id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.998 Rolnummer: A. 239106/VII-42035 Zaak: Arrest 257998 - Dierenwelzijn - 23/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-30 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-06-10 16:16 Fiche Arrest nr 257.998 van 23 november 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 257.998 van 23 november 2023 in de zaak A. 239.106/VII-42.035 In zake:
(2), 13/01/23, 19/01/23 Overwegende dat u bij aangetekende brief […] dd. 23 december 2022 werd meegedeeld dat de procedure tot intrekking van de erkenning met nummer HK13216816 voor het uitbaten van een beroepskwekerij voor honden op het adres […], werd opgestart en dat u beschikte over een termijn van vijftien dagen, te rekenen van de ontvangst van de brief, om uw bemerkingen schriftelijk te bezorgen aan de afdeling Dierenwelzijn; dat de afdeling Dierenwelzijn hierop een mail van de heer […] heeft ontvangen op 9 januari 2023 waarin hij het volgende verklaart: ‘De reorganisatie van onze kennel / kwekerij Gezien bij controle op 21 oktober en gelet op de huidige situatie van het aantal honden, kunnen we meedelen dat er actueel een enorme verbetering is. Er zijn meerdere honden (pups, junior pups en volwassen honden) verkocht en geplaatst. Gezien de extreme slechte verkoopsituatie midden 2022 heeft dit een zware druk op de kennel gelaten Gezien de stopzetting en de gehele verhuis in de periode (augustus tot midden oktober) van de kennel uit […] Gezien [he]t tijdelijk uitvallen van 1 van onze vaste medewerkers […] Niettegenstaande hebben we de beste intentie gehad echter hebben we belangrijke aspecten uit [he]t oog verloren als beroepskweker. Voor alle dieren steeds propere drinkwater voorzien in propere drinkbakken • Permanent zullen we hieraan aandacht schenken Er zijn verschillende honden met klitten. Deze honden meteen verzorgen en bewijzen hiervan bezorgend de inspectiedienst tegen 30/11/22 • via mail werd op 30/10/22 aangetoond dat we de vachten verzorgd hebben • ondertussen gaat de vacht verzorging verder en scheren we meerdere honden per week De honden preventief frequenter uitborstelen, laten trimmen • wij zullen hieraan verdere aandacht schenken door wekelijks hiervoor tijd vrij te maken Er zijn verschillende honden met medische problemen • verzorging laten uitvoeren door onze dierenarts, bewijs verstuurd 30/11/2022 • wij gaan met de bedrijfsdierenarts bespreken om hierin ook een wekelijkse afspraak te maken; tandzorg kunnen we zo optimaliseren door per week honden te laten opvolgen/behandelen Elk hok voorzien van een zacht, comfortabel en droog ligbed. Elke hond moet voldoende plaats hebben om te kunnen liggen VII-42.035-6/16 • aankoop plastiek manden alsook een bestelling van plastieke manden (we hebben hooi in de manden gelegd) • [he]t voorzien van ligplanken met een rubberen toplaag • gezien het middelste gebouw met de bovenverdieping op elk verdiep voorzien is van epoxie, kenmerkende vloer die reeds de hardheid van beton weg neemt Voldoende verlichting voorzien voor elk hok, in elke gang • we gaan dit laten bekijken door elektricien om lichten bij te hangen Een oplossing zoeken voor het nat blijven van de hokken na het poetsen • om voor dit euvel een oplossing te bieden hebben we een kennel voorzien van koolzaadstro met een onderlaag van schaafsel • we hebben op 2 januari 2023 hiervan een video verzonden Alle honden dagelijks ten minste 2 u/dag 5 dagen per week uitlaten met uitzondering van lacterende teven en hun pups, dit moet aangetoond kunnen worden met eventuele videobeelden of chipregistratie Gezien de actuele bezetting van de kennel kunnen we aantonen met videobeelden dat 80% van onze honden dagelijks