← België

Arrest 257801 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.801 Rolnummer: A. 239105/IX-10251 Zaak: Arrest 257801 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-10 15:01 Fiche Arrest nr 257.801 van 7 november 2023 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.801 van 7 november 2023 in de zaak A. 239.105 /IX-10.251 In zake: Frederiek DE BEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN GENT gevestigd te 9000 Gent Onderbergen 86 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sabine Vanoverbeke en Pieter Sichien kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 1007 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 15 mei 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het vast bureau van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Gent van 16 maart 2023 waarbij de statutaire aanstelling van Frederiek De Bel als maatschappelijk werker wordt beëindigd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.251-1/8 Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Pieter Sichien, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker werkt als maatschappelijk werker in statutair dienstverband bij de verwerende partij. 3.
  6. Op 7 mei 2021 wordt verzoekers functioneren ongunstig geëvalueerd. Hij tekent geen beroep aan tegen deze evaluatie. Na een herkansingstraject van zes maanden wordt verzoeker op 20 januari 2022 opnieuw ongunstig geëvalueerd. Op 24 februari 2022 beslist het vast bureau van de verwerende partij om de aanstelling van verzoeker als statutair maatschappelijk werker te IX-10.251-2/8 beëindigen wegens disfunctioneren, “omdat [zijn] evaluatie van 20 januari 2022, volgend op [zijn] ongunstige evaluatie en herkansingstraject van zes maanden, ongunstig is”. Op 25 april 2022 vernietigt de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen het ontslagbesluit van 24 februari
  7. Volgens de provinciegouverneur is verzoeker ten onrechte een beroepsmogelijkheid tegen de ongunstige evaluatie van 20 januari 2022 ontzegd. 3.
  8. Ondertussen heeft verzoeker op 14 februari 2022 bij de preventieadviseur van de verwerende partij een verzoek ingediend “tot formele psycho-sociale interventie met betrekking tot de pesterijen waarvan [hij] op [zijn] werk […] het slachtoffer [is]”. In een verslag van 3 juni 2022 vermeldt de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk dat, ten aanzien van verzoeker, “[o]p basis van [het gevoerde] onderzoek kan worden vastgesteld dat er geen sprake is geweest van pesten zoals omschreven in de welzijnswet”. 3.
  9. Op 30 juni 2022 bevestigt de adjunct-algemeen directeur van de verwerende partij “het evaluatieresultaat op basis van het advies van de adviescommissie [e]valuaties”. De adjunct-algemeen directeur keurt ook goed “dat de ongunstige evaluatie van 20 januari 2022 tot gevolg heeft dat aan de aanstellende overheid het gemotiveerd voorstel tot ontslag wegens disfunctioneren van [verzoeker] wordt geformuleerd”. Op 15 september 2022 beslist het vast bureau om “[de] aanstelling [van verzoeker] als statutair maatschappelijk werker […] te beëindigen wegens disfunctioneren omdat [zijn] evaluatie van 20 januari 2022, volgend op [zijn] ongunstige evaluatie en herkansingstraject van zes maanden, ongunstig is”. Tegen voornoemde beslissing dient verzoeker een beroep tot nietigverklaring en schorsing in bij de Raad van State, bekend onder rolnummer IX-10.251-3/8 A. 237.326/IX-
  10. Bij arrest nr. 254.676 van 5 oktober 2022 verwerpt de Raad van State de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Op 16 maart 2023, na ontvangst van het in het kader van de kortedebattenprocedure opgestelde auditoraatsverslag, beslist het vast bureau de beslissing van 15 september 2022 in te trekken. 3.
  11. Met dezelfde beslissing keurt het vast bureau de beëindiging van de aanstelling van verzoeker als statutair medewerker omwille van “ongunstige evaluatie volgend op een ongunstige evaluatie en een herkansingstraject van 6 maanden” goed. De beslissing heeft uitwerking op de datum van 15 september
  12. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Schorsingsvoorwaarden
  13. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting in het verzoekschrift
  14. Verzoeker licht toe dat hij na meer dan twintig jaar dienst voor de verwerende partij wordt ontslagen “omdat hij zondermeer ongeschikt en onbekwaam zou zijn”, wat moreel een enorme klap is. Het is “een ondraaglijk odium dat niet kan verdragen worden”, ook niet tijdens de annulatieprocedure. Verzoeker wordt ten aanzien van zijn familie, vrienden en kennissen onmiddellijk afgeschilderd als een onbekwaam ambtenaar. IX-10.251-4/8 De ontslagprocedure zorgde meteen bij verzoeker voor een ware psychische ontreddering. Daar komt bovenop dat zijn pestklacht niet ernstig werd genomen. Dit alles zorgt voor zware fysieke klachten. De klap was voor verzoeker dusdanig hard dat hij psychische hulp nodig had. Naast maandelijkse therapiegesprekken heeft verzoeker een traject in dagtherapie gevolgd, twee dagen per week van 9 augustus 2022 tot 14 oktober
  15. Het is voor verzoeker psychologisch onmogelijk om het ontslag te blijven dragen tijdens een annulatieprocedure. Arbeid is voor elk mens belangrijk en wanneer wordt geponeerd dat hij niet in staat is te arbeiden naar behoren, heeft dit op verzoeker een enorme weerslag die hij na meer dan twintig jaar dienst bij de verwerende partij psychisch niet kan verdragen. Beoordeling
  16. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden.
