id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.828 Rolnummer: A. 238545/VII-41941 Zaak: Arrest 257828 - Milieuvergunningen - 09/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-14 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-10 15:14 Fiche Arrest nr 257.828 van 9 november 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 257.828 van 9 november 2023 in de zaak A. 238.545/VII-41.941 In zake: Julius DE JONGH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristof Hectors en Céline Bimbenet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 127A, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Leonia DE JONGH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Mallien kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36, bus 8 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 1 maart 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 23 december 2022 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de toezichthouder van de stad Antwerpen van 5 september 2022 houdende het opleggen van bestuurlijke maatregelen, ongegrond worden verklaard. VII-41.941-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 28 maart 2023 heeft Leonia De Jongh gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft op 30 juni 2023 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lies Marquet, die loco advocaten Kristof Hectors en Céline Bimbenet verschijnt voor verzoeker, advocaat Angelique Van de Meirssche, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Werner Vandenbruwaene, die loco advocaat Pascal Mallien verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is mede-eigenaar van een perceel gelegen aan de Bredestraat 57 te Ekeren. Op dat perceel werd een vergunningsplichtige inrichting VII-41.941-2/8 geëxploiteerd door een vennootschap die intussen in staat van faillissement werd verklaard. 3.
- Op 28 september 2020 stelt de toezichthouder van de stad Antwerpen een aanvankelijk proces-verbaal (met kenmerk AN.64.LB.107237/2020) op wegens de aanwezigheid van een verontreiniging met koolwaterstoffen ter hoogte van de brandstoftankplaats, afkomstig van een lekkende tank, vat of bidon. Tevens wordt vastgesteld dat er verspreid over het terrein diverse afvalstoffen werden achtergelaten. Op 12 oktober 2020 wordt een navolgend proces-verbaal opgemaakt. 3.
- De toezichthouder heeft intussen verscheidene aanmaningen verstuurd teneinde alle gevaarlijke producten op het terrein te doen verwijderen, de zone ter hoogte van de brandstoftank plaatselijk te saneren, maatregelen te doen nemen om de verspreiding van asbestvezels, afkomstig van een golfplaten dak, te vermijden en een werkplan op te stellen met betrekking tot het afvoeren van de overige afvalstoffen. 3.
- Bij besluit van 5 september 2022 legt de toezichthouder van de stad Antwerpen de volgende bestuurlijke maatregelen op aan de mede-eigenaars van het betrokken perceel: “Bevel om maatregelen te nemen om de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of herhaling ervan te voorkomen. Verwijderen van gevaarlijke vloeistoffen, saneren van de zone rondom de stockageplaats van gevaarlijke vloeistoffen onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige en verwijderen van afvalstoffen en partijen grond. Indien bovenvermelde maatregelen niet volledig zijn uitgevoerd op 6 januari 2023, wordt er vanaf 7 januari 2023 overeenkomstig artikel 16.4.2 DABM een bestuurlijke dwangsom opgelegd van 60,00 EUR per kalenderdag dat de desbetreffende maatregelen niet volledig zijn uitgevoerd. […] De bestuurlijke maatregel werd schriftelijk per aangetekende zending opgelegd op 5 september
- De bestuurlijke dwangsom heeft ingang op 6 januari
- […] VII-41.941-3/8 Voorwaarden waaronder de bestuurlijke maatregelen kunnen worden opgeheven […] Aanstellen van een bodemsaneringsdeskundige; […] Opmaken van een oriënterend bodemonderzoek (OBO) in kader van de koolwaterstoffen verontreiniging (tankplaats); […] Verwijderen van alle gevaarlijke producten en asbesthoudend dak; […] Saneren van deze verontreiniging in samenspraak met de aangestelde bodemdeskundige. De eindevaluatie moet doorgestuurd worden; […] Opstellen van een werkplan met concrete data om de afvalstoffen en de partijen grond te verwijderen via een erkend ophaler/verwerker;” 3.
- Tegen voormelde beslissing worden verscheidene bestuurlijke beroepen ingesteld bij de Vlaamse regering. 3.
- De afdeling Handhaving adviseert op 24 november 2022 om de bestuurlijke beroepen ongegrond te verklaren. 3.
