id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.995 Rolnummer: A. 239565/VII-42120 Zaak: Arrest 257995 - Dierenwelzijn - 23/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-27 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-10 16:15 Fiche Arrest nr 257.995 van 23 november 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 257.995 van 23 november 2023 in de zaak A. 239.565/VII-42.120 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michaël Vanderhasselt kantoor houdend te 1180 Brussel Brugmaanlaan 403 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 juli 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de bestemmingsbeslissing van 22 mei 2023 gewezen door het Afdelingshoofd van de Afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van het Vlaamse Gewest, met als kenmerk het dossiernummer G-23-0986 waarbij de twee honden met respectievelijke chipnummers 967000009625300 en 981100004234290 van verzoeker, in toepassing van artikel 42 §2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, definitief in volle eigendom worden gegeven aan het erkend asiel waar ze verblijven”. VII-42.120-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 29 september 2023 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement), en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 november
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michaël Vanderhasselt, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is een 75-jarige alleenstaande man die twee honden bezit, waarmee hij naar eigen zeggen een gezin vormt. VII-42.120-2/8
- Sedert oktober 2021 worden verschillende processen-verbaal opgemaakt waarin de politiediensten vaststellingen doen van verwaarlozing van de dieren. Ter gelegenheid van een bezoek op 28 maart 2023, in aanwezigheid van controleurs van de afdeling Dierenwelzijn van de verwerende partij, wordt beslist tot inbeslagname van de dieren en worden zij aan een erkend dierenasiel toevertrouwd. Op 24 april 2023 wordt verzoeker verhoord.
- Het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van de verwerende partij beslist op 22 mei 2023 om de honden in volle eigendom over te dragen aan het asiel. Deze beslissing wordt als volgt gemotiveerd: “De vaststellingen en foto’s d.d. 28/03/2023, geakteerd in [het proces-verbaal] dd 29/03/2023: - De honden worden gehouden in zeer vuile en onhygiënische omstandigheden. - De honden hebben geen geschikte en comfortabele schuil- en ligplaats ter beschikking - De nagels van de honden zijn te lang, hun vacht is dof, onrein en ruikt onfris. - Het niet uitvoeren van de reeds opgelegde maatregelen. Wat erop wijst dat de dieren niet werden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften, waardoor hun welzijn ernstig werd geschaad. Uit de historiek blijkt het recidiverende karakter van de vaststellingen van dieren die in vuile omstandigheden gehuisvest worden en dat betrokkene reeds meerdere kansen heeft gekregen. Uit de historiek blijkt ook dat betrokkene de in het verleden reeds opgelegde maatregelen en voorwaarden niet kan volhouden, wat wijst op een gebrek aan draagkracht. Hierdoor heeft het opleggen van bijkomende maatregelen weinig zin. Uit een buurtbevraging blijkt dat de honden veelal ’s nachts ook buitengehouden worden. Het verhoor van betrokkenen door de lokale politie op 02/05/2023, waaruit blijkt dat: - Betrokkene fysiek niet meer in staat is om op een correcte manier in te staan voor de verzorging en huisvesting van de honden. - De honden weinig tot geen beweging krijgen. - Betrokkene weinig inzicht in de huidige dierenwelzijnsnormen toont. - Betrokkene weinig schuldinzicht vertoont. - Betrokkene verschillende tegenstrijdigheden en onwaarheden verklaart. - De afspraken met de kennis voor extra hulp, weinig concreet zijn. Bovengenoemde vaststellingen wijzen op : VII-42.120-3/8 - Een gebrek aan aandacht voor de noden van elk individueel dier. - Een gebrek aan kennis betreffende het correct houden en verzorgen van honden. - Een gebrek aan inzicht in de behoeften van de honden. Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de dieren gewaarborgd kan worden, waardoor teruggave van de honden onverantwoord zou zijn. De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen. De honden hebben geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn/haar/hun ethologische en fysiologische behoeften.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: motiveringswet), de materiëlemotiveringsplicht, en het proportionaliteits-, evenredigheids- en redelijkheidsbeginsel. Volgens verzoeker wordt het bestreden besluit gemotiveerd op onjuiste feiten, algemene beschouwingen en motieven die niet afdoende zijn om de beslissing tot overdracht van de dieren aan een asiel te verantwoorden. Er zou meer in het bijzonder geen rekening gehouden zijn met zijn verklaringen en foto’s waaruit blijkt dat de honden niet uitsluitend in het hondenhok verblijven, de huisvestingsomstandigheden van de honden binnenshuis, en het verslag van de door hem geraadpleegde dierenarts. De aangevoerde elementen uit de buurtbevraging zouden niet blijken uit het dossier. Vervolgens zouden zijn verklaringen ter gelegenheid van het verhoor verkeerd zijn gepercipieerd en zouden de verkeerde gevolgen eruit zijn getrokken. De materiële vergissing betreffende de datum van het verhoor wijst volgens verzoeker erop dat abstracte en vormelijke stijlformules uit andere verhoren werden overgenomen zonder de pertinentie ervan voor zijn situatie na te gaan. Verzoeker voert ten slotte aan dat uit VII-42.120-4/8 de motivering van de bestreden beslissing niet kan worden afgeleid waarom de meest drastische maatregel werd genomen van de eigendomsoverdracht aan een asiel waar er ook minder verregaande maatregelen mogelijk waren zoals het tegen een waarborgsom teruggeven van de dieren.
- De verwerende partij antwoordt dat de beweringen van verzoeker indruisen tegen de elementen van het dossier zoals zij uit de processen-verbaal blijken. De motieven van het bestreden besluit zijn volgens de verwerende partij gebaseerd op een correcte feitenvinding en een juist begrip van de verklaringen van verzoeker, zodat zij de beslissing om de volle eigendom van de dieren aan een erkend dierenasiel over te dragen, op afdoende wijze schragen. Beoordeling
- Artikel 3 van de motiveringswet schrijft voor dat de bestuurshandeling ‘afdoende’ moet worden gemotiveerd. Dit betekent dat de in de akte uitdrukkelijk vermelde motieven pertinent, draagkrachtig en begrijpelijk moeten zijn: zij moeten met andere woorden duidelijk te maken hebben met de beslissing, volstaan om de beslissing te schragen, de betrokkene in staat stellen de redenen van de beslissing te begrijpen en de rechter toelaten zijn wettigheidscontrole uit te oefenen. De door verzoeker aangehaalde algemene beginselen van behoorlijk bestuur verplichten het bestuur voorts om de feitelijke gegevens correct te beoordelen, en hieraan gevolgen te verbinden die niet kennelijk onredelijk of onevenredig zijn.
- De feitelijke gegevens die worden vermeld in de motieven van het bestreden besluit vinden steun in het administratief dossier en meer in het bijzonder in de vaststellingen die gemaakt werden in het proces-verbaal van 29 maart 2023 en het verhoor van verzoeker van 24 april
- De verwerende partij heeft aan die feitelijke elementen geen onjuiste of kennelijk onredelijke draagwijdte gegeven. Die feitelijke gegevens verantwoorden de beslissing om de VII-42.120-5/8 in beslag genomen dieren de bestemming te geven dat de dieren in volle eigendom worden overgedragen aan een erkend dierenasiel.
- De beweringen van verzoeker met betrekking tot de huisvestingsomstandigheden binnenshuis zijn niet van aard die feitelijke gegevens te ontkrachten. De gedane vaststellingen buitenshuis en de elementen die uit het verhoor van verzoeker konden worden afgeleid, volstaan om redelijkerwijze tot de bevinding te komen dat verzoeker geen voldoende aandacht heeft voor de noden van elk dier, een gebrek aan kennis vertoont betreffende het correct houden en verzorgen van honden, en een gebrek aan inzicht heeft in de behoeften van de honden.
