← België

Arrest 257564 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 06/10/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.564 Rolnummer: A. 237297/X-18246 Zaak: Arrest 257564 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 06/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-13 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-10 13:26 Fiche Arrest nr 257.564 van 6 oktober 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 257.564 van 6 oktober 2023 in de zaak A. 237.297/X-18.246 In zake :

  1. Paul BUCKENS
  2. Rita HUYSHAUWER
  3. Anna DE JAEGER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wannes Thyssen kantoor houdend te 9552 Borsbeke Molendijk 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE DE PINTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joris Deene en Frank Burssens kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2 A/20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 22 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente De Pinte van 30 mei 2022 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zevergem-Scheldedorp’. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. X-18.246-1/31 De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 september
  6. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wannes Thyssen, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Nick De Wint, die loco advocaten Joris Deene en Frank Burssens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. Eerste verzoeker en tweede verzoekster zijn eigenaars en bewoners van een woning (hierna: verzoekers’ woning) met gronden, gelegen Dorp 21 te Zevergem. Derde verzoekster is vruchtgebruikster en tevens bewoonster van deze woning. De voormelde gronden betreffen de percelen kadastraal bekend als afdeling 2, sectie A, nrs. 626/e, 626/f, 625/a, 624/a, 623, 622, alsook de achterliggende percelen met nrs. 629/b, 629/c en 629/f. Hierna volgt een weergave van de aanduiding van verzoekers’ woning (met blauwe stip), met omliggende percelen, in het verzoekschrift: X-18.246-2/31 Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan ‘Gentse en Kanaalzone’ situeren verzoekers’ percelen zich grotendeels in agrarisch gebied, met uitzondering van het kadastraal perceel 626/e dat zich in woongebied bevindt. Dit geldt ook voor een deel van het kadastraal perceel 626/f en een deel van het kadastraal perceel 625/a. Dit laatste perceel betreft tevens de private toegangsweg naar de achterliggende percelen. 3.
  9. Op 17 september 2007 besluit het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Pinte om aan het studiebureau Adoplan de opdracht te gunnen voor de opmaak van enkele gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, waaronder een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: gemeentelijk RUP) ‘Scheldedorp-Zevergem’, en dit ter uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) van de gemeente De Pinte. 3.
  10. Op 10 mei 2011 wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de dorpskern en een landschapsbeeld van de aangrenzende vallei Zevergem. X-18.246-3/31 3.
  11. In mei 2014 wordt een voorontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ opgemaakt. 3.
  12. Op 10 juli 2014 vindt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ plaats. 3.
  13. Op 25 augustus 2014 stelt de gemeenteraad van de gemeente De Pinte het ontwerp van gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ voorlopig vast. 3.
  14. Tijdens het openbaar onderzoek dat van 2 oktober 2014 tot en met 30 november 2014 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP wordt georganiseerd, worden 38 bezwaren ingediend. 3.
  15. In zittingen van 22 januari 2015 en 3 februari 2015 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente De Pinte (hierna: de Gecoro) de bezwaren. 3.
  16. Op 18 mei 2015 stelt de gemeenteraad van de gemeente De Pinte een aangepast ontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ voorlopig vast. 3.
  17. Van 1 juni 2015 tot en met 30 juli 2015 wordt een nieuw openbaar onderzoek georganiseerd, waarbij drie adviezen en 25 bezwaren worden ingediend. 3.
  18. In zitting van 27 oktober 2015 brengt de Gecoro een advies uit. 3.
  19. Op 25 januari 2016 stelt de gemeenteraad van de gemeente De Pinte het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ definitief vast. X-18.246-4/31 3.
  20. Met zijn arrest nr. 242.538 van 5 oktober 2018 vernietigt de Raad van State het besluit van 25 januari 2016 van de gemeenteraad van de gemeente De Pinte houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’. 3.
  21. Op 17 december 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Pinte om de gehele procedure met het oog op de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ vanaf het begin te hernemen, waarbij wordt voorgesteld om de genomen beleidskeuzes, zoals vastgelegd in het vernietigde gemeentelijk RUP, mits ze geactualiseerd worden, te behouden. 3.
  22. Van 15 september 2020 tot en met 13 november 2020 maken de start- en procesnota van het nieuwe gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ het voorwerp uit van een publieke raadpleging. Op 23 september 2020 vindt een participatiemoment plaats. Verzoekers dienen op 12 november 2020 een inspraakreactie in, waarin zij zich verzetten tegen de intekening van zichtassen over hun eigendom, in de mate dat de bouwmogelijkheden van hun eigendom hierdoor gehypothekeerd worden. Verder gaan ze ervan uit dat de voorgenomen eigendomsbeperkingen een waardevermindering van hun eigendom zullen impliceren en delen zij mee hiervoor integraal vergoed te willen worden. 3.
  23. In zitting van 9 juli 2021 keurt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Pinte het voorontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ goed. 3.
  24. Op 13 juli 2021 beslist het team Milieueffectrapportage van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest dat er geen plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld. X-18.246-5/31 3.
  25. Nadat verschillende adviezen worden ingewonnen, bespreekt de Gecoro het voorontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ tijdens haar vergadering van 2 september
  26. 3.
  27. In zijn zitting van 25 oktober 2021 stelt de gemeenteraad van de gemeente De Pinte het ontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ voorlopig vast. 3.
  28. Van verzoekers’ percelen behoren de percelen 626/e, 626/f, 625/a, 624/a, 623 en 622 tot het plangebied van het gemeentelijk RUP. Het noordelijk deel van het perceel 625/a (toegangsweg) wordt herbestemd tot ‘projectzone voor wonen’ (artikel 3) met deels een overdruk ‘indicatief tracé voor zacht verkeer’. Het perceel 626e en een deel van het perceel 626/f worden herbestemd tot ‘zone voor residentieel wonen’ (artikel 2). De percelen 625/a (toegangsweg), 626/f, 624/a, 623 en 622 worden – al dan niet deels – herbestemd tot ‘agrarisch gebied’ (artikel 5), met voor het perceel 624/a een overdruk ‘woningen in agrarisch gebied’ en een aanduiding ‘Bouwkundig erfgoed volgens Besluit van de administrateur-generaal van 14 september 2009 houdende vaststelling van de inventaris van het bouwkundige erfgoed en vastgestelde lijst. Belgisch Staatsblad 25/09/2009’. 3.
  29. Ter verduidelijking volgt de weergave van een uittreksel uit het voorlopig vastgestelde grafisch plan : X-18.246-6/31 3.22.
  30. Blijkens de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP is de algemene doelstelling ervan ingegeven door de vaststelling dat “de kern [van Zevergem] onder druk [staat] van geleidelijke verstedelijking”, en “[dreigt de] kleinschalige dorpskern […] zijn cultuurhistorisch karakter te verliezen”. “Nieuwbouw en verbouwingen kunnen namelijk het beeldkarakter van het dorp aantasten waardoor de identiteitsbepalende kenmerken van het dorp kunnen verdwijnen”. Met het bestreden gemeentelijk RUP “wil men streven naar een juridisch kader op maat van de kern Zevergem waarbinnen aandacht gaat naar de identiteitsbepalende ruimtelijke kwaliteiten en waarden”. Hierbij wordt “de bestaande juridische context van het gewestplan die ontwikkelingen mogelijk maakt op plekken waar dit niet gewenst is” als het “grootste probleempunt” voor Zevergem aangeduid, alsook het feit dat “er geen restricties naar verdichting toe [zijn] en weinig garanties voor een kwalitatieve ontwikkeling van de dorpskern”. 3.22.
