← België

Arrest 257728 - Overheidsopdrachten - 25/10/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.728 Rolnummer: A. 234329/XII-9121 Zaak: Arrest 257728 - Overheidsopdrachten - 25/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-07 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-10 14:38 Fiche Arrest nr 257.728 van 25 oktober 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XII KAMER nr. 257.728 van 25 oktober 2023 in de zaak A. 234.329/XII-9121 In zake : de BV LED AD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Uytterhaegen kantoor houdend te 9550 Hillegem Provincieweg 477 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD NINOVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV CITYSCREEN GROUP BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns, Dieter Torfs en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 12 augustus 2021, strekt tot de nietig- verklaring van “de beslissing, genomen door het college van burgemeester en schepenen d.d. 19 juli 2021 tot het aanstellen van de firma Cityscreen Group Belgium als concessionaris voor de domeinconcessie van de locaties ter hoogte van het station en het oud stadhuis voor het plaatsen van LED schermen ter vervanging van de huidige schermen […] en de impliciete beslissing om deze opdracht niet aan [de bv Led AD] te gunnen”. XII-9121-1/16 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 251.439 van 9 september 2021 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2023. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bo Denie, die loco advocaat Annelies Uytterhaegen verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Robin Depoorter, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij en advocaten Charlotte Cams en Jef Goffings, die mede loco advocaten Chris Schijns en Dieter Torfs verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. XII-9121-2/16 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een opdracht uit met als voorwerp ‘Domeinconcessie voor de levering en plaatsing van twee LED-borden op het openbaar domein van de stad Ninove met het oog op de publieke en private uitbating van deze LED-borden’. In de concessievoorwaarden, goedgekeurd door de gemeenteraad van de stad Ninove op 29 maart 2021, worden de volgende (technische bepalingen van

  1. de)gunningscriteria vooropgesteld: “1. Zichtbaarheid van de boodschap De schermen worden geplaatst op openbaar domein en moeten bestand zijn tegen mogelijke negatieve omgevingsfactoren. Zowel de schermen, de behuizing als de volledige draagconstructie moeten bestand zijn tegen mechanische belasting, allerlei weersomstandigheden, UV-straling, zout, water en zuren. De schermen mogen tegelijk geen negatieve invloed hebben op de verschillende weggebruikers, zowel in vorm als in lichtsterkte. Het scherm moet bijgevolg uitgerust zijn met een automatisch helderheidssysteem dat de helderheid aanpast op basis van het omgevingslicht (geen verblindend beeld bij schemering of ’s nachts). De schermen moeten daarnaast ook voldoende zichtbaarheid garanderen bij hevig invallend zonlicht. 2. Kwaliteit van de schermen De infoborden moeten geschikt zijn voor het verspreiden van informatie via kleurenbeelden. De inschrijver moet minimaal voldoen aan volgende kenmerken: - Aantal borden: 2 - Netto oppervlakte minimaal 3 m² en maximaal 5 m² - Reële pixelafstand: minimaal 12 mm […] - De gebruikte LED’s zijn hoogkwalitatief, hebben een hoge helderheid en een lange levensduur (minimum 90.000 branduren) - De aangeboden displays moeten verbeterbaar zijn. De ombouw naar een betere resolutie moet mogelijk zijn door uitsluitend de XII-9121-3/16 LED-modules te vervangen. De voorkeur gaat uit naar een bord in landscapeformaat op een vaste constructie - Behuizing in aluminium in nog te bepalen kleur - Onderhoud van de borden via front maintenance - Plaatsing paal en borden is inbegrepen in de offerteprijs - De aanbieder voorziet jaarlijks onderhoud en reiniging 3. Gebruiksvriendelijkheid van het Content Management system […]” Als bijlage bij de concessievoorwaarden worden het offerte- formulier en de concessieovereenkomst gevoegd. Luidens artikel 4 ‘Duur van de overeenkomst’ wordt de concessie toegestaan voor een termijn van vijftien jaar. Luidens artikel 5 ‘Concessievergoeding’ is de concessievergoeding vastgesteld op minimum 1 euro per jaar. In artikel 6 ‘Zendtijd en boodschappen’ wordt bepaald dat de zendtijd volledig evenredig tussen partijen wordt verdeeld, zijnde 50 % toegewezen tijd aan publieke boodschappen voor het bestuur en 50 % zendtijd voorbehouden voor commerciële boodschappen in te vullen door de concessionaris. Luidens artikel 7 ‘Technische specificaties’ dienen de videoborden te voldoen aan de in artikel 7.3 vermelde technische specificaties, inzake ‘Zichtbaarheid van de boodschap’, ‘Kwaliteit van de schermen’ en ‘Gebruiksvriendelijk Content Management System’. 