← België

Arrest 257961 - Sluitingen van vestigingen - 21/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.961 Rolnummer: A. 240456/X-18500 Zaak: Arrest 257961 - Sluitingen van vestigingen - 21/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-23 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-10 16:01 Fiche Arrest nr 257.961 van 21 november 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 257.961 van 21 november 2023 in de zaak A. 240.456/X-18.500 In zake:

  1. de BV SABRINA’S TOUCH
  2. Sabrina REYNIERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Vandemeulebroucke kantoor houdend te 8520 Kuurne Kongostraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE MIDDELKERKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk De Keuster en Inne Clinckers kantoor houdend te 2980 Zoersel Handelslei 60 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 9 november 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Middelkerke dd. 24/10/2023 om de taverne ‘De Stamenei’ definitief te sluiten vanaf 16/11/2023”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november
  5. X-18.500-1/7 Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michelle Decruy, die loco advocaat Thomas Vandemeulebroucke verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Inne Clinckers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Eerste verzoekster baat te Middelkerke, Meeuwenlaan 6, drankgelegenheid De Stamenei uit, met tweede verzoekster als zaakvoerster. Om reden van geluidsoverlast legt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Middelkerke op 26 april 2022, aan de uitbating van de inrichting beperkende maatregelen op, bij wege van gemeentelijke administratieve sanctie. Naar aanleiding van lawaaihinder op 18 maart 2023 wordt tweede verzoekster bij schrijven van 24 april 2023 “gewaarschuwd dat een sanctie zal opgelegd worden bij een volgende inbreuk” en wordt erop geattendeerd dat kan worden overgegaan tot de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de instelling. X-18.500-2/7 Op 12 september 2023 wordt tweede verzoekster meegedeeld dat er, gelet op drie nieuwe gelijkaardige inbreuken, door het college van burgemeester en schepenen wordt overwogen om een passende sanctie op te leggen, “zijnde een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting”. Een hoorzitting heeft plaats op 24 oktober
  8. Tweede verzoekster wordt daarop bijgestaan door een advocaat. Onder verwijzing naar de “overeenstemming […] met de raadsman van de uitbaatster, de uitbaatster zelf en het college van burgemeester en schepenen”, beslist het college nog dezelfde dag de volgende administratieve sanctie op te leggen: “Vanaf heden tot en met 15/11/2023 uitbating tot ten laatste 20u00 (gevolgd door sluiting tot minstens 08u00 de daaropvolgende dag). Uitbating zonder muziek en zonder andere geluidsversterkende middelen. Vanaf 16/11/2023 is de drankgelegenheid De Stamenei gesloten en is er geen uitbating meer door mevrouw Sabrina Reyniers, behoudens andersluidend besluit. Bij overname zal de genomen sanctie opgeheven worden via afzonderlijk besluit en op verzoek van de nieuwe uitbater.” IV. Belang – Schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen 4.
  9. Met betrekking tot hun belang wijzen verzoeksters erop dat de bestreden beslissing voor hen een rechtstreeks nadeel inhoudt. Door een definitieve sluiting vanaf 16 november 2023 kunnen zij geen inkomsten meer vergaren en hebben zij geen andere optie dan de handelszaak over te laten. Dat zij met de bestreden beslissing zouden instemmen, wordt “ten stelligste betwist, zoals verder in het enig middel wordt uiteengezet”. 4.
  10. Wat de voorwaarde betreft dat slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten wanneer er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die X-18.500-3/7 onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing, argumenteren verzoeksters dat het voortbestaan van De Stamenei volledig wordt uitgesloten, terwijl de inrichting hun enige bron van inkomsten is. 5.
  11. In de nota werpt de verwerende partij tegen dat verzoeksters zonder belang zijn “omdat zij op de hoorzitting zelf de bestreden maatregel hebben voorgesteld en derhalve a fortiori hiermee ingestemd”. 5.
  12. Ook betoogt de verwerende partij dat de uiterst dringende noodzakelijkheid niet is aangetoond. Tijdens de hoorzitting is uitdrukkelijk met de bestreden maatregel ingestemd “zodat op basis van hun akkoord eveneens de afwezigheid van de uiterst dringende noodzakelijkheid vaststaat”. Beoordeling
  13. Het onderzoek van het belang van verzoeksters en van het voorhanden zijn van de uiterste urgentie die voor de gevorderde schorsing vereist is, noopt tot het onderzoek van het enige middel.
