← België

Arrest 257874 - Wegenwezen - 14/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.874 Rolnummer: A. 235072/X-18036 Zaak: Arrest 257874 - Wegenwezen - 14/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-21 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-06-10 15:38 Fiche Arrest nr 257.874 van 14 november 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK X KAMER nr. 257.874 van 14 november 2023 in de zaak A. 235.072/X-18.036 In zake :

  1. Peter BLIEK
  2. Els REMANS
  3. Kristof VAN LOO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Lens kantoor houdend te 2800 Mechelen Grote Nieuwendijkstraat 417 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE HULSHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 22 november 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Hulshout van 28 juni 2021 waarbij de Kleine Voorheide “zoals aangeduid op het plan gevoegd als bijlage” erkend wordt als gemeenteweg en “de grondstroken tussen de voorgestelde rooilijn” ingelijfd worden in het openbaar domein. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.036-1/15 Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 september
  6. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sophie De Maeijer, die loco advocaat Kris Lens verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest andersluidend advies advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten
  8. De woonpercelen van verzoekers – waarvan zij mede-eigenaar zijn – liggen langs de bestaande straat Kleine Voorheide te Hulshout.
  9. Met een besluit van 10 februari 2020 keurt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hulshout het project goed om in samenwerking met de watermaatschappij Pidpa wegenis- en rioleringswerken uit te voeren in een aantal straten, waaronder de Kleine Voorheide. In dit besluit wordt onder meer het volgende vermeld: “Argumentatie Het ontwerp wordt wenselijk door het college van burgemeester en schepen goedgekeurd voor de indiening van de omgevingsvergunning. Bij de X-18.036-2/15 procedure van de omgevingsvergunning zal een zaak der wegen en rooilijnplan worden toegevoegd dat op de Gemeenteraad zal worden geagendeerd. Dit houdt een openbaar onderzoek in.” 5.
  10. Naar in het bestreden besluit wordt vermeld, vindt op 1 maart 2021 een “bewonersvergadering” plaats over de wegenis- en rioleringswerken in de Kleine Voorheide. 5.
  11. Uit een door verzoekers neergelegd stuk blijkt dat Pidpa op deze vergadering een ontwerp van “rooilijnplan” heeft gepresenteerd (hierna: het Pidpa-plan). Op het Pidpa-plan zijn twee parallelle rode lijnen ingetekend die de ontworpen rooilijnen weergeven. Ter hoogte van de percelen Kleine Voorheide nrs. 2 tot 12, 17 en 19 liggen de ontworpen rooilijnen op tien meter van elkaar, zodat alle grondstroken binnen deze tien meter tot de wegbedding behoren. Ter verduidelijking wordt hierna het Pidpa-plan afgebeeld. 6.
