← België

Arrest 257745 - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen - 26/10/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.745 Rolnummer: A. 240337/XIV-39289 Zaak: Arrest 257745 - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen - 26/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-10-30 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-06-10 14:41 Fiche Arrest nr 257.745 van 26 oktober 2023 Economische zaken - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 257.745 van 26 oktober 2023 in de zaak A. 240.337/XIV-39.289 In zake: Philip ADAM woonplaats kiezend te 9880 Aalter Smedenpoort 17/1B tegen: ORDE VAN ARCHITECTEN, vertegenwoordigd door de Nationale Raad bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jacques Van Malleghem kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 43 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 23 oktober 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging “van de resultaten van de verkiezingen van de raden van de Orde van architecten van 12 oktober 2023.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2023, om 13.30 uur. XIV-39.289-1/7 Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die in persoon verschijnt, en advocaat Jacques Van Malleghem, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker is architect en lid van de Nationale Raad van de Orde van architecten als afgevaardigde van de Raad Oost-Vlaanderen (mandaatperiode 2021-2023). Ter terechtzitting verklaart verzoeker geen kandidaat te zijn bij de betrokken verkiezingen. 3.
  5. Op 13 oktober 2023 worden de stemresultaten aan verzoeker bij e-mail meegedeeld van de verkiezingen van de Nederlandstalige raden van de Orde van architecten met als afsluitingsdatum van de verkiezingen op donderdag 12 oktober
  6. Uit die e-mail blijkt dat de verkiezingsuitslagen ook gepubliceerd zijn op de website van de Orde van architecten. Ter terechtzitting wordt niet betwist dat op 12 oktober 2023 de verkiezingsresultaten van de Franstalige raden van de Ordre des architectes zijn bekendgemaakt op de website van de laatstgenoemde orde. Verzoeker betwist de uitvoering van de resultaten van deze verkiezingen, zodat die de bestreden beslissing vormen. XIV-39.289-2/7 IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  7. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  8. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
  9. In zijn verzoekschrift onder het kopje “Motivering voor de uiterst dringende noodzakelijkheid” zet verzoeker het volgende uiteen: “Aangezien de verkiezingsuitslagen zijn gepubliceerd op de website van de Orde, zullen de provinciale raden binnenkort overgaan tot de samenstelling van de Bureaus en de verkiezing van de afgevaardigden naar de Nationale Raad; ook de leden van de Raad van Beroep zullen daarna worden uitgeloot. De huidige mandaten verstrijken op 31/12/
  10. Er kan dus niet gewacht worden op de afwikkeling van een gewone procedure aangezien alle organen van de Orde van architecten zullen worden samengesteld op basis van de resultaten van de verkiezingen. De uiterst dringende noodzakelijkheid is daarom gerechtvaardigd..” XIV-39.289-3/7 Beoordeling
  11. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. Het is om die reden dat, zoals overwogen in het arrest van de Algemene Vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, nr. 249.313 van 22 december 2020, de Raad van State met een zekere gestrengheid de voorwaarden beoordeelt die vervuld moeten zijn opdat deze vordering kan worden ingewilligd. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, of door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat een verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aannemelijk maakt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen (Cfr. RvS, Algemene Vergadering, 22 december 2020, nr. 249.313). De uiterst dringende noodzakelijkheid kan daarenboven niet voortkomen uit de enkele omstandigheid dat ingevolge de doorlooptijd van de zaak een uitspraak volgens de gewone schorsingsprocedure of een uitspraak ten gronde XIV-39.289-4/7 zou tussenkomen in een min of meer verre toekomst, waardoor de gewone schorsings- of annulatieprocedure verzoeker niet toelaat een arrest te verkrijgen voordat de bestreden handeling zijn volledige uitwerking heeft gehad. Opdat aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid voldaan is, moet deze vaststelling ten minste gepaard gaan met andere feitelijke gegevens die eigen zijn aan de voorliggende zaak en die aantonen dat de uiterst dringende noodzakelijkheid eraan inherent is. Niet minder dan het geval is in de gewone schorsingsprocedure, is daartoe vereist dat de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om haar beslissing te verkrijgen, “op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-2013, 5-2277/1, 13). Tot slot wordt de spoedeisendheid van de zaak niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet én gestaafd.
  12. Het volstaat zoals te dezen niet te stellen dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Zulks is het onvermijdelijke lot van elke beroepsindiener. Dat, in afwachting van dit resultaat, de provinciale raden zullen overgaan tot de samenstelling van de bureaus en de verkiezing van afgevaardigden naar de Nationale Raad, dat ook de leden van de Raad van beroep zullen worden uitgeloot en dat de huidige mandaten verstrijken op 31 december 2023, is op zich niets meer dan een herinnering aan het gevolg van de bestreden verkiezingsuitslagen. Het doet niet uit zichzelf aannemen dat de zaak spoedeisendheid vertoont. Bovendien verliest verzoeker, die voorts verklaart geen kandidaat te zijn bij de bestreden verkiezingen, uit het oog dat - zoals hiervoor werd herinnerd (supra, pt 7) - wanneer hij een beroep doet op de schorsingsprocedure bij uiterst XIV-39.289-5/7 dringende noodzakelijkheid, het hem toevalt met precieze en concrete gegevens aannemelijk te maken dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of zijn belangen veilig te stellen. Enig gegeven ontbreekt omtrent het nadeel dat verzoeker dreigt te ondergaan door de tenuitvoerlegging van de bestreden verkiezingen, en waarom dat nadeel enkel kan worden ondervangen door een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  13. Uit wat voorafgaat, volgt dat geen uiterst dringende noodzakelijkheid is aangetoond hoewel die procedure slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter door verzoeker op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond, daarbij in acht genomen dat de vordering tot schorsing, ook deze bij uiterst dringende noodzakelijkheid, “op elk moment” kan worden ingesteld. Evenmin is aangetoond dat het doorlopen van de gewone schorsingsprocedure onherroepelijk te laat zou komen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. 10 Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. VII. Kosten
  14. Over de vraag van de verwerende partij om de kosten, met inbegrip van een gevorderde rechtsplegingsvergoeding, te laste te leggen van de andere partij, wordt uitspraak gedaan in het arrest over het beroep tot nietigverklaring. XIV-39.289-6/7 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.289-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.745 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.737 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.