← België

Arrest 257800 - Varia (onderwijs en cultuur) - 07/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.800 Rolnummer: A. 236426/IX-10039 Zaak: Arrest 257800 - Varia (onderwijs en cultuur) - 07/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-10 15:01 Fiche Arrest nr 257.800 van 7 november 2023 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.800 van 7 november 2023 in de zaak A. 236.426/IX-10.039 In zake: de GEMEENTE OVERIJSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 mei 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse regering van 18 maart 2022, “waarbij de programmatieaanvraag van GITO Overijse voor 2e graad Sport TSO geweigerd wordt”. II. Verloop van de rechtspleging IX-10.039-1/4
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Fleur Suetens, die loco advocaten Joris Claes en Stijn Verbist verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten IX-10.039-2/4
  5. Het Gemeentelijk Instituut voor Technisch Onderwijs (GITO) te Overijse, waarvan verzoekster het schoolbestuur is, dient voor het schooljaar 2022-2023 onder meer een aanvraag in tot programmatie van een tweede graad ‘sport’ (TSO). Op 18 maart 2022 neemt de Vlaamse regering het besluit ‘tot goedkeuring van de programmatie van structuuronderdelen in het gewoon voltijds secundair onderwijs’. Op dezelfde dag beslist de Vlaamse regering een aantal aanvragen niet toe te staan. Onder meer de programmatieaanvraag van het GITO voor de tweede graad ‘sport’ wordt geweigerd. Die weigering is het voorwerp van huidig beroep. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  6. Met een brief van 9 mei 2023 deelt verzoekster mee dat zij op 27 maart 2023 van de verwerende partij de bevestiging ontving dat op 24 maart 2023 de programmatieaanvraag voor de tweede graad sport TSO met ingang van 1 september 2023 wél goedgekeurd werd. In haar laatste memorie vraagt zij de Raad van State om vast te stellen “dat de procedure door toedoen van verwerende partij zonder voorwerp geworden is”. Minstens mag hieruit worden begrepen dat verzoekster geen belangstelling meer heeft voor, en dus geen belang bij, het beroep. V. Kosten
  7. De nieuwe beslissing van de verwerende partij is niet, in tegenstelling tot hoe verzoekster dat ziet, een intrekking van de bestreden beslissing. Het betreft een goedkeuring van een nieuwe aanvraag en kan dus ook niet worden opgevat als een onrechtstreekse toegeving dat de aangevochten weigering door enige onwettigheid is aangetast. Of dat laatste het geval is, vereist IX-10.039-3/4 een onderzoek ten gronde, dat precies door de proceshouding van verzoekster niet meer zal gebeuren. Er is bijgevolg geen reden om de verwerende partij tot de kosten te veroordelen. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.039-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.800 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.