← België

Arrest 257752 - Overheidsopdrachten - 26/10/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.752 Rolnummer: A. 237639/XII-9282 Zaak: Arrest 257752 - Overheidsopdrachten - 26/10/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-07 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-06-10 14:44 Fiche Arrest nr 257.752 van 26 oktober 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 257.752 van 26 oktober 2023 in de zaak A. 237.639/XII-9282 In zake: de NV PROXIMUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Daan Degrande kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV BEHEERSMAATSCHAPPIJ ANTWERPEN MOBIEL (BAM) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Ian Arnouts en Devin Kumpen kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 7 november 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de als volgt omschreven beslissingen genomen in het kader van de plaatsing van de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘Raamovereenkomst – ICT infrastructuur en digitale werkplekdiensten’:
  2. de “op 24 oktober 2022” door Lantis genomen beslissing om de door Proximus voor de opdracht ingediende aanvraag tot deelneming niet te aanvaarden;
  3. de navolgende (selectie)beslissing van Lantis, die de (impliciete) beslissing omvat om Proximus niet voor deelname aan de gunningsfase van de plaatsingsprocedure voor de opdracht te selecteren, “voor zover deze beslissing reeds genomen zou zijn”. XII-9282-1/4
  4. de navolgende gunningsbeslissing van Lantis, die de (impliciete) beslissing omvat om de opdracht niet aan Proximus te gunnen, “voor zover deze beslissing reeds genomen zou zijn”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 255.232 van 9 december 2022 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het managementcomité van de nv van publiekrecht Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel, handelend onder de naam Lantis, van 4 oktober 2022 waarbij vijf kandidaten geselecteerd worden voor de overheidsopdracht met als voorwerp ‘Raamovereenkomst ICT infrastructuur en digitale werkplekdiensten’ en waarbij impliciet beslist wordt om de nv Proximus voor die opdracht niet te selecteren. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIIe kamer bij beschikking van 1 september 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 17 oktober
  6. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. XII-9282-2/4 III. Opheffing van de schorsing
  8. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten ertoe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. IV. Kosten
  9. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de door de verwerende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, ten laste te leggen van de verzoekende partij. BESLISSING
  10. De Raad van State heft de bij arrest nr. 255.232 van 9 december 2022 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9282-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig oktober tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9282-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.752 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.232 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.