- Met een besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 23 december 2022 worden de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de toezichthouder van de stad Antwerpen van 5 september 2022 houdende het opleggen van bestuurlijke maatregelen, ongegrond verklaard. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Tussenkomst
- Leonia De Jongh heeft belang bij de schorsing van de bestreden beslissing. Bijgevolg moet haar verzoek worden ingewilligd. V. Onderzoek van de vordering
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één VII-41.941-4/8 ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoeker
- Het spoedeisend karakter van de vordering wordt door verzoeker als volgt verantwoord: “Met de bestreden beslissing heeft verwerende partij het beroep tegen de bestuurlijke maatregel, begeleid door een dwangsom, zoals opgelegd bij het besluit van de toezichthouder van de stad Antwerpen op 5 september 2022 verworpen. In de bestuurlijke maatregel werd voorzien dat indien de maatregel niet zou worden uitgevoerd uiterlijk 6 januari 2023, vanaf 7 januari 2023 de bestuurlijke dwangsommen zouden beginnen lopen. De heer Kristof Blockx stelde intussen met een PV dd. 11 januari 2023 vast dat de mede-eigenaars geen handelingen hebben gesteld om de bestuurlijke maatregel uit te voeren, waarbij hij ook bevestigde dat de bestuurlijke dwangsommen zijn beginnen lopen sedert 7 januari
- […] Volgens vaste rechtspraak van Uw Raad volstaat een financiële benadeling om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van dit financiële nadeel op de situatie van de verzoekende partijen een zodanige impact heeft dat zij dit niet kunnen dragen tot de uitspraak ten gronde.[…] Dit is in casu het geval. Bij de beoordeling van de spoedeisendheid moet er een causaal verband bestaan tussen de aangevoerde nadelige gevolgen en het bestreden besluit, zodat deze nadelen voorkomen kunnen worden door een schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit.[…] In casu gaan de bestuurlijke dwangsommen gepaard met een zware financiële last voor de verzoekende partij. De bestreden beslissing voorziet een bestuurlijke dwangsom ten bedrage van 60,00 euro per dag, zonder voorzien maximumbedrag. Verzoekende partij heeft evenwel niet de financiële middelen om deze dwangsommen te dragen. Reeds in het beroepschrift werden de omstandigheden toegelicht waarin de heer De Jongh zich bevindt. Hij is fysiek, mentaal en zeker financieel niet in staat de lasten van het dossier te dragen. De heer De Jongh beschikt financieel immers uitsluitend over een beperkt pensioen, en moet daarbovenop zware kosten dragen ten gevolge van zijn penibele gezondheidstoestand. […] De verzoekende partij lijdt aan kanker en dient zeer regelmatig behandelingen te ondergaan waarvan hij zelf ook een groot deel van de financiële lasten dient te dragen. Zoals gezegd stelde de heer Kristof Blockx intussen een PV op waarmee hij bevestigde dat de dwangsommen zijn beginnen lopen. Hieruit blijkt dat de toezichthouder ook de intentie heeft kort op de bal te spelen en de VII-41.941-5/8 procedure met het oog op de openbare verkoop niet af te wachten voor de inning van de bedragen. Daarnaast blijkt ook uit het schrijven van de heer Kristof Blockx van 24 februari 2023 dat de ontwikkelingen in het dossier - zijnde een potentiële verkoop - niet konden leiden tot het opheffen van de bestuurlijke maatregel met dwangsom. […] Indien de voorliggende potentiële verkoop leidt tot een effectieve ondertekening van een onderhandse akte, zullen partijen geconfronteerd worden met een onrechtvaardig hoog bedrag aan bestuurlijke dwangsommen. De onderhandelingen met het oog op het afsluiten van een onderhandse verkoop kunnen evenwel nog wel enkele maanden in beslag nemen. De bestuurlijke dwangsom - zonder maximumbedrag - zorgt voor een oplopende financiële last, die de spoedeisendheid en de noodzaak van een schorsing aantoont.” Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. VII-41.941-6/8
- Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Een dergelijk nadeel kan immers in principe na een annulatiearrest hersteld worden. Dit is uitzonderlijk anders indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van het financiële nadeel op de situatie van verzoeker een zodanige impact heeft dat hij dit niet kan dragen tot de uitspraak ten gronde. Opdat een financieel nadeel de spoedeisendheid van de vordering zou kunnen aantonen is vereist dat verzoeker concreet aannemelijk maakt dat hij de duur van de annulatieprocedure niet zou kunnen overbruggen zonder dat hij door de bestreden beslissing in een dermate precaire situatie terechtkomt dat de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor hem persoonlijk veroorzaakt, niet kan worden gedragen gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure.
- In het verslag van de auditeur wordt onder meer opgemerkt dat niet wordt aangetoond dat “de betaling van de dwangsommen onomkeerbare gevolgen op financieel vlak veroorzaakt”, de opgelegde dwangsom van 60 euro per dag geldt “voor de drie partijen aan wie de bestuurlijke maatregelen zijn opgelegd” en dit bedrag “in principe […] over de drie betrokken partijen [dient] te worden verdeeld”. Ter terechtzitting wordt dat standpunt niet betwist.
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VII-41.941-7/8 BESLISSING
- Het verzoek van Leonia De Jongh tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.941-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.828 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.558 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div