← België

Arrest 258086 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 01/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.086 Rolnummer: A. 235518/X-18073 Zaak: Arrest 258086 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 01/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-08 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-10 16:52 Fiche Arrest nr 258.086 van 1 december 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.086 van 1 december 2023 in de zaken A. 235.518/X-18.073 In zake : Christoph DE BAERDEMAEKER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wannes Thyssen kantoor houdend te 9552 Borsbeke Molendijk 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de stad Gent van 28 september 2021 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-18.073-1/27 Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november
  3. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wannes Thyssen, die verschijnt voor verzoeker, en advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. In 2003 wordt het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) van de stad Gent goedgekeurd. In uitvoering van het GRS heeft de stad Gent op 15 februari 2012 een gemeentelijk groenstructuurplan aangenomen. Daarin wordt de in het GRS omschreven groenstructuur verfijnd en geconcretiseerd. In het groenstructuurplan wordt het “planjuridisch beschermen van bestaande groenwaarden” vooropgesteld. 3.
  6. In 2016 beslist de stad Gent om een thematisch gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: gemeentelijk RUP) op te maken “om de bestaande waardevolle groenzones planologisch te beschermen”. X-18.073-2/27 Op 10 juni 2016 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de motivatienota en de lijsten met deelgebieden van het voorgenomen plan goed en geeft zij opdracht aan haar dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning om de opmaakprocedure van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ te starten. De lijsten bevatten een A-lijst, bestaande uit zonevreemde groengebieden die mogelijk kunnen worden herbestemd naar een gepaste groene bestemming, en een B-lijst, dat de nieuw te ontwikkelen groen- gebieden bevat. Binnen de A-lijst worden nog de ‘publiek toegankelijke groengebieden’ (A1) en de ‘bestaande natuur- en bosgebieden’ (A2) onderscheiden. 3.
  7. Op 16 maart 2017 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent het concept goed van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. Luidens de toelichtingsnota bij dit plan is de aanleiding voor de opmaak “het behoud van bestaande waardevolle groenzones”, “de ontwikkeling van nieuwe natuur- en bosgebieden en parken”, “een duurzame en klimaatrobuuste stad” en “welzijn”. Wat betreft “de ontwikkeling van nieuwe natuur- en bosgebieden en parken”, wordt in de toelichtingsnota gesteld: 2.
  8. Ontwikkeling van nieuwe natuur- en bosgebieden en parken De ruimtelijke visie op het groen in Gent gaat verder dan het loutere behouden van het bestaande. In het Groenstructuurplan is de gewenste groenstructuur vastgelegd en in de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is de visie op het groene ruimtenetwerk vastgelegd. Er wordt gekozen voor een kwalitatieve verbetering van de bestaande groenstructuur en een aantal nieuwe ontwikkelingen zoals bosuitbreiding, natuurontwikkeling of nieuwe parken. Veel van deze ontwikkelingen zijn echter nu niet of moeilijk mogelijk omwille van hun stedenbouwkundige bestemming. In het Groenstructuurplan is dan ook de opmaak van een thematisch RUP Groen als actie opgenomen, zodat de planologische bestemming van een aantal groengebieden in overeenstemming kan worden gebracht met de bestaande groenstructuur en de gewenste ruimtelijke visie op groen in Gent. Deze actie is in de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent herbevestigd. Bosuitbreiding In Gent is er nood aan bijkomend bos. Het uitgangspunt hierbij is dat het huidig