  12. Op 28 juni 2021 neemt de gemeenteraad van de gemeente Hulshout het bestreden besluit, dat luidt: “Voorgeschiedenis • 10 februari 2020: Het college geeft goedkeuring aan het ontwerp van riolerings- en wegeniswerken in de Kleine Voorheide. • 1 maart 2021: Bewonersvergadering riolerings- en wegeniswerken in de Kleine Voorheide. Feiten en context • Pidpa zal een omgevingsvergunning indienen voor de rioleringswerken in X-18.036-3/15 de Kleine Voorheide. • De omgevingsvergunningsaanvraag heeft betrekking op de heraanleg, verbetering en verdere uitrusting (o.a. riolering) van de openbare gemeenteweg. De weg is gelegen in woongebied volgens het gewestplan en de wegenis met uitrusting en aanhorigheden kan als een weg met openbare nutsvoorziening worden beschouwd en staat in functie van de in woongebied toegelaten bestemmingen (o.a. wonen), zodoende dat het project waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, kadert in de realisatie van de bestemming van het gebied, namelijk woongebied, en meer bepaald het verbeteren van de leef- en woonomgeving en dat de aangevraagde werken geenszins vreemd zijn aan of strijdig zijn met de gewestplanbestemming woongebied. • In deze realisatie werd gekozen voor het behoud van de bestaande verharding waaronder de riolering wordt voorzien. De percelen in eigendom van de Gemeente worden aangewend om de grachten aan te leggen. De overige vrije bermen voorzien de nodige ruimte voor de nutsleidingen. • Gebruikmakend van de wegcategorisering en de indeling van de fietspaden werd een aanzet gegeven. om voor alle Hulshoutse straten een rooilijnbreedte te bepalen. Dit voorstel werd goedgekeurd op het college van burgemeester en schepenen van 17 december
  13. • De Kleine Voorheide wordt volgens het mobiliteitsplan gecategoriseerd als lokale gemeenteweg of landelijke weg waar gemengd verkeer wordt nagestreefd en via de collegebeslissing van 17 december 2018 een rooilijn van 10 meter werd vastgesteld op basis van de wegcategorisering en op basis van vorige uitgevoerde verkavelingen. • Het ontwerp van het project voorziet thans in de realisatie van een rooilijn van 10 m zoals voorgesteld in het wensbeeld opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen, behalve ter hoogte van percelen 141/F en 141/E (huisnr. 13 en 15) waar de rooilijn breder is vanwege een bredere vaststelling van de rooilijn bij de verkaveling. De rooilijn op het versmalde deel ter hoogte van de Grote Baan wordt thans bepaald door de afsluitingen tussen de erven en de openbare weg. • De opgemaakte rooilijn volgt de eigendomsgrenzen ter hoogte van de percelen aangeduid in groen en volgt de zichtbare erfscheidingen ter hoogte van de percelen aangeduid in geel. • Het Gemeentewegendecreet artikel 13 biedt een administratieve mogelijkheid tot de erkenning van wegen die al meer dan 30 jaar openbaar gebruikt worden, maar nooit in de atlas der buurtwegen of latere rooilijnplannen werden opgenomen. […] • Het is wenselijk dat bij het nemen van een dergelijke gemeenteraadsbeslissing toch minstens alle betrokken partijen worden gehoord alvorens de gemeenteraad een beslissing neemt. Dit is decretaal niet verplicht, maar komt wel tegemoet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Op 1 maart 2021 werd er een presentatie gegeven aan de bewoners van de Kleine Voorheide met het rooilijnplan dat de gemeente wil invoeren. Men kreeg daarbij de kans om feedback te geven of achteraf schriftelijk te reageren. […] • Het vastleggen van de rooilijn op 10 m bevestigt wat er is opgenomen in X-18.036-4/15 de bouwaanvragen en omgevingsvergunningen voor de nummers 2 - 4 - 8 en
  14. o Het inplantingsplan van de omgevingsvergunning voor Kleine Voorheide 2 […] bevat reeds de gewenste rooilijn en een voorstel tot gratis grondafstand […]. Een gratis grondafstand werd even[wel] niet afgedwongen door de gemeente als last bij de vergunning. o Het inplantingsplan van de omgevingsvergunning voor Kleine Voorheide 4 […] bevat op plan de ‘ontworpen’ rooilijn van 10 m. […] o Het inplantingsplan van de omgevingsvergunning voor Kleine Voorheide 8 […] bevat op plan de melding van de rooilijn van 10 m. Er zijn eveneens foto’s in het dossier opgenomen die aantonen dat er bij de aanvraag een verharde weg lag. De bouwvergunning werd afgeleverd in
  15. […] o Het inplantingsplan van de omgevingsvergunning voor Kleine Voorheide 11 […] bevat op plan de melding van de rooilijn van 10 m. […] […] • In de berm die nog niet is afgestaan ligt momenteel pidpa waterleiding en een stuk Proximus leiding. Er is ook openbare verlichting aanwezig in gans de Kleine Voorheide. Deze woningen sluiten ondergronds aan op gas en riolering naar de overkant van de straat. In het versmalde gedeelte liggen : laagspanning GAS - Proximus en Waterleiding. […] • Aanwezigheid van de weg op historisch kaartmateriaal tot op heden. […] • Aanwezigheid van de weg op luchtfoto's tot op heden. […] • Opname van de weg in volgende voor het publiek toegankelijke parcours ‘Fiet[s]route Leo Sterckx […]. Eveneens geeft deze foto weer dat deze weg een straatnaambord draagt. • Fotomateriaal waaruit de voor het publiek toegankelijke staat van de weg blijkt. • Opname van de weg in administratieve documenten zoals plannen, vergunningen, aktes, … BPA aanvraag van
  16. […] Adviezen • De afdeling Wonen & Werken adviseert om de grondstroken tussen de voorgestelde rooilijn in te lijven in het openbaar domein zonder financiële vergoeding op basis van het Gemeentewegendecreet artikel 13 par.
