id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.014 Rolnummer: A. 236340/X-18135 Zaak: Arrest 258014 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-01 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-10 16:26 Fiche Arrest nr 258.014 van 24 november 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.014 van 24 november 2023 in de zaak A. 236.340/X-18.135 In zake :
- Henri NEVENS
- Ariëlle OLLIEUZ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Colin De Beir kantoor houdend te 9500 Geraardsbergen Pastorijstraat 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de GEMEENTE DILBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 mei 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dilbeek van 25 januari 2022 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Open Ruimte’ definitief wordt vastgesteld. II. Verloop van de rechtspleging
- De eerste verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. X-18.135-1/14 Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De eerste verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Filip Stouthuysen, die loco advocaat Colin De Beir verschijnt voor verzoekers, en advocaat Alisa Konevina, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekers wonen te Schepdaal, dit is een deelgemeente van de gemeente Dilbeek. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan ‘Halle-Vilvoorde-Asse’ situeert het woonperceel van verzoekers zich deels in woongebied met landelijk karakter, deels in recreatiegebied en deels in agrarisch gebied. Ter verduidelijking wordt hieronder een uittreksel uit het gewestplan opgenomen, met aanduiding bij benadering van het woonperceel van verzoekers (blauw omrand): X-18.135-2/14
- In 2016 wordt beslist om een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) ‘Open Ruimte’ op te maken.
- Van 2 augustus tot 30 september 2018 maken de start- en procesnota het voorwerp uit van een publieke raadpleging. Op 11 en 13 september 2018 wordt een info- en participatiemoment georganiseerd. Verzoekers dienen een inspraakreactie in, waarin zij voorstellen om aan de aan hun woonperceel palende bestaande recreatiezone Plankenveld een openruimtebestemming te geven. Zij argumenteren dat de overlast van de recreatie nefast is voor een toekomstig ecologisch gebied en dat elders in Dilbeek voldoende recreatiegebied aanwezig is. Ze wijzen tevens op de parkeerproblematiek en op het feit dat de ondergrond niet geschikt is voor een voetbalveld, hetgeen een omvorming naar natuurgebied rechtvaardigt.
- Op 30 september 2019 vindt een plenaire vergadering plaats over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Open Ruimte’. X-18.135-3/14
- Op 14 februari 2020 besluit de Vlaamse regering tot delegatie van de planningsbevoegdheid aan de gemeente Dilbeek voor de opmaak van het RUP ‘Open Ruimte’ voor de delen gelegen binnen het gewestelijk RUP ‘Afbakening VSGB en aansluitende openruimte gebieden’. 8.
- Er wordt een scopingsnota opgemaakt waarin de mogelijke milieu- en mobiliteitseffecten van het voorgenomen gemeentelijk RUP worden gescreend. 8.
- Op 26 mei 2021 beslist het “team Milieueffectrapportage” van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest (hierna: het Team Mer) op basis van de scopingsnota “dat er geen plan-MER opgesteld moet worden voor het voorliggende RUP”. 9.
- Op 22 juni 2021 stelt de gemeenteraad van de gemeente Dilbeek het ontwerp van gemeentelijk RUP ‘Open Ruimte’ voorlopig vast. 9.
- Palend aan verzoekers’ woonperceel, worden een in het recreatiegebied van het gewestplan gelegen terrein van 1,6 ha evenals een in het natuurgebied van het gewestplan gelegen spie van 0,2 ha herbestemd tot ‘zone voor sport en recreatie’.
