id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.738 Rolnummer: A. 239230/VII-42066 Zaak: Arrest 257738 - Natuurbehoud - Vergunningen - 26/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-09 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-10 14:39 Fiche Arrest nr 257.738 van 26 oktober 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 257.738 van 26 oktober 2023 in de zaak A. 239.230/VII-42.066 In zake : Jef MAES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jacqueline Meersman kantoor houdend te 9000 Gent Willem Tellstraat 22 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 mei 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 4 april 2023 tot weigering van het verzoek tot ontheffing van het verbod op ontbossing met betrekking tot een perceel gelegen te Oud-Turnhout, kadastraal bekend onder derde afdeling, sectie 1, nr. 786 C. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft op 23 juni 2023 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). VII-42.066-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sara Meersman, die loco advocaat Jacqueline Meersman verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker gebruikt een perceel grond, gelegen te Oud-Turnhout, kadastraal bekend onder derde afdeling, sectie 1, nr. 786 C, voor landbouwdoeleinden. 3.
- Op 4 januari 2023 dient hij een aanvraag in voor het verkrijgen van een ontheffing van het verbod op ontbossing met betrekking tot het voormelde perceel. De aanvraag wordt als volgt onderbouwd: “De ontbossing van het perceel in kwestie kadert in de uitbreiding van het (biologisch) landbouwareaal van de aanvrager. Het perceel en voorliggende woning werd recent aangekocht door de broer van de aanvrager in kwestie. Het betreft een perceel landbouwgrond dat aangeplant was met een bestand van fijnspar. Dit bestand was zwaar aangetast door de letterzetter en hiervoor werd op 6 mei 2019 een kapmachtiging afgeleverd. Dat het echter enkel en alleen om een kapmachtiging ging en niet om een vergunde ontbossing werd niet duidelijke meegedeeld aan de nieuwe eigenaar, waardoor deze er verkeerdelijk vanuit ging dat dit perceel sowieso terug in landbouwgebruik mocht genomen worden. In 2022 is dit perceel dus VII-42.066-2/7 ook reeds terug in (biologisch) landbouwgebruik genomen. Deze situatie wenst de aanvrager nu te regulariseren door deze ontbossing effectief te vergunnen. De aanvrager […] is zaakvoerder van Maes Agriculture LV. Deze landbouwvennootschap waarvan de activiteit bestaat uit akkerbouw werkt deels biologisch (waaronder op dit perceel, zoals aangeduid op de verzamelaanvraag) en werkt onder het principe van regeneratieve landbouw. Regeneratieve landbouw is een benadering (en een reeks landbouwpraktijken) die erop gericht is de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen die door de industriële landbouw is veroorzaakt, ongedaan te maken. Het doel van regeneratieve landbouw is het opbouwen van een gezonde bodem voor de toekomst, het vergroten van de biodiversiteit, het herstellen van het evenwicht in ecosystemen en het tegengaan van klimaatverandering. Zo wordt de grond nooit geploegd en wordt er na elke teelt een nateelt voorzien (dit jaar bv zonnebloemen na graan). Het doel is om in de bodem een grotere natuurlijke koolstofbuffer te creëren. Eigenlijk gaat regeneratieve landbouw dezelfde effecten hebben op de bodem (grotere biodiversiteit in het bodemleven, grotere C-opbouw en opbouw van organische stof in de bodem) dan een volwaardig bos”. In een bijgevoegde nota worden de gevolgen van de beoogde ontbossing als volgt verantwoord: “Het te ontbossen bestand (7000 m²) bestond volledig uit zwaar door de letterzetter aangetaste fijnspar. De ecologische waarde van een sparrenbestand is quasi nihil, zeker een dat zo zwaar aangetast is. Daarom werd er ook reeds een kapmachtiging toegestaan. Voor naaldbossen geldt een compensatiefactor
