← België

Arrest 258062 - Plannen van aanleg - 30/11/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.062 Rolnummer: A. 236414/X-18149 Zaak: Arrest 258062 - Plannen van aanleg - 30/11/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-08 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-10 16:43 Fiche Arrest nr 258.062 van 30 november 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.062 van 30 november 2023 in de zaak A. 236.414/X-18.149 In zake :

  1. Maria Marguerite EYLENBOSCH (overleden) voor wie het rechtsgeding hervat wordt door Lynn Pauwels en Svenn Pauwels
  2. Lynn PAUWELS
  3. Svenn PAUWELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain De Jonge kantoor houdend te 1050 Brussel Marsveldplein Bastion Tower 5/5e verd. bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE DILBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 17 mei 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dilbeek van 25 januari 2022 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Open Ruimte’ definitief wordt vastgesteld. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.149-1/17 Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. Eerste verzoekster is overleden en voor haar is een verzoek tot hervatting van het geding ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 oktober
  6. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom Socquet, die loco advocaat Alain De Jonge verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Julie Swerts, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. Ten noorden van de woonkern Windmuts te Itterbeek – dit is een deelgemeente van de gemeente Dilbeek – ligt het gebied Molenberg. In dit gebied ligt een aaneengesloten geheel van onbebouwde percelen die deels in gebruik zijn als weide of akker en deels bebost zijn, met daartussen smalle landelijke wegen (hierna: de bestaande groengele ruimte). Aan de westzijde van de bestaande groengele ruimte ligt het Kluisbos. Krachtens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan ‘Halle-Vilvoorde-Asse’ is de bestaande groengele ruimte X-18.149-2/17 overwegend bestemd tot agrarisch gebied en natuurgebied. Verzoekers zijn eigenaars van drie onbebouwde percelen binnen de bestaande groengele ruimte. Ter verduidelijking is hierna een uittreksel van het voornoemde gewestplan weergegeven waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-18.149-3/17 3.
  9. Volgens het gewestplan ligt verzoekers’ zuidelijke perceel (Z) in agrarisch gebied en verzoekers’ noordwestelijke perceel (NW) in woongebied. Het laatstgenoemde perceel is gelegen aan de met bomen omzoomde onverharde voetweg Berrenwael (hierna: de voetweg). Van verzoekers’ noordoostelijke perceel (NO) bestemt het gewestplan een ongeveer 13 meter brede strook achter de huizen aan de Openluchtveldlaan nummers 41, 43, 45 en 47 (hierna: de strook achter de vier bestaande huizen aan de Openluchtveldlaan) tot woongebied. Hetzelfde geldt voor een ongeveer vijf meter brede strook van het noordoostelijke perceel die langs het noordwestelijke perceel aansluit op de voetweg (hierna: de op de voetweg aansluitende strook). De rest van het noordoostelijke perceel is krachtens het gewestplan gelegen in natuurgebied en agrarisch gebied. Tussen verzoekers’ percelen en de voetweg ligt een terrein dat vooraan – palend aan de voetweg – tot woongebied en achteraan tot agrarisch gebied bestemd is (hierna: het naastliggende terrein). De in het natuurgebied van het gewestplan gelegen noordelijke rand van verzoekers’ noordoostelijke perceel is bebost en behoort tot de zuidelijke rand van het Kluisbos. Op verzoekers’ zuidelijke perceel en het naastliggende terrein bevindt zich een geïsoleerd bosfragment. Ter verduidelijking zijn hierna uittreksels van het gewestplan en van het in het administratief dossier van het bestreden besluit opgenomen “Plan bestaande feitelijke toestand: Deelgebied 04” weergegeven waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-18.149-4/17 X-18.149-5/17
  10. In 2016 wordt beslist om een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) ‘Open Ruimte’ op te maken.
  11. Van 2 augustus tot 30 september 2018 maken de start- en procesnota het voorwerp uit van een publieke raadpleging. Op 11 en 13 september 2018 wordt een info- en participatiemoment georganiseerd.
  12. Op 30 september 2019 vindt een plenaire vergadering plaats over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Open Ruimte’.