  17. Na bespreking, BESLUIT:. unaniem Artikel 1: De gemeenteraad beslist, op basis van de hierboven aangehaalde motivatie, toelichting en bewijsmiddelen, om de Kleine Voorheide, zoals aangeduid op het plan gevoegd als bijlage, te erkennen als gemeenteweg en verklaart dat de gemeente al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt. Door deze dertigjarige verjaring is de gemeente kosteloos eigenaar geworden van de wegbedding. Artikel 2: De gemeenteraad zal de grondstrook zonder financiële vergoeding opnemen in het openbaar domein. X-18.036-5/15 Artikel 3: De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met 1) opmaak rooilijnplan en 2) vrijwaring en het beheer van de weg.” 6.
  18. Ter verduidelijking wordt hierna het in artikel 1 van het bestreden besluit bedoelde “plan gevoegd als bijlage” (hierna: het in het bestreden besluit opgenomen plan) afgebeeld. IV. Ontvankelijkheid
  19. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie op dat het beroep in hoofde van eerste en derde verzoeker twee dagen te laat is ingesteld, daar “het verzoekschrift tot nietigverklaring op 24 november 2021 [is] neergelegd”.
  20. Deze exceptie kan niet slagen, al was het maar omdat het beroep reeds op 22 november 2021 is ingediend. X-18.036-6/15 V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 9.
  21. In het enige middel wordt de schending aangevoerd van onder meer artikel 13, § 5, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. 9.
  22. Verzoekers stellen dat zij de aanwezigheid van een openbare weg, genaamd Kleine Voorheide, niet betwisten. Het openbaar karakter van de weg staat echter los van het zakelijkrechtelijk statuut van de bedding ervan. Anders dan in het bestreden besluit wordt voorgehouden, kan uit de inplantingsplannen van de percelen op nummers 2, 4, 8 en 11 niet worden afgeleid dat de ontworpen rooilijnen (tien meter brede wegbedding) gelijk zouden staan met de actuele feitelijke rooilijnen. Uit de combinatie van de tekst van het bestreden besluit met het Pipa-plan kan worden afgeleid dat de verwerende partij een strook van vijf meter wil innemen op de woonpercelen van eerste en derde verzoeker. In het gemeentewegendecreet is het uitgangspunt een vergoedingsplicht voor de aangelanden wanneer een weg verbreed wordt. De verwerende partij heeft dit uitgangspunt en de toepasselijke proceduregels miskend. De redenering van de verwerende partij dat innames zouden kunnen gebeuren door een ontwerp van nieuwe rooilijnen gaat niet op. De verwerende partij heeft het dossier niet op zorgvuldige wijze onderzocht. Het in het bestreden besluit opgenomen plan is zeer onduidelijk, daar de maatvoering quasi afwezig is.
