id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.870 Rolnummer: A. 234338/XIV-39153 Zaak: Arrest 257870 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 13/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-01 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-10 15:29 Fiche Arrest nr 257.870 van 13 november 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 257.870 van 13 november 2023 in de zaak A. 234.338/XIV-39.153 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Van Den Noortgate kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Einestraat 22 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franky De Mil kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 augustus 2021, strekt tot de nietigverklaring van de besluit van de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen van 16 juli 2021 om krachtens artikel 119, §1, 2, b, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 ‘betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen’, het visum van verzoeker in te trekken voor de duur van twee maanden, ingaand vanaf 17 juli 2021, automatisch te verlengen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-39.153-1/5 Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 1 september 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 8 november
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is arts en was werkzaam als psychiater. 3.
- Op 16 juli 2021 neemt de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen de volgende beslissing: “De Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen [beslist] unaniem met eenparigheid van stemmen van de aanwezige leden op haar vergadering van 16 juli 2021 om krachtens artikel 119, §1, 2, b van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de geneeskunde het visum van [verzoeker] in te trekken voor de duur van twee maanden, ingaand vanaf 17 juli 2021, automatisch te verlengen. [Verzoeker] kan zelf vragen aan de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen XIV-39.153-2/5 om gehoord te worden. Hij dient dan een omstandig en gemotiveerd verslag van zijn behandeld psychiater over te maken waaruit blijkt dat hij geschikt is om zijn beroep uit te oefenen en geen gevaar meer betekent voor patiënten. Deze beslissing heeft tot gevolg dat [verzoeker] geen enkele vorm van geneeskunde mag uitoefenen.” Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Op 25 augustus 2021 deelt de Orde der artsen West-Vlaanderen het volgende mee aan de voorzitter van de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen: Ingevolge de beschikking van artikel 20 van het K.B. van 6 februari 1970 tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde der artsen, heb ik de eer u mede te delen dat Dokter [verzoeker], wonende te […], ter zitting van 25/08/2021, werd weggelaten van de Lijst van de Orde der artsen van West-Vlaanderen.” IV. Ontvankelijkheid Ambtshalve exceptie wegens gebrek aan belang
- Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve op dat het beroep niet ontvankelijk is wegens gebrek aan het vereiste belang. Overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 ‘betreffende de Orde der artsen’ moet ieder arts, om de geneeskunde in België te mogen uitoefenen, ingeschreven zijn op de lijst van de Orde. Aangezien zulks niet het geval is voor verzoeker, oordeelt het auditoraat dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing het voordeel dat verzoeker wenst te bekomen – namelijk het opnieuw uitoefenen van de geneeskunde – niet kan verstrekken. Zelfs indien de bestreden beslissing wordt vernietigd, kan verzoeker de geneeskunde niet opnieuw uitoefenen aangezien hij niet ingeschreven is op de lijst van de Orde. XIV-39.153-3/5
- Verzoeker dient geen laatste memorie in en beperkt zich tot het verzoeken van de voortzetting van de procedure. Beoordeling
- Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit, zoals te dezen, ambtshalve gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat –, dan moet die partij – te dezen verzoeker – daarover bij de eerstvolgende gelegenheid een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Verzoeker heeft niet meer inhoudelijk gereageerd op de ambtshalve opgeworpen exceptie in het auditoraatsverslag. Hij diende immers geen laatste memorie in. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en besluit, aldus de redenering van het auditoraat bijvallend, dat de ambtshalve exceptie gegrond is. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. XIV-39.153-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter Chantal Bamps, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.153-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.870 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div