id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.058 Rolnummer: A. 233754/X-17946 Zaak: Arrest 258058 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 30/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-01 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-06-10 16:42 Fiche Arrest nr 258.058 van 30 november 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.058 van 30 november 2023 in de zaak A. é.754/X-17.946 In zake :
- Louis JANSSEN
- Lutgardis THEUWISSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gert Damiaans kantoor houdend te 3500 Hasselt Kolonel Dusartplein 34, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Sarah Houben kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Genk van 20 april 2021 waarbij, in de periode van 1 mei 2021 tot en met 30 juni 2021, een verbod op tennisactiviteiten te 3600 Genk, Krekenstraat 13, wordt opgelegd op zon- en feestdagen, evenals tussen 00.00 u-10.00 u, 12.00 u-14.00 u en 19.00 u-23.59 u op de andere dagen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 251.637 van 28 september 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. X-17.946-1/9 De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 oktober
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gert Damiaans, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Lars Motmans, die loco advocaten Wim Mertens en Sarah Houben verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekers hebben in 1976 een tennisterrein aangelegd achter hun woning te Genk, Krekenstraat
- Omdat de bewoners van Krekenstraat 9 last ondervinden van de tennisspelers en hun tennisspel, dagen zij verzoekers in 2009 voor de vrederechter X-17.946-2/9 van het kanton Genk. Door de bewoners van Krekenstraat 9 gevraagd “om een aantal geluidsmetingen te doen zodat deze metingen kunnen dienen als bewijsmateriaal in hun rechtszaak”, gaat de dienst Leefmilieu van de stad tot die geluidsmetingen over. De dienst concludeert op 19 mei 2009 dat de geluidsmetingen bewijzen dat de klachten terecht zijn. Op 30 juni 2009 oordeelt de vrederechter, op grond van zijn bezoek ter plaatse, dat het geluid van het tennisspel, voor zoveel hoorbaar, niet storend is. Wat de geluidsmetingen van de dienst Leefmilieu betreft, wordt opgemerkt dat een gemiddeld balgeluid van 40 tot 48 dB(A) geen abnormale geluidshinder vormt.
- Blijkens de politie zijn er tussen 2010 en 2020 geen klachten gemeld wegens overlast in verband met het tennisterrein van verzoekers. Vanaf maart 2020 echter ontvangen de burgemeester en het Veiligheidshuis opnieuw meldingen van overlast. Ze brengen de verwerende partij ertoe aan studiebureau Tractebel opdracht te geven tot het uitvoeren van akoestische metingen. De geluidsinventarisatie heeft plaats in de tuin van de bewoners van de woning aan de Krekenstraat 9, zijnde “de woning van de klagers”. In de 8 oktober 2020 gedateerde studie wordt vastgesteld dat ten gevolge van de activiteiten op het tennisterrein in de periode van 8 tot 15 september 2020, specifieke geluidsbelastingen werden opgemeten tussen 41 dB(A) en 48 dB(A). Geoordeeld wordt dat er “sprake kan zijn van geluidshinder t.g.v. de geluidsemissie van het nabijgelegen tennisterrein”. Op 15 januari 2021 worden verzoekers gehoord over het voornemen van de burgemeester om een bestuurlijke maatregel op grond van artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet op te leggen. De burgemeester beslist op 20 april 2021 om verzoekers de volgende maatregel op te leggen: X-17.946-3/9 “een beperking in tijd van de activiteiten zijnde een verbod op tennisactiviteiten te Krekenstraat 13 op zondag en feestdagen, alsook tussen 00.00u-10.00u, 12.00-14.00u en 19.00-23.59u op weekdagen en zaterdag en dit voor de periode van 1 mei 2021 tot en met 30 juni 2021”. Volgens de beslissing zijn er voldoende elementen waaruit blijkt “dat de activiteiten te Krekenstraat 13 duidelijk een bron van verstoring van de openbare orde zijn”. IV. Belang Exceptie
- In haar laatste memorie doet de verwerende partij gelden dat verzoekers niet langer over het rechtens vereiste belang beschikken gezien de opgelegde maatregel “verstreken is en niet werd verlengd”. Exceptie
- Verzoekers hebben de bestreden politiemaatregel en de beperkingen die hij voor hen inhield, moeten ondergaan. De morele genoegdoening die een vernietiging hen in voorkomend geval kan bezorgen, is een voldoende voordeel ter staving van hun gebleven belang bij het beroep. Overigens wijzen zij er in de laatste memorie niet onterecht op dat “blijkbaar” van een nieuwe, gelijkaardige maatregel is afgezien (mede) “onder druk van huidige procedure”, en argumenteren zij op goede grond dat als de exceptie mocht worden gevolgd “een bestuurlijke maatregel met beperkte uitwerking in de tijd dan ook nooit nietig verklaard [zou] worden”. Uit niets blijkt evenwel dat de wetgever kortlopende beslissingen uit het annulatiecontentieux heeft uitgesloten of heeft willen uitsluiten.
