id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.699 Rolnummer: A. 234797/X-18011 Zaak: Arrest 257699 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 20/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-27 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-10 14:21 Fiche Arrest nr 257.699 van 20 oktober 2023 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 257.699 van 20 oktober 2023 in de zaak A. 234.797/X-18.011 In zake : Ellen DE CLERCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE MEISE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist en Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf Van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing d.d. 16 augustus 2021 van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Meise houdende de wijzigingen aan de personeelsformatie en het organigram”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. X-18.011-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 juni
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Andy Hoedenaeken, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Naar aanleiding van de inwerkingtreding van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ (hierna: decreet lokaal bestuur), wordt verzoekster, gemeentesecretaris van de gemeente Meise, met ingang van 1 augustus 2018 aangesteld in de functie van coördinator Grondgebiedszaken-juridische zaken. 3.
- Op 19 oktober 2020 beslist de gemeenteraad om de personeelsformatie te wijzigen. Onder meer wordt beslist om in de cluster Grondgebiedszaken de opdeling te maken tussen de diensten Omgeving en Uitvoerende diensten. Bij de dienst Omgeving zullen de functies van milieuambtenaar, duurzaamheidsambtenaar en administratief medewerker Leefmilieu worden ondergebracht. Ook de diensten Ruimtelijke ordening en Mobiliteit zullen er onder ressorteren. De technische dienst en de groendienst worden onder Uitvoerende diensten geplaatst. Nieuwe functies van statutair diensthoofd Omgeving en een statutair diensthoofd Uitvoerende diensten zullen X-18.011-2/5 worden toegevoegd; de betrokkenen zullen deel uitmaken van het managementteam. De functie van verzoekster wordt uitdovend gemaakt. Met een beslissing van dezelfde dag wordt het organogram dienovereenkomstig aangepast. 3.
- Volgens het college van burgemeester en schepenen, op 17 mei 2021, vergt de voornoemde reorganisatie een aanpassing van de inhoud van de functie van coördinator Grondgebiedszaken. Immers sturen de nieuwe functies van diensthoofd Omgeving en diensthoofd Uitvoerende diensten de onderliggende diensten en medewerkers aan. “Daarbij komt”, aldus nog het college, dat het “aangewezen” is om, gelet op het rapport van een externe consultant van 29 januari 2021, verzoekster bij wijze van ordemaatregel elke leidinggevende taak te onttrekken en haar een takenpakket toe te wijzen dat aansluit bij haar pluspunten en competenties, zoals haar juridische kennis en inzage in juridische aspecten en in de werking van de gemeente. Besloten wordt om verzoekster uit te nodigen “om haar standpunt naar voor te brengen over de voorgenomen aanpassing van de inhoud van haar functie, functiebenaming en plaats in het organogram”. Kennis wordt genomen van de ontwerpen van functiebeschrijving die de algemeen directeur opstelde voor de functie van coördinator Patrimonium en juridische zaken, van diensthoofd Omgeving en van diensthoofd Uitvoerende diensten. Op 5 juli 2021 beslist het college van burgemeester en schepenen de inhoud van verzoeksters functie, de functiebenaming en de plaats in het organogram aan te passen op grond van de beschrijving van de functie van coördinator Patrimonium en juridische zaken waarvan eerder kennis is genomen. Uit het organogram blijkt dat de functie geen leidinggevende functie is. Deze beslissing is het voorwerp van het beroep in de zaak met nummer 234.462/X-17.
- 3.
- Op 16 augustus 2021 schrapt het college van burgemeester en schepenen in de personeelsformatie de functie van coördinator Grondgebiedszaken en voegt het de functie van coördinator Patrimonium en juridische zaken toe, waaraan geen lidmaatschap van het managementteam verbonden is. Tevens wordt X-18.011-3/5 het organogram aangepast aan “de nieuwe hiërarchische lijnen”. Die beslissingen zijn het voorwerp van voorliggend beroep. IV. Onderzoek
- In het verzoekschrift voert verzoekster aan dat de bestreden beslissingen de uitvoering betreffen van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise van 5 juli 2021 die zij met haar beroep in de zaak A. 234.462/X-17.991 bestreed, en die zonder deze beslissing nooit genomen kon zijn. De onwettigheid van die beslissing tast ook de thans bestreden beslissingen aan. Er is, zo wordt in de memorie van wederantwoord toegevoegd, sprake van “een klaarblijkelijke schending van artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen [en] de beginselen van behoorlijke bestuur met name het materieel motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel”.
- Wat er ook zij van de ontvankelijkheidsexcepties van de verwerende partij, het beroep moet in elk geval verworpen worden. Uit het arrest nr. 257.698 van 20 oktober 2023 volgt dat verzoeksters beroep in de zaak A. 234.462/X-17.991 geen onwettigheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 5 juli 2021 doet aannemen en derhalve verworpen wordt. Er is dus hoe dan ook geen reden om de thans bestreden beslissing, zoals wezenlijk door verzoekster gevraagd, bij wege van gevolgtrekking of medesleping te vernietigen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en op een X-18.011-4/5 rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten behoeve van de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.011-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.699 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.