  13. Op 14 februari 2020 besluit de Vlaamse regering tot delegatie van de planningsbevoegdheid aan de gemeente Dilbeek voor de opmaak van het RUP ‘Open Ruimte’ voor de delen gelegen binnen het gewestelijk RUP ‘Afbakening VSGB en aansluitende openruimte gebieden’.
  14. Op 26 mei 2021 beslist het “team Milieueffectrapportage” van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest “dat er geen plan-MER opgesteld moet worden voor het voorliggende RUP”. 9.
  15. Op 22 juni 2021 stelt de gemeenteraad van de gemeente Dilbeek het gemeentelijk RUP ‘Open Ruimte’ voorlopig vast. 9.
  16. Verzoekers’ zuidelijke perceel, verzoekers’ noordwestelijke perceel en het naastliggende terrein worden herbestemd tot ‘natuurgebied’ (artikel 1). Hetzelfde geldt voor het in het agrarisch gebied van het gewestplan gelegen gedeelte van het noordoostelijke perceel, evenals voor de op de voetweg aansluitende strook.
  17. Van 15 juli tot 14 september 2021 wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. Verzoekers dienen geen bezwaarschrift in. 11.
  18. Met het bestreden besluit stelt de gemeenteraad van de gemeente Dilbeek het gemeentelijk RUP ‘Open Ruimte’ definitief vast. Er worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van wat in randnummer 9.2 is vermeld. X-18.149-6/17 11.
  19. De toelichtingsnota bij het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP stelt: “8.5.9 Sleutelgebied 4-3: Molenberg figuur 46: sleutelgebied 4-3: situering Gebied ten noorden van Itterbeek, aan de noordzijde van de N8, aan weerszijden van de Molenbergstraat. […] figuur 48: sleutelgebied 4-3: Gewestelijk RUP VSGB en aansluitende open ruimte gebieden Het woonuitbreidingsgebied tussen de Molenbergstraat en de N8 is door het gewestelijk RUP voor het VSGB en de aansluitende open ruimte gebieden herbestemd naar gemengd open ruimte gebied. Hierdoor ontstaat de potentie om de natuurlijke structuur verder te versterken in noordelijke richting en het gemengd open ruimte gebied […] te laten aansluiten met het Kluisbos. figuur 50: sleutelgebied 4.3: voorstel tot nieuwe indeling in bestemmingszones […] Het natuurgebied van het Kluisbos wordt uitgebreid in zuidelijke richting waardoor bestaande bosfragmenten in de natuurbestemming komen te liggen en hun behoud dus planologisch verankerd wordt. De natuurgebieden, ten noorden van de Molenbergstraat, worden verbonden door een agrarisch X-18.149-7/17 gebied dat zijn bestemming volgens de huidige plannen behoudt. Het BPA Ketelheide blijft behouden. […] Actiegebied 127 Wolfsputten-Smissenbos-Molenberg is van toepassing. Er wordt ingezet op het versterken van de natuurlijke structuur van het gebied Wolfsputten (buiten dit gemeentelijk RUP) en het nader uitwerken van de verweving landbouw, natuur en bos in de vallei van de Smissenloop. […] Volgende elementen van de gewenste ruimtelijke structuur zijn van toepassing: 56.4: Behoud en versterking van gevarieerde halfopen valleilandschappen met ruimte voor natuurlijke waterberging. De hoofdfunctie van deze gebieden is landbouw, natuur, bos en/of waterberging. (Delen van) deze gebieden kunnen gedifferentieerd worden als natuurverwevingsgebied. Via stimulerende maatregelen zal de land- en bosbouwfunctie afgestemd kunnen worden op de natuurlijke en landschappelijke waarden van de vallei en de waterbeheerfunctie. Behoud en versterking van het graslandgebruik is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de overstromingsgevoelige gebieden worden de aanwezige functies afgestemd op de waterbeheerfunctie. Er wordt ruimte voorzien voor het verbeteren van de structuurkenmerken van de waterlopen, de waterkwaliteit en de verbindingsfunctie. Vanuit het ruimtelijk beleid worden deze gebieden minstens gevrijwaard van verdere bebouwing. Het RUP bouwt verder op de visie van verweving en differentiëring van de functies landbouw en natuur in dit gebied. De versterking van de natuurwaarden zet vooral in op het vrijwaren en versterken van bestaande natuurkernen, waarbij tegelijk gestreefd wordt naar het behouden van de samenhang binnen de open landschappen en de agrarische structuur, al dan niet in professioneel landbouwgebruik.” IV. Onderzoek van het eerste middel Uiteenzetting van het middel 12.