naar buiten kunnen; • de honden die niet dagelijks naar buiten gaan zijn de lacterende teven, hoewel wij deze frequent in 1 van de 3 speelweides uitlaten • de honden op de bovenverdieping • reorganisatie van de kennel; Door de bovenverdieping te gebruiken als kraamruimte alsook een mindere bezetting van het aantal honden in onze kennel maakt dat we gaan vermijden dat op de bovenverdieping volwassen kleine rassen zitten Volwassen honden permanent van een geschikt voorwerp om op te knagen. Wanneer ze in groep gehouden worden, wordt dergelijk voorwerp regelmatig, maar enkel onder toezicht verstrekt • hieromtrent zijn kalfsbeenderen voorzien als knaagvoorwerp voor de volwassen honden voldoende personeel voorzien voor betere socialisatie van zowel de volwassen als de pups/junior honden • pups voor 8 weken worden dagelijks in de hand genomen • junior pups gaan we naar de toekomst proberen te vermijden • door [he]t inkrimpen van de kennel zal voor volwassen honden meer tijd vrijgemaakt kunnen worden • we hadden reeds hulp van mijn dochter […] : kuisen in [he]t weekend / de website en fb opvolgen […] • wij hebben ook jaarlijks een stagiaire van […] richting dierenzorg, momenteel hebben we een stagiair van 9/01/23 tot 19/02/23 De aanbevelingen op kwekerijen voor honden in de praktijk zetten dwz de teven met de pups, de gespeende pups, de junioren en de volwassen honden niet huisvesting dezelfde ruimte zodat virussen zich minder snel kunnen verspreiden • hieraan zal aandacht gegeven worden door de beschikbare ruimtes/infrastructuur anders te gaan gebruiken inventaris opmaken naar het model bijlage VI A en bezorgen aan de inspectiedienst • inventaris bezorgd 30/11/22 VII-42.035-7/16 richtlijnen opmaken met specifieke informatie per ras; voeding verzorging huisvesting en bezorgen aan inspectiedienst • bij aankoop van een pup ontvangt de koper reeds onze bijkomende richtlijnen • we geven [he]t boekje dogofriends mee. auteur is faculteit diergeneeskunde Merelbeke • standaard richtlijnen FOD voor de opvoeding van de hond • via mail gaan we de mensen ook de rasbeschrijving doormailen • mail verstuurd 8/01/23 met uitleg van werkwijze over de richtlijnen de contractdierenarts vaker ontbieden: • in overleg met dierenarts gaat dit bekeken worden, we plannen een vaste dag - wekelijks bezoek Honden die niet geregistreerd zijn laten registreren bij dog id • de niet geregistreerde honden zouden moeten geregistreerd zijn, we hebben de nodige mail verstuurd naar onze bedrijfsdierenarts • mail verstuurd 8/01/2023 met uitleg van werkwijze hoe wij de registraties bezorgen aan dog id honden die niet correct geregistreerd zijn correct laten registreren bij dogid; • we hebben de niet correct geregistreerde honden laten correct registreren • nazicht op 9/01/2023, overzicht gemaild (09/01/2023) De bovenverdieping is geïsoleerd; foto’s als bewijs verstuurd Drastisch minderen met kweken aangezien er niet genoeg tijd kan gespendeerd worden aan de socialisatie van de honden • het aantal honden is verminderd en we doen er alles aan om nog volwassen honden verder op een correcte manier te plaatsen zodat we de nodige aandacht kunnen geven aan de socialisatie van de honden Planning vanaf 2023 • [he]t verminderen van [he]t aantal volwassen honden in de kennel • bekijken hoe we de taakverdelingen kunnen opsplitsen en zorgen voor voldoende hulp/personeel • administratie (registraties en register) beter opvolgen Hopend voldoende geïnformeerd te hebben en nauwlettend naar de toekomst om correcter te werken als beroepskweker’ Overwegende dat deze bemerkingen en de in januari bezorgde mails met documenten niet toelaten om de procedure tot intrekking van de erkenning stop te