waardevol bosareaal maximaal behouden moet blijven. Vooral boszones die al een langere ontwikkelingsgeschiedenis kennen zoals de X-18.073-3/27 loofbosbestanden in de grotere kasteelparken, historische oude boskernen of de ecologisch waardevolle bossen op natte bodems zijn niet zomaar vervangbaar. De bosstructuur moet gedragen worden door grotere aaneensluitende boscomplexen (200-300 ha) of een netwerk van kleinere boscomplexen, onderling verbonden door middel van bomenrijen, dreven, kasteelparken of andere landschappelijke structuren zoals bijvoorbeeld beekvalleien. In 2014 hadden we 951 hectare bos of een bosindex van 6,4 procent (tegenover een […] bebossingsindex van Vlaanderen = 10,8%). We streven naar een bosindex van acht procent en 1260 hectare effectief bos in 2030 (zie ook hoofdstuk 9.3.2). Dit is een toename van 310 ha bos ten opzichte van
  9. Het areaal bos in Gent

(2014)kan als volgt ingedeeld worden: - 41 % zijn jonge loofhoutaanplantingen, biologisch waardevol - 20 % is zeer waardevol oud bos, biologisch zeer waardevol - 22 % is struweel (spontaan ontstaan jong bos), biologische waardevol en zeer waardevol - 17 % zijn populieren- en naaldhoutaanplantingen, biologisch waardevol Van het bosbestand in 2014 is 30% zeer waardevol en 70% waardevol. Dat duidt vooral op het belang van oud bos, waarbij de factor tijd essentieel is. Het duidt ook op het belang van spontane ontwikkeling van bos: struweel is immers rijk aan soorten en heeft al snel een grote ecologische waarde. Tussen 1999 en 2014 was er een lichte toename van de beboste oppervlakte in Gent. Dit danken we aan aanplantingen en spontane ontwikkeling in verspreide zones in onder meer het Parkbos, de Gentbrugse Meersen, het Ter Durmenpark en het koppelingsgebied Desteldonk. Tegelijk was er in die periode wel een daling van het areaal zeer waardevol bos: er verdwijnen immers nog steeds waardevolle bossen in industriegebieden of andere harde bestemmingen, terwijl de ontwikkeling van nieuw waardevol en/of oud) bos tijd vraagt. Een voldoende variatie aan bosleeftijdsstadia, structuur- en habitatdiversiteit en voldoende oppervlakte van diverse bostypes blijft het ideale ecologische toekomstperspectief voor bossen in Gent. In de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is ervoor gekozen om de grote oppervlaktes bos te realiseren in de groenpolen, dit zijn bovenlokale projecten. In de bosclusters realiseren we vooral kleinere bossen of bossen als stapstenen als compensatie voor het zonevreemde bos dat op termijn verdwijnt door verdere industriële of stadsontwikkelingen. Dergelijke bosuitbreidingen maken deel uit van het voorliggende RUP Groen. De criteria voor bijkomende bossen zijn: zo groot mogelijk aaneensluitend bos, minimale oppervlakte, aansluitend op bestaand bos/vegetatie, als verbinding of stapsteen, voor een specifieke doelsoort, voor een specifiek vegetatietype (bijvoorbeeld struweel). In het Groenstructuurplan zijn zoekzones aangeduid voor bijkomend bos. Natuurontwikkeling De Stad Gent wil de oppervlakte waardevolle en zeer waardevolle natuur minstens op het peil houden van 1999 (2.865 ha). Dit is de zogenaamde standstill die al sinds het Ruimtelijk Structuurplan Gent uit 2003 werd vastgelegd. X-18.073-4/27 De standstill werd in 2014 bereikt maar is fragiel. Dit betekent dat de vegetaties die in de haven zullen verdwijnen moeten gecompenseerd worden met een aangroei elders in Gent. Om aan kwaliteitsvolle natuurontwikkeling te kunnen doen, wordt deze bij voorkeur voorzien in die zones die door hun specifieke abiotische kwaliteiten of potenties sterk kunnen bijdragen aan het realiseren van zeer waardevolle natuurdoeltypes. Uitbreiding recreatief groen (parken) In Gent streven we naar voldoende recreatief groen op de verschillende schaalniveaus (groenpolen, wijkparken, woongroen) en op een aanvaardbare afstand van de woning. De groenstructuur speelt een belangrijke rol voor zacht recreatief medegebruik, met aandacht