3.2. Er wordt een openbare oproep tot mededinging gepubliceerd op de stadswebsite en aangekondigd in het Bulletin der Aanbestedingen van 21 april 2021, met als hoofding ‘Aankondiging van een concessieovereenkomst - Richtlijn 2014/23/EU – Type opdracht: diensten’. In de aankondiging worden de drie gunningscriteria met hun gewicht als volgt vermeld: zichtbaarheid van de boodschappen (20 %), kwaliteit van de schermen (50 %), en gebruiksvriendelijkheid van het Content Management System (30 %). 3.3. Blijkens het proces-verbaal van opening van 25 mei 2021 dienen de nv Cityscreen Group Belgium, zijnde de tussenkomende partij, en de bv LED AD, zijnde de verzoekende partij, een offerte in. XII-9121-4/16 3.4. Op 30 juni 2021 wordt een verslag van nazicht van de offertes opgesteld. In punt 4. ‘Vergelijking van de offertes en voorstel tot gunning’ worden de offertes als volgt beoordeeld: “ Nr. Beschrijving Gewicht 1 Zichtbaarheid van de boodschappen 20 Cityscreen group Belgium NV 18 Led AD BV 15 2 Kwaliteit van de schermen 50 Cityscreen group Belgium NV 48 Led AD BV 45 3 Gebruiksvriendelijkheid van het Content Management 30 Systeem Cityscreen group Belgium NV 25 Led AD BV 18 Totaal gewicht gunningscriteria: 100 ” Deze scores worden als volgt gemotiveerd: “Verduidelijking van score van de vermelde gunningscriteria Gunningscriterium nr. 1: Zichtbaarheid van de boodschappen. Beiden bieden dimfuncties aan op basis van lichtintensiteit en op basis van content, maar bij Cityscreen group Belgium NV is de dimmertabel regelbaar. Gunningscriterium nr. 2: Kwaliteit van de schermen. Beide firma’s leveren kwalitatief evenwaardige schermen. Bij Cityscreen Group Belgium NV is de plaatsing en het onderhoud echter uitvoerig beschreven in de bijgeleverde stukken en bij Led Ad is dit minder aan de orde. Gunningscriterium nr. 3: Gebruiksvriendelijkheid van het Content Management System. Beiden werken met een web-based oplossing zodat het CMS vanop elke plaats toegankelijk is. Bij het CMS van Led Ad BV is het niet nodig om vooraf ‘afspeellijsten’ aan te maken, maar doet het systeem dit automatisch. Bij het CMS dat Cityscreen group Belgium NV gebruikt dienen wel ‘afspeellijsten’ aangemaakt te worden. Finale rangschikking regelmatige offertes (gerangschikt volgens totale score) XII-9121-5/16 Nr. Naam Score 1 Cityscreen group Belgium NV 91 2 Led AD BV 88 ” Er wordt dan ook voorgesteld de concessie te gunnen aan de nv Cityscreen Group Belgium. 3.5. Op 19 juli 2021 beslist de verwerende partij om de concessie te gunnen aan de nv Cityscreen Group Belgium. Dat is de bestreden gunningsbeslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Excepties 4. De tussenkomende partij werpt op dat de verzoekende partij de opdracht kwalificeert als een overheidsopdracht terwijl het voorwerp een concessie voor diensten is in de zin van artikel 2, 7°, van de wet van 17 juni 2016 ‘betreffende de concessieovereenkomsten’ (hierna: de concessiewet). Voor zover de verzoekende partij “zich beroept” op de wet overheidsopdrachten 2016, is haar beroep volgens de tussenkomende partij onontvankelijk. De voorliggende concessie valt volgens de tussenkomende partij evenmin onder het toepassingsgebied van de concessiewet zodat de verzoekende partij zich niet kan beroepen op de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet). Overeenkomstig artikel 28 van deze wet is ze immers enkel van toepassing op de concessies voor diensten die onder de concessiewet vallen. Voorts betoogt de tussenkomende partij dat uit niets blijkt dat de verzoekende partij ook maar enig voordeel zou kunnen verkrijgen uit een XII-9121-6/16 vernietiging, minstens dat zij haar voordeel ten aanzien van de Raad van State niet aannemelijk maakt. Zij wijst erop dat de offerte van de verzoekende partij een zendtijd van 55 % voor het bestuur aanbiedt in plaats van de gevraagde 50 %, waardoor zij de opdrachtdocumenten heeft geschonden. Bijgevolg beschikt de verzoekende partij niet over het vereiste belang bij haar beroep. Ten