id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.041 Rolnummer: A. 240509/X-18505 Zaak: Arrest 258041 - Sluitingen van vestigingen - 28/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-01 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-10 16:33 Fiche Arrest nr 258.041 van 28 november 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK WND. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 258.041 van 28 november 2023 in de zaak A. 240.509/X-18.505 In zake : Bert AERTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tariq Pels kantoor houdend te 2000 Antwerpen Michel de Braeystraat 52, bus 109 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Manu Bande kantoor houdend te 2000 Antwerpen Michel de Braeystraat 52, bus 127 tegen : de STAD MECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 november 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de burgemeester van de stad Mechelen van 16 oktober 2023 waarbij onder welbepaalde voorwaarden wordt overgegaan tot opheffing van de tijdelijke bestuurlijke sluiting van de inrichting LPG-Center gelegen te Steenweg op Heindonk 36B, 2801 Mechelen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-18.505-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 november 2023, om 11u
- Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tariq Pels, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Emma Ceyssens, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is eigenaar en uitbater van een autogarage gelegen te Heffen (Mechelen), Steenweg op Heidonk 36 B.
- Bij brief van 26 september 2023 brengt de burgemeester van de stad Mechelen verzoeker ter kennis dat hij voornemens is om zijn inrichting van bestuurlijk te sluiten. Volgens de burgemeester wordt er een loopje genomen “met de geldende regels voor het veilig uitvoeren van LPG-werkzaamheden”. Er wordt ook verwezen naar klachten van buurtbewoners “inzake geluidsoverlast, geurhinder, het hinderlijk stallen van wagens, de inname van parkeerplaatsen op de openbare weg, en onaangepaste snelheid bij het testen van voertuigen”. Verzoeker wordt uitgenodigd om op 2 oktober 2023 te worden gehoord. X-18.505-2/9
- Op 6 oktober 2023 besluit de burgemeester om de inrichting van verzoeker tijdelijk bestuurlijk te sluiten “totdat wordt aangetoond dat de inrichting volledig in orde is met alle wettelijke vereisten voor de uitbating en de activiteiten die worden uitgevoerd in het LPG-center door Bert Aerts”. Daartoe moeten de volgende stukken worden overgemaakt: “Het bewijs te beschikken over een geldig certificaat als LPG-monteur en een geldige erkenning als LPG-installateur dan wel het bewijs van de volledige stopzetting van deze activiteiten; Het bewijs dat alle voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage definitief verwijderd zijn en ook structureel geen nieuw materiaal en voertuigen meer op het binnenplein zullen worden geplaatst; Het bewijs van bovenstaande dient te worden bezorgd aan het kabinet van de burgemeester. […] De uitbating kan enkel opnieuw aanvatten na beoordeling door de burgemeester van de voorgelegde stukken, waarbij de vrijwaring van de openbare veiligheid, gezondheid en rust centraal staat.”
- Ter motivering van deze beslissing wordt hoofdzakelijk verwezen naar het gegeven dat “door de uitvoering van de montage, de verwijdering, het onderhoud of de herstelling van onderdelen van LPG- installaties als niet erkende monteur en zonder te beschikken over een erkenning als LPG- installateur, de openbare veiligheid ernstig in het gedrang wordt gebracht”. De motivering verwijst echter ook naar de problematiek van het stallen van voertuigen en materiaal: “Overwegende dat Bert Aerts reeds meermaals in kennis werd gesteld van het verbod om op het binnenplein voertuigen te stallen en aan voertuigen te werken. […] Overwegende dat ik […] vaststel dat Bert Aerts zich structureel niet houdt aan het verbod om voertuigen en materialen te stallen op het binnenplein buiten de loods. Dit vormt niet alleen een stedenbouwkundige inbreuk op de omgevingsvergunningsplicht, maar belemmert ook de doorgang voor andere gebruikers van de garageboxen gelegen op het binnenplein. Dit blijkt ook uit het proces-verbaal van vaststelling van 28 september 2022 dat werd opgesteld door gerechtsdeurwaarder Gert In’t Ven op vraag van een buurtbewoner; X-18.505-3/9 Overwegende dat één van de meest storende misdrijven in woongebied het onvergund stallen van wrakken, materialen en het parkeren van (een groot aantal) voertuigen is. Dit is dan ook de reden waarom de decreetgever deze handelingen uitdrukkelijk vergunningsplichtig heeft gemaakt. Het consequent niet naleven van het verbod tot stallen en werken aan voertuigen buiten de loods verstoort de openbare rust van de omwonenden aanzienlijk en kan niet langer worden getolereerd; […] Overwegende dat ik van oordeel ben dat door het blijven volharden in het stallen van voertuigen en materiaal en het uitvoeren van werkzaamheden aan wagens op het binnenplein voor de loods zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning, de openbare rust ernstig in gedrang wordt gebracht. De heer Bert Aerts werd reeds verschillende kansen geboden om daar structureel mee te stoppen, zonder blijvend resultaat.”