voor de draagkracht en de natuurwaarde van het gebied. Wandelen, fietsen, joggen, trap- en speelvelden, picknicken, avonturenbos, … worden geïntegreerd met aandacht voor bescherming en opbouw van het landschap en de natuur. In de meest waardevolle (stedelijke) natuurelementen zal dit medegebruik het meest beperkt zijn. Naast voldoende beschikbare oppervlakte is ook de kwaliteit van het groen van groot belang. De draagkracht van een kwaliteitsvol ingericht park is groter waardoor de beschikbare oppervlakte relatief toeneemt. Gent streeft daarnaast naar voldoende toegankelijk bos. Dit betekent in eerste instantie het toegankelijk maken van bestaand bos en bosachtige kasteelparken. Omdat de bossen in Gent voornamelijk in privé-eigendom zijn wordt de openstelling ervan gestimuleerd. Een andere doelstelling is het streven naar recreatief medegebruik in groene ruimtes met een andere hoofdfunctie. Onder meer boscomplexen, natuurgebieden en sportparken hebben potenties op vlak van recreatief medegebruik. Het toegankelijker maken van deze complexen betekent een grote meerwaarde voor de recreatieve structuur. Via het tragewegennetwerk kunnen deze gebieden aantakken op de groenstructuur. Ten slotte willen we de verschillende groene ruimtes verbinden tot één samenhangend groen netwerk gekoppeld aan het tragewegennetwerk. De groene ruimtes moeten vlot en veilig toegankelijk zijn voor wandelaars en fietsers.” Het voorgenomen plan vertrekt blijkens de toelichtingsnota erbij van de volgende doelstellingen: “- De juridische bescherming van bestaande groengebieden (wijkparken, woongroen, natuur en bos) - De herbestemming van bijkomende groenzones in functie van de realisatie van de gewenste groenstructuur. De gewenste groenstructuur is oorspronkelijk vastgelegd in het Ruimtelijk Structuurplan Gent, verder verfijnd in het Groenstructuurplan en bevestigd in de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent.” 3.
  1. Omdat het een thematisch RUP betreft, heeft het voorgenomen plan geen aaneengesloten plangebied. Het plangebied bestaat uit 101 ruimtelijk X-18.073-5/27 van elkaar gescheiden onderdelen (deelgebieden) die verspreid zijn over het volledige grondgebied van de stad “en waar het thema ‘groen’ het gemeenschappelijk element vormt”. 3.5.
  2. Verzoeker is eigenaar van percelen, gelegen aan de Pontstraat 7 en 7a te Drongen, kadastraal bekend als afdeling 28, sectie B, nrs. 846/f, 846/k, 847/c, 848/b en 871/a: Ze betreffen een voormalige hoevewoning met verschillende bijgebouwen, die worden gebruikt in het kader van professionele activiteiten, en omliggende gronden. Verzoeker woont ook op de site. 3.5.
  3. Verzoekers percelen (op de afbeelding hierna rood omrand) zijn volgens het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 goedgekeurde gewestplan Gentse en Kanaalzone gelegen in agrarisch waardevol gebied: X-18.073-6/27 3.5.
  4. De percelen zijn niet gelegen binnen de afbakening van het grootstedelijk gebied Gent, en zijn bijgevolg gelegen in het buitengebied. Wel maken zij (op de afbeelding hierna rood omrand) deel uit van het op 22 februari 2005 goedgekeurde gemeentelijk RUP ‘Assels-Piereput’: Verzoekers percelen worden voor een deel bestemd als ‘zone voor agrarisch gebied met ecologisch belang’ (z9): X-18.073-7/27 Voor een deel worden zijn percelen bestemd als ‘zone voor wonen en boerderijen’ (z2): 3.
  5. Op 16 maart 2017 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent het concept van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ goed. 3.
  6. Op 31 augustus 2017 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de startnota met betrekking tot het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ goed. 3.
  7. Van 18 september 2017 tot 19 november 2017 organiseert de stad Gent een raadpleging van de bevolking over de door haar college goedgekeurde start- en procesnota. Op 9 oktober 2017 wordt een informatiemoment over de start- en procesnota georganiseerd. 3.