  31. De toelichtingsnota wijst verder op het voor de dorpskern Zevergem en de aangrenzende vallei opgemaakte beeldkwaliteitsplan van
  32. Deze voorstudie “brengt in beeld wat de mogelijkheden voor de inrichting van het X-18.246-7/31 gebied zijn via een visie op de transformatie van de bestaande bebouwing, het inpassen van nieuwe functies en het versterken van de landschappelijke kwaliteit. Om dit te kunnen realiseren, dienen de krachtlijnen van het beeldkwaliteitsplan verankerd te worden in een ruimtelijk uitvoeringsplan”. 3.22.
  33. Het bestreden gemeentelijk RUP voorziet onder meer in een woonprojectzone
  34. De toelichtingsnota stelt daarover: “Woonprojectzone 2 is een projectzone ter hoogte van enkele leegstaande en verwaarloosde woningen (Dorp nrs. 11-19 en 23 t.e.m. 25). De sloop van de woningen wordt daarbij toegestaan aangezien deze bouwtechnisch niet meer in goede staat zijn en een duurzaam ruimtelijke ontwikkeling belemmeren. De woningen zijn immers niet meer aangepast aan de huidige woonnormen op het vlak van comfort, duurzaamheid, licht en energieprestaties. Bovendien keren deze woningen zich af van het achterliggende landschap. Het betreft namelijk een gesloten woonlint met slechts een beperkt zicht vanaf het openbaar domein naar het achterliggende landschap. Hier wordt een waardevolle zichtas naar de Scheldevallei gezien. Dit ter hoogte van de knik in de doorgaande weg, op de overgang van Dorp naar Pont-Zuid.” Voor dit woonproject worden een aantal inrichtingsprincipes en krachtlijnen uitgewerkt, waaronder de vereiste dat “[i]n totaal […] minimaal twee zichtassen richting de Scheldevallei [dienen] te worden aangehouden”. De volgende figuur 7.2-13 uit de toelichtingsnota verduidelijkt dit (groene pijlen): X-18.246-8/31 3.22.
  35. Een aspect dat tot uiting komt in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP is de doelstelling om de band met de Scheldevallei te versterken. Daarover wordt in de toelichtingsnota gesteld: “Het creëren van verschillende kwalitatieve zichtassen richting het open ruimtegebied, met een duidelijke zichtrelatie tussen de kern en het openruimtegebied. Het zicht vanuit het valleilandschap op de kerk is daarbij bepalend, met het vrijwaren van de open ruimte achter de kerk als essentieel element […]. Daarom wordt ook het onbebouwde woongebied achter de kerk zoals het bestemd is volgens het gewestplan, geschrapt en herbestemd naar een open ruimtebestemming (cfr. beeldkwaliteitsplan). Daarnaast is ook het zicht op de kerktoren vanuit Pont-Noord en Pont-Zuid een belangrijk aspect om mee te nemen.” Volgende figuur 7.2-14 uit de toelichtingsnota verduidelijkt dit: X-18.246-9/31 3.
  36. Van 2 november 2021 tot 31 december 2021 wordt over het ontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ een openbaar onderzoek gehouden. Onder meer verzoekers dienen een bezwaarschrift in. Zij verzetten zich daarin tegen de inkleuring van een deel van hun eigendom als agrarisch gebied en vragen om (minstens) de bestaande, zone-eigen bouwgronden te behouden. Mochten zij hun bouwrechten effectief ontnomen zien worden door het planinitiatief, dan eisen verzoekers vergoed te worden voor de waardevermindering van hun gronden. Daarnaast merken verzoekers op dat zij geen bijzondere toegevoegde waarde zien in de overdruk voor won(ing)en in agrarisch gebied, hetgeen volgens hen in essentie een loutere bevestiging is van het bestaande regelgevende kader. Wanneer de planopmakende overheid zou volharden in haar visie, vragen zij om de afbakening/contour van de overdruk meer nauwgezet op het grafisch plan aan te duiden aangezien de afbakening zou gebeurd zijn op perceelsniveau, maar dat niet blijkt uit het kaartuittreksel. Verder begrijpen X-18.246-10/31 verzoekers het verschil in behandeling niet tussen hun percelen en de aanpalende percelen en wijzen zij erop dat de voorgenomen woonprojectzone 2 de (indicatieve) zichtassen dient te respecteren, hetgeen mee de reden vormt voor de devaluatie van hun bouwgrond. Tenslotte uiten zij kritiek op de zichtassen. 3.
  37. Op 24 februari 2022 en 10 maart 2022 bespreekt de Gecoro de ingediende bezwaarschriften. In haar zitting van 24 maart 2022 brengt zij een advies uit. Verzoekers’ bezwaren worden door de Gecoro als volgt samengevat en beantwoord: “ Nr. Thema Inhoud bezwaar Antwoord Conclusie/ Gecoro advies voorstel aanpassing B4 Woonproject- Art. 3 Projectzone voor Het bezwaar wordt Geen Gecoro meent dat zone 2 – wonen NIET gevolgd. aanpassingen een deel van de woondicht-he Bezwaar tegen het Met woonprojectzone 2 inhoud van de id voorschrift dat intrinsiek wordt gestreefd naar bezwaren op dit inhoudt dat een een andere punt niet volledig woondichtheid van 45 woontypologie dan wordt we/ha wordt toegestaan. grondgebonden weergegeven, zo Volgende argumenten woningen teneinde een wat betreft de worden aangehaald: gevarieerd en uiting van de - In strijd met het PRS betaalbaar bezwaarindieners waarin een landelijk woonaanbod na te wat betreft de Zevergem wordt streven. Dit is in lijn bezorgdheid die nage-streefd. met het advies van de wordt geuit over - Meerdere provincie waarin het verlies van vergunningsaanvragen gevraagd wordt naar authenticiteit, van woonprojecten met typologieën die sfeer, typologie en deze densiteit werden tegemoet komen aan de landelijkheid van reeds geweigerd door het toenemende groei van het Scheldedorp. CBS. kleinere huishoudens. Daarom vraagt de - Het RUP Centrumbocht Het