zetten, omwille van volgende redenen; - De inventaris van de vrouwelijke fokdieren die de heer […] heeft bezorgd via mail op 17/01/23 is nog steeds niet conform het model bijlage VI A van het KB van 27 april 2007 (geen volgnummers en geen datum van binnenkomen in de kwekerij). - De heer […] verklaart dat hij gaat ‘laten bekijken door de elektricien om lichten bij te hangen’, wat betekent dat nog steeds niet werd voldaan aan de in het proces-verbaal […] opgelegde voorwaarde om onmiddellijk voldoende verlichting te voorzien voor elk hok, in elke gang. - De heer […] verklaart dat in overleg met de contractdierenarts ‘gaat bekeken worden’ om hem vaker te ontbieden, wat betekent dat nog steeds geen concrete afspraken werden gemaakt om te voldoen aan de in het proces-verbaal […] opgelegde maatregel. - De heer […] verklaart dat aan de in het proces-verbaal […] opgelegde maatregel om de aanbevelingen op kwekerijen voor honden onmiddellijk in VII-42.035-8/16 de praktijk te zetten (d.w.z. de teven met pups, de gespeende pups, de junioren en de volwassen honden niet huisvesten in dezelfde ruimte zodat virussen zich minder snel kunnen verspreiden) ‘aandacht zal gegeven door de beschikbare ruimtes / infrastructuur anders te gaan gebruiken’, wat betekent dat aan deze maatregel nog steeds niet werd voldaan. - Dat de heer […] in zijn mail van 08/01/23 verklaart dat de volledige richtlijnen betreffende voeding, huisvesting en verzorging van elk te koop aangeboden ras aanwezig is en was doet geen afbreuk aan de vaststelling dat tijdens de controle op 21 oktober 2022 de specifieke richtlijnen betreffende voeding, huisvesting en verzorging van elk te koop aangeboden ras niet aanwezig waren. Aangezien nog steeds geen specifieke richtlijnen met betrekking tot alle verkochte rassen werden bezorgd werd niet voldaan aan de in het proces-verbaal […] opgelegde maatregel om onmiddellijk richtlijnen op te maken met specifieke informatie per ras (voeding, verzorging, huisvesting) en deze te bezorgen aan de inspectiedienst. - De verklaring van de heer […] dat de vastgestelde overtredingen het gevolg waren van een ongewone situatie en dat deze in de toekomst niet meer zullen voorkomen, komt weinig betrouwbaar over, gelet op het feit dat in een voorgaande kwekerij, uitgebaat door betrokkenen, herhaaldelijk gelijkaardige overtredingen werden vastgesteld en op het huidige adres van de eerste erkenningsaanvraag werd geweigerd daar niet voldaan was aan de erkenningsvoorwaarden. Overwegende dat uit de aangeleverde bemerkingen en documenten blijkt dat de door u geleverde inspanningen onvoldoende zijn aangezien niet aan alle opgelegde maatregelen werd voldaan; dat er bijgevolg geen zekerheid is dat u in de toekomst wel afdoende maatregelen zou nemen om conform de regelgeving uw kwekerij uit te baten en om het welzijn van de dieren te verzekeren.”
- Op 27 april 2023 dient de partner van de tweede verzoekende partij die ook zaakvoerder is van de eerste verzoekende partij, een aanvraag in tot erkenning van de inrichting.
- De verzoekende partijen dienen op 15 mei 2023 bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring en de thans voorliggende vordering tot schorsing in van het intrekkingsbesluit van 13 maart
- Op 24 mei 2023 gaan de verzoekende partijen ook over tot dagvaarding van de verwerende partij voor de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, zetelend in kort geding. Bij beschikking van 19 juni 2023 verbiedt de kortgedingrechter de verwerende partij om uitvoering te geven aan het intrekkingsbesluit van 13 maart 2023 tot op het ogenblik dat VII-42.035-9/16 uitspraak is gedaan over de erkenningsaanvraag van de partner van de tweede verzoekende partij.