- Hetzelfde geldt voor de verklaring van de dierenarts die verzoeker heeft voorgelegd ter gelegenheid van zijn verhoor. Die verklaring dat de honden geen tekenen vertonen van fysieke stress en letsels en dat één hond een chronische aandoening van de huid vertoont waardoor hij een verwaarloosde indruk kan geven, werd door de dierenarts afgelegd “onder voorbehoud, naar wat ik kan beoordelen” en met de vermelding dat het al “een tijdje geleden [is] dat ik de honden gezien heb”, zodat het niet kennelijk onredelijk is om voor de correcte feitenvinding de voorkeur te geven aan de vaststellingen van het proces-verbaal van 29 maart 2023 boven die verklaring van de dierenarts.
- Van de “buurtbevraging” waarvan sprake in de motieven wordt in het administratief dossier geen spoor teruggevonden. De verwijzing naar deze “buurtbevraging” maakt echter een overtollig motief uit, nu de bestreden beslissing reeds afdoende geschraagd wordt door de feitelijke gegevens die uit het proces-verbaal van 29 maart 2023 en het verhoor van verzoeker blijken. De enkele omstandigheid dat de resultaten van de “buurtbevraging” zich niet in het administratief dossier bevinden, kan dan ook niet leiden tot een schending van de motiveringswet of de aangehaalde beginselen van behoorlijk bestuur. VII-42.120-6/8
- Uit de enkele omstandigheid dat in de motieven een materiële vergissing werd begaan betreffende de datum van het verhoor, volgt geen vermoeden dat de motieven niet pertinent zouden zijn. De elementen die uit het verhoor werden gehaald om de bestreden beslissing te motiveren, hebben wel degelijk rechtstreeks betrekking op de zaak van verzoeker. De interpretatie die daarbij aan de verklaringen van verzoeker werd gegeven om te besluiten dat verzoeker fysiek niet meer in staat is om op een correcte manier in te staan voor de verzorging en huisvesting van de honden, de honden weinig tot geen beweging krijgen, verzoeker weinig inzicht in de huidige dierenwelzijnsnormen toont, verzoeker weinig schuldinzicht vertoont, verzoeker verschillende tegenstrijdigheden en onwaarheden verklaart, en dat de afspraken met de kennis voor extra hulp weinig concreet zijn, is niet kennelijk onredelijk.
- Gelet op de bevindingen dat verzoeker fysiek niet meer in staat is om op een correcte manier in te staan voor de verzorging en huisvesting van de honden, de honden weinig tot geen beweging krijgen, verzoeker weinig inzicht in de huidige dierenwelzijnsnormen toont, verzoeker weinig schuldinzicht vertoont, verzoeker verschillende tegenstrijdigheden en onwaarheden verklaart, en dat de afspraken met de kennis voor extra hulp weinig concreet zijn, is het ten slotte niet kennelijk onevenredig om, tussen de verschillende mogelijke bestemmingen van de in beslag genomen dieren, te kiezen voor de overdracht in volle eigendom ervan aan een erkend dierenasiel. Het is immers niet kennelijk onredelijk te oordelen dat de andere, door artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ voorziene mogelijke bestemmingen, niet eenzelfde graad van evenredigheid vertonen met de situatie van verzoeker en de bezorgdheden inzake dierenwelzijn die aan de beslissing ten grondslag liggen. V. Toepassing kortedebattenprocedure
- Het enige middel tot nietigverklaring is ongegrond. Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat het geschil kan worden afgedaan met een VII-42.120-7/8 kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement.
- Het beroep tot nietigverklaring moet worden verworpen. De vordering tot schorsing, die slechts een accessorium is van het annulatieberoep, wordt bijgevolg eveneens verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Francis Van Nuffel VII-42.120-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.995 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.