id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.056 Rolnummer: A. 238149/VII-41854 Zaak: Arrest 258056 - Dierenwelzijn - 30/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-01 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-06-10 16:41 Fiche Arrest nr 258.056 van 30 november 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.056 van 30 november 2023 in de zaak A. 238.149/VII-41.854 In zake: Sinan KAYA wonende te 3583 Paal-Beringen Diestersesteenweg 44, bus 1 waar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Segers kantoor houdend te 3580 Beringen Hasseltsesteenweg 136 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 januari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 16 december 2022 waarbij in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren een woestijnbuizerd in volle eigendom wordt gegeven aan het erkend asiel waar deze momenteel verblijft. VII-41.854-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 7 maart
- Op 11 juni 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 november
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christopher Suffeleers, die loco advocaat Peter Segers verschijnt voor verzoeker en advocaat Evi Degroodt, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-41.854-2/4 III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Op de zitting werpt verzoeker op dat hij ten tijde van de ontvangst van de memorie van antwoord niet werd bijgestaan door een advocaat en aldus niet geacht kan worden de sanctie te kennen die verbonden wordt aan het laattijdig indienen van een memorie van wederantwoord.
- Wanneer de verzoekende partij de memorie van wederantwoord niet tijdig toestuurt, moet de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vaststellen, tenzij de verzoekende partij aannemelijk maakt dat zij zich bevond in een situatie van overmacht. De door verzoeker aangevoerde omstandigheid maakt geen overmacht uit. Door de uitdrukkelijke vermelding van de sanctie in de brief van de hoofdgriffier waarmee de memorie van antwoord ter kennis wordt gebracht, wordt verzoeker geacht hiervan voldoende op de hoogte te zijn gebracht. VII-41.854-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-41.854-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.056 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div