- Eveneens op 19 juni 2023 weigert de verwerende partij de aanvraag tot erkenning die was ingediend door de partner van de tweede verzoekende partij, onder meer omdat de tweede verzoekende partij hierin vermeld was als personeelslid terwijl het intrekkingsbesluit van 13 maart 2023 haar had verboden tussen 15 juni 2023 en 15 juni 2025 direct toezicht uit te oefenen op de dieren. IV. Ontvankelijkheid van de vordering Exceptie
- De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partijen geen actueel belang hebben bij de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van het intrekkingsbesluit van 13 maart
- De verzoekende partijen zouden immers met de beschikking van de kortgedingrechter van 19 juni 2023 reeds hebben verkregen wat zij beoogden, namelijk de schorsing van de bestreden beslissing, en zouden aldus niet meer hetzelfde kunnen vragen van de Raad van State, ook rekening houdend met het ne bis in idem - beginsel. De omstandigheid dat de beschikking van de kortgedingrechter niet langer uitwerking heeft omdat inmiddels de erkenningsaanvraag van de partner van de tweede verzoekende partij werd afgewezen, zou daarbij niet relevant zijn omdat de verzoekende partijen voor de kortgedingrechter in hoofdorde verzochten om de gevraagde maatregel zonder beperking in de tijd op te leggen. Beoordeling
- Het beroep tot nietigverklaring bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan op grond van artikel 19 van deze wetten slechts op ontvankelijke wijze worden ingesteld door een partij die doet blijken van een benadeling of van een belang. Deze vereiste betekent dat de bestreden handeling nadelig moet zijn voor de verzoekende partij, en dat de gevorderde vernietiging aan dat nadeel kan verhelpen. Het belang moet niet alleen VII-42.035-10/16 bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat. De schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestuurshandeling waarvan de vernietiging wordt gevorderd, kan krachtens artikel 17, § 1, van voormelde wetten worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Het is aldus niet vereist dat de verzoekende partij, op straffe van niet-ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing, een belang aantoont bij de gevorderde schorsing. Wel dient zij ter gelegenheid van het onderzoek van de vordering tot schorsing op het eerste gezicht aannemelijk te maken dat zij belang heeft bij de gevorderde nietigverklaring, en onderzoekt de Raad van State bij die gelegenheid de ernst van de excepties die de verwerende partij laat gelden ten aanzien van dat vernietigingsberoep. Zo de verzoekende partij prima facie geen belang heeft bij de vernietiging, zal de schorsing niet kunnen worden bevolen.
- Het bestreden besluit trekt de erkenning in van de verzoekende partijen om een beroepskwekerij voor honden uit te baten, verbiedt hen tot 15 juni 2025 een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen, en verbiedt de tweede verzoekende partij tot 15 juni 2025 om een erkenningsplichtige inrichting te beheren en rechtstreeks toezicht uit te oefenen op de dieren. Dit besluit lijkt de verzoekende partijen te benadelen, zodat zij prima facie belang hebben bij de gevorderde vernietiging.