- Van 15 juli tot 14 september 2021 wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. In hun bezwaarschrift wijzen verzoekers op de strijdigheid van de herbestemming ter hoogte van het recreatiegebied Plankenveld met de doelstelling van het RUP en op het feit dat de recreatiezone over hun eigendom wordt uitgebreid. Voorts bekritiseren zij het gebrek aan locatieonderzoek, mobiliteitseffectonderzoek (hierna: Mober), natuurtoets en plan-milieueffectrapport (hierna: plan-MER) evenals het ontbreken van een bufferzone. X-18.135-4/14
- In zitting van 13 januari 2022 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Dilbeek (hierna: Gecoro) de adviezen en bezwaren. Met betrekking tot het bezwaar van verzoekers (bezwaar 4) antwoordt de Gecoro: “• De bestemming van de recreatiezone Plankenveld gaat in tegen de doelstellingen van het gemeentelijk RUP omdat de bestemming natuurgebied ingeperkt wordt. Zoals verduidelijkt wordt in de toelichtingsnota betreft het hier een grenscorrectie tussen de bestemmingszones voor recreatie en voor natuur. Dit leidt tot een zeer beperkte uitbreiding van de bestemmingszone recreatie. De zeer beperkte omvang van de uitbreiding van de recreatie, bovendien op een terrein dat de facto dit gebruik al heeft, tast de open ruimte structuur in deze omgeving niet aan, meer bepaald de natuurverbinding van de Zibbeekvallei. Deze bestemmingswijziging is daarom niet in tegenspraak met de beleidsopties van het gemeentelijk structuurplan en evenmin met de doelstellingen van het gemeentelijk RUP Open Ruimte. • De recreatiezone wordt bovendien uitgebreid op het eigendom van de bezwaarindieners. Dit onderdeel van het bezwaar kan gevolgd worden. Het gedeelte van het RUP Open Ruimte dat betrekking heeft op [de] eigendom van de bezwaarschriftindieners wordt daarom uitgesloten van definitieve goedkeuring. • De site Plankenveld is in het GRS niet geselecteerd als lokaal recreatief knooppunt. Recreatieve infrastructuur buiten deze selecties maar in recreatiegebied, kunnen behouden blijven doch niet uitbreiden. Gezien de beperkte aanpassing van de bestemmingszones is hier geen sprake van uitbreiding van de recreatieve infrastructuur, doch hoogstens van een planologische correctie. De grenscorrectie biedt ook geen mogelijkheden om de infrastructuur feitelijk uit te breiden, daar de recreatieve infrastructuur de zone zoals afgebakend in het RUP reeds volledig inneemt. De voorschriften voorzien daarenboven een beperking van de bebouwing en verharding ten opzichte van de bestaande feitelijke toestand.” 12.
- Met het bestreden besluit stelt de gemeenteraad van de gemeente Dilbeek het gemeentelijk RUP ‘Open Ruimte’ definitief vast. Er worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van wat in randnummer 9.2 is vermeld. 12.
- Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het grafische plan van het definitief vastgestelde gemeentelijke RUP. X-18.135-5/14 IV. Onderzoek van de middelen A. Het eerste middel Uiteenzetting van het middel 13.
- In het eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Dilbeek (hierna: GRS), alsook uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de motiveringswet) en van het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 13.
- Verzoekers lichten toe dat het bestreden besluit, voor wat betreft de recreatiezone Plankenveld te Schepdaal, voorziet in de herbestemming van een zone natuurgebied naar recreatiegebied, hetgeen een herbestemming betreft die de bestaande openruimteverbinding inperkt terwijl de opmaak van het bestreden RUP ‘Open Ruimte’ enkel tot doel heeft om het openruimtegebied in Dilbeek te bestendigen en te versterken. X-18.135-6/14 Verzoekers zien niet in hoe “het corrigeren van bestemmingszones van bestaande lokale recreatiegebieden (met name het beperkt aanpassen van deze bestemmingszones om de gedeeltelijke zonevreemdheid van de bestaande recreatieve functie op te heffen)” als een plandoelstelling in dat verband kan beschouwd worden omdat dit niet in overeenstemming is met de doelstelling van het RUP ‘Open Ruimte’ an sich. Bovendien ligt er volgens hen geen enkele motivering voor waarom in het kader van het RUP ‘Open Ruimte’ een bestemmingswijziging van natuurgebied naar recreatiezone kan worden doorgevoerd, temeer nu een en ander louter dient om de zonevreemdheid van de bestaande voetbalkantine (clubhuis) te regulariseren. Verzoekers betogen dat het bestreden RUP de kans bood om het bestaande natuurgebied uit te breiden (in plaats van in te perken) en de huidige recreatieve zone – die als een eiland geprangd ligt tussen woongebied en een natuurgebied – te herlocaliseren, zodoende dat een werkelijke natuurverbinding zou worden gerealiseerd, temeer daar de sportzone gelegen is in een wateroverstromingsgevoelig gebied of een van nature overstroombaar gebied en de sportterreinen in de winter regelmatig onbespeelbaar zijn omdat ze te drassig zijn. 13.