  8. Op 28 juni 2018 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent het voorontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ en de bijgewerkte procesnota goed. 3.
  9. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Gent (hierna: de Gecoro) verleent op 3 oktober 2018 een advies over het voorontwerp van gemeentelijk RUP. 3.
  10. Op 6 december 2018 wordt de plenaire vergadering over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ georganiseerd. X-18.073-8/27 3.
  11. Op 29 september 2020 stelt de gemeenteraad van de stad Gent het ontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ voorlopig vast, waaronder ook het te dezen geviseerde deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’, waarvoor de bestemming ‘zone voor natuur’ geldt: Verzoekers percelen Ingevolge dit ontwerp-RUP wordt een deel van verzoekers gronden, gelegen in het noorden van het geviseerde deelgebied, bestemd als ‘zone voor natuur’. Meerdere (deel)percelen worden niet opgenomen in het bestemmingsgebied. Het betreft gronden die door het gemeentelijk RUP ‘Assels-Piereput’ bestemd zijn als ‘zone voor wonen en boerderijen’ (zie randnummer 3.5.3): X-18.073-9/27 3.13.
  12. Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 14 december 2020 tot en met 11 februari 2021 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ wordt georganiseerd, dient onder anderen verzoeker een bezwaarschrift in. 3.13.
  13. Verzoeker stelt in zijn bezwaarschrift weliswaar verheugd te zijn dat het merendeel van zijn gronden wordt gevrijwaard van herbestemming, maar toch bezwaar aan te tekenen tegen de herbestemming tot ‘zone voor natuur’ van zijn omliggende gronden op basis van de volgende argumentatie: “III.
  14. Bezwaar tegen de opname in het RUP voor een beperkt deel van hun eigendom De bezwaarindieners merken evenwel ook op dat een deel van hun eigendom wordt herbestemd tot een zone voor natuur. De bezwaarindieners wensen zich uitdrukkelijk te verzetten tegen de herbestemming van hun eigendom tot een zone voor natuur. De opname van het voorste terreingedeelte van de bezwaarindieners heeft geen enkele nuttige invloed voor de creatie van bijkomende natuur en/of groen: - De huiskavel van de bezwaarindieners wordt niet volledig gevrijwaard. Dit gaat in tegen een van de basisprincipes die aan de opmaak van dit RUP ten grondslag lagen. Dit werd ook zo gecommuniceerd bij de opstart van dit planproces (cf. startnota). Dit wordt – nogmaals – herbevestigd in de toelichtingsnota bij het RUP: […] De bezwaarindieners wijzen erop dat hun private woning en de aangrenzende percelen één geheel uitmaken en ook op die manier werden aangelegd. Een andere perceptie is dus onmogelijk en onlogisch. - De ingetekende herbestemming slaat niet op het volledige perceel, maar geldt slechts op een deel van het perceel. Dat is onduidelijk en zorgt gegarandeerd voor toepassingsproblemen in de toekomst. - De percelen worden momenteel reeds bestemd in het RUP ‘Assels-Piereput’ (als zone voor landbouw met een ecologisch belang). De gronden zullen dus niet bebouwd kunnen worden (in functie van louter residentiële ontwikkeling). Elke vrees in dat verband is dus onterecht. - De percelen worden momenteel ingezet voor het houden van dieren. Het terrein heeft dus reeds een groene aanblik en wordt op een natuurlijke manier onderhouden. Het RUP heeft geen enkele (praktische) meerwaarde. Impressie bestaande toestand (GoogleStreetview) X-18.073-10/27 - Het terreindeel rechts van de oprijlaan wordt in de biologische waarderingskaart (BWK) niet gekarteerd. Het terreindeel links van