slotte werpt de tussenkomende partij op dat het beroep onontvankelijk is voor zover het is gericht tegen de impliciete beslissing om de concessie niet aan de verzoekende partij te gunnen. Beoordeling 5. De voorliggende opdracht dient te worden gekwalificeerd als een concessie voor diensten in de zin van artikel 2, 7°, b), van de concessiewet. Deze kwalificatie is af te leiden uit het feit dat ingevolge artikel 6 van de concessieovereenkomst de concessionaris het exploitatierisico draagt, wat kenmerkend is om een concessie voor diensten te onderscheiden van een overheidsopdracht. Het feit dat de verwerende partij, onder meer in de hoofding van de bestreden beslissing, verwijst naar de term “overheidsopdrachten”, mag dan ook worden beschouwd als een materiële vergissing, en is niet van aard het voorwerp van de plaatsingsprocedure te doen herkwalificeren. 6. Voor zover de verzoekende partij de schending aanvoert van (artikel 4 van) de wet overheidsopdrachten 2016, terwijl die wet niet op een concessie voor diensten van toepassing is, houdt dit verband met de gegrondheid van het middel doch staat dit de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring op zich niet in de weg. Wat de rechtsbeschermingswet betreft, stelt de Raad van State vast dat de verzoekende partij zich daarop weliswaar in het kader van de vordering tot schorsing heeft beroepen, maar in het enig middel niet de schending ervan aanvoert. De excepties dienaangaande worden verworpen. XII-9121-7/16 7. De verzoekende partij beschikt als niet-gekozen inschrijver in beginsel over het vereiste belang bij het bestrijden in rechte van de beslissing tot gunning van die concessie aan een andere inschrijver. De loutere omstandigheid dat zij in haar offerte meer zendtijd voor publieke boodschappen heeft aangeboden dan in de concessievoorwaarden was bepaald, doet haar dit belang bij haar beroep niet verliezen. Ook deze exceptie wordt verworpen. 8. De verzoekende partij vraagt naast de nietigverklaring van de beslissing om de concessie aan een andere inschrijver te gunnen, ook de nietigverklaring van “de impliciete beslissing om deze opdracht niet [aan haar] te gunnen”. De verzoekende partij laat evenwel na om in haar verzoekschrift aannemelijk te maken dat er uitzonderlijke omstandigheden voorhanden zijn die rechtvaardigen dat de Raad van State te dezen gebruik zou maken van de bijzondere jurisprudentiële techniek van de bijkomende vernietiging van de impliciete weigering om de concessie aan haar te gunnen. De exceptie is gegrond. Het beroep is in die mate niet-ontvankelijk. V. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 9. De verzoekende partij voert in een enig middel de schending aan van artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, het zorgvuldigheidsbeginsel, de formele- en materiële motiveringsplicht en het redelijkheidsbeginsel. XII-9121-8/16 9.1. Zij voert vooreerst kritiek op de scores die aan haar offerte werden toegekend voor de gunningscriteria ‘Zichtbaarheid van de boodschappen’ en ‘Kwaliteit van de schermen’. Zij betoogt dat met betrekking tot de ‘Zichtbaarheid van de boodschappen’ er blijkens het gunningsverslag enkel rekening wordt gehouden met de “dimfuncties op basis van lichtintensiteit en op basis van content” terwijl er ook rekening diende te worden gehouden met de “schermtijd”. De verzoekende partij biedt 55 % zendtijd voor publieke boodschappen aan, terwijl de tussenkomende partij slechts het minimum van 50 % aanbiedt. Met betrekking tot de ‘Kwaliteit van de schermen’ wordt in het gunningsverslag gemotiveerd dat de plaatsing en het onderhoud van de schermen uitvoeriger zouden zijn beschreven door de tussenkomende partij. De verzoekende partij doet gelden dat de schermen uit dezelfde fabriek en dezelfde productielijn komen, zodat het onderhoud en de plaatsing dus voor beide inschrijvers hetzelfde inhouden. Zij bezorgde zelfs stalen aan de verwerende partij, terwijl het onduidelijk is of de tussenkomende partij de vereiste stalen heeft afgeleverd. Ook werd geen rekening gehouden met het gegeven dat de verzoekende partij “een scherpere variant van 4 mm” aanbiedt. 