- Verzoekers vervolgen dat het bestreden RUP onrechtstreeks een herbevestiging van de recreatieve zone op deze locatie met zich meebrengt, terwijl de voetbalvelden Plankenveld aanvankelijk geselecteerd waren voor opname in een BPA ‘zoneveemde terreinen en gebouwen voor sport, recreatie- en jeugdactiviteiten’ maar de opmaak van dergelijk BPA werd stopgezet. Zij citeren een uittreksel uit het GRS en stellen dat het weinig uitleg behoeft dat de bestemmingswijziging die men met het RUP ‘Open Ruimte’ wenst door te voeren, niet enkel strijdig is met het doel van het RUP maar ook regelrecht ingaat tegen de geciteerde bepalingen van het GRS Dilbeek. De opmaak van een afzonderlijk RUP dat het behoud, de bundeling, respectievelijk de herlocalisatie en/of de aanleg van nieuwe recreatie en sportgebieden onderzoekt, is volgens hen aangewezen zoals voorgeschreven door het GRS. Dit wordt ook uitdrukkelijk bevestigd in het bestreden RUP. Er ligt volgens verzoekers geen motivering voor waarom de X-18.135-7/14 bestemmingswijziging per se in het kader van het RUP ‘Open Ruimte’ moet worden doorgevoerd (waarbinnen het niet thuis hoort) en niet in het kader van een planningsproces rond recreatieve zones. Door zo te handelen wordt er door de verwerende partij geen locatieonderzoek noch alternatievenonderzoek nopens het behoud van de recreatieve zone ‘Plankenveld’ uitgevoerd. Evenmin ligt er een Mober of enig ander mobiliteitsonderzoek voor, noch een natuurtoets of een plan-MER. De voorziene bufferzone van vier meter breed is langs de westelijke grens niet realiseerbaar daar het bestaande clubhuis zich op minder dan vier meter van deze grens bevindt. De Gecoro beperkt zich bij de behandeling van hun bezwaren tot de stelling dat “er gezien de beperkte aanpassing van de bestemmingszones geen sprake is van een uitbreiding van de recreatieve infrastructuur, doch hoogstens van een planologische correctie. De grenscorrectie biedt ook geen mogelijkheden om de infrastructuur feitelijk uit te breiden [...]”. Deze redengeving steunt op een feitelijk en juridisch verkeerde, minstens onvoldoende beoordeling van de situatie, is niet afdoende en getuigt van een onzorgvuldige besluitvorming.
- In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat de stelling van de eerste verwerende partij – als zou het doorvoeren van een ‘planologische correctie’ niet in tegenspraak zijn met de beleidsopties van het GRS – niet gevolgd kan worden. Het corrigeren van de begrenzing van een recreatiegebied in functie van de bestaande toestand kan volgens hen niet geïmplementeerd worden door middel van het bestreden gemeentelijk RUP, hoe klein ook de correctie moge zijn. Zij blijven er bij dat een bestemmingswijziging naar recreatiezone – zoals in casu – niet behoort tot de doelstellingen van huidig RUP. Beoordeling 15.
- Vooreerst wijst de eerste verwerende partij terecht op de vaste rechtspraak van de Raad van State waaruit blijkt dat een RUP een rechtshandeling betreft met verordenend karakter, zodat het middel juridische grondslag mist in X-18.135-8/14 zoverre het de schending van de – enkel voor rechtshandelingen met individuele strekking geldende – motiveringswet aanvoert. 15.
- Evenzeer terecht bekritiseert de eerste verwerende partij het feit dat in het verzoekschrift niet wordt toegelicht op welke wijze de als geschonden aangeduide artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.18 VCRO door het bestreden besluit worden miskend. Verzoekers antwoorden in de memorie van wederantwoord niet op deze exceptie, die wordt aangenomen.
- Ten gronde moet vooreerst worden vastgesteld dat de plandoelstellingen in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP als volgt worden omschreven: “[Er] wordt een onderscheid gemaakt tussen [de hiernavolgende] plandoelstellingen:
- Het vastleggen van open ruimtebestemmingen of het detailleren van bestaande open ruimte bestemmingen via een overdruk.