de oprijlaan kent slechts een minder waardevolle aanduiding. Uittreksel BWK (www.geopunt.be) De natuurwaarden op het terrein – voor zover zij er al zouden zijn – zijn derhalve niet van die aard dat zij een bescherming als ruimtelijk kwetsbaar gebied behoeven. - De percelen worden ook niet onteigend en/of verworven door de stad Gent (of haar partners). De minwaarde en negatieve impact die voortvloeit uit de herbestemming wordt dus integraal afgewenteld op de (private) bezwaarindieners. De bezwaarindieners wensen de zone voor natuur geschrapt te zien voor hun eigendom. IV. Besluit De bezwaarindieners zijn verheugd om vast te stellen dat het merendeel van hun gronden worden gevrijwaard van herbestemming door dit ontwerp-RUP. De bezwaarindieners verzetten zich wel principieel tegen de herbestemming van een deel van hun eigendom tot zone voor natuur. De herbestemming van een dergelijk beperkt deel van hun eigendom heeft geen enkele toegevoegde waarde voor de natuur en gaat in tegen de intekening volgens de perceelsgrenzen. Bovendien worden de gronden momenteel reeds ‘beschermd’ door de inkleuring als zone voor landbouw met ecologisch belang door het gemeentelijk RUP ‘Assels-Piereput’. Het huidige gebruik zorgt reeds voor een voldoende bescherming van het X-18.073-11/27 groene karakter van de onmiddellijke omgeving. Een intekening als ruimtelijk kwetsbaar gebied biedt hiervoor geen enkele meerwaarde en zorgt enkel voor bijkomende belemmeringen en een vermindering van het gebruiksnut en -comfort van de bezwaarindieners. De bezwaarindieners vragen dan ook om hun eigendom uit de perimeter van het RUP Groen te sluiten en de huidige bestemmingsvoorschriften te behouden. De bezwaarindieners wensen op de hoogte gehouden te worden van het gevolg dat aan dit bezwaarschrift zal worden gegeven.” 3.
  15. Met een mailbericht van de Gecoro van 12 februari 2021 bevestigt deze commissie “de goede ontvangst van [verzoekers] bezwaar in het kader van het openbaar onderzoek over het ontwerp-RUP
(169)Groen en de bijhorende onteigeningsplannen”, en stelt zij dat de Gecoro “alle bezwaarschriften [zal] bundelen, en hierover binnen de wettelijk vastgelegde termijn advies [zal] uitbrengen aan de gemeenteraad”. 3.
  1. In zitting van 10 mei 2021 verleent de Gecoro een advies. Verzoekers bezwaarschrift wordt er niet in opgenomen. 3.
  2. Met het bestreden besluit van 28 september 2021 stelt de gemeenteraad van de stad Gent het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP definitief vast. In de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ wordt de volgende grafische weergave van de verschillende deelgebieden gegeven. Het geviseerde deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’ wordt in blauw omringd: X-18.073-12/27 3.17.
  3. Het grafische plan van het deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’ is het volgende: X-18.073-13/27 3.17.
  4. De bijzondere stedenbouwkundige voorschriften van ‘zone voor natuur’ van het deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’ bepalen: “Het algemeen stedenbouwkundig voorschrift ‘zone voor natuur’ is van toepassing, aangevuld met onderstaande specifieke voorschriften. Nieuwe fietspaden zijn niet toegelaten. Er moet een nieuw wandelpad aangelegd worden tussen de Pontstraat en de Oude Leie. Alle nieuwe paden zijn onverhard. Kleinschalige infrastructuur in functie van het bestaande veer tussen de Pontstraat en Afsneedorp is toegelaten, voor zover de natuurwaarden niet worden geschonden. De aanleg van pleinen of overdekte schuilruimtes is niet toegelaten.” Het algemeen stedenbouwkundig