken op verzoeksters perceel op grond van het vernietigde besluit te zijn geweigerd. Verzoeksters betoog in haar verzoekschrift houdt een te algemene formulering in om als vergoedbare schadepost in aanmerking te kunnen worden genomen. 5.
- Eerst in haar laatste memorie geeft verzoekster nadere toelichting bij de aangevoerde “onbebouwbaar[heid]” van haar perceel en maakt zij melding van gederfde huurinkomsten (zie randnummer 4.2). Evenwel kan geen rekening worden gehouden met argumenten die verzoekster reeds in haar verzoekschrift had kunnen aanvoeren. Door haar argumentatie pas in haar laatste memorie bij te brengen, heeft het auditoraatsverslag er zich niet over kunnen uitspreken en heeft de verwerende partij er voorafgaand aan dit verslag niet schriftelijk op kunnen repliceren. Verzoerksters betoog in haar laatste memorie is dan ook laattijdig en onontvankelijk. De desbetreffende onontvankelijkheidsexceptie in de laatste memorie van de verwerende partij is gegrond. 5.
- De vordering tot het toekennen van een schadevergoeding tot herstel moet gezien het voormelde verworpen worden. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het geding, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-17.890-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.890-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.563 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.688 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div