  14. In dat middel, eerste middelonderdeel, ontkennen verzoeksters formeel dat zij tijdens de hoorzitting met de definitieve sluiting akkoord zijn gegaan, laat staan dat dit op hun eigen voorstel zou zijn geweest. Nooit zouden verzoeksters uit eigen wil stoppen met de uitbating. Wel gaven verzoeksters aan dat zij niet konden leven met maatregelen die zo beperkend zijn dat zij de facto “een heel ander horeca-concept zou[den] moeten uitbaten, zoals een theesalon”, en dat zij zich niet konden neerleggen bij een absoluut verbod op het afspelen van muziek. In dat geval, aldus verzoeksters, zouden zij inderdaad liever hun handelszaak verkopen. Als dit als een overeenstemming kan worden beschouwd zoals bedoeld in de bestreden beslissing, dan is ze er volgens verzoeksters gekomen ten gevolge van een ongeoorloofde druk. Tijdens de hoorzitting is er een schorsingsmoment geweest waarin de toenmalige raadsman van verzoeksters X-18.500-4/7 vroeg om in te stemmen met voorlopige uitbatingsmaatregelen. Verzoeksters zijn daarop ingegaan, maar een (definitieve) sluiting is niet ter sprake gekomen. De hoorzitting verliep in het Nederlands, terwijl tweede verzoekster Franstalig is. Zij kon niet alles begrijpen. Een en ander is duidelijk fout gelopen.
  15. In het proces-verbaal van de hoorzitting staat onder meer te lezen: “(De hoorzitting wordt geschorst voor een vijftal minuten. Tijdens deze schorsing is er een overleg tussen [tweede verzoekster] en haar raadsman.) Na de schorsing meldt de raadsman dat zijn cliënte zinnens is om de drankgelegenheid te stoppen en om de handelsuitbating te verkopen. Hij vraagt om een soort overgangsregeling te voorzien zodat zijn cliënte het nodige kan doen. Na een gedachtewisseling kan de raadsman instemmen met volgend voorstel: Vanaf heden tot en met 15/11/2023 uitbating tot ten laatste 20u00 (gevolgd door sluiting tot minstens 08u00 de daaropvolgende dag). Uitbating zonder muziek en zonder andere geluidsversterkende middelen. Vanaf 16/11/2023 is de drankgelegenheid De Stamenei gesloten en is er geen uitbating meer door mevrouw Sabrina Reyniers, behoudens andersluidend besluit. Bij overname zal de genomen sanctie opgeheven worden via afzonderlijk besluit en op verzoek van de nieuwe uitbater.”
  16. Naar tweede verzoekster, die Franstalig is, uiteenzet, verstond zij niet alles wat op de hoorzitting werd gezegd. Feit is wel dat zij op die hoorzitting werd bijgestaan door een Nederlandstalige advocaat. Voorts is het niet betwist dat zij tijdens de hoorzitting met die advocaat heeft gesproken en overleg gepleegd, noch wordt wat deze advocaat betreft beweerd dat tweede verzoekster hem niet of maar onvolledig begreep.
  17. Tweede verzoekster houdt staande dat zij de advocaat nooit gemandateerd heeft om een overeenkomst te sluiten met de gemeente over de definitieve sluiting van haar zaak en dat zij ook nooit met een dergelijke sluiting heeft ingestemd. X-18.500-5/7 Dit wordt vooralsnog niet gevolgd. Uit het eigen stuk nr. 7 van verzoeksters (‘Verklaring [C. M.] voor Mevr. Sabrina Reyniers’) lijkt te mogen worden opgemaakt dat de advocaat wel degelijk jegens het schepencollege met een definitieve sluiting heeft ingestemd en dat, naar zijn zeggen, hij dit ook met tweede verzoekster heeft besproken: “ik heb de raad gegeven aan Reyniers Sabrina om haar zaak over te laten. Het zal nooit lukken voor haar in Middelkerke zolang Dedecker burgemeester is. Het is beter voor haar om in een ander district een zaak uit te baten.”
  18. In de gegeven omstandigheden wordt ten minste in de huidige stand van de procedure niet bijgevallen dat er in de bestreden beslissing onterecht sprake is van een “overeenstemming” tijdens de hoorzitting over de bevolen maatregel. Gelet op die overeenstemming is er reden om het belang van verzoeksters te dezen te betwijfelen en wordt niet aangenomen dat de bestreden beslissing hen, zonder schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, in een situatie stort die hoogst urgent moet worden verholpen.
  19. Uit wat voorafgaat volgt dat de vordering moet worden verworpen bij gebrek aan een voldoende belang en het niet voorhanden zijn van een uiterst dringende noodzakelijkheid. BESLISSING
  20. De Raad van State verwerpt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  21. De Raad van State verwijst verzoeksters in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten behoeve van de verwerende partij. X-18.500-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.500-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.961 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.