id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.799 Rolnummer: A. 239195/IX-10258 Zaak: Arrest 257799 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 07/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-10 15:01 Fiche Arrest nr 257.799 van 7 november 2023 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.799 van 7 november 2023 in de zaak A. 239.195 /IX-10.258 In zake: Matty CILISSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 mei 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het hoofd van de algemene directie Strategische Communicatie, van 27 maart 2023, houdende mutatie van Matty Cilissen naar de staf van de koninklijke muziekkapellen van Defensie. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
- IX-10.258-1/6 Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij, advocaat Jef Goffings, die verschijnt voor de verzoekende partij en luitenant Marie-Sofie Thiriaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is beroepsofficier bij de luchtmacht, bekleed met de graad van kapitein-commandant kapelmeester en ingeschreven in de vakrichting ‘Muziek’. Hij vervult de functie van kapelmeester van de koninklijke muziekkapel van de luchtmacht sinds
- In 2020 rapporteert de preventieadviseur over de relatie tussen verzoeker en de muzikanten van de muziekkapel. Dit geeft aanleiding tot een coachingtraject met verzoeker. In 2022 adviseert de preventieadviseur onder meer om na te gaan of de positie van verzoeker als orkestleider nog houdbaar is, dit na nieuwe klachten. Op 27 maart 2023 neemt het hoofd van de algemene directie Strategische Communicatie de thans bestreden beslissing, waarbij hij verzoeker IX-10.258-2/6 muteert “naar de post 59006559 (MZ01X7) ‘Projectofficier’ in het Dept J10700-009 en dit op 11 Apr 23”. Deze mutatie, aldus de bestreden beslissing: “[…] dient beschouwd te worden als een ordemaatregel [voetnoot: een ordemaatregel wordt opgelegd louter vanuit het oogpunt van het belang van de dienst en zonder het oogmerk om betrokkene voor een tekortkoming te straffen, waarbij de schuldvraag niet wordt gesteld of openblijft, zelfs al vloeit de verstoring van de orde (mede) voort uit het gedrag van het betrokken personeelslid. Een ordemaatregel, die uitsluitend is bedoeld om de goede werking van de dienst te verzekeren en niet om het personeelslid te straffen voor schuldig gedrag, houdt in beginsel geen aantasting in van de reputatie en de goede naam van het betrokkene personeelslid] en is gebaseerd op het advies van Mensura […]”. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting in het verzoekschrift
- In het inleidend verzoekschrift voert verzoeker met betrekking tot de spoedeisendheid aan dat hij “een uiterst gerenommeerde en getalenteerde dirigent” is. Indien de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet zou worden bevolen, “is de – tegenwoordig reeds aangetaste – reputatie in de ogen van de buitenwereld volledig aangetast en kan [hij] iedere verdere professionele vooruitgang dan wel promotie vergeten”. Ieder gezag waarover hij binnen Defensie beschikt zal verloren gaan. Bovendien zal hij niet meer serieus worden genomen door zijn oversten in de toekomst. Des te langer deze toestand aansleept, des te meer zijn imago wordt “ingedeukt”. IX-10.258-3/6 Verzoeker “ziet [zijn] hele carrière, zowel financieel als emotioneel, in rook opgaan. Dit “zijn alleszins geen hypothetische gevolgen”. Wat het morele nadeel betreft, merkt verzoeker op dat de bestreden beslissing geen volledige uitwerking heeft gehad en dat zijn toekomst “compleet – nog meer dan tegenwoordig het geval zou kunnen zijn – geruïneerd zal zijn” indien er niet wordt overgegaan tot schorsing. Hij “verwijst hiertoe naar de feitelijke uiteenzetting alsook naar de bespreking ten gronde”. De Raad van State “zal meer bepaald vaststellen dat er in casu wél precieze en concrete gegevens bestaan die de uitzonderlijke omstandigheden aantonen”. Beoordeling
- Het komt er voor een verzoeker, die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die hij in zijn vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt om aan zijn zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor hem persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet kan worden afgewacht. Die gegevens moeten door verzoeker worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet én gestaafd.
- Het is niet de bedoeling dat de Raad van State zelf het verzoekschrift uitpluist naar gegevens die eventueel de spoedeisendheid kunnen IX-10.258-4/6 verantwoorden. Het ligt op de weg van verzoeker om aan te tonen dat die schorsingsvoorwaarde is vervuld. Een loutere verwijzing naar “de feitelijke gegevens van de zaak” en naar “de bespreking ten gronde” kan bijgevolg niet slagen. Overigens verliest verzoeker met de verwijzing naar de “bespreking ten gronde” uit het oog dat de eis van spoed en de eis van een ernstig middel afzonderlijk te vervullen schorsingsvoorwaarden zijn.
- Verzoeker beweert nadelige financiële gevolgen te ondervinden, maar werkt dit niet nader uit.
- Een moreel nadeel wordt in beginsel hersteld door de in voorkomend geval later uit te spreken nietigverklaring. Die nietigverklaring verwijdert de bestreden maatregel uit de rechtsorde, retroactief, en toont erga omnes (jegens eenieder) aan dat ze met een onwettigheid was behept. Ze vermag voor verzoeker dan ook niet meer in de weg staan van enige promotiekans. Verzoeker laat voorts na, te duiden of en welke promotiekansen op korte termijn – dat wil zeggen, in afwachting van een uitspraak ten gronde – hij misloopt.
- Het enige nadeel dat dan blijft in het gehele exposé van verzoeker, waarop hij overigens op de terechtzitting ook nadrukkelijk wijst, is de reputatieschade die hij beweerdelijk zou lijden. Zoals in de bestreden beslissing echter is te lezen, houdt een ordemaatregel in beginsel geen aantasting in van de reputatie en de goede naam van het betrokken personeelslid. Het valt verzoeker toe aan te tonen dat dit in de specifieke omstandigheden van zijn zaak anders is én aan te tonen waarom hij die reputatieschade zelfs voor de duur van de procedure ten gronde niet kan dragen. Van de kant van verzoeker blijft het op dat vlak echter bij loutere beweringen, door niets concreet onderbouwd. De in het vooruitzicht gestelde “precieze en concrete gegevens” heeft verzoeker niet neergeschreven. Een uiteenzetting, beperkt tot algemeenheden en zonder ook maar enig licht te doen IX-10.258-5/6 schijnen op de schier onherroepelijke schadelijke gevolgen voor verzoeker bij een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, volstaat niet om de spoedeisendheid aan te tonen. Aangezien die uiteenzetting in het inleidend verzoekschrift op onderbouwde wijze te lezen moet zijn, kan zulks niet worden goedgemaakt middels een aanbod op de terechtzitting om enkele getuigen te horen.
- De spoedeisendheid is niet aangetoond. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.258-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.799 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div