  20. In het eerste middel wordt de schending aangevoerd van artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het Eerste Protocol), van artikel 16 van de Grondwet, van de artikelen 1.1.4, 2.2.6, § 1 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Dilbeek (hierna: GRS), alsook de schending van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, het redelijkheids- en X-18.149-8/17 evenredigheidsbeginsel, de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheids-beginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 12.
  21. Verzoekers lichten toe dat uit de analyse in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP niet de noodzaak of doelstelling blijkt om hun percelen naar natuurgebied om te vormen. Zij menen dat hun percelen geenszins in de in de toelichtingsnota besproken elementen kunnen worden ingepast. Aan deze percelen wordt in feite gewoonweg geen aandacht besteed. Uit de toelichtingsnota blijkt niet waarom deze specifieke percelen binnen de perimeter van het RUP zijn opgenomen en aan een bestemmingswijziging naar natuurgebied werden onderworpen. De concrete kenmerken van deze percelen en de gebeurlijke meerwaarde hiervan voor het bereiken van de doelstellingen van het RUP worden niet besproken. Verzoekers vervolgen dat de herbestemming van hun drie percelen grote gevolgen heeft wegens de hieraan verbonden eigendoms- beperkingen en inperking van ontwikkelingsmogelijkheden, zeker wat de gedeelten van verzoekers’ noordwestelijke perceel en noordoostelijke perceel betreft die volgens het gewestplan in woongebied zijn gelegen. Nergens in de toelichtingsnota is een verantwoording terug te vinden voor de reconversie van woongebied naar natuurgebied. Deze reconversie valt ook niet zonder meer in te passen in de uitvoering van de gewenste openruimtestructuur die vastgelegd wordt in het GRS. Voorts is geheel onduidelijk waarom zowel het volledige noordwestelijke perceel als de op de voetweg aansluitende strook worden herbestemd van woongebied naar natuurgebied, terwijl de strook achter de vier bestaande huizen aan de Openluchtveldlaan – eveneens in woongebied gelegen volgens het gewestplan – onaangeroerd blijft. Hierbij is duidelijk sprake van een ongelijke behandeling van gelijke situaties, zonder dat hiervoor een redelijke verantwoording bestaat, waardoor sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Ook voor de reconversie van agrarisch gebied naar natuurgebied is geen verantwoording terug te vinden. Uit de toelichtingsnota blijkt geenszins X-18.149-9/17 waarom de betrokken agrarische gebieden een bestemming natuurgebied moeten krijgen. Zeker niet nu hierbij uitdrukkelijk wordt gewezen op de visie van verweving en differentiëring van de functies landbouw en natuur in dit gebied. Verzoekers besluiten dat zij in het donker tasten naar de achterliggende motieven van de herbestemming van hun percelen.
  22. In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat de overwegingen die de verwerende partij in de memorie van antwoord uiteenzet, niet terug te vinden zijn in het bestreden besluit. Deze partij kan zich niet rechtsgeldig beroepen op de feitelijke invulling van verzoekers’ percelen om de herbestemming te verantwoorden, aangezien deze elementen geenszins voorkomen in het bestreden besluit zelf en dus te aanzien zijn als a posteriori motieven waarmee geen rekening mag worden gehouden. Het is immers vaste rechtspraak dat motieven die pas na de bestreden beslissing gegeven worden geen verantwoording voor die beslissing kunnen vormen. Nergens in het bestreden besluit of de andere stukken van het administratief dossier wordt de feitelijke invulling van de percelen of de wijze waarop deze zouden aansluiten bij de doelstellingen van het gemeentelijk RUP besproken. Er wordt geen melding gedaan van de ligging aan de voetweg of het bebost of onbebouwd karakter van verzoekers’ noordwestelijke en noordoostelijke percelen, noch de zogenaamde ligging van verzoekers’ noordwestelijke perceel in het verlengde van een bos dat het RUP zou beogen te beschermen of wenst toe te voegen aan het natuurgebied Kluisbos. Ook de ligging van verzoekers’ noordoostelijke perceel ten opzichte van het natuurgebied Kluisbos of de ruimte die het RUP zou beogen toe te voegen aan dit natuurgebied wordt niet besproken. Dat verzoekers’ noordwestelijke en noordoostelijk percelen logische schakels zouden vormen tussen het bestaande en het nieuwe natuurgebied blijkt hoegenaamd niet uit het bestreden besluit of de stukken van het administratief dossier. De stelling dat op basis van de stukken van het dossier volstrekt duidelijk zou zijn dat de herbestemming van verzoekers’ noordwestelijke en noordoostelijke percelen noodzakelijk zou zijn voor de realisatie van de X-18.149-10/17 doelstellingen voor sleutelzone 4-3 kan dus geenszins worden gevolgd. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de herbestemming van de percelen “logisch” zou zijn gezien de feitelijke invulling ervan. De redenering inzake de feitelijke invulling van verzoekers’ noordwestelijke en noordoostelijke percelen berust bovendien op een verkeerde premisse. Zo zijn deze percelen niet langs de voetweg, maar langs de Openluchtveldlaan gelegen. Bovendien zijn deze percelen geenszins bebost, dit in tegenstelling tot het naastliggende terrein. Op deze percelen zijn met andere woorden geenszins “bestaande bosfragmenten” te vinden. Ook voor de reconversie van (een deel van) verzoekers’ noordoostelijke perceel en verzoekers’ zuidelijke perceel van agrarisch gebied naar natuurgebied wordt in de memorie van antwoord een beroep gedaan op een a posteriori motivering. Zo wordt nergens in het bestreden besluit of in de stukken van het administratief dossier verwezen naar het vermeend bebost karakter van verzoekers’ zuidelijke perceel of het gegeven dat verzoekers’ noordoostelijke perceel een schakel zou vormen tussen het bestaande natuurgebied en de percelen waarmee dat natuurgebied zou worden uitgebreid. Dat er een kleine, volledig ingesloten agrarische enclave zou ontstaan indien het agrarisch gedeelte van verzoekers’ noordoostelijke perceel niet zou worden omgevormd naar natuurgebied volstaat niet om de herbestemming te verantwoorden, en al zeker niet a posteriori. Zoals de verwerende partij zelf ook aangeeft, blijkt uit het bestreden besluit immers een doelstelling van verweving en differentiëring van de functies landbouw en natuur, zodat deze functies naast elkaar kunnen blijven bestaan. Verzoekers menen dat in werkelijkheid geen van de in het bestreden besluit opgenomen motieven betrekking heeft op hun percelen. Verzoekers’ noordwestelijke en noordoostelijke percelen liggen geenszins zuidelijk ten opzichte van het natuurgebied Kluisbos, waardoor de vermelding dat “het natuurgebied van het Kluisbos wordt uitgebreid in zuidelijke richting” geen betrekking kan hebben op deze percelen. Bovendien zijn deze percelen niet bebost, waardoor deze niet kunnen worden aanzien als “bestaande bosfragmenten”, waarvan het behoud planologisch verankerd wordt. X-18.149-11/17 Voorts blijkt volgens verzoekers dat er geen enkele noodzaak bestaat voor de omvorming van hun zuidelijke perceel van agrarisch naar natuurgebied, aangezien wordt gewezen op het behouden van de samenhang binnen de open landschappen en de agrarische structuur, al dan niet in professioneel landbouwgebruik. Het bestaan van een geregistreerde landbouwfunctie wordt dus geenszins naar voren geschoven als randvoorwaarde voor het behoud van de bestaande agrarische bestemming. Het voorgaande toont volgens verzoekers duidelijk aan dat hun percelen niet worden geviseerd in het bestreden besluit, laat staan dat er een motivering wordt aangereikt waaruit de noodzaak van de bestemmingswijziging van deze percelen zou blijken. Dat sleutelgebied 4-3 zou kaderen binnen de verwezenlijking van openruimtecorridor O3 van het GRS is volgens verzoekers niet van belang nu hun percelen niet in deze corridor zijn gelegen. Het RUP blijkt aldus niet te zijn opgemaakt ter uitvoering van het GRS, althans niet wat verzoekers’ percelen betreft. Voorts kunnen verzoekers de verwerende partij niet volgen waar zij opwerpt dat de ligging van verzoekers’ noordwestelijke en noordoostelijke percelen dermate verschillend zou zijn dat er geen sprake zou zijn van in rechte en in feite vergelijkbare situaties. Beide percelen zijn aan de Openluchtveldlaan gelegen en vormen gelet op de