id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.837 Rolnummer: A. 240369/IX-10364 Zaak: Arrest 257837 - Examens (onderwijs) - 09/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-13 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-06-10 15:18 Fiche Arrest nr 257.837 van 9 november 2023 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.837 van 9 november 2023 in de zaak A. 240.369/IX-10.364 In zake: Mohamed Lamine BAH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter-Jan Bex kantoor houdend te 1150 Sint-Pieters-Woluwe Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW KATHOLIEK ONDERWIJS VILVOORDE MACHELEN DIEGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieterjan Osaer kantoor houdend te 3010 Leuven Diestsesteenweg 52/0302 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 26 oktober 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Katholiek Onderwijs Vilvoorde Machelen Diegem van 28 augustus 2023 waarbij het beroep van Mohamed Lamine Bah “tegen de evaluatiebeslissing van de delibererende klassenraad inzake de toekenning van een oriënteringsattest C” onontvankelijk wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.364-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november 2023, om 10.30 uur. Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter-Jan Bex, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Pieterjan Osaer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2022-2023 leerling in het eerste jaar van de derde graad ‘kantoor’ (BSO) in de school Virgo Plus te Vilvoorde. Op het einde van het schooljaar behaalt verzoeker een jaartotaal van 48% met jaartekorten voor de volgende zes vakken: Engels (45%), project algemene vakken (48%), zakelijke communicatie Nederlands (48%), retail (29%), administratief medewerker C1 (43%) en “COFEP” (41%). De delibererende klassenraad beslist om aan verzoeker een oriënteringsattest C toe te kennen. Overleg met de directeur leidt niet tot een nieuwe bijeenkomst van de klassenraad. Verzoeker stelt vervolgens beroep in bij het schoolbestuur. IX-10.364-2/5 Op 28 augustus 2023 beslist de beroepscommissie om het beroep als onontvankelijk af te wijzen. Deze beslissing wordt met een aangetekende brief van dezelfde datum aan verzoeker ter kennis gebracht. IV. Ontvankelijkheid van de vordering Ambtshalve exceptie
- Een vordering tot schorsing, ook deze die bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingesteld, strekt ertoe de belangen van de partijen of belanghebbenden veilig te stellen in afwachting van de beslechting van de zaak ten gronde. Zo een vordering tot schorsing is dus steeds een accessorium van een beroep tot nietigverklaring (Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). Dat wordt, wat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betreft, niet tegengesproken door de in artikel 17, § 4, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorziene mogelijkheid dat zo een schorsing kan worden bevolen “zelfs voordat een beroep tot nietigverklaring werd ingediend”. Immers, artikel 17, § 4, derde lid, van dezelfde gecoördineerde wetten bepaalt dat “[d]e schorsing […] die [is] bevolen vóór het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring van de akte of het reglement […] onmiddellijk [wordt] opgeheven als blijkt dat binnen de in de procedureregeling vastgestelde termijn geen verzoekschrift tot nietigverklaring werd ingediend waarin middelen worden aangevoerd die ze gerechtvaardigd hadden”.
- Het accessoire karakter van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betekent onder meer dat ze onontvankelijk moet worden verklaard wanneer wordt vastgesteld dat binnen de beroepstermijn geen – of geen ontvankelijk – beroep tot nietigverklaring werd ingediend. IX-10.364-3/5 6.
- Artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (“algemeen procedurereglement”) bepaalt dat de beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, verjaren zestig dagen nadat de bestreden beslissing werd bekendgemaakt of betekend. Artikel 4, § 2, derde lid, van het algemeen procedurereglement preciseert dat in geval van een kennisgeving bij gewone aangetekende brief de eerste dag van de termijn voor het indienen van het verzoekschrift (tot nietigverklaring) de derde werkdag is die volgt op de verzending van die brief, “behoudens bewijs van het tegendeel door de geadresseerde”. 6.
- De bestreden beslissing dateert van 28 augustus 2023 en werd dezelfde dag bij ter post aangetekende brief aan verzoeker betekend. Aldus was de eerste dag van de beroepstermijn donderdag 31 augustus 2023 en is die termijn – met toepassing van artikel 88 van het algemeen procedurereglement – geëindigd op maandag 30 oktober
- Een “bewijs van het tegendeel” is vooralsnog niet voorhanden, nu uit de e-tracker van bpost die de verwerende partij heeft bijgebracht, blijkt dat de betrokken zending op 29 augustus 2023 “zonder succes” bij verzoeker werd aangeboden en dat “[b]ericht [werd] gelaten in de brievenbus”. Zulks volstaat om de beroepstermijn te doen ingaan. 6.
- De raadsman van verzoeker bevestigt ter terechtzitting geen verzoekschrift tot nietigverklaring te hebben ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn.
- De exceptie vertoont, in de huidige stand van de procedure, de vereiste ernst opdat ze ambtshalve moet worden opgeworpen en aangenomen. IX-10.364-4/5 De vordering is onontvankelijk. V. Rechtsplegingsvergoeding
- Met toepassing van artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, wordt de rechtsplegingsvergoeding die verzoeker verschuldigd is, vastgesteld op 154 euro. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10.364-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.837 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.