voorschrift ‘zone voor natuur’ luidt: “ ruimtelijke opties (niet verordenend) stedenboukundige voorschriften (verordenend) Bestemming De zones voor natuur hebben een belangrijke Deze zonde is bestemd voor instandhouding, het rol binnen het ecologisch systeem. De herstel en de ontwikkeling van natuur. natuurgebieden, zowel klein- als grootschalig, zijn belangrijk als groene long in het bebouwd weefsel of als stapstenen tussen de grotere aaneengesloten natuurgebieden. De zone voor natuur is bestemd om bestaande natuur te behouden en nieuwe natuur- en bosontwikkeling mogelijk te maken. De biologische waarde van het natuurgebied moet behouden blijven en versterkt worden. X-18.073-14/27 Educatief en recreatief medegebruik zijn Educatief en recreatief medegebruik zijn ondergeschikte functies in natuurgebied. Dit ondergeschikte functies. is bijvoorbeeld wandelen, rustig fietsen, spelen, picknicken, rusten, vogels/dieren kijken, enzovoort. Dit kan enkel voor zover dit geen hinder (impact) heeft op het natuurgebied. Inrichting en Binnen de zone voor natuur wordt expliciet Alle werken, handelingen en wijzigingen die nodig beheer gekozen om de ecologische waarde van het of nuttig zijn voor de ontwikkeling, de gebied te laten primeren. Het natuurlijk instandhouding en het herstel van de natuur, het karakter moet beschermd en versterkt natuurlijk milieu, bos en van de landschapswaarden worden. Nieuwe beplanting is steeds inheems zijn toegelaten. en bij voorkeur gebiedseigen. Nieuwe beplanting (bomen, heesters heggen en hagen) bestaat steeds uit inheemse soorten, tenzij anders vermeld wordt in een goedgekeurd beheerplan. Mogelijkheden voor het oprichten van Enkel de noodzakelijke constructies in functie van constructies zijn beperkt aangezien de natuurbeheer of het functioneren van het gebied als natuurfunctie kwetsbaar is en de impact ervan publiek toegankelijk natuurgebied zijn toegelaten, dus groot kan zijn. Enkel constructies in voor zover de ruimtelijke ecologische draagkracht functie van natuurbeheer of in functie van het van het gebied niet wordt overschreden. Het gaat functioneren als publiek toegankelijk om constructies met een beperkte omvang. natuurgebied zijn toegelaten. Tot constructies Ondergrondse constructies zijn niet toegelaten. in functie van het natuurbeheer worden Afsluitingen zijn beperkt tot een paal en gerekend: schuilplaats, bergplaats voor draad-constructie, zijn voldoende open en hebben materiaal, enz. Tot constructies in functie van een maximale hoogte van 2m. een publiek toegankelijk natuurgebied worden alle elementen die een educatieve of recreatieve functie vervullen meegerekend: zitbanken, vuilnisbakken, toegangspoortjes, wegwijzers, infoborden, knuppelpaden, kleinschalige brugjes, vogelkijkhutten, afsluitingen, enz. De natuurgebieden zijn waar mogelijk Alle paden voor voetgangers of beheersvoertuigen toegankelijk en doorwaadbaar voor zover dit zijn onverhard. Verharding is enkel toegelaten voor de ecologische waarde van het gebied niet functionele fietspaden die kaderen binnen een aantast. Daarom dienen verhardingen tot een fietsroutenetwerk. De breedte van de fietspaden minimum beperkt te blijven. Wegenis of dient beperkt te blijven tot 3m. (half)verharding ifv hulpdiensten, is, omwille van zijn negatieve impact op het groenbestand, niet toegelaten. De breedte van de paden dient aangepast aan de situatie ter plaatse, maar bedraagt maximaal 3 meter. Bestaande openbare wegenis kan evenwel Bestaande openbare wegenis kan behouden behouden blijven en heraangelegd worden. blijven. Herstel en heraanleg is mogelijk. Reliëfwijzigingen worden beperkt tot deze Reliëfwijzingen zijn enkel toegelaten in het kader noodzakelijk in functie van natuurbeheer of van een goedgekeurd beheersplan. landschapsbeheer. Alle waterbeheersingswerken moeten voldoen aan de technieken van natuur-technische milieubouw. ” 3.17.3 De bestemming ‘zone voor natuur’ van het deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’ wordt in de toelichtingsnota erbij als volgt gemotiveerd: “
