← België

Arrest 258059 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 30/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.059 Rolnummer: A. 235636/X-18086 Zaak: Arrest 258059 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 30/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-08 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-06-10 16:42 Fiche Arrest nr 258.059 van 30 november 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Schadevergoeding tot herstel als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.059 van 30 november 2023 in de zaak A. 235.636/X-18.086 In zake :

  1. Xavier VERSTAPPEN
  2. Anita CONINX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Byvoet kantoor houdend te 3583 Paal Paalsesteenweg 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Philippe Dreesen Paalsesteenweg 81 kantoor houdend te 3580 Beringen bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 8 februari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Genk van 7 december 2021 om jegens Xavier Verstappen en Anita Coninx een “Bestuurlijke maatregel – Problematiek te Trichterweg 18” te nemen. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 253.841 van 23 mei 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. X-18.086-1/7 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 oktober
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marlies Sel, die loco advocaat Jan Byvoet verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Wim Mertens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: de RvS-wet). III. Feiten
  6. Verzoekers wonen te Genk, Sledderlo 63A, maar beschikken te Genk ook nog over de woning aan de Trichterweg 18, die naar eigen zeggen “volledig verwaarloosd” is. Daar stockeren zij de zestien zuurstofflessen die een apotheker wekelijks, volgens doktersvoorschrift, levert ten behoeve van eerste verzoeker. X-18.086-2/7 Op 11 augustus 2021 stelt de brandweer van de zone Oost-Limburg vast dat er op het adres Trichterweg 18 twintig drukhouders of flessen met medische zuurstof aan het leeglopen zijn. Dit wordt als bijzonder brandgevaarlijk bestempeld. Ook op 25 oktober 2021 stelt de brandweer vast dat er twintig drukhouders staan leeg te lopen. In een verslag hierover van 3 november 2021 wijst de brandweer de burgemeester erop dat hij over de mogelijkheid beschikt om een veiligheidsmaatregel te nemen. Verzoekers worden op 30 november 2021 door de burgemeester gehoord. Zij doen onder andere gelden dat er zich in de voorbije zestien jaar nog nooit een probleem met de zuurstofflessen heeft voorgedaan, maar dat er sinds juni 2021 een nieuwe gebuur in de Trichterweg 16 woont, met wij zij in grote onmin leven. Zij vermoeden dat de gebuur hen wil wegpesten. Zij verklaren de leveringen van de zuurstofflessen voortaan te zullen laten gebeuren op hun adres te Sledderlo 63A. Op 7 december 2021 beslist de burgemeester dat verzoekers het verbod wordt opgelegd om drukhouders met medische zuurstof op te slaan ter Trichterweg
  7. Tevens wordt hen opgelegd dat zij de bijgevoegde gebruikershandleiding inzake medicinale zuurstof strikt dienen na te leven en dat het hen verboden is de flessen te ledigen voor andere dan medische doeleinden. Vóór 20 december 2021 moeten zij een afspraak maken met de brandweerzone voor het controleren van de opslagplaats van de drukhouders. Aan de lokale politie wordt bevolen op de naleving van het besluit toezicht te houden. IV. Regelmatigheid van de procedure
  8. Vlak voor de zitting is door een anonieme “goede vriend” van verzoekers een brief van 25 oktober 2023, met bijlagen, aan de Raad bezorgd. Het stuk wordt buiten het debat gehouden. X-18.086-3/7 V. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  9. In een enig middel voeren verzoekers de schending aan van het evenredigheids- en het redelijkheidsbeginsel. Verzoekers lichten toe dat het ongeloofwaardig is dat zij zelf de zuurstofflessen zouden hebben opengedraaid. Gelet op “de onduidelijkheid over de omstandigheden hoe de flessen werden opengedraaid”, zijn de maatregelen van de burgemeester onevenredig. Indien de maatregelen beperkt waren gebleven tot een verbod om zuurstofflessen te houden in de Trichterweg 18, konden zij ermee ingestemd hebben. Maar de burgemeester gaat verder en “legt ook bijkomende maatregelen op die te verregaand zijn”. Namelijk worden bewaarmethodes voorgeschreven “die gelden voor bedrijven en instanties die professioneel zuurstofflessen onder zich houden (ziekenhuizen, producenten)”. Deze eisen zijn “absoluut onredelijk en vormen een manifeste inbreuk op de vrijheden van verzoekers”. Het is “gewoonweg onhaalbaar vanuit het aspect van huisvesting”: verzoekers zouden moeten beschikken over twee afzonderlijke ruimtes voor de bewaring van de flessen, een ruimte voor de volle zuurstofflessen en een ruimte voor de lege. De woning van verzoekers is niet ingericht “om twee afzonderlijke kamers te voorzien voor de plaatsing en stockage van de zuurstofflessen”. Het is ook onredelijk dat er op ieder ogenblik “naar goeddunken van de politie” gecontroleerd zou kunnen worden of de zuurstofflessen wel op een correcte manier gestockeerd worden. Beoordeling
  10. Aangenomen wordt dat de burgemeester op grond van het brandweerverslag van 3 november 2021 terecht kon oordelen “dat de activiteiten te Trichterweg 18, 3600 Genk, een reëel gevaar vormen voor de openbare orde” en dat het nodig is om met toepassing van de artikelen 133 en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet een preventieve bestuurlijke maatregel te nemen ter beveiliging van de openbare orde. X-18.086-4/7 Dat de burgemeester, gelet op de voorhanden zijnde informatie, met zijn beslissing van 7 december 2021 de grenzen van de redelijkheid en de evenredigheid te buiten is gegaan, wordt niet bijgevallen.
