id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.679 Rolnummer: A. 238992/IX-10245 Zaak: Arrest 257679 - Tucht (openbaar ambt) - 19/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-26 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-15 02:18 Fiche Arrest nr 257.679 van 19 oktober 2023 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.679 van 19 oktober 2023 in de zaak A. 238.992/IX-10.245 In zake: Ingeborg GOETHALS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Demeestere en Karel De Schoenmaeker kantoor houdend te 1930 Zaventem Gateway Building Luchthaven Nationaal 1J bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 28 april 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het bestuurscomité van het Universitair Ziekenhuis Gent van 27 februari 2023, waarbij aan Ingeborg Goethals de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. IX-10.245-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Karel De Schoenmaeker, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster is sinds 2006 verbonden aan het Universitair Ziekenhuis Gent. Op het ogenblik van de bestreden beslissing is zij kliniekhoofd in de nucleaire geneeskunde binnen de dienst Medische Beeldvorming. Met de thans bestreden beslissing legt het bestuurscomité van de verwerende partij haar de tuchtstraf ‘ontslag van ambtswege’ op. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel IX-10.245-2/9 wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting door verzoekster
- Verzoekster zet uiteen dat het ontslagbesluit het odium inhoudt dat zij fouten heeft gemaakt en niet meer kan functioneren in het ziekenhuis, hetgeen voor haar moreel ondraaglijk is. Ten aanzien van collega’s, familieleden en vrienden komt zij over als iemand die weggestuurd wordt waarbij men zich de vraag stelt welke zware fouten zij dan wel gemaakt zou hebben. Zij legt ook haar curriculum vitae neer waaruit blijkt dat haar professionele carrière onlosmakelijk is verbonden aan het UZ Gent en aan de Universiteit Gent. Zij is daaraan verknocht en haar ontslag is dus een onhoudbare morele klap. Het is niet menselijk draagbaar tijdens de duur van een annulatieprocedure. Verzoekster wijst er ook op dat zij ongeveer 25 jaar klinische ervaring heeft opgebouwd in de nucleaire neurologie en psychiatrie en de nucleaire beeldvorming van hersentumoren. Wanneer zij ontslagen wordt kan zij deze ervaring niet behouden of verder opbouwen aangezien het voor een nuclearist onmogelijk is om een privépraktijk te openen. Het ontslag leidt dus tot kennisstilstand en kennisachteruitgang. Voorts zet verzoekster uiteen dat zij voor 10% aangesteld is aan de UGent en hiervoor dient te presteren op drie pijlers, namelijk onderwijs, dienstverlening en onderzoek. Wat betreft de pijler onderwijs, wenst zij het lesmateriaal up-to-date te houden met voorbeelden uit de klinische praktijk maar daarvan wordt zij afgesneden door het ontslag. Zij is tevens titularis of mede-lesgever van de afstudeerrichting Master of Medicine in de specialistische IX-10.245-3/9 geneeskunde-nucleaire geneeskunde zodat zij evident op de werkvloer aanwezig dient te zijn om de vaardigheden te kunnen doceren. Haar dienstverlening als arts-specialist die klinisch werk verricht in het UZ Gent wordt onmiddellijk onmogelijk gemaakt. Zij zal niet langer uitgenodigd worden op basis van haar jarenlange klinische ervaring en wetenschappelijke verdiensten. Zij zal niet meer gevraagd worden om wetenschappelijke artikels van anderen te recenseren, om de rol van redacteur op zich te nemen of als spreker op internationale congressen. Integendeel wordt zij openlijk vernederd in de wetenschappelijke gemeenschap. Haar eigen onderzoekslijn uitgebouwd in de nucleaire beeldvorming van hoofd- en halskanker en hersentumoren kan zij enkel voortzetten als zij up-to-date blijft inzake de meest recente evoluties van diagnose en behandeling van deze types van kankers en dit kan enkel indien zij klinisch werk kan blijven verrichten in het ziekenhuis. Voor haar preklinisch onderzoek is ook toegang tot het animalarium en het infinity lab noodzakelijk. Zij besluit dat een onderbreking gedurende de periode van een annulatieprocedure onherstelbaar nefast is voor haar onderwijscarrière. Vervolgens wijst verzoekster erop dat zij hoofdpromotor is van twee doctorandi en slechts op een adequate wijze begeleiding van het doctoraatswerk verleend kan worden wanneer zij ook aanwezig is in het ziekenhuis. Verzoekster heeft er een punt van eer van gemaakt om naar behoren haar functie als promotor waar te nemen en de nefaste weerslag voor de doctorandi mag mede in rekening worden gebracht. Ook is zij projectverantwoordelijke voor een project van Kom op tegen Kanker en dit project gaat haar zeer ter harte, hic et nunc zelfs existentieel. In de slipstream van het ontslag poogt men nu verzoekster van dit project weg te duwen, wat psychologisch al evenzeer ondraaglijk is. IX-10.245-4/9 Tot slot stelt verzoekster dat er uiteraard ook een financieel verlies is aangezien zij onmiddellijk niets verdient. Dit heeft ook een psychologische weerslag en is ondraaglijk gedurende de duur van een annulatieprocedure. Zij zal niet ontkennen dat zij die periode financieel zal overleven maar dit accentueert de morele ondraaglijkheid. Beoordeling
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden.