  5. motivatie wijziging en gewenste bestemming Het deelgebied is een belangrijk onderdeel van de Leievallei en is een onderdeel van een cluster natuur- en meersengebieden. De ruimtelijke opties zoals bedoeld in het RUP Assels/Piereput kunnen blijvend ondersteund worden. Er wordt echter vastgesteld dat het gebied steeds meer aangesneden wordt in functie van private paardenpistes en X-18.073-15/27 hobbylandbouw. Hierdoor nemen zowel de landschappelijke kwaliteiten, de natuurwaarden en de belevingswaarde van het gebied snel af. Door de opname van het deelgebied in het RUP Groen wordt echter expliciet gekozen om het gebied een natuurbestemming te geven en zo mogelijkheden te creëren in functie van nieuwe natuurontwikkeling. De herbestemming van het deelgebied Assels heeft dan ook de bedoeling om het gebied te vrijwaren van verdere aantasting en privatisering en in kader van verdere natuurontwikkeling en het verhogen van de aanwezige natuurkwaliteiten. Dit betekent ook dat op die manier de uitbreiding van het aanpalende erkend natuurreservaat ‘Gentse Leievallei’ mogelijk wordt. Om de structurerende onderdelen van de gewenste groenstructuur te beschermen en kansen te geven om uit te groeien tot waardevolle natuur, wordt dit gebied expliciet herbestemd naar ‘zone voor natuur’. De private woningen en hieraan gekoppelde tuinen kunnen hun bestaande bestemming behouden. Het is niet de bedoeling om deze woningen in een ruimtelijk kwetsbare zone onder te brengen, waardoor hun basisrechten zoals opgenomen in de VCRO beperkt zouden worden. Voor de twee woningen gelegen op de Leieoever, momenteel gelegen in een zone voor valleigebied, wordt een strook van 50 m ten opzichte van de straatzijde niet opgenomen in het RUP Groen. De delen van de tuin gelegen achter deze 50 m-zone, worden echter wel herbestemd in voorliggend RUP Groen. Dit heeft de bedoeling om tuinconstructies e.d. tot diep in de open ruimte te beperken. In kader van een gewenst nieuw wandelpad […] en het aanwezige veer, zijn bijzondere voorschriften van toepassing.” 3.
  6. In een mailbericht van 9 december 2021 van de stad Gent aan verzoeker stelt de stad dat “[w]e […] in het Gecoro-advies niets terug[vinden] over [verzoekers] bezwaarschrift”. In een mailbericht van 10 december 2021 van de stad Gent aan verzoeker, stelt de stad dat “[e]r […] inderdaad [kan] geconcludeerd worden dat het bezwaarschrift niet behandeld is”. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 4.
  7. Verzoeker stelt eigenaar en bewoner te zijn van het eigendom, gelegen aan de Pontstraat 7 en 7a te Drongen, zijnde een voormalige hoevewoning met verschillende bijgebouwen en omliggende gronden. Hij voert aan met de herbestemming van een deel van zijn gronden geraakt te worden in zijn eigendomsrechten, en dat hij daartegen een bezwaar heeft ingediend dat evenwel niet werd beantwoord. Zijn gronden zullen een waardevermindering ondergaan en X-18.073-16/27 het nuttig gebruik dat hij ervan kan maken wordt ernstig gehypothekeerd. Verzoeker heeft een voldoende en rechtmatig belang om er voor te zorgen dat zijn rechten optimaal gevrijwaard blijven. 4.
