← België

Arrest 257824 - Examens (onderwijs) - 09/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.824 Rolnummer: A. 240374/IX-10366 Zaak: Arrest 257824 - Examens (onderwijs) - 09/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-10 15:13 Fiche Arrest nr 257.824 van 9 november 2023 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.824 van 9 november 2023 in de zaak A. 240.374/IX-10.366 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Heidi Janssens kantoor houdend te 3390 Tielt-Winge Kraasbeekstraat 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door de juridische dienst, kantoor houdend te 3010 Leuven Provincieplein 1 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 27 oktober 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van ‘De Wijnpers’ van 22 augustus 2023 waarbij aan XXXX een oriënteringsattest B, met clausulering voor de doorstroomfinaliteit en dubbele finaliteit, wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november 2023, om 10.30 uur. IX-10.366-1/6 Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Heidi Janssens, die verschijnt voor de verzoekende partij en Johan Guillemyn, diensthoofd en Wim Notebaert, directeur leerlingen en organisatie, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoekster is tijdens het schooljaar 2022-2023 leerlinge in het eerste jaar van de tweede graad Beeldende en audiovisuele kunsten in ‘De Wijnpers’ te Leuven, waarvan de verwerende partij het schoolbestuur is. Op het einde van het schooljaar laat verzoekster jaartekorten optekenen voor Frans (46,3%), natuurwetenschappen (46,4%), wiskunde (42,4%), audiovisuele vorming (42,9%) en beeldende en grafische vorming (49%). De klassenraad beslist om aan verzoekster een oriënteringsattest B toe te kennen, met clausulering voor alle studierichtingen met doorstroomfinaliteit en dubbele finaliteit. Overleg met de directeur wordt gevraagd, maar vindt niet plaats. Verzoekster stelt beroep in bij het schoolbestuur. IX-10.366-2/6 Op 22 augustus 2023 beslist de beroepscommissie om het B- attest te behouden. Deze beslissing wordt met een aangetekende brief van 30 augustus 2023 aan verzoekster ter kennis gebracht. IV. Ontvankelijkheid van de vordering Exceptie
  5. De verwerende partij werpt in haar nota – onder meer – op dat “geen schorsing kan bevolen worden als blijkt dat binnen de in de procedureregeling vastgestelde termijn geen verzoekschrift tot nietigverklaring werd ingediend waarin middelen worden aangevoerd die ze gerechtvaardigd hadden”. Zij wijst erop dat de bestreden beslissing bij gewone aangetekende brief van 30 augustus 2023 werd verstuurd en dat de termijn om een annulatieberoep in te stellen bijgevolg op 2 november 2023 is verstreken. Beoordeling
  6. Een vordering tot schorsing, ook deze die bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingesteld, strekt ertoe de belangen van de partijen of belanghebbenden veilig te stellen in afwachting van de beslechting van de zaak ten gronde. Zo een vordering tot schorsing is dus steeds een accessorium van een beroep tot nietigverklaring (Parl. St. Senaat 2012-2013, nr. 5-2277/1, p. 4). Dat wordt, wat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betreft, niet tegengesproken door de in artikel 17, § 4, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorziene mogelijkheid dat zo een schorsing kan worden bevolen “zelfs voordat een beroep tot nietigverklaring werd ingediend”. Immers, artikel 17, § 4, derde lid, van dezelfde gecoördineerde wetten bepaalt dat “[d]e schorsing […] die [is] bevolen vóór het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring van de akte of het reglement IX-10.366-3/6 […] onmiddellijk [wordt] opgeheven als blijkt dat binnen de in de procedureregeling vastgestelde termijn geen verzoekschrift tot nietigverklaring werd ingediend waarin middelen worden aangevoerd die ze gerechtvaardigd hadden”.
  7. Het accessoire karakter van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betekent onder meer dat ze onontvankelijk moet worden verklaard wanneer wordt vastgesteld dat binnen de beroepstermijn geen – of geen ontvankelijk – beroep tot nietigverklaring werd ingediend. 7.
  8. Artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (“algemeen procedurereglement”) bepaalt dat de beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, verjaren zestig dagen nadat de bestreden beslissing werd bekendgemaakt of betekend. Artikel 4, § 2, derde lid, van het algemeen procedurereglement preciseert dat ingeval van een kennisgeving bij gewone aangetekende brief de eerste dag van de termijn voor het indienen van het verzoekschrift (tot nietigverklaring) de derde werkdag is die volgt op de verzending van die brief, “behoudens bewijs van het tegendeel door de geadresseerde”. 7.
  9. De bestreden beslissing dateert van 22 augustus 2023 en werd bij ter post aangetekende brief van woensdag 30 augustus 2023 aan verzoekster betekend. Aldus was de eerste dag van de beroepstermijn maandag 4 september 2023 en is die termijn – met toepassing van artikel 88 van het algemeen procedurereglement – geëindigd op donderdag 2 november
  10. IX-10.366-4/6 Een “bewijs van het tegendeel” is vooralsnog niet voorhanden, nu uit de e-tracker van bpost die de verwerende partij heeft bijgebracht, blijkt dat de betrokken zending op 31 augustus 2023 “zonder succes” bij verzoekster werd aangeboden en dat “[b]ericht [werd] gelaten in de brievenbus”. Zulks volstaat om de beroepstermijn te doen ingaan. 7.
  11. De raadsvrouw van verzoekster bevestigt ter terechtzitting namens verzoekster geen verzoekschrift tot nietigverklaring te hebben ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn.
  12. De exceptie vertoont, in de huidige stand van de procedure, de vereiste ernst opdat ze – desnoods ambtshalve – moet worden aangenomen. De vordering is onontvankelijk. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt de vordering.
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
  15. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.366-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Jurgen Neuts IX-10.366-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.