- Zoals de Raad van State inmiddels reeds meermaals heeft geoordeeld, wordt de spoedeisendheid van de zaak niet vermoed of automatisch bewezen geacht, welke ook de aard van de bestreden beslissing is, zoals bij een tuchtrechtelijk ontslag. Dit geldt des te meer nu krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten een schorsing kan worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de nietigverklaring. Met deze IX-10.245-5/9 regeling heeft de wetgever de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die [hem] wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). Bovendien mag krachtens artikel 17, § 2, derde lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten een nieuwe vordering worden ingesteld, “indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen”.
- Verzoekster voert geen financieel nadeel aan, integendeel erkent zij uitdrukkelijk de duur die de behandeling van het beroep ten gronde vereist, te kunnen overbruggen.
- Dat een tuchtmaatregel aan de betrokkene reputatieschade berokkent, geldt voor alle personeelsleden die tegen hun wil door een tuchtsanctie worden getroffen en ze in afwachting van een uitspraak ten gronde moeten ondergaan. Elke tuchtmaatregel laadt op de betrokkene een odium, omdat de maatregel bij bepaling steunt op een of ander gegeven dat hem ongunstig wordt aangerekend. Een schorsingsprocedure strekt er niet toe om élk moreel nadeel dat met een tuchtsanctie gepaard gaat versneld te kunnen ondervangen. Van een moreel nadeel wordt daarenboven aangenomen, in de regel, dat dit wordt goedgemaakt door de genoegdoening van een latere nietigverklaring, die de bestreden maatregel retroactief uit de rechtsorde verwijdert en die erga omnes (jegens eenieder) het onwettig handelen van het bestuur vaststelt. Om een uitzondering op deze regel te bepleiten, volstaat het niet om louter de gevolgen op te sommen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Een ontslag betekent nu eenmaal dat het personeelslid niet meer mag presteren. Het ligt op de weg van verzoekster bijzondere omstandigheden aan te IX-10.245-6/9 tonen die ervan kunnen overtuigen dat een later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende genoegdoening kan verschaffen en dat het resultaat van de procedure ten gronde niet kan worden afgewacht, wegens de ernstige, schier onherstelbare schadelijke gevolgen die de maatregel ondertussen zal hebben veroorzaakt.
- Verzoekster brengt het morele nadeel in haar uiteenzetting alvast niet in verband met specifieke omstandigheden van het ontslag of met moreel bijzonder schadelijke of schokkende motieven over het gedrag dat haar wordt verweten. Verzoekster was al, om redenen die vreemd zijn aan de haar opgelegde tuchtmaatregel, gewettigd afwezig sinds 5 juli
- Dit relativeert in de eerste plaats het odium van het ontslag.
- Het valt om diezelfde reden daarenboven ook niet in te zien hoe een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de diverse nadelige gevolgen die verzoekster al dan niet terecht aan de tuchtmaatregel koppelt – zoals het uitgesloten worden van klinische ervaring, van onderzoek of van doctoraatsbegeleiding – ongedaan kan maken, op een ogenblik waarop zij afwezig moet zijn van de werkvloer en die ervaring dus hoe dan ook moet missen. Ten overvloede mag worden opgemerkt dat de verwerende partij wijst op de ZAP-aanstelling die verzoekster behoudt bij de Universiteit Gent, waarop zij zich kan beroepen om onderzoek te doen, papers te recenseren, de rol van redacteur op zich te nemen of als spreker te worden gevraagd. De verwerende partij merkt ook op dat het animalarium en het infinity lab eigendom zijn van en beheerd worden door de Universiteit Gent, zodat verzoekster op grond van haar ZAP-aanstelling daarvan nog steeds gebruik kan maken. Dit alles wordt door verzoekster op de terechtzitting niet tegengesproken. IX-10.245-7/9 De verwerende partij merkt voorts op dat er “op vandaag” geen doctoraatsstudenten actief zijn bij de nucleaire geneeskunde. Er is één doctoraats- student met een dubbel doctoraat maar dit doctoraat heeft geen betrekking op patiënten of data van de verwerende partij. Wat de tweede doctorandus betreft, stelt zij dat deze momenteel geen doctoraat doet binnen het UZ Gent, of met patiënten of data van de verwerende partij. Ook dit weerspreekt verzoekster niet op de terechtzitting.
- Verzoekster lijkt zich te verkijken op de inzet van de schorsingsprocedure. Nu zij hoe dan ook afwezig moet zijn, was dit het ogenblik om de procedure ten gronde haar beslag te laten hebben en om na te gaan, op het ogenblik waarop zij het werk zou kunnen hervatten, of zij in functie van de stand van de procedure alsdan deugdelijke argumenten heeft om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen.
- Op dit ogenblik is de spoedeisendheid evenwel niet aangetoond. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-10.245-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.245-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.679 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.439 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.