- De exceptie wordt verworpen. X-17.946-4/9 V. Onderzoek van het eerste en vierde middel Standpunt van de partijen 8.
- Verzoekers voeren in een eerste middel de schending aan van “de motiveringsplicht”, doordat de verwerende partij “tal van veronderstellingen maakt in haar besluitvorming zonder dat deze insinuaties gestaafd zijn door effectieve stukken”. Toegelicht wordt onder meer dat de loutere “erkenning” door de verwerende partij van de overlastproblematiek geen voldoende motivering ervan is, dat er in het dossier geen verslag van de wijkmanager kan worden gevonden, dat er evenmin een spoor is van de “zogenaamde” diverse telefonische gesprekken. In een verslag van de politie wordt daarenboven zelfs uitdrukkelijk gesteld dat de wijkagent de afgelopen tien jaar niet in kennis is gesteld van een overlastproblematiek. Ook de beweerde officiële klachten worden niet aan het dossier toegevoegd. De hele besluitvorming is niet of minstens onvoldoende gemotiveerd om dergelijke ingrijpende maatregelen op te leggen aan verzoekers. 8.
- Een vierde middel is afgeleid uit de schending van het materiëlemotiverings-, zorgvuldigheids, vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel. Inzonderheid wordt toegelicht dat de verwerende partij de bestreden beslissing motiveert door te verwijzen naar een eigen georganiseerd geluidsonderzoek door Tractebel, maar dat dit onderzoek “niet objectief noch tegensprekelijk is verlopen”. Tractebel heeft geen mandaat of hoedanigheid “om vaststellingen te doen die de waarde zouden hebben van een proces-verbaal of gelijkaardig”.
- In haar laatste memorie reageert de verwerende partij, die geen memorie van antwoord indiende, dat zij “in alle redelijkheid wel degelijk [kon] aannemen dat er sprake was van overlast op basis van een objectief stuk (m.n. de geluidstudie) die werd opgesteld in haar opdracht met als doel om de klachten te kunnen objectiveren”. De verwerende partij zou geen deskundige hebben aangesteld als er geen meldingen inzake overlast waren gedaan. Dat er weinig officiële klachten zijn, is te wijten aan de voormalige functie van de melder die werkzaam was bij de politie en die wenste te vermijden “dat er zou gezegd worden dat hij zijn oude connecties bij de politie zou hebben aangesproken”. Uit de studie X-17.946-5/9 blijkt dat er sprake is van geluidsoverlast “nl. een verhoging van het geluidsniveau ingevolge de tennisactiviteiten met meer dan 20 dB(A)”. De geluidsstudie volstaat om de bestreden beslissing te dragen, samen met de vaststelling dat de problematiek reeds lang aansleept. Er blijkt trouwens een discrepantie tussen het aantal uren van activiteiten zoals opgegeven door verzoekers tijdens de hoorzitting en het aantal uren activiteit zoals blijkt uit de geluidsmeting. De omstandigheid, aldus nog de verwerende partij, dat in de geluidsstudie maar vier keer een overschrijding van de richtwaarden werd vastgesteld, doet geen afbreuk aan de conclusies van het rapport “dat er duidelijk geluidsemissies ten gevolge van de activiteiten van het tennisveld waarneembaar zijn”. Het is, voorts, niet omdat de toetsing “louter indicatief” zou zijn en omdat er geen specifieke richt- of grenswaarden voorhanden zijn om sportactiviteiten in de privésfeer te toetsen, dat er geen sprake kan zijn van overlast. Dat de normen uit Vlarem II niet van toepassing zijn, neemt niet weg dat ze een goede indicator zijn en een getrouw beeld geven van wat een normaal of aanvaardbaar omgevingsgeluid is in een bepaalde bestemmingszone. Wat ten slotte het vonnis betreft van de vrederechter van 2009, waarin geoordeeld wordt dat er geen sprake is van overmatige burenhinder, meent de verwerende partij dat zij er niet door gebonden is. Er kon in de beslissing uiteraard geen rekening gehouden worden met de geluidsstudie van nadien. De bestreden beslissing is een politiemaatregel ter vrijwaring van de openbare orde en heeft geen betrekking op een privéaangelegenheid tussen twee personen, zoals het geval is met het vonnis van
- Het vonnis beknot niet het recht van de verwerende partij om een maatregel in het kader van artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet op te leggen. Beoordeling
