id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.948 Rolnummer: A. 240362/XII-9422 Zaak: Arrest 257948 - Varia (overheidsopdrachten en openbare werken) - 20/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-21 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-10 15:58 Fiche Arrest nr 257.948 van 20 november 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Varia (overheidsopdrachten en openbare werken) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 257.948 van 20 november 2023 in de zaak A. 240.362/XII-9422 In zake: de BV FRANEKER TWEEWIELERS gevestigd te 8801LR Franeker Nederland Dijkstraat 25 tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Robin Depoorter kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV BEZÕE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Van De Sijpe kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 24 oktober 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de stad Antwerpen van 13 oktober 2023 waarbij de overheidsopdracht ‘Raamovereenkomst voor het leveren van elektrische fietsen met overeenkomst voor wisselstukken voor 5 jaar’ wordt gegund aan de bv Bezõe. XII-9422-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 9 november 2023 heeft de bv Bezõe gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 november
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Robin Depoorter, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Koenraad Van De Sijpe, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst
- De bv Bezõe blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg wordt haar verzoek tot tussenkomst ingewilligd. IV. Rechtspleging
- De verzoekende partij verschijnt niet en is niet vertegenwoordigd ter terechtzitting. Overeenkomstig artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort XII-9422-2/5 geding voor de Raad van State’ wordt de vordering tot toekenning van de schorsing in dat geval afgewezen. V. Kosten
- De verwerende partij vordert de maximale rechtsplegingsvergoeding ten belope van 3.080 euro op grond van “de kennelijk onredelijke aard van de situatie” overeenkomstig artikel 30/1, § 2, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, minstens een naar billijkheid vast te stellen “verhoogde” rechtsplegingsvergoeding. Zij zet uitvoerig uiteen dat het verzoekschrift te dezen elke grens van zorgvuldigheid te buiten gaat. Het betreft volgens haar in geen geval een situatie waarbij een verzoekende partij voor haar rechten opkomt en een beslissing aanvecht die zij onwettig acht. De voorliggende situatie kan integendeel worden gekwalificeerd als een tergend en roekeloos geding. In ondergeschikte orde vraagt de verwerende partij een schadevergoeding op grond van artikel 27 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet), aangezien volgens haar sprake is van een tergend en roekeloos geding.
- Luidens artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, strekt de rechtsplegingsvergoeding tot een “forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat”. Aangezien die vergoeding aldus geen bestraffend karakter heeft, mag de (proces)houding van de verzoekende partij niet in rekening worden gebracht voor de begroting van deze vergoeding. Bovendien is de zaak voor de verwerende partij een vrij eenvoudige zaak gebleken. Er is bijgevolg geen aanleiding tot het toekennen van de gevraagde verhoging boven het basisbedrag van 770 euro. Overeenkomstig artikel 27 van de rechtsbeschermingswet kan de verhaalinstantie een passende schadevergoeding toekennen aan de aanbestedende XII-9422-3/5 overheid “in geval van een tergende en roekeloze verhaalprocedure”. Anders dan de verwerende partij het ziet, lijkt de verzoekende partij te dezen wel degelijk voor haar rechten te zijn opgekomen door de gunningsbeslissing aan te vechten die volgens haar onrechtmatig is. Het feit dat zij dat heeft gedaan met een summier verzoekschrift, waarin op het eerste gezicht geen duidelijke “middelen” zijn geformuleerd – maar wel grieven waarop de verwerende partij inhoudelijk heeft kunnen antwoorden – doet niet anders besluiten. De verwerende partij wordt niet bijgevallen waar zij stelt dat er sprake is van een tergend en roekeloos geding.
- De beide verzoeken van de verwerende partij worden afgewezen. BESLISSING
- Het verzoek van de bv Bezõe tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De Raad van State verwerpt de vordering van de verwerende partij tot schadevergoeding wegens een tergende en roekeloze verhaalprocedure.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-9422-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9422-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.948 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.