- Ter compensatie wordt elders 7000 m² bos terug aangeplant. De aanvrager is op dit moment nog bezig met het verwerven van grond of het overeenkomen met derden om een compensatie in natura te doen. Het uiteindelijke compensatievoorstel zal uiteraard bij de aanvraag tot ontbossing toegevoegd worden. Het perceel is gelegen in een lappendeken van bosbestanden en akkers. Het kappen van het bestand heeft weinig tot geen invloed op de onderlinge links tussen de verschillende bosbestanden. De afstanden zijn overbrugbaar en door het feit dat de akkers quasi nooit braak liggen kunnen de teelten gebruikt worden als schuilplaats of corridor. De landbouwvennootschap van de aanvrager werkt deels biologisch (waaronder op dit perceel, zoals aangeduid op de verzamelaanvraag […]) en werkt onder het principe van regeneratieve landbouw. Regeneratieve landbouw is een benadering (en een reeks landbouwpraktijken) die erop gericht is de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen die door de industriële landbouw is veroorzaakt, ongedaan te maken. Het doel van regeneratieve landbouw is het opbouwen van een VII-42.066-3/7 gezonde bodem voor de toekomst, het vergroten van de biodiversiteit, het herstellen van het evenwicht in ecosystemen en het tegengaan van klimaatverandering. Zo wordt de grond nooit geploegd en wordt er na elke teelt een nateelt voorzien (dit jaar bv zonnebloemen na graan). Het doel is onder andere om een grotere natuurlijke koolstofbuffer te creëren in de bodem. Eigenlijk gaat regeneratieve landbouw dezelfde effecten hebben op de bodem (grotere biodiversiteit in het bodemleven, grotere koolstof-opbouwen, opbouw van organische stof in de bodem) dan een volwaardig bos. Door het werken met nateelten, zoals dit jaar de zonnebloemen, zorgt de aanvrager niet alleen voor een grotere koolstofopbouw in de bodem maar zorgt hij als het ware voor een open buffet voor zaadetende vogels in de herfst- en wintermaanden. Groenbemesters zoals vlinderbloemigen gaan daarenboven de stikstof uit de lucht halen en opslagen in de grond. Alhoewel het perceel dus niet meer bebost is, is de ecologische waarde sterk gestegen in plaats van gedaald”. 3.
- Op 4 april 2023 neemt het Agentschap voor Natuur en Bos een beslissing waarbij het verzoek tot ontheffing van het verbod op ontbossing wordt geweigerd. Dit is de thans bestreden beslissing, die steunt op de volgende motieven: “• Op 6 mei 2019 is er voor dit perceel een kapmachtiging afgeleverd voor de eindkap van alle fijnsparren. Deze kapmachtiging is afgeleverd in het kader van sanitaire kap omdat de fijnsparren aangetast bleken door schorskevers. De termijn van deze kapmachtiging is verkort waardoor deze kapmachtiging afliep op 31 oktober
- In de voorwaarde van de kapmachtiging is opgenomen dat: - er niet ontstronkt mag worden. - het inheems loofhout in de struiklaag en in de kruidlaag zo goed mogelijk bewaard moet blijven. - herbebossing verplicht is, hiervoor kan gebruik gemaakt worden van natuurlijke verjonging. Indien 3 jaar na hel uitvoeren van de kapping nog onvoldoende natuurlijke verjonging aanwezig is, moet de verjonging aangevuld worden tegen ten laatste 21 december 2022, door aanplanting met bosplantsoen van loofhout tot een plantverband niet wijder dan 2 x 2,5 meter bereikt is, en/of door aanplanting met bosplantsoen van naaldhout tot een plantverband niet wijder dan 1,5 x 1,5 meter bereikt is. - de kapping in geen geval mag leiden tot een vermindering van de huidige bosoppervlakte. VII-42.066-4/7 Tijdens het terreinbezoek is gebleken dat het perceel volledig is ontbost en omgevormd tot akker. In de aanvraag voor de individuele ontheffing voor het ontbossingsverbod vermeldt de aanvrager dat: - het bij de verkoop van het perceel niet duidelijk werd meegedeeld dat het om een niet vergunde ontbossing gaat. - het perceel sinds 2022 in (biologische) landbouwgebruik is genomen. - de aanvrager deze situatie wenst te regulariseren door deze ontbossing effectief te vergunnen. • De aanvrager is landbouwer in hoofdberoep. • De aanvraag is gelegen in een agrarische gebieden, de aanvraag is verenigbaar met de gewestplanvoorschriften. • Het Agentschap voor Natuur en Bos concludeert op basis van een screening dat het project geen aanzienlijke milieueffecten op een bijzonder beschermd gebied kan hebben en dat er bijgevolg geen MER moet worden opgemaakt. • Volgens de BWK-kartering