is een sociaal GECORO om het omvat een stedelijke maatschappelijke bezwaar deels context met een doel-stelling die wordt gegrond te maximale woondichtheid nagestreefd. Een verklaren en van 25 we/ha. hogere dichtheid wordt elementen uit de - Schaalbreuk voor wat toegelaten, echter schelde-typologie betreft dichtheid en zonder het niveau van verordenend te typologie. een dorp in het maken in plaats - Bouwmogelijkheden in buitengebied te van toelichtend. contrast met behoud overstijgen. De beschrijving in kenmerken Scheldedorp. Binnen Zevergem staat het toelichtende - Woondensiteit zorgt geen algemene deel (vb het voor een te grote verdichtings-strategie gebruik van de mobiliteitsdruk. voorop, daarom wordt ‘Scheldesteen’) - De vraag wordt gesteld gekozen om te werken kan echter niet wanneer niet alle met beperkte zomaar woningen worden woon-projectzones die overgenomen meegenomen? een afzonderlijke worden om het - De vraag wordt gesteld benadering vragen. De langetermijn waarom een hogere centrale ligging van karakter van dit dichtheid dan woonprojectzone 2 RUP te bewaken. woonprojectzone 1 wordt biedt hiertoe kansen. De GECORO aangehouden? Enerzijds omwille van vraagt om - De vraag wordt gesteld het aanbieden van een volgende waarom afgeweken andere woontypologie, aanpassingen door wordt van de visie uit het anderzijds een te voeren: vernietigde RUP? strategische locatie Volgende - Vraag naar waar voorzieningen op voorschriften in 3D-simulatie van niveau van de buurt het verordenend nokhoogte en ook een plaats kunnen deel toe te voegen: X-18.246-11/31 hellingsgraad. hebben, bv. De architectuur - Bezwaar dat er geen buurtwinkel. Ook al dient rekening te alternatief ontwerpend leiden we af dat er uit houden met en onderzoek is gevoerd bevragingen geen nood duidelijk te voor de dorpshuizen nrs. wordt geuit voor deze anticiperen op de 13-
  38. Er wordt aan de types functies, typologie van het gemeente gevraagd zelf voorzieningen in de Scheldedorp door: het bouwinitiatief te nabijheid hebben een - een nemen. positief effect op de bouwtypologie leefbaarheid van de aan te wenden dorpskern. Zo zullen er waarbij bv. minder traditionele, vervoersbewegingen streekeigen en van gemotoriseerd duurzame verkeer plaatsvinden bouw-materialen bij de aanwezigheid moeten gebruikt van een buurtwinkel. worden (zoals De vooropgestelde baksteen, zink, bouw-typologie hout, …), overstijgt de huidige kunststof als bouwtypologie in de zichtbaar dorpskern niet. Een bouwmateriaal is lager bouwprofiel dan verboden en in de zone voor geval van het cultuurhistorische parament gebruik dorpskern wordt te maken van een nagestreefd. gevoegde Het toegelaten baksteen; bouwprofiel sluit aan - duidelijke bij die van de zone voor verticaliteit in residentieel wonen. opbouw en ritme Vanuit alledaagse van de gevels en normen en het raam-verdeling, in garanderen van het bijzonder deze woonkwaliteit, is het zichtbaar van op verder beperken ervan de straatzijde en niet aangewezen. deze verticaliteit Vanuit de bezwaren is door te het niet correct te trekken over de 2 stellen dat de bouwlagen. bouwmogelijkheden in - de hellende contrast zijn met de dakafwerking kenmerken van het dient te gebeuren Scheldedorp. Er wordt met natuur ook steeds verwezen dakpannen en naar de bestaande natuur-leien, huizenrij met laag metalen daken zijn bouwprofiel, echter verboden. dient te worden - Platte daken aan opgemerkt dat deze de voorzijde aan ook in huidige toestand de straatkant zijn reeds doorbroken is verboden. door een volume van - Dakdoorvoeren, twee bouwlagen. De zonnepanelen en vraag naar zonneboilers, 3D-simulaties en airco’s, .. bijkomend ontwerpend technische onderzoek is dan ook voorzieningen niet gegrond. Daarbij zichtbaar van op zijn de gronden niet in de straat zijn eigendom van de verboden, deze gemeente en kan men technische niet als bouwheer installaties zijn optreden. enkel toegelaten Onteigenen biedt door het dakvlak hiertoe ook geen en gevels weg van oplossing aangezien dit de straat. moet kaderen binnen Gecoro adviseert algemeen belang. om deze laatste Met voorliggend voorwaarde zeker planvoornemen is het ook op te nemen in geen vereiste om de de voorwaarden visie uit het vorige bij de vergunning. RUP 1 op 1 over te Gecoro adviseert nemen. De opbouw en om referenties van X-18.246-12/31 de voorschriften de typische dorpse werden met een architectuur, zoals kritische blik bekeken Dorp en geactualiseerd 30 en enkele binnen een nieuw anderen als format. Het afwijken referenties in het van het vernietigde toelichtend deel RUP in functie van en/of toelichtende woonprojectzone 2 is nota toe te voegen. binnen dit RUP namelijk in het voordeel van de geuite bezorgdheden wat betreft bouwprofiel. […] B6 Woonprojectz Art. 3 Projectzone voor Het bezwaar wordt Geen Akkoord one2 - wonen NIET gevolgd. aanpassingen zichtassen Volgende bezwaren Bij de opmaak van de worden geuit t.o.v. de voorschriften is zichtassen. Er zijn ervoor gekozen om de stemmen voor en tegen essentie van de de zichtassen, met name: zichtassen verordenend VOOR op te nemen, en de
  39. Bezwaar tegen het meer verduidelijkende toelichtend en elementen in het niet-verordenend toelichtend deel. Beide meenemen van de delen dienen samen zichtassen. gelezen te worden en
  40. Bezwaar tegen de zijn belangrijk bij het intekening van de interpreteren van de zichtassen. voorschriften. Deze Onduidelijkheid waar aanpak wordt deze vertrekken. aangehouden.