  11. Het verbod om drukhouders van medische zuurstof op te slaan in de woning aan de Trichterweg benadeelt verzoekers niet. Zij deelden zelf op voorhand, tijdens de hoorzitting, mee de drukhouders niet meer op dat adres te zullen bewaren.
  12. Zelfs in de veronderstelling dat de richtlijnen die de bestreden beslissing met betrekking tot de opslag en het gebruik van de flessen oplegt effectief – zoals verzoekers menen en de verwerende partij betwist – “enorm” zouden verschillen van wat de handleiding en instructiekaart vereisen die gevoegd zijn bij de flessen die de apotheker levert, dan nog kunnen ze geen schending van het redelijkheids- of evenredigheidsbeginsel staven.
  13. Volgens de voorschriften die de burgemeester oplegt, moeten de gascilinders worden bewaard in een ruimte “die uitsluitend wordt gebruikt voor de opslag van medicinale gassen” en moeten de volle en de lege gascilinders gescheiden worden opgeslagen. Anders dan verzoekers menen, volgt daar niet uit dat dit in twee afzonderlijke ruimtes of kamers moet gebeuren. De verwerende partij heeft dat bij herhaling bevestigd: “Voor alle duidelijkheid: de verzoekende partijen kunnen beide opslaan in één en dezelfde ‘kamer’, maar voor de volle gascilinders moeten zij een ‘ruimte’ binnen die kamer specifiek bestemmen voor de opslag ervan”. Aan de bewering van verzoekers dat zij in hun woning zelfs niet één aparte ruimte voorhanden hebben voor de opslag, wordt geen geloof gehecht. De verwerende partij merkt terecht op dat verzoekers dat op geen enkele wijze concretiseren, terwijl nochtans foto’s juist uitwijzen dat zij wonen “in een ruime eengezinswoning met opslagplaats in de achtertuin”. X-18.086-5/7
  14. Noch de vereiste dat deze ruimte “geventileerd” of regelmatig verlucht moet zijn, noch het voorschrift dat de noodhulpdiensten op de hoogte moeten worden gesteld van de (locatie van de) cilinderopslag – wat met behulp van een eenvoudige sticker kan – komt voor een overdreven verplichting in te houden.
  15. Rest de bepaling, in de bestreden beslissing, dat aan de lokale politie wordt opgedragen “toezicht te houden op de naleving van dit besluit”. Als zodanig moet ze verzekeren dat verzoekers zich ook daadwerkelijk houden aan de voorschriften die ter bescherming van de openbare orde nodig worden geacht. Niet deze bepaling getuigt van overdrijving, wel de voorstelling die verzoekers ervan maken, door het doen voorkomen alsof ze in het vooruitzicht stelt dat zij “continu”, “op ieder ogenblik”, door de politie zullen worden lastig gevallen en gecontroleerd.
  16. De slotsom uit wat voorafgaat, is dat het enige middel ongegrond is.
  17. Dit belet niet dat er op vandaag – bijna twee jaar na de bestreden beslissing – reden toe is om de actualiteit na te gaan van de dreiging voor de openbare orde die de aanleiding voor de bestreden beslissing is geweest en, meer in het bijzonder, of het ter wille van de openbare orde nodig is om voort de opgelegde richtlijnen inzake de opslag en het gebruik van de medische zuurstof te handhaven in zoverre ze verschillen van de richtlijnen die volgens de apotheker (gebruikershandleiding en instructiekaart) in acht moeten worden genomen. VI. Schadevergoeding tot herstel
  18. Verzoekers vragen in de memorie van wederantwoord een schadevergoeding tot herstel “ten bedrage van 1.000 euro ex aequo et bono begroot”. X-18.086-6/7
  19. Vermits geen onwettigheid werd vastgesteld, is er reden om de vordering tot schadevergoeding tot herstel af te wijzen overeenkomstig artikel 25/3, § 3, van het algemeen procedurereglement. Gelet op het bepaalde in artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement, zijn het aan die vordering verbonden recht en bijdrage niet verschuldigd. BESLISSING
  20. De Raad van State verwerpt het beroep.
  21. De Raad van State verwerpt de vordering tot schadevergoeding tot herstel.
  22. Verzoekers worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht 800 euro, en, gelet op artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de RvS-wet, op een rechtsplegingsvergoeding van 184,80 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  23. Voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel is geen rolrecht en bijdrage verschuldigd. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.086-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.059 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.841 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.