9.2. De verzoekende partij stelt voorts dat uit het voorgaande bovendien blijkt dat de verwerende partij geen informatie heeft gegeven omtrent de beoordelingsmethodiek van de gunningscriteria. De gunningscriteria werden in het bestek slechts zeer summier omschreven, zonder toelichting van wat onder de zichtbaarheid van de boodschappen dient te worden verstaan. Zij was in de veronderstelling dat de zichtbaarheid van de boodschappen vooral betrekking had op de mate waarin de boodschappen op het scherm zouden worden vertoond. Zij kon zich niet verwachten aan een beoordelingsmethode waarbij de verwerende partij alleen rekening houdt met “de regelbaarheid van de dimmertabel”. Dit betreft aldus een afwegingsregel, die door de verwerende partij wordt toegepast, terwijl deze niet vooraf ter kennis van de inschrijvers werd gebracht, wat in strijd XII-9121-9/16 is met de beginselen van gelijkheid en transparantie. De verwerende partij laat zelfs na om aan te tonen dat de door haar gehanteerde beoordelingsmethodiek voorafgaand aan de opening van de offertes werd vastgesteld. 10. De tussenkomende partij betwist in haar memorie de ontvankelijkheid van het middel “wegens toepassing verkeerde regelgeving” en “wegens gebrek aan belang”. Zij herhaalt haar argumentatie zoals aangevoerd in haar exceptie van onontvankelijkheid van het beroep. De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten in hun memories voorts uitvoerig de gegrondheid van het enig middel. 11. In haar memorie van wederantwoord herneemt de verzoekende partij haar uiteenzetting uit het verzoekschrift zonder daaraan nog iets toe te voegen. Wel schrapt zij elke verwijzing naar artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016. Beoordeling 12. De excepties opgeworpen door de tussenkomende partij houden verband met de gegrondheid van het middel, en worden dan ook bij het onderzoek daarvan betrokken. 13. Het voorwerp van de opdracht is een concessie voor diensten waarop de wet overheidsopdrachten 2016 niet van toepassing is. Voor zover de verzoekende partij de schending aanvoert van artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, faalt het middel in rechte. 14. Een overheid die, zoals te dezen, een concessie voor diensten gunt, beschikt bij de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria over een bepaalde beoordelingsruimte. Het is in de eerste plaats die overheid die bepaalt wat zij als sterke en zwakke punten in de offertes beschouwt, om er dienovereenkomstig punten aan toe te kennen. XII-9121-10/16 XII-9121-11/16 De Raad van State is niet bevoegd om de beoordeling van de offertes over te doen en zijn eigen beoordeling in de plaats te stellen van deze van de overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht mag hij desgevraagd wel nagaan of deze beoordeling berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven en of de beoordeling met de vereiste zorgvuldigheid is gebeurd. 15. In de eerste plaats oefent de verzoekende partij kritiek uit op de toetsing van haar offerte aan de gunningscriteria ‘Zichtbaarheid van de boodschappen’ en ‘Kwaliteit van de schermen’. 15.1. Uit de omschrijving van het eerste gunningscriterium ‘Zichtbaarheid van de boodschap’ in de concessievoorwaarden blijkt dat dit criterium peilt naar de technische eigenschappen van het aangeboden systeem, zoals het bestand zijn tegen negatieve omgevingsfactoren, de invloed op de verkeersveiligheid en de zichtbaarheid bij (invallende) duisternis en hevig zonlicht. Met dit criterium wordt niet de verdeling van de zendtijd tussen het bestuur en de concessionaris beoordeeld, dat luidens artikel 6 van de concessieovereenkomst volledig evenredig tussen de partijen wordt verdeeld. De kritiek van de verzoekende partij dat bij de beoordeling van dit criterium ook rekening diende te worden gehouden met de aangeboden zendtijd, mist feitelijke grondslag. 15.2. Wat het tweede gunningscriterium ‘Kwaliteit van de schermen’ betreft, krijgt de verzoekende partij in het gunningsverslag 45 op 50 punten en de gekozen inschrijver 48 op 50 punten. De twee inschrijvers krijgen aldus allebei een hoge score omdat zij “kwalitatief evenwaardige schermen” leveren. Het puntenverschil wordt in het gunningsverslag verantwoord doordat in de offerte van de tussenkomende partij “de plaatsing en het onderhoud […] uitvoerig [zijn] beschreven in de bijgeleverde stukken”, terwijl dit in de offerte van de verzoekende partij “minder aan de orde [is]”. XII-9121-12/16 De kritiek van de verzoekende partij dat de schermen van de beide inschrijvers uit dezelfde fabriek en productielijn komen, zodat het onderhoud en de plaatsing ervan dezelfde zouden zijn, kan niet worden bijgevallen. De kwaliteit van de plaatsing en het onderhoud dat door de inschrijvers wordt aangeboden