  41. Bezwaar tegen het Het opnemen van de aanduiden van de zichtassen binnen het zichtassen met een pijl, verordenend deel van maar met een de voorschriften, maakt opengaande hoek. dat er binnen de TEGEN uitwerking van de
  42. Bezwaar aangezien de woonprojectzone betreffende percelen hiervoor aandacht moet naast het herbestemmen zijn. voor een tweede maal Bij zichtassen is het worden getroffen. niet de bedoeling om
  43. Bezwaar tegen het feit het startpunt ervan dat het zuidelijk deel als expliciet aan te duiden, een open landschap want deze is er niet. wordt aanzien. Er is geen Het is ook niet sprake meer van een wenselijk aangezien open landschap door de het om een kijkhoek bomen langs de oprijlaan gaat. Het bezwaar en het spontane bos dat er wordt dan ook gevolgd is ontstaan. dat de pijlen ook met
  44. Bezwaar tegen het een opengaande hoek intekenen van de zichtas kunnen worden aangezien deze er ook aangeduid, echter niet meer zal zijn bij het verandert dit weinig bebouwen van het aan het idee ervan. Om kadastraal perceel nr. niet te vervallen in 626E. discussies omtrent start- en eindpunten van zichtassen, wordt de aanduiding met pijlen behouden. Bezwaar tegen het intekenen van de zichtas over het kadastraal perceel nr. 626E is ongegrond. De zichtas hypothekeert de bouwmogelijkheden van het perceel niet. De zichtas heeft met name betrekking op het agrarisch gebied. X-18.246-13/31 […] B11 Herbestem-m Art. 5 Agrarisch gebied De bezwaren

(1)en
(2)Vanuit de Akkoord met en van Volgende bezwaren worden NIET gevolgd. bezwaren
(1)aanpassingen woongebied m.b.t. de herbestemming Het woongebied op het en
(2)komen naar agrarisch van een gedeelte van het gewestplan waarnaar geen gebied ten kadastraal perceel nr. wordt verwezen, is niet aanpassingen zuiden van de 626F van woongebied bebouwbaar vanuit de projectzone naar agrarisch gebied regelgeving van de worden geuit: VCRO. Art. 4.3.4 §1
  1. Bezwaar tegen de geeft aan dat een aangehaalde motivatie omgevingsvergunning voor de herbestemming: voor het bouwen van Het agrarisch gebied een gebouw met als staat in functie van het hoofdfunctie wonen bewaren van het open slechts kan verleend landschap. De worden op een stuk bestemmingszone kan grond gelegen aan een ingericht worden in voldoende uitgeruste functie van landbouw weg die op het en/of natuur. Recreatief ogenblik van de medegebruik is daarbij aanvraag reeds bestaat. toegelaten. Een voldoende
  2. Bezwaar tegen het uitgeruste weg is herbestemmen aangezien tenminste met het perceel deel uitmaakt duurzame materialen van het woonlint langs verhard en voorzien het Dorp en ontwikkeld van een kan worden volgens de elektriciteitsnet. De principes van het RUP, ingediende zie lopende omgevingsvergunning Omgevingsvergunningsa waarvan het anvraag inplantingsplan is OMW_
  3. opgenomen in
  4. Bezwaar tegen het voorliggend herbestemmen aangezien bezwaarschrift, duidt Departement Landbouw dat een ‘wegenis’ moet & Visserij in hun advies getrokken worden en er tijdens de plenaire fase geen sprake is van een ook stelt om de gronden voldoende uitgeruste die reeds bebouwd zijn weg. Ook de Bomstraat en/of in is een private landbouwgebruik zijn te toegangsweg zoals in (her)bestemmen naar het bezwaar wonen. opgenomen, en kan niet
  5. Bezwaar aangezien de als een goed uitgeruste gronden niet weg worden aanzien. herbevestigd agrarisch Het woongebied gebied zijn. binnen het kadastraal
  6. Bezwaar aangezien het perceel nr. 625A is ontnemen van de bijgevolg niet bouwrechten niet bebouwbaar. evenredig is met het Bezwaar
(3)is creëren van de eveneens NIET ontwikkelingsmogelijkhe gegrond. Het den van Departement woonprojectzone 2. Landbouw & Visserij 6. Bezwaar tegen het feit verwijst naar Bezwaar
(3): dat planschade de verschillende geen onvoldoende is. tuinzones binnen aanpassingen 7. Bezwaar tegen de woonpercelen waarvan omschrijving in de er al lang niet meer stedenbouwkundige sprake is van een voorschriften dat de agrarische functie. private ontsluitingsweg Voorliggend perceel t.h.v. kadastraal perceel heeft in de feitelijke nr. 625A een openbaar toestand een agrarisch karakter heeft. functie en heeft geen betrekking op wat DLV bedoeld. Bezwaar
(4)wordt NIET gevolgd. De herbevestigde agrarische gebieden zijn de agrarische gebieden van het X-18.246-14/31 gewestplan die zijn afgebakend ten gevolge Bezwaar
(4): van de geen afbakeningsprocessen aanpassingen in de buitengebied regio’s. Voor deze gebieden is een omzendbrief van toepassing waarin gevraagd wordt naar compensatie van agrarisch gebied bij het juridisch schrappen ervan. Niet alle agrarisch gebied van het gewestplan zit vervat in HAG. Het bezwaar is dus niet gegrond. Bezwaar
(5)is NIET gegrond. Zoals aangehaald bij de bespreking van de bezwaren
(1)en
(2)zijn de gronden niet ontwikkelbaar binnen Bezwaar
(5): de regelgeving van de Geen VCRO. Het feit dat een aanpassingen. grond bestemd is als woongebied, houdt niet in dat het effectief ontwikkelbaar is. Bezwaar
(6)is NIET gegrond. Het gaat om planschade van gronden die niet ontwikkelbaar zijn. De berekening van de planschade is ook niet met een vast bedrag Bezwaar
(6): aan te geven. geen Bezwaar
(7)is aanpassingen. gegrond. De aanpassing zal gebeuren dat de private ontsluitingsweg geen openbaar karakter heeft. Bezwaar
(7): Art. 3.9 omvat een bepaling m.b.t. de private wegenis die niet meer van toepassing is, dit wordt geheel geschrapt: Art. 3.9 Projectzone voor wonen – Aandacht voor beeldkwaliteit en verantwoorde integratie in harmonie met de omgeving […] […] B29 Doelstelling Bezwaar wordt geuit dat Het bezwaar wordt Een leeswijzer Akkoord maar van het RUP de doelstelling van het deels gevolgd. zal aangevuld mits de onvoldoende RUP zoals omschreven De globale worden bij de opmerkingen/voor doorvertaald in de toelichtende nota doelstellingen van het stedenbouw-k gestelde onvoldoende is RUP staan opgenomen undige voorschriften uit X-18.246-15/31 doorvertaald in de binnen de toelichtende voorschriften, de bespreking stedenbouwkundige nota. Het RUP dient zie ook onder B4 en B15 voorschriften: dan ook binnen deze hierboven worden
  1. Bezwaar tegen enkele doelstellingen te besproken. meegenomen. onduidelijke termen die kaderen. Er zal dan ook voor persoonlijke een leeswijzer aan de interpretatie vatbaar zijn: verordende - Beeldkwaliteit voorschriften worden -Verantwoorde integratie toegevoegd teneinde - Esthetisch straatbeeld hier meer toelichting - Maximaal integreren bij te geven (zie
  2. Bezwaar tegen het hierboven besproken). onvoldoende Veel van de onderbouwen van de aangehaalde karakteristieke kwaliteitseisen zijn dan eigenschappen van het ook verduidelijkt landelijke en het binnen de cultuurhistorische: toelichtingsnota. -Architecturale Andere zaken zoals het kenmerken die de toelichten van een bewuste langse langse dorpswoning, is dorpswoningen bijkomend kenmerken verduidelijkt aan de - Fragmentering van de hand van de gevelwand hierboven beschreven -Benadrukken van bezwaren. verticaliteit - Verspringen van kroon- en noklijn - Beschrijving van te gebruiken materialen - Details zonder ankers en metselverband - Kleurkeuzes - Raamverhoudingen
  3. Bezwaar tegen het niet omschrijven van de kwaliteitscriteria .” 3.
  4. Met het bestreden besluit van 30 mei 2022 stelt de gemeenteraad van de gemeente De Pinte het gemeentelijk RUP ‘Zevergem-Scheldedorp’ definitief vast. Het bestreden besluit wijzigt het voorlopig vastgestelde gemeentelijk RUP voor wat verzoekers’ percelen betreft, door de overdruk ‘woningen in agrarisch gebied’ te schrappen. Ter verduidelijking volgt een weergave van een uittreksel uit het definitief vastgestelde grafisch plan: X-18.246-16/31 De legende bij dit plan luidt: X-18.246-17/31 “ .” 3.