- Het corrigeren van bestemmingszones van bestaande lokale recreatiegebieden. Hierbij worden de bestemmingszones beperkt aangepast om de gedeeltelijke zonevreemdheid van de bestaande recreatieve functie op te heffen. -Recreatiezone Plankenveld, bestaande voetbalinfrastructuur. -Recreatiezone Kouterstraat (Schepdaal): bestaande tennisinfrastructuur.” Verzoekers citeren deze passage slechts gedeeltelijk en gaan voorbij aan de uitdrukkelijk omschreven tweede plandoelstelling die betrekking heeft op het corrigeren van bestemmingszones van bestaande lokale recreatiegebieden, waar de recreatiezone Plankenveld expliciet wordt vermeld. Overigens komen de recreatiegebieden ook ter sprake bij de nadere omschrijving van de eerste plandoelstelling, waar men in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP leest dat alle functies aan bod kunnen komen die de open ruimte opneemt of kan opnemen en uitdrukkelijk wordt gewezen op actieve en passieve recreatie. Verzoekers’ standpunt dat de herbestemming die wordt doorgevoerd ter hoogte van de recreatiezone Plankenveld niet past binnen de plandoelstellingen, faalt. X-18.135-9/14 Evenmin blijkt dat “geen enkele motivering voorligt” waarom de herbestemming wordt doorgevoerd. Niet alleen gaan verzoekers met deze bewering voorbij aan de in de toelichtingsnota omschreven doelstellingen, bovendien gaan ze niet in op de bijkomende motivering die de Gecoro verstrekt als antwoord op hun bezwaar, die onder meer betrekking heeft op het feit dat het terrein de facto dit gebruik al heeft en dat de beperkte omvang van de uitbreiding van de recreatiezone de openruimtestructuur in de omgeving en meer bepaald de natuurverbinding van de Zibbeekvallei niet aantast. Zodoende slagen zij er niet in een motiveringsgebrek aan te tonen. Verzoekers uiten opportuniteitskritiek waar zij voorhouden dat “voorliggend RUP nochtans de kans bood om het bestaande natuurgebied uit te breiden”. De Raad van State kan als wettigheidsrechter geen kennis nemen van dergelijke kritiek.
- Voorts moet worden vastgesteld dat de recreatiezone Plankenveld te Schepdaal in het GRS is geselecteerd als lokaal recreatief knooppunt. Volgens de richtinggevende bepalingen van het GRS “kan” de gemeente beslissen tot de opmaak van een RUP “indien dat vereist is om tot de gewenste en optimale inrichting van de recreatieve knoop te komen” (punt 6.2.4). Anders dan verzoekers beweren, kan uit het GRS niet afgeleid worden dat de bestreden bestemmingswijziging moet worden doorgevoerd in het kader van een planningsproces rond recreatieve zones. Zij wijzen in dit verband immers ten onrechte naar de bepalingen die betrekking hebben op zoekzones voor nieuwe recreatieve infrastructuur (punt 6.2.5), terwijl de recreatiezone Plankenveld een bestaande recreatiezone betreft die als zodanig in het GRS geselecteerd is als lokaal recreatief knooppunt. De kritiek dat geen natuurtoets voorligt wordt niet in verband gebracht met enige wettelijke bepaling, net als de algemene opmerking dat de voorschriften van artikel 0 “niet als afdoende [kunnen] worden beschouwd”. Overigens citeren verzoekers niet de verordenende voorschriften, maar de X-18.135-10/14 toelichting bij het voorschrift. Bovendien merkt de eerste verwerende partij terecht op dat verzoekers’ kritiek ter zake niet overtuigt daar zij hebben nagelaten de inhoud van de scopingsnota er bij te betrekken. Dezelfde vaststelling geldt ten aanzien van de kritiek dat er ten onrechte geen plan-MER of Mober is opgemaakt. Opnieuw gaan verzoekers niet in op de inhoud van de scopingsnota waarin concreet wordt gemotiveerd waarom er geen plan-MER (punt 9.1) of Mober (punt 9.3.1) moet worden opgemaakt. Daarnaast uiten verzoekers kritiek op artikel 8 van de stedenbouwkundige voorschriften, dat volgens hen erin voorziet dat een recreatiezone een bebouwbare oppervlakte van maximum 500 m² mag omvatten, terwijl de zone Plankenveld “voor quasi de dubbele oppervlakte (+/- 1000m²) [is] verhard”. Indien men evenwel de voorschriften van artikel 8 erop naleest, blijkt daarin geen dergelijke oppervlaktebeperking opgenomen te zijn. Klaarblijkelijk gaan verzoekers uit van de stedenbouwkundige voorschriften van het voorontwerp, die evenwel ingevolge een ingediend bezwaarschrift werden aangepast. Voorts worden verzoekers’ beweringen dat ter plaatse een verharde oppervlakte van 1000 m² aanwezig zou zijn en dat het bestaande clubhuis zich op minder dan vier meter van de westelijke grens zou bevinden tegengesproken door het bij het bestreden besluit horende “Plan bestaande feitelijke toestand: Deelgebied 03”, waarvan verzoekers niet beweren – laat staan aantonen – dat het niet correct zou zijn. Met de enkele opwerping dat de “huidige sportzone gelegen is in een wateroverstromingsgevoelig gebied […] en de sportterreinen in de winter regelmatig onbespeelbaar zijn” wordt ten slotte geen onwettigheid van het bestreden RUP aangetoond.