staat immers los van de kwaliteit van de schermen op zich en betreffen precies aspecten waarop de inschrijvers, die een scherm van dezelfde fabrikant aanbieden, zich van elkaar kunnen onderscheiden. Het motief dat een meer uitvoerige beschrijving van het onderhoud voorhanden is in de offerte van de tussenkomende partij, vindt steun in de vertrouwelijke stukken van het administratief dossier dat de Raad van State heeft kunnen inzien. Bij de offerte van de tussenkomende partij blijkt een gedetailleerd onderhoudscontract te zijn gevoegd, wat niet het geval is met de offerte van de verzoekende partij. Voorts zijn er geen redenen voorhanden om te veronderstellen dat de tussenkomende partij niet de gevraagde stalen zou hebben ingediend, zoals de verzoekende partij poneert. Het administratief dossier bevat alleszins geen aanwijzingen in die zin, en er werden op dit punt geen opmerkingen gemaakt wat de regelmatigheid van de offerte betreft. Dat de verzoekende partij een scherm met “een scherpere variant van 4 mm” aanbiedt, leidt niet tot de vaststelling dat de verwerende partij ten onrechte zou hebben besloten dat de schermen kwalitatief evenwaardig zijn. De minimumvereiste van het bestek was 12 mm ‘pixel pitch’ en beide inschrijvers bieden schermen aan met een afstand die ruimschoots onder deze vereiste ligt. De ‘pixel pitch’ betreft overigens slechts één technische vereiste in een opsomming die meerdere tientallen vereisten omvat, en uit niets kan worden afgeleid dat de verwerende partij aan dit element een doorslaggevend belang diende te hechten. Ook de kritieken op de beoordeling van het tweede gunningscriterium zijn niet gegrond. XII-9121-13/16 16. In de tweede plaats oefent de verzoekende partij in het enig middel kritiek uit op de beoordelingsmethodiek van de gunningscriteria. Anders dan de verzoekende partij stelt, worden de gunnings- criteria in de concessievoorwaarden wel degelijk voldoende duidelijk omschreven. Die omschrijving bevat een aantal beoordelingselementen waaraan de offertes kunnen worden getoetst, doch die elementen blijken niet te zijn opgevat als subgunningscriteria. Zij vereisen bijgevolg geen afzonderlijke weging en puntentoekenning. Uiteraard betreft het wel elementen die de inschrijver in zijn offerte dient te behandelen en vormen ze aldus mee het voorwerp van de beoordeling en de vergelijking van de offertes. Die beoordeling moet evenwel niet altijd leiden tot het opmerken van een verschil op al die elementen. Het niet vermelden in de besluitvorming van bepaalde elementen uit de offerte kan bijgevolg worden verklaard door het feit dat er voor die elementen geen bijzondere meerwaarde of minwaarde te vermelden valt. Uit het gunningsverslag blijkt dat de verwerende partij te dezen de beide offertes heeft vergeleken waarbij zij enkel de meer- en de minwaarden van wat wordt aangeboden in functie van de beoordelingselementen heeft beschreven. Een dergelijke beschrijvende evaluatie in woorden gekoppeld aan het toekennen van een puntenscore die in een redelijke verhouding staat tot deze woordelijke motivering is een aannemelijke en vrij gebruikelijke beoordelingsmethodiek. Zodoende heeft de verwerende partij, wat het gunningscriterium ‘Zichtbaarheid van de boodschappen’ betreft, als meerwaarde bij de offerte van de tussenkomende partij vermeld dat de “dimmertabel regelbaar” is en dienvolgens een hogere score toegekend. Daaruit kan niet worden afgeleid dat de verwerende partij enkel “de regelbaarheid van de dimmertabel” in haar beoordeling zou hebben betrokken. Voorts, zoals hiervoor vermeld, peilt dit criterium kennelijk naar de technische eigenschappen van de aangeboden schermen en niet naar de verdeling van de zendtijd. De kritiek inzake de beoordelingsmethodiek kan bijgevolg niet aangenomen worden. XII-9121-14/16 XII-9121-15/16 17. De verzoekende partij maakt, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk dat de aanbestedende overheid, door te besluiten dat de tussenkomende partij “de economisch meest voordelige offerte” heeft ingediend, de aangevoerde regelgeving en beginselen zou hebben geschonden. Het enig middel is niet gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Patricia De Somere, staatsraad, Inge Vos, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-9121-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.728 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.439 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.