  23. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat het middel niet ontvankelijk is in zoverre de schending wordt aangevoerd van het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij verwijst naar een arrest waarin een middel is afgewezen omdat het een onoverzichtelijke opeenstapeling inhield van feitelijke commentaar. Bovendien maken talrijke argumenten in het verzoekschrift niet het onderscheid tussen de rechtmatigheid van de beslissing en de opportuniteit ervan. Op geen enkele manier wordt toegelicht waarom het zorgvuldigheidsbeginsel X-18.036-7/15 geschonden zou zijn. Voorts wijst de verwerende partij er op dat in het bestreden besluit meerdere zaken worden beslist. Niet alleen wordt de Kleine Voorheide als gemeenteweg erkend, bovendien wordt de wegbedding ingelijfd in het openbaar domein (de zogenaamde affectatie). Volgens de verwerende partij viseren verzoekers enkel en alleen de bijkomende stap van de affectatie, zodat het voorwerp van hun beroep hiertoe beperkt dient te worden. Kritiek op andere aspecten dan de affectatie is niet ontvankelijk.
  24. In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat de verwerende partij ten onrechte het onderscheid negeert tussen de actuele feitelijke toestand en de door haar beoogde (bredere) toestand. Dit zijn twee totaal verschillende tracés die niet vereenzelvigd mogen worden. De feitelijke toestand op dit ogenblik betreft een asfaltbaantje van beperkte breedte. De door verzoekers aan de orde gestelde discussie gaat er over dat de verwerende partij een bijkomende breedte wenst in te lijven, onder meer op de woonpercelen van eerste en derde verzoeker.
  25. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat het buiten kijf staat dat verzoekers in hun verzoekschrift geen enkele kritiek hebben geuit op het in overweging nemen van de Kleine Voorheide als gemeenteweg over de ganse breedte waarop het bestreden besluit betrekking heeft. Voor zover zij dit in hun laatste memorie beweren, geven zij een laattijdige en bijgevolg onontvankelijke nieuwe grondslag aan hun middel. De verwerende partij voegt nog toe dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om verzoekers kritiek te beoordelen met betrekking tot de vraag of de gemeente al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit haar wil om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt. Beoordeling 13.
  26. Ten onrechte gaat de verwerende partij er aan voorbij dat X-18.036-8/15 verzoekers in hun verzoekschrift het feit bekritiseren dat de verwerende partij in het bestreden besluit de ontworpen rooilijnen (tien meter brede wegbedding) gelijkstelt met de actuele feitelijke rooilijnen en daarbij onzorgvuldig gehandeld heeft, onder meer door zich te steunen op het in het bestreden besluit opgenomen plan dat “zeer onduidelijk” is. 13.
  27. De in het vorige randnummer bedoelde wettigheidskritiek betreft een administratiefrechtelijke kwestie en de beoordeling ervan vergt niet dat de Raad van State zich zou uitspreken over de vraag of de gemeente al dan niet terecht geoordeeld heeft dat zij al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit haar wil om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt. 13.