  5. Met betrekking tot de woonprojectzone 2 bepaalt artikel 3.9 van de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk RUP: “3.9 Aandacht voor beeldkwaliteit en verantwoorde integratie in harmonie met de omgeving Bij de aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning voor de projectzone wordt de inrichting getoetst aan de beeldkwaliteit van de bebouwing als geheel en de inpassing in het publieke domein. De projectzone dient de omgeving te versterken. Het is essentieel om steeds de X-18.246-18/31 ruimere context te bekijken en de voorgestelde werken uit te voeren ‘in harmonie met de omgeving’. Dit dient te worden aangetoond in de vergunningsaanvraag. Bij de beoordeling worden minstens de volgende criteria afgewogen: - De woonprojectzone fungeert als pleinwand voor de cultuurhistorische kern. Het project dient te worden geconcipieerd vanuit een stedenbouwkundig geheel. - Er dient te worden gewaakt over een verantwoorde architecturale integratie met de omgeving, zodat een esthetisch (straat)beeld wordt verzekerd. Geen schaalvergroting ten opzichte van de omgevingscontext. - De architectuur dient rekening te houden met en duidelijk te anticiperen op de typologie van Zevergem als Scheldedorp: ▪ Materiaal- en kleurgebruik worden dermate gekozen zodat de bouwvolumes zich maximaal integreren in de omgeving. Traditionele, streekeigen en duurzame bouwmaterialen moeten worden gebruikt. Gevels in gevoegde baksteen. Kunststof als zichtbaar bouwmateriaal is verboden; ▪ Duidelijke verticaliteit in opbouw en ritme van de gevels en raamverdelingen over alle bouwlagen, in het bijzonder deze zichtbaar in het straatbeeld. De ramen hebben een staande raamverdeling; ▪ Hellende daken met dakpannen en leien in natuurlijke materialen. Metalen daken zijn verboden. - De voorgevel is vlak, zonder insprongen of terugwijkingen. Terrassen aan de straatzijde worden niet toegestaan. Het is verboden een garagepoort te plaatsen in de voorgevel van een gebouw. - Blinde gevels moeten worden afgewerkt in het gevel- of het dakbedekkingsmateriaal van het gebouw waarvan de gevel deel uitmaakt, tenzij het een wachtgevel betreft. Deze laatste wordt afgewerkt met duurzame materialen die de waterdichtheid van de scheidingsmuren verzekeren en die in harmonie zijn met de omgeving. - Het zicht op de kerktoren vanaf Pont-Zuid dient te worden gerespecteerd. - Het achterste gedeelte van de projectzone is bouwvrij en sluit waardevol aan op de Scheldevallei. - Het ontwerp dient rekening te houden met zichtassen vanuit de dorpskern richting de Scheldevallei. - Een zachte verbinding met openbaar karakter voor de trage weggebruiker tussen het Dorp en de achterkant van de kerk. - Reliëfwijzigingen zijn enkel toegestaan in functie van waterhuishouding, groenaanleg en toegankelijkheid.” De toelichting bij deze bepaling luidt onder meer: “Aanduiding van de zachte verbinding en de zichtassen richting de Scheldevallei: X-18.246-19/31 - Een zachte verbinding voor de trage weggebruiker tussen de Vrije Basisschool Zevergem en de achterkant kerk (oranje pijl). - Twee zichtassen richting de Scheldevallei. .” IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.
  6. Een eerste middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 2.2.5 en 2.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verzoekers betogen dat het bestreden gemeentelijk RUP aan hen de bestaande bouwrechten ontneemt door de herbestemming van woongebied naar agrarisch gebied. De weerlegging van hun desbetreffende bezwaar door de Gecoro is niet gestoeld op een correcte en gefundeerde argumentatie. De verantwoording om hun gronden te herbestemmen is aangetast door een fout uitgangspunt, zodat er geen redelijke verantwoording bestaat om hen de bouwrechten te ontnemen. Zo is het standpunt van de Gecoro niet correct dat het deel van hun perceel 626/f, dat wordt herbestemd van woongebied naar bouwvrij agrarisch gebied, niet aan een voldoende uitgeruste weg zou zijn gelegen en dus niet bebouwbaar zou zijn. X-18.246-20/31 Verder betreft hun bezwaar ook een deel van hun perceel 625/a. Door hun bezwaar te “verengen” tot enkel het deel van hun perceel 626/f heeft de Gecoro onzorgvuldig gehandeld. Het criterium van de ligging aan een voldoende uitgeruste weg betreft de beoordeling van concrete vergunningsaanvragen. Het uitgangspunt is dat een in woongebied gelegen perceel principieel bebouwbaar is. Verzoekers menen verder dat het beweerde feit dat er vandaag geen bouwmogelijkheden zouden zijn een onvoldoende draagkrachtige verantwoording is voor de doorgevoerde herbestemming. Ruimtelijke plannen zijn toekomstgericht en overstijgen de perceelsgrenzen. In dit verband wezen zij er in hun bezwaarschrift op dat het bewaar van het open landschap wel een erg algemene en magere motivering vormt om een dermate zwaarwichtige invloed op hun eigendom uit te oefenen. Aangezien verzoekers ook eigenaar zijn van de private toegangsweg die onmiddellijk aansluit op de weg Het Dorp – het kadastraal perceel 625/a, dat een volwaardig uitgeruste gemeenteweg is – kan niet zonder meer aangenomen worden dat hun perceel niet aan een voldoende uitgeruste weg ligt. Bovendien werd verzoekers’ vergunningsaanvraag weliswaar geweigerd, maar wordt daarbij niet verwezen naar het onvoldoende uitgeruste karakter van de wegenis of de onbebouwbaarheid van het perceel. Verzoekers hebben in hun bezwaarschrift aangevoerd dat de herbestemming naar bouwvrij agrarisch gebied niet op draagkrachtige motieven steunt. De Gecoro beperkt zich tot het louter tegenspreken daarvan. Uit niets blijkt evenwel het nut van het behoud van het open landschap. De gronden behoren niet tot het herbevestigd agrarisch gebied en het advies van de afdeling Land van de Vlaamse overheid reveleert evenzeer dat de betrokken percelen geen nuttig landbouwgebruik kunnen hebben. Verzoekers hebben zich in hun bezwaarschrift ook verzet tegen de zichtassen als reden voor de aantasting van hun bouwrechten. Ook op dit vlak legt de Gecoro hun bezwaar al te gemakkelijk naast zich neer. Verzoekers wezen erop dat de zichtassen niet verordenend worden opgelegd. De toelichting over de zichtassen kan onvoldoende verantwoording bieden voor het bouwvrij houden van hun eigendom. Verder wezen verzoekers er in hun bezwaarschrift op dat de bestaande ruimtelijke situatie op het terrein niet (langer) X-18.246-21/31 overeenstemt met het planopzet dat het bestreden gemeentelijk RUP wil realiseren. Bovendien voorziet dat RUP nog steeds in bouwmogelijkheden voor hun perceel 626/e. Hierdoor wordt het woonlint hoe dan ook dichtgebouwd. Het bestreden besluit wil het eerdere, vernietigde gemeentelijk RUP alsnog doorvoeren, zonder evenwel rekening te houden met de intussen gewijzigde context. 4.