- Het feitenrelaas sub III wijst uit dat de “overlastproblematiek” waartegen de bestreden beslissing reageert in wezen, minstens in hoofdzaak, de overlast betreft ten gevolge van het gebruik van het tennisterrein aan de Krekenstraat 13 te Genk voor de bewoners van Krekenstraat 9, en dat de X-17.946-6/9 problematiek niet nieuw is, maar ook al in 2009 aanleiding gaf tot een geluidsstudie. Nadat de vrederechter van het kanton Genk, niettegenstaande de geluidsstudie, de vordering wegens burenhinder van de bewoners van Krekenstraat 9 tegen verzoekers als ongegrond verwerpt, worden gedurende tien jaar geen klachten wegens overlast meer genoteerd. Als dan in 2020 de klachten plots herbeginnen – klachten die amper gedocumenteerd worden – bestelt de verwerende partij een nieuwe geluidsstudie bij Tractebel, waarin wezenlijk tot eenzelfde oordeel wordt gekomen als in de geluidsstudie van
- Hoewel verzoekers tijdens de hoorzitting onder meer opmerken dat de nieuwe geluidsmetingen “conform de metingen van 2009” zijn en dat dit impliceert dat tot dezelfde conclusie moet worden gekomen als toen, namelijk die in “het vonnis van de vrederechter van 2009 waar geoordeeld werd dat er geen geluidsoverlast was”, beslist thans de burgemeester dat er wel een verstoring van de openbare orde is en beslist hij tot het opleggen van de bestreden beperkingen. 11 Evenwel besteedt de burgemeester in de bestreden beslissing met geen woord aandacht aan het vonnis van de vrederechter en het verweer van verzoekers ter zake, laat staan dat hij erin verantwoordt in welk opzicht de omstandigheden sinds 2009 zodanig veranderd zijn dat het zich nu, anders dan toen, opdringt dat de tennisactiviteiten aan de Krekenstraat 13 met het oog op de handhaving van de openbare orde aan “een beperking in tijd” worden onderworpen.
- In deze precieze omstandigheden kan de Raad van State niet de zienswijze van de verwerende partij bijvallen dat de geluidsstudie van Tractebel zou volstaan om, tezamen met het feit “dat de problematiek reeds lang aansleept”, de bestreden beslissing te dragen.
- Dat het vonnis van de vrederechter beweerdelijk oud is en de verwerende partij niet vermag te beletten een bestuurlijke maatregel op te leggen X-17.946-7/9 ter vrijwaring van de openbare rust, sluit niet uit dat het vonnis relevant kan zijn gebleven en dat het nuttig bij de bestreden bestuurlijke maatregel te betrekken is.
- In zoverre, ten slotte, de verwerende partij verzoekers een discrepantie verwijt “tussen het aantal uren van activiteiten zoals door [hen] tijdens de hoorzitting weergegeven (nl. maximaal 3 [à] 4 u per week) en het aantal uren activiteit zoals deze afgeleid kan worden uit de objectieve geluidsmeting”, stelt de Raad van State vast dat verzoekers de verklaring dat er “op dit moment” “maximaal 3-4 uren […] per week” getennist wordt, aflegden op 15 januari 2021, te weten in hartje winter. Zij voegden er aan toe dat het in de zomerperiode (iets) meer zou zijn.
- Uit al wat voorafgaat, concludeert de Raad dat niet blijkt dat de bestreden beslissing het resultaat is van een voldoende afweging van alle betrokken gegevens en op een deugdelijke grondslag berust. Het eerste en het vierde middel zijn in de besproken mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de burgemeester van de stad Genk van 20 april 2021 waarbij, in de periode van 1 mei 2021 tot en met 30 juni 2021, een verbod op tennisactiviteiten te 3600 Genk, Krekenstraat 13, wordt opgelegd op zon- en feestdagen, evenals tussen 00.00 u-10.00 u, 12.00 u-14.00 u en 19.00 u-23.59 u op de andere dagen.
- De Raad van State verwijst de verwerende partij in de kosten van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing, begroot op het rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 40 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten behoeve van verzoekers. X-17.946-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.946-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.058 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.637 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div