- De omstandigheid dat de verzoekende partijen het bestreden besluit ook hebben bestreden voor de burgerlijke kortgedingrechter, verhindert hen niet om de Raad van State te vragen de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te schorsen. De hoven en rechtbanken kunnen aan het bestuur maatregelen opleggen om te verhelpen aan een krenking van een subjectief recht, en daartoe de wettigheid toetsen van een bestuurshandeling (artikelen 144, 145 en 159 van de VII-42.035-11/16 Grondwet). Zij oefenen die bevoegdheid uit in volledige onafhankelijkheid van de procedures die tegen dezelfde bestuurshandeling zouden zijn ingesteld bij de Raad van State, behoudens wanneer de Raad van State reeds een schorsing of vernietiging zou hebben uitgesproken, in welk geval het gezag van dat arrest de hoven en rechtbanken verbindt voor wat de (voorlopig) vastgestelde onwettigheid betreft. Het is een partij dan ook niet verboden om bij de Raad van State de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de overheidshandeling waarvan de onwettigheid wordt aangevoerd, en te zelfder tijd aan de burgerlijke kortgedingrechter te vragen maatregelen te bevelen om te verhelpen aan de krenking van een subjectief recht die door die bestuurshandeling zou zijn veroorzaakt. Het behoort niet aan de Raad van State om te beoordelen of de burgerlijke kortgedingrechter in het kader van de hem voorgelegde zaak zijn rechtsmacht heeft overschreden. Ook is de Raad van State niet gebonden door de beoordeling die de burgerlijke rechter heeft gemaakt van de wettigheid van de bestreden bestuurshandeling. In zoverre de verwerende partij aanvoert dat de vordering tot schorsing niet-ontvankelijk zou zijn gelet op de gelijktijdig gevoerde procedure voor de kortgedingrechter, kan deze exceptie niet slagen. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-42.035-12/16 VI. Spoedeisendheid Standpunt van de partijen
- De verzoekende partijen zetten uiteen dat zij zouden terechtkomen in een situatie met onherroepelijke schadelijke gevolgen indien zij het resultaat van de vernietigingsprocedure zouden moeten afwachten. De intrekking van de erkenning betekent voor de eerste verzoekende partij immers de stopzetting van haar enige handelsactiviteit. Zoals zou blijken uit de door de eerste verzoekende partij voorgelegde “boekhoudkundige analyse” zou zij het financiële verlies ten gevolge van de onmogelijkheid om de inrichting uit te baten niet kunnen overbruggen zodat het faillissement zou dreigen. Bovendien verplicht de intrekking van de erkenning de eerste verzoekende partij ertoe zich te ontdoen van haar dieren, wat een moeilijk te herstellen nadeel zou zijn omdat de eerste verzoekende partij zo het werk van jaren ziet verloren gaan waarbij kweekdieren werden geselecteerd om de genetische kwaliteit ervan te kunnen waarborgen. De tweede verzoekende partij zou haar enige inkomen verwerven uit de handelsactiviteit van de eerste verzoekende partij, en zou dan ook eveneens een ernstig nadeel lijden ten gevolge van de intrekking van de erkenning.
- De verwerende partij betwist de spoedeisendheid. De verzoekende partijen tonen volgens haar niet aan dat de uitbating van de inrichting de enige handelsactiviteit is van de eerste verzoekende partij, en voor het enige inkomen van de tweede verzoekende partij zorgt. Zij wijst vervolgens erop dat ervan mag worden uitgegaan dat de verzoekende partijen inmiddels het intrekkingsbesluit hebben uitgevoerd en de uitbating aldus hebben stopgezet en zich hebben ontdaan van de dieren. Ook zou de “boekhoudkundige analyse” die de verzoekende partijen voorleggen niet toelaten de bewering te toetsen dat de periode tot de behandeling van het vernietigingsberoep niet kan worden overbrugd. Ten slotte voert de verwerende partij aan dat de verzoekende partijen lang getalmd hebben met het indienen van de vordering tot schorsing: hoewel de intrekking in werking treedt drie maanden na het intrekkingsbesluit, hebben de verzoekende partijen geen vordering ingesteld tot schorsing volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, en hebben zij zich ertoe beperkt de schorsing volgens VII-42.035-13/16 de gewone procedure te vorderen, met een verzoek dat pas op het einde van de periode van 60 dagen werd ingediend. Op die wijze zouden de verzoekende partijen de spoedeisendheid zelf op kunstmatige wijze in de hand hebben gewerkt. Beoordeling
- Aan de vereiste van de spoedeisendheid wordt voldaan wanneer het voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de verzoekende partij door het tijdsverloop dat gepaard gaat met de behandeling van een vernietigingsberoep een onherroepelijk nadeel lijdt. Uit artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ volgt dat het aan de verzoekende partij zelf toekomt om de bijzondere gegevens bij te brengen die de spoedeisendheid kunnen aantonen.