- De conclusie is dat verzoekers er niet van overtuigen dat de toelichtingsnota geen afdoende verantwoording bevat voor de doorgevoerde herbestemming of dat het bestreden besluit de aangevoerde rechtsregels anderszins zou schenden. X-18.135-11/14 Het eerste middel wordt verworpen. B. Het tweede middel Uiteenzetting van het middel 19.
- In het tweede middel wordt de schending aangevoerd van artikel 4.2.3 van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (hierna: DABM) en van de motiveringswet, alsook van het motiverings-, zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 19.
- Verzoekers lichten toe dat er voorafgaand aan het bestreden gemeentelijk RUP geen plan-MER werd opgemaakt, terwijl dit RUP het volledige grondgebied van de gemeente Dilbeek omvat. Zij stellen dat er 140 ha grond (4% van de Dilbeekse oppervlakte) herbestemd wordt, terwijl niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 4.2.3, § 3, DABM omdat het plangebied volgens hen niet als “klein gebied” kan worden beschouwd. Bovendien blijkt uit geen enkel stuk van het administratief dossier, noch uit de motivering van het bestreden besluit dat het RUP te beschouwen zou zijn als een “kleine wijziging”, rekening houdende met de bestemmingswijzigingen die het inhoudt. Zij stellen dat het Team Mer zich beperkt tot loutere standaardformuleringen.
- In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat zij vasthouden aan hun standpunt. Beoordeling
- Vooreerst dient het in randnummer 15.1 gestelde hier als herhaald te worden beschouwd. X-18.135-12/14
- Het middel komt erop neer dat er niet wettig voldaan is aan de door artikel 4.2.3, § 3, DABM opgelegde voorwaarde dat het plan “het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging inhoudt”. Wat deze voorwaarde betreft, volstaat het dat wordt aangetoond dat het gemeentelijk RUP het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau óf dat dit plan een kleine wijziging inhoudt. Te dezen hebben het Team Mer en de plannende overheid geoordeeld dat het gaat om een klein gebied op lokaal niveau. Het betoog van verzoekers dat het bestreden gemeentelijk RUP geen kleine wijziging zou inhouden mist dan ook pertinentie en kan niet tot de vernietiging van het bestreden besluit leiden.
- Zoals onder meer in herinnering is gebracht in ’s Raads arrest nr. 247.467 van 29 april 2020, moeten de woorden “een klein gebied” in artikel 4.2.3 van het DABM begrepen worden als een zuiver kwantitatief criterium, en dient het meer bepaald te gaan om een gebied waarvan de omvang – in vergelijking met het grondgebied van de lokale bestuursinstantie – gering is.
- Uit de grafische weergave van het plangebied blijkt dat het bestreden gemeentelijk RUP geen betrekking heeft op een aaneengesloten gebied, maar op meerdere kleine gebieden her en der verspreid over de gemeente. Zoals in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP is uiteengezet, leidt de optelsom van al deze kleine gebieden er toe dat 4 % van de oppervlakte van de gemeente Dilbeek ingevolge het bestreden RUP een nieuwe bestemming krijgt. Waarom de oppervlakte van het plangebied in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente niet als gering kan worden beschouwd, wordt door verzoekers op geen enkele wijze toegelicht. Zij maken niet aannemelijk dat de beoordeling van het kwestieuze plangebied als een “klein gebied” de grenzen van de redelijkheid te buiten gaat. In het licht van deze vaststelling, blijkt niet dat de plannende overheid en het Team Mer er onterecht van zijn uitgaan dat het bestreden gemeentelijk RUP het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau. X-18.135-13/14
- De conclusie is dat verzoekers er niet van overtuigen dat de aangevoerde rechtsregels geschonden werden. Het tweede middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de eerste verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.135-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.014 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div