  17. Om ervan te doen blijken dat een zaak te spoedeisend is voor een behandeling in een beroep tot nietigverklaring, volstaat het niet om – in het verzoekschrift – in abstracto aan te geven welke gevolgen de bestreden beslissing IX-10.251-5/8 heeft. Van belang, en doorslaggevend, is de concrete impact van die gevolgen op de specifieke situatie van de verzoekende partij. Haar situatie moet er in die mate penibel door worden dat van haar niet redelijkerwijze verwacht kan worden dat zij het resultaat van haar annulatieberoep afwacht zonder dat de bestreden beslissing ondertussen in haar tenuitvoerlegging geschorst is.
  18. Zoals de Raad van State inmiddels reeds meermaals heeft geoordeeld, wordt de spoedeisendheid van de zaak niet vermoed of automatisch bewezen geacht, welke ook de aard van de bestreden beslissing is, zoals bij een tuchtrechtelijk ontslag. Dit geldt des te meer nu krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten een schorsing kan worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die [hem] wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). Bovendien mag krachtens artikel 17, § 2, derde lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten een nieuwe vordering worden ingesteld, “indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen”.
  19. Verzoeker voert geen financieel nadeel aan. De bestreden beslissing staat er overigens niet aan in de weg dat verzoeker in afwachting van de afwikkeling van de annulatieprocedure elders solliciteert en, al is het tijdelijk, andere werkgelegenheid vindt. Verzoeker stelt in zijn uiteenzetting over de spoedeisendheid alvast niet dat en waarom dit voor hem niet haalbaar zou zijn. IX-10.251-6/8
  20. Dat een beëindiging van een aanstelling “wegens disfunctioneren” aan de betrokkene reputatieschade berokkent, geldt voor alle personeelsleden die tegen hun wil door een dergelijke ordemaatregel worden getroffen en ze in afwachting van een uitspraak ten gronde moeten ondergaan. Een schorsingsprocedure strekt er niet toe om élk moreel nadeel dat met een ordemaatregel gepaard gaat versneld te kunnen ondervangen. Niet minder dan ook het geval is met andere orde- en tuchtmaatregelen – inbegrepen die van het ontslag – wordt ook over de beëindiging van een aanstelling wegens disfunctioneren aangenomen dat het morele nadeel wordt goedgemaakt door de genoegdoening van een latere nietigverklaring, die erga omnes (jegens eenieder) bevestigt dat de maatregel met een onwettigheid is behept en die ze retroactief uit het rechtsverkeer verwijdert. Om een uitzondering op deze regel te bepleiten, volstaat het niet om louter de gevolgen op te sommen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Een ontslag betekent nu eenmaal dat het personeelslid niet meer mag presteren. Het ligt op de weg van verzoeker bijzondere omstandigheden aan te tonen die ervan kunnen overtuigen dat een later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende genoegdoening kan verschaffen en dat het resultaat van de procedure ten gronde niet kan worden afgewacht, wegens de ernstige, schier onherstelbare schadelijke gevolgen die de maatregel ondertussen zal hebben veroorzaakt.
  21. Verzoeker betoogt dat het in de huidige zaak uitzonderlijk anders is en verzoekt de Raad te oordelen dat er redenen zijn om bij spoedeisendheid het aangevoerde morele nadeel een halt toe te roepen. Die schadelijke gevolgen, zo betoogt verzoeker, liggen in de ernstige weerslag op zijn gezondheid, zowel fysiek als mentaal. IX-10.251-7/8 Verzoeker toont enkel aan dat hij sinds januari 2022 op regelmatige basis – zowat maandelijks – psychotherapiesessies volgt. Zijn therapeut attesteert enkel dit gegeven, zonder ook maar enige inhoudelijke toelichting te verschaffen. Daarmee is dan ook niet aangetoond, aangenomen nog dat die in januari 2022 opgestarte therapie in voldoende nauw verband staat met de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing van 16 maart 2023, dat verzoekers fysieke of mentale toestand van dien aard is dat een dadelijk ingrijpen door de rechter geboden is.
  22. Dat het ontslag verzoeker een “geduchte morele knauw” heeft toegebracht, kan grif worden aangenomen. Dat hieraan met spoed moet worden verholpen, is vooralsnog niet aangetoond. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.251-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.801 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.513 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.