  28. Uit het voorgaande volgt dat de excepties van de verwerende partij (randnrs. 10 en 12) verworpen moeten worden. 14.
  29. Het gemeentewegendecreet stelt: “Art. 13 - §
  30. Grondstroken waarvan met enig middel van recht bewezen wordt dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werden gebruikt, kunnen in aanmerking komen als gemeenteweg. De toegankelijkheid van private wegen, vermeld in artikel 12septies, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, geldt niet als bewijs van een dertigjarig gebruik door het publiek. §
  31. De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan, en met de vrijwaring en het beheer van de weg overeenkomstig de in dit decreet opgenomen instrumenten en handhavingsbevoegdheden. De vaststelling door de gemeenteraad van een dertigjarig gebruik door het publiek heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg. §
  32. Voor de toepassing van paragraaf 2 kan eenieder een verzoekschrift indienen bij de voorzitter van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen. Dat verzoekschrift wordt schriftelijk ingediend, en bevat een toelichting en de nodige bewijsmiddelen over het dertigjarige gebruik door het publiek. §
  33. Als het dertigjarige gebruik door het publiek is vastgesteld in een uitvoerbare rechterlijke uitspraak, vloeien de verplichting tot de opmaak van een rooilijnplan en de vestiging van een publiek recht van doorgang rechtstreeks uit die uitspraak voort. X-18.036-9/15 §
  34. Als de gemeente met betrekking tot een grondstrook al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt, dan is de gemeenteraad ertoe gerechtigd om de grondstrook zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein, zonder toepassing van artikel
  35. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder meer het aanbrengen van een duurzame wegverharding over het geheel of over een substantieel deel van de weg of het aanbrengen van openbare verlichting als bezitshandelingen beschouwd. […] Art. 16 - §
  36. Het college van burgemeester en schepenen neemt de nodige maatregelen voor de opmaak van de gemeentelijke rooilijnplannen. §
  37. Het gemeentelijk rooilijnplan bevat minstens de volgende elementen: 1° de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg; 2° de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen; 3° de naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn. […] §
  38. In voorkomend geval bevat het rooilijnplan de volgende aanvullende elementen: 1° een berekening van de eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg overeenkomstig artikel 28; 2° de nutsleidingen die door de wijziging of verplaatsing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen. […] Art. 17 - §
  39. De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vast. §
  40. Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan aan een openbaar onderzoek dat binnen een ordetermijn van dertig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in paragraaf 1, minstens wordt aangekondigd door: 1° aanplakking aan het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het nieuwe, gewijzigde of verplaatste wegdeel; 2° een bericht op de website van de gemeente of in het gemeentelijk infoblad; 3° een bericht in het Belgisch Staatsblad; 4° een afzonderlijke mededeling die met een beveiligde zending wordt gestuurd naar de woonplaats van de eigenaars van de onroerende goederen die zich bevinden in het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan; 5° een afzonderlijke mededeling aan de aanpalende gemeenten, als de weg paalt aan de gemeentegrens en deel uitmaakt van een gemeentegrensoverschrijdende verbinding; 6° een afzonderlijke mededeling aan de deputatie en het departement; 7° een afzonderlijke mededeling aan de beheerders van aansluitende openbare wegen; 8° een afzonderlijke mededeling aan de maatschappijen van openbaar X-18.036-10/15 vervoer. De aankondiging, vermeld in het eerste lid, vermeldt minstens: 1° de locatie waar de beslissing tot voorlopige vaststelling en het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan ter inzage liggen; 2° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek; 3° het adres waar de opmerkingen en bezwaren naartoe gestuurd moeten worden of worden afgegeven, en de te volgen formaliteiten. §
  41. Na de aankondiging wordt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan gedurende dertig dagen ter inzage gelegd in het gemeentehuis en gepubliceerd op de gemeentelijke website. §
  42. De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan het gemeentebestuur bezorgd. De deputatie en het departement bezorgen het gemeentebestuur binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, een advies over de overeenstemming van het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en
  43. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. §
  44. De gemeenteraad stelt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk rooilijnplan definitief vast. Bij de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op de bezwaren en opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek zijn geformuleerd, of eruit voortvloeien. De definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kan geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan. §
  45. Als het rooilijnplan niet definitief wordt vastgesteld binnen de termijn, vermeld in paragraaf 5, vervalt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan.” 14.
  46. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de op het spel staande belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit.