- Op 6 oktober 2023 wordt deze beslissing per aangetekend schrijven ter kennis gebracht van verzoeker. Tegen deze beslissing wordt geen beroep tot nietigverklaring of een vordering tot schorsing ingediend.
- Op 16 oktober 2023 wordt het volgend – bestreden – besluit genomen en aan verzoeker ter kennis gebracht: “Overwegende dat de raadsman van de heer Bert Aerts via een schrijven van maandag 9 oktober 2023 meedeelde dat zijn client het nodige zou doen om alles wat hem toebehoort te verwijderen van het binnenplein en dat hij ervoor zou kiezen om de LPG-activiteiten in de garage voorlopig volledig [stop te zetten], maar dat hij wel verdere duiding wenste of dit ook het verbod inhield op het uitvoeren van activiteiten die betrekking hebben op het onderhoud van klasse 2 onderdelen; […] Overwegende dat de raadsman van de heer Bert Aerts op woensdag 11 oktober 2023 via e-mail een filmpje bezorgde aan het kabinet van de burgemeester waaruit blijkt dat alle voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein die toebehoorden aan de heer Bert Aerts voor de garage verwijderd werden; Overwegende dat de raadsman van de heer Bert Aerts via een e-mail aan het kabinet van de burgemeester op vrijdag 13 oktober 2023 verzocht tot opheffing van de bestuurlijke sluiting van de inrichting onder voorwaarde van verbod van het uitvoeren van LPG-activiteiten; Overwegende dat de burgemeester op basis van bovenstaande vaststellingen en overwegingen van oordeel is dat aan de voorwaarden zoals weergegeven in zijn besluit van 6 oktober 2023 voldaan is; […] X-18.505-4/9 Overwegende bovendien ook dat in het besluit van 6 oktober 2023 weergegeven wordt dat de heer Bert Aerts ervoor dient te zorgen dat er geen nieuw materiaal en voertuigen meer op het binnenplein zullen worden geplaatst die toebehoren aan of verband houden met de uitbating van de garage ; Besluit: Artikel
- Op basis van bovenstaande overwegingen besluit de burgemeester om de tijdelijke bestuurlijke sluiting van de inrichting LPG- center gelegen te Steenweg op Heindonk 36B, 2801 Mechelen op te heffen mits naleving van volgende voorwaarden: - Het verbod op de uitvoering van alle LPG-activiteiten, met inbegrip van het onderhoud van klasse 2 onderdelen, tot de heer Bert Aerts aantoont dat hij beschikt over een geldig certificaat als LPG-monteur en een geldige erkenning als LPG-installateur; - Het verbod op het uitvoeren van LPG-activiteiten wordt door de heer Bert Aerts zichtbaar aangehangen in de inrichting; - Er worden geen voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage geplaatst. […].”
- Bij e-mail van 10 november 2023 vraagt de raadsman van verzoeker aan het kabinet van de burgemeester bevestiging dat de voorwaarde inzake het stallen van voertuigen “enkel doelt op de LPG-activiteiten en geen betrekking heeft op de standaard garage-activiteiten waarvoor een aktename van een melding werd gedaan”.
- Bij e-mail van 13 november 2023 antwoordt het kabinet van de burgemeester dat op het binnenplein ook geen voertuigen voor reguliere garage- activiteiten mogen worden geplaatst.