eigendomstoestand (beide percelen behoren toe aan dezelfde eigenaars) in feite één groot perceel. Beide percelen maken ook deel uit van dezelfde woonwijk. Bijgevolg is het kennelijk onredelijk om verzoekers’ noordwestelijke perceel volledig te herbestemmen van woongebied naar natuurgebied en een bepaald deel van verzoekers’ noordoostelijke perceel (de op de voetweg aansluitende strook) te herbestemmen van woongebied naar natuurgebied, terwijl een ander deel van het woongebied dat deel uitmaakt van verzoekers’ noordoostelijke perceel (de strook achter de vier bestaande huizen aan de Openluchtveldlaan) onaangeroerd blijft. Het feit dat reeds een deel van X-18.149-12/17 verzoekers’ noordoostelijke perceel volgens het gewestplan werd ingericht als natuurgebied doet niet ter zake. De ongelijke behandeling ligt net in het feit dat een deel woongebied van verzoekers’ noordoostelijke perceel behouden blijft terwijl verzoekers’ noordwestelijke perceel dat ernaast ligt volledig wordt herbestemd. Het betreft derhalve wel degelijk een ongelijke behandeling van een gelijke situatie. Noch uit het bestreden besluit, noch uit de memorie van antwoord blijkt een redelijke verantwoording voor het verschil in behandeling, waarbij een deel van het woongebied wordt aangetast en een ander deel onaangeroerd blijft.
  23. In hun laatste memorie stellen verzoekers dat de in het GRS gebruikte termen “over de Ninoofsesteenweg heen” evident niet willen zeggen dat alle percelen die boven de Ninoofsesteenweg liggen (vanuit woonwijk Windmuts), zich in de openruimtecorridor O3 bevinden. Verzoekers’ percelen zijn ver van Windmuts en de Ninoofsesteenweg verwijderd en daartussen is overigens nog de Molenbergstraat gelegen. Volgens verzoekers blijkt uit de toelichtingsnota zelf dat het sleutelgebied 4-3 in zijn geheel buiten openruimtecorridor O3 van het GRS ligt. Volgens de toelichtingsnota betreft sleutelgebied 4-3 immers het “gebied ten noorden van Itterbeek, aan de noordzijde van de N8, aan weerszijden van de Molenbergstraat”. Op de figuur 50 uit de toelichtingsnota, waarop het sleutelgebied 4.3 en het voorstel tot nieuwe indeling in bestemmingszones te zien is, wordt de woonwijk Windmuts en de Ninoofsesteenweg zelfs niet afgebeeld. Er kan dan ook bezwaarlijk naar de ligging binnen de openruimtecorridor O3 ter hoogte van Windmuts worden verwezen om de herbestemming te verantwoorden. Beoordeling
  24. Uit de gegevens van de zaak (randnr. 3.2) blijkt dat de beboste noordelijke rand van verzoekers’ noordoostelijke perceel behoort tot het Kluisbos. Zoals bevestigd wordt door het in randnummer 3.1 weergeven grafisch plan, liggen de drie percelen van verzoekers voor het overige – anders dan zij in hun memorie van wederantwoord beweren – zuidelijk ten opzichte van het bestaande Kluisbos. X-18.149-13/17
  25. Terecht wijst de verwerende partij er op dat de herbestemming van verzoekers’ percelen in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP onder meer als volgt wordt verantwoord: “Het natuurgebied van het Kluisbos wordt uitgebreid in zuidelijke richting waardoor bestaande bosfragmenten in de natuurbestemming komen te liggen en hun behoud dus planologisch verankerd wordt.” Verzoekers verliezen uit het oog dat de toelichtingsnota moet worden gelezen in samenhang met de andere stukken van het administratief dossier, zoals het “Plan bestaande feitelijke toestand: Deelgebied 04” dat een luchtfoto bevat die onder meer de voetweg en het onbebouwd en deels bebost karakter van verzoekers’ percelen toont. De voormelde uitbreiding van het Kluisbos in zuidelijke richting heeft klaarblijkelijk betrekking op verzoekers’ percelen. Zij wordt immers tot stand gebracht door vanaf de noordelijke rand van verzoekers’ noordoostelijke perceel – via de rest van dit perceel en verzoekers’ noordwestelijke perceel – een aaneengesloten natuurgebied te creëren dat de genoemde rand verbindt met het bestaande geïsoleerde bosfragment op verzoekers’ zuidelijke perceel en het naastliggende terrein. De plannende overheid heeft dus wel degelijk oog gehad voor de percelen van verzoekers en het is precies om reden van hun ligging en hun onbebouwd en deels bebost karakter dat ze herbestemd worden.
