← België

Arrest 257678 - Wapens - 19/10/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.678 Rolnummer: A. 237287/IX-10119 Zaak: Arrest 257678 - Wapens - 19/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-23 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-06-10 14:14 Fiche Arrest nr 257.678 van 19 oktober 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.678 van 19 oktober 2023 in de zaak A. 237.287/IX-10.119 In zake : Patrik JACOBS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Maenhout kantoor houdend te 2600 Antwerpen Filip Williotstraat 30 bus 0102 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Evelyne Maes en Louise Reyntjens kantoor houdend te 3000 Leuven Arnould Nobelstraat 34 bus 0101 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 22 maart 2022 ‘over het beroep tegen de intrekking van de sportschutterslicentie van de heer Jacobs door Vlaamse Schietsportkoepel vzw’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-10.119-1/7 Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mats Mertens, die loco advocaat Koen Maenhout verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Evelyne Maes, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen beslist op 26 januari 2022 om verzoekers wapenvergunningen en het recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens in te trekken wegens een potentieel gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Verzoeker stelt op 10 februari 2022 beroep in tegen die beslissing bij de minister van Justitie. IX-10.119-2/7 3.
  6. Op 31 januari 2022 trekt de vzw Vlaamse Schietsportkoepel verzoekers sportschutterslicentie in als “noodzakelijk gevolg dat gegeven wordt aan de beslissing genomen door de provinciegouverneur”. Verzoeker stelt op 10 februari 2022 beroep in tegen die beslissing. 3.
  7. Met het thans bestreden besluit van 22 maart 2022 verwerpt de Vlaamse minister van Sport verzoekers beroep tegen de beslissing van de vzw Vlaamse Schietsportkoepel van 31 januari
  8. 3.
  9. Op 13 februari 2023 willigt de minister van Justitie verzoekers beroep gedeeltelijk in. De intrekking van het wapenbezit wordt omgezet in een beperking in afwachting van het voorleggen van een bewijs dat verzoekers zoon niet meer bij hem woont en staat ingeschreven op een ander adres. De beperking bestaat erin dat verzoeker geen vuurwapens en munitie mag bewaren op zijn verblijfplaats en dat het enkel is toegelaten om zijn vuurwapens te bewaren op de schietstand en daar de munitie aan te kopen en te verbruiken die nodig is om de schietactiviteiten te kunnen uitoefenen. 3.
  10. Met een ministerieel besluit van 27 maart 2023 trekt de Vlaamse minister van Sport het ministerieel besluit van 22 maart 2022 ‘over het beroep tegen de intrekking van de sportschutterslicentie van de heer Jacobs door Vlaamse Schietsportkoepel vzw’ in en vernietigt hij de beslissing van de vzw Vlaamse Schietsportkoepel van 31 januari 2022 tot intrekking van verzoekers sportschutterslicentie. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  11. Na de kennisgeving van het auditoraatsverslag, opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement, heeft de verwerende partij een “Antwoord op het verslag van de Eerste auditeur (artikel IX-10.119-3/7 93)” ingediend, waarna verzoeker een “Aanvullende nota” heeft ingediend.
  12. Indien blijkt dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is of dat het slechts een kort debat vereist, brengt het lid van het auditoraat daarvan, luidens artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement, onverwijld verslag uit aan de voorzitter van de kamer belast met de zaak. Behoudens het gemotiveerd verzoekschrift en de schriftelijke opmerkingen, bedoeld in artikel 93, tweede lid, zoals van toepassing op deze zaak, voorziet dit artikel er niet in dat de partijen na het verslag van de auditeur nog andere procedurestukken kunnen indienen. Het is de partijen echter wel toegestaan om nieuwe feiten, die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of de gegrondheid van het beroep, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de door de verwerende partij en verzoeker na het auditoraatsverslag ingediende stukken op dergelijke feiten betrekking hebben, kunnen ze dan ook bij de zaak worden betrokken. In zoverre de voornoemde stukken geen betrekking hebben op dergelijke feiten, maar de neerslag vormen van de uiteenzetting ter terechtzitting, worden ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. V. Intrekking van de bestreden beslissing
  13. Het bestreden ministerieel besluit van 22 maart 2022 is inge- trokken bij ministerieel besluit van 27 maart
  14. Het voorliggende beroep is thans derhalve zonder voorwerp, wat verzoeker niet betwist. VI. Kosten en rechtsplegingsvergoeding Standpunt van de verwerende partij
  15. De verwerende partij vraagt om de rechtsplegingsvergoeding ten laste van verzoeker te leggen omdat zij correct heeft gehandeld en aldus moet worden beschouwd als de in het gelijk gestelde partij. IX-10.119-4/7 IX-10.119-5/7 Ter adstructie wijst zij erop dat op het moment van het nemen van het bestreden besluit de minister van Justitie nog geen uitspraak had gedaan over het beroep tegen de beslissing van de provinciegouverneur, zodat de Vlaamse minister van Sport een rechtsgeldige beslissing kon nemen. In geen geval diende er te worden gewacht tot de minister van Justitie een uitspraak had gedaan. De beroepen bij de Vlaamse minister van Sport en de minister van Justitie staan immers op gelijke voet. Bovendien had de Vlaamse minister van Sport overeenkomstig artikel 11, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 2007 ‘houdende de uitvoering van het decreet van 11 mei 2007 houdende het statuut van de sportschutter’ slechts een termijn van zestig dagen om een beslissing te nemen over het beroep inzake de intrekking van de sportschutterslicentie. Had de Vlaamse minister van Sport gewacht op een beslissing van de minister van Justitie, zou hij de termijn van zestig dagen ruim hebben overschreden. Zodra de minister van Justitie op 13 februari 2023 een uitspraak deed over verzoekers beroep, heeft de Vlaamse minister van Sport het bestreden besluit ingetrokken. Die intrekking is niet gebeurd omdat verzoekers argumentatie juist is, maar omdat de rechtsgrond voor het bestreden besluit was weggevallen. De verwerende partij heeft verzoeker ook steeds duidelijk gemaakt dat zij op deze wijze zou handelen, eens de minister van Justitie uitspraak zou hebben gedaan over het beroep tegen de beslissing van de provinciegouverneur. De Vlaamse minister van Sport heeft aldus gehandeld volgens de enige juiste procedure. Beoordeling
  16. Ingevolge de intrekking van het bestreden besluit door de verwerende partij moet verzoeker worden beschouwd als de in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Er is dan ook grond om aan verzoeker overeenkomstig deze bepaling een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. Dat de verwerende partij naar eigen zeggen “correct [heeft] gehandeld” en “de enige juiste procedure” heeft toegepast – waarover na de IX-10.119-6/7 intrekking van het bestreden besluit thans geen uitspraak kan worden gedaan – doet aan voorgaande conclusie geen afbreuk. Na het bestreden besluit had verzoeker, ter vrijwaring van zijn rechten, geen andere mogelijkheid dan het instellen van huidig beroep. Dat het beroep thans wordt beëindigd omdat het zonder voorwerp is gevallen, is enkel en alleen te wijten aan een handeling van de verwerende partij, te weten de intrekking van het bestreden besluit door het ministerieel besluit van 27 maart
  17. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.119-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.678 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.