betreft het een biologisch waardevol naaldhoutbestand (fijnspar) zonder duidelijke ondergroei. De opgegeven bosleeftijd is ‘bos ontstaan tussen 1850 en +/- 1940’ • In tegenstelling tot wat vermeld is in de ecologische evaluatie van de aanvraag, ‘Het perceel is gelegen in een lappendeken van bosbestanden en akkers. Het kappen van het bestand heeft weinig tot geen invloed op de onderlinge links tussen de verschillende bosbestanden.’, is het perceel een belangrijke stapsteen. Aansluitend met de omliggende bosbestanden maakt het perceel deel uit van een groter boscomplex van meer dan 25 ha. De impact van een ontbossing veroorzaakt een versnippering van dit boscomplex en zal een wezenlijke impact veroorzaken op de ecologische waarde en potenties van dit boscomplex. Het bos heeft een belangrijke ecologische en landschappelijke waarde. Het bos is een niet ruimtelijk geïsoleerd bos, en maakt deel uit van een groter natuurlijke structuur. • Het perceel vormt een buffer en geluidsbarrière tussen de bewoonde percelen, de achterliggende landbouwpercelen en de zuidelijk gelegen autoweg E
- Het perceel sluit aan bij een groter boscomplex. • Landschappelijk maakt dit perceel deel uit van een bosgordel van ongeveer l km en meer dan 25 ha, die parallel loopt met de autoweg E
- Het perceel is een belangrijke stapsteen en aansluitend met de omliggende bosbestanden maakt het perceel deel uit van een groter boscomplex van meer dan 25 ha. De impact van een ontbossing veroorzaakt een versnippering van dit boscomplex en het doorbreekt de geluidsbarrière”. IV. Toepassing van de versnelde rechtspleging van artikel 93 van het algemeen procedurereglement
- De auditeur-verslaggever heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement omdat hij van VII-42.066-5/7 oordeel is dat het annulatieberoep met korte debatten definitief beslecht kan worden.
- De versnelde rechtspleging van artikel 93 van het algemeen procedurereglement kan enkel worden toegepast wanneer het beroep doelloos is geworden of wanneer de afhandeling van de zaak slechts korte debatten vereist. Uit het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 25 april 2007 tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, kan worden afgeleid dat de versnelde rechtspleging in het geval de afhandeling van de zaak slechts korte debatten vereist, beoogt om overeenkomstig de regeling die voorheen bij koninklijk besluit van 9 juli 2000 in het vreemdelingencontentieux was ingevoerd, weinig ingewikkelde zaken die geen problemen doen rijzen welke een snelle beslechting van het geschil verhinderen, op grond van een vereenvoudigde procedure versneld af te handelen.
- In dit geval worden alle in het verzoekschrift tot nietigverklaring aangevoerde middelen in het auditoraatsverslag onderzocht en wordt besloten tot de ongegrondheid van het beroep. De definitieve beslechting van het geschil vergt dat de Raad van State zich onder meer uitspreekt over:
(1)de ontvankelijkheid en de precieze strekking van het eerste middel,
(2)de bevoegdheid van de adjunct-administrateur-generaal van het Agenschap voor Natuur en Bos om de bestreden beslissing te nemen,
(3)de vraag of het terrein al dan niet bebost was in de zin van het Bosdecreet en het Agentschap op grond van juiste gegevens en binnen de grenzen van de redelijkheid tot het besluit is kunnen komen dat het betrokken perceel “[a]ansluitend met de omliggende bosbestanden [deel] [uit]maakt […] van een groter boscomplex van meer dan 25 ha” en
(4)de vraag of bij het nemen van de bestreden beslissing al dan niet rekening moest worden gehouden met de ligging van het perceel in een agrarisch gebied. Dergelijk omstandig onderzoek valt in redelijkheid niet onder de notie “korte debatten”. Het is daarom aangewezen dat de zaak volgens de regels VII-42.066-6/7 van de gewone rechtspleging van het algemeen procedurereglement wordt behandeld. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak wordt volgens de gewone rechtspleging voortgezet. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.066-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.738 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div