- Op 17 november 2023 wordt huidig beroep tot nietigverklaring met vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de X-18.505-5/9 nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
- Tot staving van zijn belang en de uiterst dringende noodzakelijkheid voert verzoeker aan dat hij door de opheffingsbeslissing van 16 oktober 2023 nog geen volledige genoegdoening heeft bekomen vermits “via het huidige verbod tot plaatsing van alle voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein, de facto de onwettige (en inmiddels opgeheven) sluitingsbeslissing van 6 oktober 2023 in stand wordt gehouden, zij het thans verpakt als ‘voorwaarde’”. Hij wijst erop dat deze voorwaarde de uitoefening van de standaard-garage activiteiten “zo goed als onmogelijk maakt”, hoewel deze door een aktename van 17 juli 2015 zijn gedekt. Verder meent verzoeker voldoende diligent te hebben gehandeld. Vermits het, naar het oordeel van verzoeker, onduidelijk was of de voorwaarde in verband met het verbod van het stallen van voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein, enkel gerelateerd was aan de LPG-activiteiten, diende daaromtrent eerst duidelijkheid te worden bekomen. Op 7 november 2023 werden daartoe documenten opgevraagd in het kader van de openbaarheid van bestuur, en op 10 november 2023 werd het kabinet van de burgemeester ter zake bevraagd. Volgens verzoeker is het pas na het antwoord op de gestelde vragen, op 13 en 14 november 2023, dat “met zekerheid kon worden vastgesteld dat de bestreden beslissing en met name de opgelegde maatregel niet te rijmen valt met de goedgekeurde melding voor de standaardgarage”.
- De verwerende partij betwist het belang van verzoeker nu een schorsing van de bestreden beslissing tot gevolg zou hebben dat het besluit van X-18.505-6/9 de burgemeester van 6 oktober 2023 opnieuw van toepassing zou zijn, waardoor geen enkele activiteit meer mogelijk zal zijn. Wat de vereiste spoedeisendheid betreft worden “vraagtekens geplaatst” bij de diligentie van verzoeker, vermits er “bijna anderhalve maand [zit] tussen de kennisgeving van de bestreden beslissing en het inleiden van het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid”. Beoordeling
- Uit het niet bestreden besluit van de burgemeester van 6 oktober 2023 blijkt afdoende dat deze niet alleen betrekking heeft op de LPG- gerelateerde activiteiten, maar ook op het stallen van voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein (zie randnr. 6). Uit de bestreden beslissing van 16 oktober 2023 blijkt overigens dat verzoeker gevolg heeft gegeven aan de ter zake gestelde voorwaarde vermits daarin wordt vastgesteld “dat alle voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein die toebehoorden aan de heer Bert Aerts voor de garage verwijderd werden”. Het kan dan ook geen verwondering wekken dat ook het bestreden besluit van 16 oktober 2023 de voorwaarde handhaaft dat “geen voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage geplaatst [worden]”.
- Uit het voorgaande blijkt dat het nadeel dat verzoeker middels de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid beoogt af te wenden in werkelijkheid al voortvloeit uit het besluit van 6 oktober
- Verzoeker slaagt er dan ook niet in aan te tonen welk voordeel wordt gerealiseerd door de enkele schorsing van het bestreden besluit van 16 oktober
- Met de verwerende partij lijkt immers te moeten worden aangenomen dat de schorsing van het besluit van 16 oktober 2023 tot gevolg zal hebben dat het besluit van 6 oktober 2023 houdende bestuurlijke sluiting van de inrichting van verzoeker opnieuw toepasselijk zal zijn.
- Vermits het besluit van de burgemeester van 6 oktober 2023 niet werd aangevochten, ook niet gedeeltelijk voor wat betreft het stallen van de X-18.505-7/9 voertuigen, wrakken en materiaal, is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zes weken ingesteld nadat de geviseerde maatregel werd genomen. Ook ten aanzien van de bevestiging van dit luik van het besluit, op 16 oktober 2023, heeft verzoeker nog ruim vier weken gewacht vooraleer een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te stellen. In die omstandigheden is verzoeker niet voldoende diligent opgetreden om specifiek het ingeroepen nadeel voor wat betreft het verbod van het plaatsen van voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein, te vermijden.
- Ten onrechte beroept verzoeker zich in dat verband op enige onduidelijkheid aangaande de precieze draagwijdte van dit verbod. Uit de eerdere beslissing van 6 oktober 2023 kan immers afdoende worden afgeleid dat dit verbod op zichzelf staat, los van de LPG-gerelateerde activiteiten. Bovendien heeft verzoeker ook na de kennisgeving van de bestreden beslissing van 16 oktober 2023 nog meer dan drie weken gewacht vooraleer met e-mails van 7 en 10 november 2023 de vermeende onduidelijkheid aan te kaarten.
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. X-18.505-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: David D’Hooghe, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq David D’Hooghe X-18.505-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.041 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.073 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div