← België

Arrest 258013 - Kind & Gezin - 24/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.013 Rolnummer: A. 239414/XIV-39226 Zaak: Arrest 258013 - Kind & Gezin - 24/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-11-29 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-10 16:26 Fiche Arrest nr 258.013 van 24 november 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Kind & Gezin Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 258.013 van 24 november 2023 in de zaak A. 239.414/XIV-39.226 In zake: Joke ROELENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Meindert Gees en Hanna Biebauw kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het AGENTSCHAP OPGROEIEN REGIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe en Rutger Robijns kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 23 juni 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: 
  2. de beslissing van 19 december 2022 van het agentschap Opgroeien regie tot opheffing van de vergunning van de kinderopvanglocatie met bijhorend sluitingsbevel, en
  3. de beslissing van 24 mei 2023 van de Administrateur-generaal van het agentschap Opgroeien regie waarbij het ingediende bezwaar tegen de beslissing tot opheffing van de vergunning ongegrond wordt verklaard, met bijhorend sluitingsbevel. XIV-39.226-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 256.770 van 13 juni 2023 heeft de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuit-voerlegging van dezelfde beslissingen verworpen. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 november
  5. Staatsraad Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hanna Biebauw, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Stefaan Verbouwe, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. De feiten zijn uiteengezet in het tussenarrest nr. 256.770 van 13 juni
  8. Er wordt naar verwezen. XIV-39.226-2/6 IV. Schorsingsvoorwaarden
  9. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid
  10. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
  11. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties te willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een XIV-39.226-3/6 nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State).
  12. Verzoekster neemt in het inleidend verzoekschrift onder een opschrift “Spoedeisendheid woordelijk de argumenten over die zij heeft aangebracht in haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissingen, die bij arrest nr. 256.770 van 13 juni 2023 is verworpen.
  13. Ook al was dit arrest een uitspraak over een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, dan blijkt uit de overwegingen ervan niettemin dat de – identieke – argumenten van verzoekster toen reeds werden afgewezen wegens het gebrek aan de spoedeisendheid die ook voor de gewone schorsingsprocedure vereist is.
  14. Een nieuwe vordering tot schorsing mag in dat geval enkel steunen op nieuwe elementen. Die brengt verzoekster evenwel niet bij. Voor zo-veel als nodig mag worden opgemerkt dat elementen die niet eerder uitdrukkelijk in een verzoekschrift waren verwoord niet ipso facto “nieuwe elementen” zijn in de zin van artikel 17, § 2, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zelfs al bevat de huidige uiteenzetting van verzoekster dus elementen die niet in het eerste verzoekschrift op papier waren gezet, dan blijkt niet dat het ge-gevens zijn die toentertijd niet bekend waren of het niet moesten zijn. Vergeleken met de initiële uiteenzetting voegt verzoekster immers slechts hieraan toe dat de bestreden beslissingen de continuïteit van het voortbestaan van haar onderneming ernstig in het gevaar brengt en zij ook persoonlijk op onherstelbare wijze wordt getroffen en dat een eventuele latere nietigverklaring en het daaropvolgende rechtsherstel voor haar geen onmiddellijk nut meer kan hebben. Dit is geen nieuw element, maar enkel de samenvatting van haar oorspronkelijk ook reeds in haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid gehouden betoog. Voorts legt verzoekster bij haar huidig XIV-39.226-4/6 verzoekschrift drie kopies van het aanslagbiljet in de personenbelasting voor de inkomsten van 2019, 2020 en 2021 voor. Deze aanslagbiljetten, daargelaten de vaststelling dat deze niet betrokken worden in de uiteenzetting omtrent het financieel nadeel, waren dus reeds beschikbaar en bekend aan verzoekster op het ogenblik dat zij op 5 juni 2023 haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft ingesteld en zijn bijgevolg evenmin nieuwe elementen.
  15. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoekster niet overtuigt dat het aangevoerde nadeel veroorzaakt door de bestreden beslissingen van die aard is dat het inhoudt dat zij daardoor niet de procedure ten gronde kan afwachten. Conclusie
  16. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter XIV-39.226-5/6 Joris Casneuf Chantal Bamps XIV-39.226-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.013 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.