  26. Ten onrechte houden verzoekers voor dat hun noordwestelijke perceel langs de Openluchtveldlaan ligt. Dit perceel paalt immers niet aan deze laan, maar aan de voetweg. Verzoekers gaan er ook ten onrechte aan voorbij dat de op de voetweg aansluitende strook op een te dezen relevant punt verschilt van de strook achter de vier bestaande huizen aan de Openluchtveldlaan. Meer bepaald paalt de laatstgenoemde strook, anders dan de eerstgenoemde strook, niet aan de voetweg. Verzoekers tonen niet aan dat het onterecht zou zijn dat de verwerende partij opmerkt dat de met bomen omzoomde voetweg tot de bestaande groengele ruimte behoort. In dat licht blijkt uit wat verzoekers aanvoeren niet dat het voornoemde X-18.149-14/17 verschil geen wettige verantwoording zou zijn om de woonbestemming uit het gewestplan enkel te behouden voor de strook achter de vier bestaande huizen aan de Openluchtveldlaan en – in het kader van de uitbreiding van het Kluisbos in zuidelijke richting – de op de voetweg aansluitende strook tot natuurgebied te herbestemmen.
  27. De stukken van het administratief dossier doen er afdoende van blijken dat de westzijde van het sleutelgebied 4.3 – waarin verzoekers’ percelen gelegen zijn – behoort tot de in het GRS bedoelde openruimtecorridor O
  28. Zoals in de toelichtingsnota is uiteengezet, past de uitbreiding van het Kluisbos in zuidelijke richting aldus wel degelijk in de uitvoering van het GRS. 19.
  29. Uit de stedenbouwkundige voorschriften van artikel 1 van het bestreden gemeentelijk RUP vloeien voor de percelen waarop die voorschriften van toepassing zijn, beperkingen voort die rechtens geen onteigening en evenmin eigendomsberoving zijn, doch die wel kunnen worden aangemerkt als een inmenging in het recht op eigendom. Een dergelijke inmenging houdt evenwel niet ipso facto een schending in van de aangevoerde rechtsregels. Zo bepaalt het tweede lid van artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM dat het recht op ongestoord genot op geen enkele wijze het recht aantast dat een staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang. Derhalve kan de ordening van de ruimte op wettige wijze eigendomsbeperkingen inhouden. Artikel 2.6.1, § 1, VCRO bepaalt in dit verband dat de stedenbouwkundige voorschriften van een ruimtelijk uitvoeringsplan eigendoms- beperkingen, met inbegrip van een bouwverbod, kunnen inhouden. 19.
  30. Verzoekers tonen niet aan dat de in het bestreden gemeentelijk RUP vervatte stedenbouwkundige voorschriften – die er toe strekken het natuur- gebied Kluisbos in zuidelijke richting uit te breiden – niet in overeenstemming zouden zijn met het algemeen belang, en dat dit plan geen billijk evenwicht tot stand zou brengen tussen de vereisten van het algemeen belang en van de bescherming van het recht van eenieder op het ongestoorde genot van zijn X-18.149-15/17 eigendom. X-18.149-16/17
  31. De conclusie is dat verzoekers er niet van overtuigen dat de toelichtingsnota geen afdoende verantwoording bevat voor de herbestemming van hun percelen of dat het bestreden besluit de aangevoerde rechtsregels anderszins zou schenden. Het eerste middel wordt verworpen.
  32. Er is reden tot een aanvullend onderzoek door het auditoraat. BESLISSING
  33. De Raad van State heropent het debat.
  34. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt met een aanvullend onderzoek belast. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig november tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.149-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.062 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.644 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.