  7. In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat met de argumentatie die de verwerende partij in het kader van de huidige procedure aanvoert, geen rekening kan worden gehouden. Volgens hen is deze argumentatie een voldoende bewijs dat het bestreden gemeentelijk RUP onwettig is. Verder spreken verzoekers tegen dat de argumentatie over het niet voldoende uitgeruste karakter van de wegenis een overtollig motief zou zijn, nu dit het enige antwoord was op hun bezwaar. Ook kan van verzoekers niet worden verwacht dat zij zelf zouden onderzoeken wat de precieze motieven tegen hun bezwaren zouden zijn. 4.
  8. In hun laatste memorie betogen verzoekers nog dat het behoud van de woonbestemming van hun perceel 626/e ingaat tegen de verwezenlijking van de zichtassen. Verder stellen zij dat “de planopmakende overheid poogde het verlies aan bouwgrond te ‘compenseren’ door aan te bieden dat er in [hun] hoevecomplex […] 3 woongelegenheden zouden kunnen worden ondergebracht”. Verzoekers volharden dat hun perceel 626/f aan een voldoende uitgeruste weg gelegen is, en bebouwbaar is. Zij wijzen erop dat artikel 3.14 van de stedenbouwkundige voorschriften met betrekking tot de woonprojectzone 2 bepaalt dat “[h]et is toegestaan dat de ontsluiting gebeurt via de private wegenis die doorheen de woonprojectzone loopt, mits akkoord van de eigenaar”. Hoe dan ook is er volgens verzoekers “een onaanvaardbaar verschil in behandeling van ruimtelijk gelijkende situaties”. Het antwoord van de Gecoro dienaangaande is niet pertinent. Tenslotte betogen verzoekers dat de meest zuidelijke zichtassen op de figuren 7.2-13 en 7.2-14 van de toelichtingsnota “niet gelijklopend” zijn. De “zichtas op figuur 7.2-13 [loopt] wel degelijk over perceel 626e”. “[N]og belangrijker” volgens verzoekers is dat uit de twee voormelde figuren blijkt “dat de zichtas duidelijk vertrekt vanuit de herbestemde projectzone 2 voor wonen (artikel 3) uit het RUP”, wat gezien de “(hoge) bebouwing aan de straatkant” ervan X-18.246-22/31 “onmogelijk en onwerkbaar” is. De plandoelstellingen worden zodoende niet gerealiseerd. Beoordeling 5.
  9. In hun middel voeren verzoekers in essentie aan dat er geen ruimtelijk verantwoorde motieven bestaan voor de herbestemming tot agrarisch gebied van hun percelen en dat hun bezwaren in dit verband niet afdoende werden beantwoord. 5.
  10. Anders dan verzoekers voorhouden, blijkt dat er wel degelijk ruimtelijke motieven aan de oorsprong liggen van de herbestemming van hun percelen 625/a en 626/f tot agrarisch gebied. Met het bestreden gemeentelijk RUP streeft de plannende overheid naar “een juridisch kader op maat van de kern Zevergem waarbinnen aandacht gaat naar de identiteitsbepalende ruimtelijke kwaliteiten en waarden”. Een aspect dat tot uiting komt in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP is de doelstelling om de band met de Scheldevallei te versterken, waarbij zichtassen worden opgelegd. Verzoekers tonen in hun verzoekschrift de onwettigheid niet aan van de motieven, zoals die naar voor komen in de toelichtingsnota (zie hoger randnummers 3.22.1 tot en met 3.22.4). Verzoekers maken evenmin aannemelijk dat de (gedeeltelijke) herbestemming van hun onbebouwde percelen tot agrarisch gebied geen adequaat middel zou zijn om de doelstellingen van het bestreden gemeentelijk RUP te bewerkstelligen. Verzoekers overtuigen er in hun verzoekschrift dan ook niet van dat de plannende overheid op onzorgvuldige wijze zou hebben gehandeld of de grenzen van de redelijkheid te buiten zou zijn gegaan door hun percelen te herbestemmen. 5.
  11. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. Indien een bezwaarindiener op zijn bezwaar geen rechtstreeks antwoord krijgt, moet hij dit antwoord vinden in een stellingname die begrijpelijk op het bezwaar van toepassing is. X-18.246-23/31 Het komt de verzoekende partij toe om concreet uiteen te zetten in welke zin zij de weerlegging van haar bezwaar onvoldoende acht. Het staat niet aan de Raad van State om de bezwaren zelf te onderzoeken en na te gaan op welke punten het antwoord al dan niet afdoende zou zijn. 5.
  12. In hun verzoekschrift bekritiseren verzoekers voornamelijk het antwoord op twee van hun bewaren, te weten het bezwaar over de herbestemming van woongebied naar agrarisch gebied (B11) en het bezwaar over de zichtassen (B6) (zie hoger randnummer 3.24). 5.5.
  13. Wat het bezwaar B11 betreft, argumenteren verzoekers dat de Gecoro hun bezwaar ten onrechte verengt tot hun perceel 626/f, terwijl ook andere percelen, waaronder hun perceel 625/a, getroffen worden. Uit de stukken van het administratief dossier blijkt vooreerst dat enkel een deel van het kadastraal perceel 626/f en een deel van het kadastraal perceel 625/a – dat dienst doet als private toegangsweg tot verzoekers’ woning – voorafgaand aan het bestreden gemeentelijk RUP de gewestplanbestemming woongebied had én vervolgens door het bestreden gemeentelijk RUP tot agrarisch gebied wordt bestemd. In antwoord op verzoekers’ bezwaar stelt de Gecoro dat het woongebied op het gewestplan “waarnaar wordt verwezen” niet bebouwbaar is vanuit de regelgeving van de VCRO. Zodoende “verengt” de Gecoro verzoekers’ bezwaar niet tot een deel van het perceel 626/f. Dat in het advies vervolgens enkel het perceel 626/f wordt vermeld, betreft een materiële misslag die niet van aard is het bestreden besluit te vitiëren. 5.5.
  14. De omstandigheid dat de weg Het Dorp een volwaardig uitgeruste gemeenteweg is, zoals verzoekers aanvoeren, toont nog niet aan dat de private toegangsweg die daarop aansluit (over hun perceel 625/a) dit ook zou zijn. Uit de stukken van het dossier blijkt veeleer het tegendeel. Aangenomen moet worden dat het kadastraal perceel 626/f niet aan een voldoende uitgeruste weg paalt. Verzoekers’ perceel 626/e, dat aan de openbare weg Het Dorp paalt, behoudt een woonbestemming. X-18.246-24/31 Zoals de verwerende partij voorts terecht opmerkt, is het niet bebouwbaar zijn van de kwestieuze percelen niet het doorslaggevende motief voor de bestemming ervan tot agrarisch gebied, doch wel de hoger vermelde doelstellingen om de eigenheid van het dorp te bewaren en de relatie met de Scheldevallei te versterken. Uit het advies van de Gecoro (zie randnummer 3.24), dat als een geheel moet worden gelezen, komen deze doelstellingen – met inbegrip van de door de plannende overheid gewenste zichtassen – duidelijk naar voor. 5.5.