  47. Om de in artikel 13, § 1, eerste lid, van het gemeentewegendecreet bedoelde grondstrook te erkennen als gemeenteweg heeft het gemeentewegendecreet een procedure uitgewerkt in meerdere stappen, die er onder meer moet voor zorgen dat de aangelanden kunnen opkomen voor hun rechtmatige belangen. X-18.036-11/15 X-18.036-12/15 In een eerste stap neemt de gemeenteraad de grondstrook in aanmerking als gemeenteweg, waarbij hij – zoals bevestigd is in ’s Raads arresten nr. 253.704 van 10 mei 2022 en nr. 256.413 van 3 mei 2023 – een discretionaire bevoegdheid uitoefent. In een tweede stap stelt het college van burgemeester en schepenen een ontwerp van rooilijnplan op, dat door de gemeenteraad voorlopig wordt vastgesteld. In een derde stap wordt over het ontwerp van rooilijnplan een openbaar onderzoek georganiseerd. Het is in de eerste plaats dit openbaar onderzoek dat de inspraakrechten van de aangelanden vrijwaart, onder andere over de vraag waar de feitelijke rooilijnen gesitueerd moeten worden. In een vierde en laatste stap beoordeelt de gemeenteraad de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschriften en gaat hij desgevallend over tot definitieve vaststelling van het rooilijnplan. Het is door deze definitieve vaststelling dat de grondstrook als gemeenteweg wordt erkend. Het definitief vastgestelde rooilijnplan creëert duidelijkheid over de precieze situering van de wegbedding en bijgevolg over de uitgestrektheid van de in het openbaar domein in te lijven grondstrook.
  48. Te dezen heeft de gemeenteraad van de verwerende partij er zich niet toe beperkt de eerste stap van de relevante procedure – te weten het in aanmerking nemen van de grondstrook als gemeenteweg – te zetten. In het bestreden besluit wordt immers reeds overgegaan tot de erkenning als gemeenteweg en wordt de indruk gewekt dat er duidelijkheid zou bestaan over de precieze situering van de feitelijke rooilijnen, zodat al geweten zou zijn welke grondstroken behoren tot de wegbedding. Daartoe wordt verwezen naar het in het bestreden besluit opgenomen plan, doch dit plan verschaft geen enkele duidelijkheid daar er geen rooilijnen op aangeduid zijn. Door – met de woorden van het bestreden besluit – de Kleine Voorheide “zoals aangeduid op het plan gevoegd als bijlage” te erkennen als X-18.036-13/15 gemeenteweg zet het bestreden besluit de laatste stap van de door het gemeentewegendecreet uitgetekende procedure. Daarbij is de tussenliggende stap van het openbaar onderzoek over het ontwerp van rooilijnplan overgeslagen. Aldus handelend heeft de verwerende partij niet op een zorgvuldige wijze, zoals vereist door artikel 13 van het gemeentewegendecreet, de relevante gegevens en de op het spel staande belangen geïnventariseerd.
  49. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. VI. Omvang van de vernietiging Standpunt van de partijen 18.
  50. In haar memorie van antwoord verzoekt de verwerende partij “uiterst ondergeschikt” om wanneer het middel gegrond zou worden bevonden het bestreden besluit niet te vernietigen in zoverre het de Kleine Voorheide als gemeenteweg erkent. 18.
  51. In hun memorie van wederantwoord verzetten verzoekers zich tegen de door de verwerende partij voorgestelde partiële vernietiging. Beoordeling
  52. Vooreerst moet in herinnering worden gebracht dat uit de bespreking van het middel hiervoor is gebleken dat de verwerende partij – anders dan zij aanneemt – niet rechtsgeldig heeft beslist tot de erkenning van de Kleine Voorheide als gemeenteweg. Voorts blijkt niet dat, enerzijds, de laatstgenoemde erkenning en, anderzijds, de inlijving in het openbaar domein afsplitsbare onderdelen van het bestreden besluit zouden zijn. De conclusie is dat niet op het verzoek van de verwerende partij kan worden ingegaan. X-18.036-14/15 BESLISSING
  53. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Hulshout van 28 juni 2021 waarbij de Kleine Voorheide zoals aangeduid op het plan gevoegd als bijlage erkend wordt als gemeenteweg en de grondstroken tussen de voorgestelde rooilijn ingelijfd worden in het openbaar domein.
  54. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  55. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op het rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten behoeve van de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op veertien november tweeduizend drieëntwintig door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.036-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.874 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.