← België

Arrest 257827 - Natuurbehoud - Vergunningen - 09/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.827 Rolnummer: A. 238854/VII-41986 Zaak: Arrest 257827 - Natuurbehoud - Vergunningen - 09/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-14 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-06-10 15:14 Fiche Arrest nr 257.827 van 9 november 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 257.827 van 9 november 2023 in de zaak A. 238.854/VII-41.986 In zake: de GEMEENTE WESTERLO woonplaats kiezend te 2260 Westerlo Boerenkrijglaan 61 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 april 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 14 februari 2023 waarbij aan het Agentschap Wegen en Verkeer een machtiging wordt verleend om kappingen uit te voeren op een perceel gelegen te Westerlo. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft op 31 mei 2023 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
  3. VII-41.986-1/6 Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Schepen Filip Verrezen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 21 december 2022 vraagt het Agentschap Wegen en Verkeer een machtiging aan voor het kappen van 130 Amerikaanse eiken op een perceel met kadastraal nr. 13028A0006/00D000 langsheen de E313 te Westerlo. 3.
  6. De verzoekende partij wordt op 9 januari 2023 door het Agentschap Wegen en Verkeer in kennis gesteld van het feit dat een aanvraag werd ingediend met het oog op een kapping langsheen de E313 ter hoogte van de Bijlevennen en de Brugstraat. Het betreft twee zones ter hoogte van de afstandspalen 32.9 tot 33.1 en 34 tot 34.
  7. 3.
  8. Het Agentschap voor Natuur en Bos neemt op 14 februari 2023 de thans bestreden beslissing waarbij de beoogde kapping op het perceel nr. 13028A0006/00D000 wordt toegestaan mits naleving van de volgende voorwaarden: “1° Tijdens het uitvoeren van de kapping moet de exploitant een kopie van deze machtiging bij zich hebben. 2° Als door de kapping open plaatsen zouden ontstaan in het bos is herbebossing van die open plaatsen verplicht. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van natuurlijke verjonging. Indien 3 jaar na het uitvoeren van de kapping nog onvoldoende natuurlijke verjonging met geschikte VII-41.986-2/6 soorten aanwezig is, moet de verjonging aangevuld worden door aanplanting met bosplantsoen. In geval van aanplanting met loofhout moet dit gebeuren tot een plantverband bereikt is dat niet wijder is dan 2 x 2,5 meter. Alle afgestorven plantsoen dient vervangen te worden tijdens het eerste plantseizoen dat volgt op het afsterven ervan totdat het hoger genoemde plantverband bereikt wordt met levend plantsoen 3° Er mag niet worden geveld of geruimd tijdens de standaard schoontijd van 1 april tot en met 30 juni. 4° Tijdens het vellen en ruimen van de bomen moet het overige loofhout, de onderetage en de natuurlijke verjonging maximaal gespaard blijven. 5° Het afzetten van het hakhout moet gebeuren tijdens het winterseizoen (tussen 1 november en 1 maart) en buiten een strenge vorstperiode. 6° Om rotting door insijpelend water te vermijden moet het hakhout afgezet worden met een gaaf, licht schuin aflopend zaagvlak op een hoogte van 15 cm. De wortelstelsels zijn te behouden. 7° De kapping mag in geen geval leiden tot een vermindering van de huidige bosoppervlakte. Omvorming van bos naar tuin, aanplanten van sierstruiken, heesters of sierconiferen, aanleg van grasperk, gazon, bloemperken of andere tuinelementen, inbreng van landbouw- of tuingewassen, wijzigen van de struiklaag of de kruidlaag, houden van dieren, storten van afval en plaatsen van constructies is niet toegestaan in het bos. De stronken van de gevelde bomen dienen behouden te worden. 8° Het is verboden om ingrijpende wijzigingen en beschadigingen aan de bodem, de strooisel- en kruidlaag toe te brengen.” IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  9. De verwerende partij betwist dat de verzoekende partij beschikt over het in rechte vereiste belang bij de ingestelde vordering. Bovendien zou de verzoekende partij gedraald hebben met het indienen van het verzoekschrift tot schorsing.
  10. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor een schorsing vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VII-41.986-3/6 V. Onderzoek van de vordering
  11. Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van de verzoekende partij
  12. In een enig middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van artikel 1.2.1 van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (hierna: DABM), van het motiveringsbeginsel, van het proportionaliteits-, het evenredigheids- en het redelijkheidsbeginsel en van het zorgvuldigheidsbeginsel, doordat een kapmachtiging werd verleend voor “het in hakhout zetten van diverse boomsoorten van de buffer tussen de woonwijk en de E313 in het kader van de verkeersveiligheid” die tot gevolg heeft dat “de volledige buffer tussen de woonwijken en de E313 verdwijnt”, terwijl “de verkeersveiligheid ook op een minder verregaande wijze kan worden bewerkstelligd door bijvoorbeeld een dunning of snoei van eventueel overhangende takken”. De verzoekende partij werkt haar grieven vervolgens uit in drie aparte middelonderdelen. Beoordeling
  13. Het eerste onderdeel van het enige middel gaat uit van de veronderstelling dat het voorwerp van de bestreden kapmachtiging enkel betrekking heeft op het kappen van 130 Amerikaanse eiken op het perceel met VII-41.986-4/6 kadastrale ligging nr. 13028A0006/00D
  14. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat die veronderstelling correct is. Voor het overige valt niet in te zien hoe de vaststelling dat geen kapmachtiging werd verleend voor “de stroken Bijlevennen E313 32.9 tot 33.1 en Brugstraat E
  15. 34 tot 34.2” en de bestreden kapmachtiging op die stroken niet kan worden uitgevoerd, de wettigheid van de bestreden beslissing zou kunnen aantasten.
  16. De overige middelonderdelen steunen op de foutieve aanname dat het voorwerp van de bestreden kapmachtiging betrekking heeft op “2 stroken van 200 meter lang, langsheen de Bijlevennen en de Brugstraat”. De erin ontwikkelde wettigheidsbezwaren zijn bijgevolg niet dienstig.
  17. Het enige middel is niet ernstig.
  18. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-41.986-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.986-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.827 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.985 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.