  15. Waar verzoekers betogen dat de Gecoro niet correct heeft geantwoord op hun bezwaar met betrekking tot het niet herbevestigd zijn van het agrarisch gebied en het advies van het departement Landbouw & Visserij, moet worden vastgesteld dat verzoekers het antwoord van de Gecoro met betrekking tot deze punten bij de uiteenzetting van hun middel niet concreet bij hun kritiek betrekken. Zij tonen aldus de onwettigheid van het bestreden besluit niet aan. 5.5.
  16. Verzoekers hebben er in hun bezwaar omtrent de zichtassen op gewezen dat deze niet verordenend worden opgelegd. Dit wordt door de Gecoro als volgt op goede gronden tegengesproken: “Bij de opmaak van de voorschriften is ervoor gekozen om de essentie van de zichtassen verordenend op te nemen, en de meer verduidelijkende elementen in het toelichtend deel”. Uit het volgende stedenbouwkundig voorschrift van artikel 3.9 van het bestreden gemeentelijk RUP blijkt dat de zichtassen wel degelijk verordenend worden opgelegd: “Het ontwerp dient rekening te houden met zichtassen vanuit de dorpskern richting de Scheldevallei”. 5.5.
  17. Op hun kritiek dat de bestaande toestand niet overeenstemt met het planopzet dat het bestreden gemeentelijk RUP wil realiseren en dat het woonlint hoe dan ook dichtgebouwd wordt door de bouwmogelijkheden voor het perceel 626/e, antwoordt de Gecoro dat de zichtas niet loopt over het perceel 626/e maar over het agrarisch gebied. Dit antwoord vindt afdoende steun in het dossier. Verzoekers maken niet aannemelijk dat de door het bestreden gemeentelijk RUP bedoelde zichtassen onverenigbaar zouden zijn met de woonbestemming van hun perceel 626/e. Het betoog in hun laatste memorie “dat de zichtas duidelijk vertrekt vanuit de herbestemde projectzone 2 voor wonen (artikel 3) uit het RUP”, wat X-18.246-25/31 volgens hen gezien de “(hoge) bebouwing aan de straatkant” ervan “onmogelijk en onwerkbaar” is, wordt niet afdoende aangetoond en kan geen bijval vinden. 5.5.
  18. Waar verzoekers tenslotte stellen dat er geen rekening is gehouden met de in tussentijd gewijzigde ruimtelijke en beleidsmatige context, lichten zij dit niet toe in hun verzoekschrift, zodat hun kritiek in zoverre onontvankelijk is. 5.
  19. Voorts valt niet in te zien hoe de bewering in verzoekers’ laatste memorie dat “de planopmakende overheid poogde het verlies aan bouwgrond te ‘compenseren’ door aan te bieden dat er in [hun] hoevecomplex […] 3 woongelegenheden zouden kunnen worden ondergebracht”, tot vernietiging van het bestreden besluit kan leiden. 5.
  20. Waar verzoekers in hun laatste memorie tenslotte nog betogen dat artikel 3.14 van de stedenbouwkundige voorschriften met betrekking tot de woonprojectzone 2 bepaalt dat “[h]et is toegestaan dat de ontsluiting gebeurt via de private wegenis die doorheen de woonprojectzone loopt, mits akkoord van de eigenaar”, en daarin een ongelijke behandeling zien, is hun kritiek laattijdig en evenzeer onontvankelijk. 5.
  21. Het middel wordt verworpen. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 6.
  22. Een tweede middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 2.2.5 en 2.2.21 VCRO, alsook van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verzoekers bekritiseren dat het bestreden gemeentelijk RUP bijkomende bouwrechten toekent aan de aanpalende woonprojectzone 2 en hiervoor hun eigendom hypothekeert middels het opleggen van zichtassen. Zij X-18.246-26/31 stellen dat de bouwrechten die hen worden ontnomen klaarblijkelijk worden “afgewenteld” op de aanpalende woonprojectzone 2, omdat binnen de contouren van deze woonprojectzone 2 een bouwdichtheid wordt toegelaten die manifest ingaat tegen de algemeen gangbare bouwdichtheid voor het buitengebied. De nieuwe bebouwing in het kader van dit woonproject veronderstelt de sloop van een karakteristieke huizenrij met erfgoedwaarden en gaat in tegen de basisopties van het bestreden gemeentelijk RUP, die voortvloeien uit de bindende bepalingen van het GRS. Verzoekers’ ongenoegen over dit verschil in behandeling werd reeds in hun inspraakreactie en naderhand in hun bezwaarschrift aangehaald. De weerlegging ervan door de Gecoro bevat geen correcte en degelijk onderbouwde argumentatie. Verzoekers beklemtonen dat zij er in hun bezwaarschrift hebben op gewezen dat de ruimtelijke karakteristieken van hun eigendom nagenoeg identiek zijn met die van de woonprojectzone 2, terwijl hun bouwrechten hen worden ontnomen. Het gemeentelijk RUP voorziet in maximaal 12 woongelegenheden binnen woonprojectzone 2, wat neerkomt op een bouwdichtheid die substantieel hoger ligt dan de vooropgestelde bouwdichtheid van 15 woningen per hectare in het buitengebied. Opmerkelijk is dat ook hier de zichtassen richting de achterliggende open ruimte van essentieel belang zijn, terwijl zij er op gewezen hebben dat de zichtas ter hoogte van de knik in de doorgaande weg er niet is en er ook niet kan komen door de spontane bebossing links van hun eigendom en door de mogelijkheid tot het bouwen van een eengezinswoning op hun perceel 626/e. Concreet komt het erop neer dat de uitgangspunten van het bestreden gemeentelijk RUP gestoeld zijn op een achterhaald beeldkwaliteitsplan van
  23. Verder menen verzoekers dat al te gemakkelijk wordt uitgegaan van de mogelijkheid tot sloop en nieuwbouw van de huizenrij binnen de woonprojectzone
  24. Over deze mogelijkheid blijken ernstige (politieke) bedenkingen te bestaan, zoals blijkt uit het gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2021 tot voorlopige vaststelling van het bestreden gemeentelijk RUP. In het bestreden besluit wordt het nog sterker geformuleerd, als zijnde een strijdigheid met de bindende bepalingen van het GRS, in het bijzonder met de ruimtelijke optie “het behoud van het cultuurhistorisch patrimonium staat voorop”. Nieuwbouw kan het beeldkarakter van het dorp aantasten. De stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP voorzien verder dat er X-18.246-27/31 “rekening dient gehouden te worden met zichtassen vanuit de dorpskern richting de Scheldevallei”. Een dergelijke vage formulering kan niet aanvaard worden voor een situatie die in de feiten onmogelijk gerealiseerd kan worden, maar wel een enorme negatieve impact heeft op verzoekers’ eigendom. Hieruit blijkt dat de motivering van het bestreden gemeentelijk RUP tegenstrijdig is. Verzoekers besluiten dat nergens een afdoende motivering voor de verschillende behandeling blijkt. 6.
