id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.935 Rolnummer: A. 239543/IX-10287 Zaak: Arrest 257935 - Schooltucht - 17/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-27 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-10 15:52 Fiche Arrest nr 257.935 van 17 november 2023 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 257.935 van 17 november 2023 in de zaak A. 239.543/IX-10.287 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sarah Beckers kantoor houdend te 3010 Leuven Oude Diestsesteenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Barbara Speleers kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-Laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 juli 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van het Nederlandstalige onderwijs van de Stad Brussel van 28 juni 2023 waarbij de definitieve uitsluiting van XXXX als leerling van de Peter-Benoitschool te Neder-Over-Heembeek wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 257.120 van 19 juli 2023 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. IX-10.287-1/4 Het genoemde arrest is op 26 juli 2023 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. Op respectievelijk 21 september 2023 en 14 september 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- In het arrest 257.120 van 19 juli 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen. IX-10.287-2/4 De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend en betwist derhalve niet de beoordeling van het in dat schorsingsarrest ernstig bevonden eerste onderdeel van het tweede middel.
- De Raad van State ziet geen reden om de onwettigheid die in het schorsingsarrest voorlopig is vastgesteld, ten gronde niet bij te vallen. Het eerste onderdeel van het tweede middel is gegrond in de mate waarin het eerder in het voornoemde schorsingsarrest ernstig werd bevonden. IV. Kosten
- Verzoeker vordert in het enig verzoekschrift een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro “per verzoekende partij”.
- Te dezen wordt voor de oplossing van het geschil toepassing gemaakt van artikel 11/2 van de algemene procedureregeling. Met toepassing van artikel 67, § 2, derde lid, van de algemene procedureregeling, is derhalve geen verhoging van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd. Een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro wordt toegekend aan verzoeker. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de beroepscommissie van het Nederlandstalige onderwijs van de Stad Brussel van 28 juni 2023 waarbij de definitieve uitsluiting van XXXX als leerling van de Peter-Benoitschool te Neder-Over-Heembeek wordt bevestigd. IX-10.287-3/4
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.287-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.935 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.120 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.