- Met betrekking tot het beweerde financiële nadeel van de eerste verzoekende partij, dat tot haar faillissement zou kunnen leiden, leggen de verzoekende partijen een “boekhoudkundige analyse” voor van hun boekhouder. Die analyse blijkt echter niets meer te zijn dan een verzoek dat de eerste verzoekende partij zelf heeft gericht aan de boekhouder, en waarin zij haar precaire financiële situatie ten gevolge van de intrekking van de erkenning uiteenzet met het verzoek “dit alles even te bekijken”. Die boekhouder heeft de tekst van die aan hem gerichte brief blijkbaar vervolgens letterlijk overgenomen onder zijn briefhoofd, en van zijn handtekening voorzien. Deze merkwaardige handelwijze, waarbij de boekhouder geen enkele persoonlijke appreciatie van de situatie heeft toegevoegd aan hetgeen hem door de eerste verzoekende partij werd voorgelegd, leidt ertoe dat dit stuk weinig overtuigend voorkomt.
- Het bestreden besluit heeft de verzoekende partijen verplicht om zich ten laatste op 15 juni 2023 te ontdoen van de dieren die aanwezig zijn in de inrichting. Het nadeel dat het gevolg is van het verlies van deze dieren, heeft zich dan ook reeds voltrokken, en kan door een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet meer ongedaan worden gemaakt. Met dit nadeel kan VII-42.035-14/16 dan ook geen rekening meer worden gehouden bij de beoordeling van de spoedeisendheid.
- In het kader van de gewone schorsingsprocedure geldt er in beginsel geen dwingende voorwaarde om diligent en voortvarend op te treden, zoals bij een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De regelgeving laat toe dat de schorsing “op elk moment” wordt gevorderd (artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State). Dit betekent echter niet dat het talmen van een verzoekende partij niet mee in aanmerking mag worden genomen bij de beoordeling van de spoedeisendheid. Een schorsing heeft immers enkel voor de toekomst uitwerking. Met het instellen van een vordering tot schorsing streeft een partij na zich te behoeden voor schadelijke gevolgen die een vernietigingsarrest niet meer kan voorkomen. Het is dan ook vereist dat deze schadelijke gevolgen nog zinvol kunnen worden geweerd op het ogenblik van de uit te spreken schorsing. De partij die de Raad van State met het schorsingsverzoek ertoe wil brengen om haar zaak bij voorrang op andere zaken te onderzoeken, moet bij het benaarstigen ervan dan ook zelf ook de nodige zorgvuldigheid en ijver aan de dag leggen om dit schadelijke gevolg nog te kunnen weren. Dit betekent onder meer dat zij in functie van de omstandigheden, de zaak toch zo spoedig mogelijk bij de Raad van State aanhangig maakt. In de voorliggende zaak hebben de verzoekende partijen de vordering tot schorsing aanhangig gemaakt bijna twee maanden na kennisname van het bestreden besluit, en één maand vóór de inwerkingtreding ervan. Zij behoorden te weten dat de normale behandelingstijd van een gewone vordering tot schorsing door de Raad van State meer dan één maand bedraagt, en dienden zich dan ook eraan te verwachten dat de uitspraak van de Raad van State over de vordering tot schorsing pas zou tussenkomen na de inwerkingtreding van het bestreden besluit, en dus op een ogenblik dat de verzoekende partijen zich reeds zouden hebben ontdaan van de dieren en het financieel nadeel waarop zij zich beroepen aanzienlijk kon oplopen. In zoverre deze nadelen geheel of gedeeltelijk thans niet meer kunnen worden voorkomen door een schorsing van het bestreden besluit, zijn zij het gevolg van een gebrek aan diligentie van de verzoekende partijen om reeds kort na de kennisname van het bestreden besluit een vordering tot VII-42.035-15/16 schorsing in te stellen, eventueel volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Het wordt in deze omstandigheden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verzoekende partijen in afwachting van de behandeling van het vernietigingsberoep een niet door hun eigen gebrek aan diligentie veroorzaakt onherroepelijk ernstig nadeel ondergaan dat door de schorsing nog kan worden voorkomen.
- Aan de vereiste van de spoedeisendheid wordt niet voldaan. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de tweede verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Francis Van Nuffel VII-42.035-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.998 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.296 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div