  25. In hun memorie van wederantwoord menen verzoekers dat de bouwmogelijkheden voor woonprojectzone 2 klaarblijkelijk op een andere, meer vlotte manier benaderd worden dan voor hun eigendom. Verder betogen zij dat de verwerende partij zich opnieuw bedient van het aanvoeren van een post factum motivering, hetgeen niet is toegestaan. Ten slotte stellen verzoekers dat de verwerende partij niet ingaat op hun kritiek dat de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP ingaan tegen de opties die aan de basis liggen van het gemeentelijk RUP én dat deze opties voortvloeien uit de bindende bepalingen van het GRS. 6.
  26. In hun laatste memorie betogen verzoekers nog dat blijkens de motivering van de selectie van woonprojectzone 2 de zichtas zich moet bevinden “ter hoogte van de knik in de doorgaande weg, op de overgang van Dorp naar Pont-Zuid”, zodat het vertrekpunt van de zichtas veel zuidelijker dient te liggen en de “werkwijze” van het bestreden gemeentelijk RUP “dan ook kaduuk” is. Beoordeling 7.
  27. Waar verzoekers wijzen op een schending van “de (bindende) bepalingen van het GRS”, laten zij na deze bepalingen aan te duiden. Hun kritiek kan zodoende niet tot vernietiging leiden. 7.
  28. In zoverre verzoekers kritiek uiten op het feit dat “er al te gemakkelijk wordt uitgegaan van de mogelijkheid tot sloop en nieuwbouw van de huizenrij aan het Dorp binnen woonprojectzone 2” en wijzen op de erfgoedwaarde van deze huizenrij, dient te worden vastgesteld dat de erfgoedwaarde van de X-18.246-28/31 betreffende panden. Die omschrijving in de toelichtingsnota dat het gaat om “leegstaande en verwaarloosde woningen”, die “bouwtechnisch niet meer in goede staat zijn en een duurzaam ruimtelijke ontwikkeling belemmeren” en “niet meer aangepast [zijn] aan de huidige woonnormen op het vlak van comfort, duurzaamheid, licht en energieprestaties”, wordt door verzoekers niet weerlegd. 7.
  29. Verder richten verzoekers zich voornamelijk op de ongelijke behandeling van hun percelen ten opzichte van de percelen binnen de woonprojectzone 2, hoewel zij de schending van het gelijkheidsbeginsel als dusdanig niet aanvoeren. In de mate dat het middel moet begrepen worden als een schending van dat beginsel, zij eraan herinnerd dat het gelijkheidsbeginsel onder meer geschonden is als gelijke situaties zonder objectieve en redelijke verantwoording verschillend worden behandeld. De verzoekende partij die de schending van het gelijkheidsbeginsel aanvoert, moet de beweerde schending ervan met concrete en precieze gegevens aantonen. 7.
  30. Uit de toelichtingsnota blijkt dat binnen het plangebied twee woonprojectzones geselecteerd zijn, die door hun grootte en ligging een andere benadering vragen. De zones bieden meer opties wat betreft de invulling en ontwikkeling ervan teneinde een gedifferentieerd woonaanbod na te streven. Door deze zones als één geheel te benaderen en te ontwikkelen, wenst men tot een kwalitatieve ruimtelijke invulling te komen die een meerwaarde betekent voor de kern Zevergem. De selectie van woonprojectzone 2 wordt voorts uitdrukkelijk gemotiveerd (zie randnummer 3.22.3). 7.5.
  31. De Gecoro stelt ter weerlegging van verzoekers’ bezwaar dat de gronden waarnaar zij verwijzen niet ontwikkelbaar zijn binnen de regelgeving van de VCRO. Hierbij wordt verwezen naar het antwoord op het bezwaar tegen de herbestemming, waarbij de Gecoro oordeelde dat artikel 4.3.4 [lees: 4.3.5], § 1 VCRO aangeeft dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie wonen slechts kan verleend worden op een stuk grond gelegen aan een voldoende uitgeruste weg die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat. X-18.246-29/31 Zoals gezien (randnummer 5.5.2), dient te worden aangenomen dat verzoekers’ onbebouwd kadastraal perceel 626/f niet aan een voldoende uitgeruste weg paalt, dit in tegenstelling tot de bebouwde percelen die opgenomen worden in de woonprojectzone 2 en palen aan de weg Het Dorp. 7.5.
  32. Verzoekers kunnen er verder niet van overtuigen dat de onder de randnummers 3.22.1 en 3.22.4 vermelde zichtassen, in het bijzonder voor wat de woonprojectzone 2 betreft, niet mogelijk zouden zijn. Zij maken niet aannemelijk dat de oprijlaan met bomen en het spontaan gegroeide bos op het achterliggende perceel waarnaar verwezen wordt, het zicht op het landschap noodzakelijk zullen verhinderen. 7.5.
  33. Uit een en ander blijkt afdoende waarom een verschil in behandeling tussen verzoekers’ percelen en de woonprojectzone 2 gerechtvaardigd is. 7.
  34. Waar verzoekers wijzen op de hogere bouwdichtheid van de woonprojectzone 2, blijkt dit bezwaar eveneens door de Gecoro beantwoord te zijn (B4), maar gaan zij op dit antwoord niet in. Zodoende maken zij niet aannemelijk dat hun bezwaar niet op afdoende wijze werd weerlegd. 7.
  35. Verzoekers bekritiseren voorts dat het bestreden gemeentelijk RUP gebaseerd is op een “decennium oud” beeldkwaliteitsplan dat niet werd geactualiseerd. Vastgesteld moet worden dat in de bespreking van de inspraakreacties op de startnota wordt vermeld dat het beeldkwaliteitsplan eerder inspirerend werkt, en dat de bouwconcepten niet zonder meer mogen worden overgenomen omdat ze onvoldoende rekening houden met specifieke terreinkenmerken. Wel wordt het vrijwaren van de zichtassen als waardevol principe uit het beeldkwaliteitsplan in acht genomen. Datzelfde standpunt leest men in de toelichtingsnota. Verzoekers tonen in hun verzoekschrift verder niet concreet aan in welke mate het beeldkwaliteitsplan “door de feiten achterhaald” zou zijn en welke invloed dit op de realisatie van de plandoelstellingen zou hebben. X-18.246-30/31 7.
  36. Het betoog in verzoekers’ laatste memorie dat blijkens de motivering van de selectie van woonprojectzone 2 de zichtas zich moet bevinden “ter hoogte van de knik in de doorgaande weg, op de overgang van Dorp naar Pont-Zuid”, zodat het vertrekpunt van de zichtas veel zuidelijker dient te liggen, is laattijdig en derhalve onontvankelijk. 7.
  37. Het middel wordt verworpen.
  38. De middelen zijn ongegrond gebleken. Het beroep moet hoe dan ook als ongegrond verworpen worden. BESLISSING
  39. De Raad van State verwerpt het beroep.
  40. De verzoekende partijen worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.246-31/31 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.564 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.