  8. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord tegen dat verzoeker weliswaar stelt eigendomsrechten te hebben op de percelen maar dat hij daarvan niet het bewijs levert. Hij maakt ook niet aannemelijk dat zijn eigendom een waardevermindering zou ondergaan. De bebouwde percelen vallen buiten het bestreden gemeentelijk RUP. Verzoeker voert geen enkele landbouwactiviteit uit op de percelen. De nieuwe bestemming beïnvloedt de waarde van de bebouwde percelen juist positief. De gronden die deel uitmaken van het plangebied zijn in werkelijkheid geen tuin, maar grasland. Het loutere gegeven dat de “(voormalige) hoevewoning” is opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed, verantwoordt verzoekers belang niet, nu deze zuiver residentiële woning niet binnen het beheersingsgebied van het bestreden gemeentelijk RUP ligt. Het gewestplan is inmiddels opgeheven en het gemeentelijk RUP ‘Assels-Piereput’ bevat een tweedelig bestemmingsregime dat door het bestreden gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ wordt gehandhaafd. Waar verzoeker voorhoudt dat het “nuttige gebruik” van zijn percelen ernstig wordt gehypothekeerd, steunt zijn stelling op een onjuist uitgangspunt. Verzoeker heeft verder, bij de raadpleging van de bevolking over de start- en procesnota tussen 18 september 2017 en 19 november 2017, geen inspraakreactie ingediend. Voorts werpt de verwerende partij tegen dat hoe dan ook verzoekers belang bij een vernietiging beperkt is tot het deelgebied ‘700 - Drongen-Assels’ van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. 4.
  9. In haar memorie van wederantwoord stelt verzoeker zich naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen, wat de vraag van de verwerende partij tot partiële vernietiging van het bestreden gemeentelijk RUP betreft. X-18.073-17/27 Beoordeling 5.
  10. Verzoeker brengt met zijn laatste memorie het bewijs bij eigenaar te zijn van percelen, gelegen in het deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’ van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie zich ter zake naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen. De voormelde hoedanigheid van eigenaar doet in beginsel blijken van het rechtens vereiste belang bij het beroep. Het onder randnummer 4.2 vermelde betoog van de verwerende partij toont niet aan dat te dezen anders zou moeten geoordeeld worden. 5.
  11. Het betoog van de verwerende partij dat verzoeker enkel een belang heeft bij zijn beroep in zoverre de nietigverklaring wordt gevraagd van het deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’, wordt door verzoeker niet betwist. 5.
  12. De excepties van de verwerende partij zijn enkel gegrond in de hiervoor onder randnummer 5.2 aangegeven mate. VI. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 6.
  13. Verzoeker neemt een enig middel uit de schending van artikel 2.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), alsook uit de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, “meer in het bijzonder” het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en materiëlemotiveringsbeginsel. Hij bekritiseert dat uit het advies van de Gecoro en het bestreden besluit op geen enkele manier blijkt op welke manier met zijn bezwaar werd omgegaan. Na navraag door hem heeft de stad Gent ook expliciet bevestigd dat zijn bezwaar niet werd behandeld. Nochtans heeft de verwerende partij de verplichting om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van het bestreden besluit en dient zij ervoor te zorgen dat de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk onderzocht en afgewogen worden, zodat zij met kennis van X-18.073-18/27 zaken kan beslissen. De weerlegging van de bezwaren moet expliciet en afdoende blijken uit de motieven van het bestreden besluit, of toch minstens uit het advies van de Gecoro en/of het administratief dossier, zodat kan worden nagegaan of de plannende overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. In casu rustte op de plannende overheid een verzwaarde motiveringsplicht, rekening houdend met verzoekers uitdrukkelijke bezwaren en opmerkingen. De verwerende partij kan niet nuttig verwijzen naar de algemene uitgangspunten van het bestreden gemeentelijk RUP of naar een naderhand aangevoerde motivering. De Gecoro, en nadien de verwerende partij, hebben “totaal abstractie” gemaakt van verzoekers bezwaar, er is “ook geen enkele algemene premisse die kan worden aangewend om aan te tonen dat de herbestemming van [zijn] gronden gerechtvaardigd zou zijn, ondanks [zijn] uitdrukkelijke bezwaar”. De specifieke situatie noopte tot een inhoudelijke in concreto-beoordeling, en die is er niet. 6.2.
  14. De verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord de ontvankelijkheid van het middel. Zij meent dat verzoeker niet aan zijn stelplicht voldoet. Het middel bevat “geen begrijpelijke rechtskritiek” in zoverre een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt aangevoerd. Verzoeker beroept zich op de schending van artikel 2.2.21 VCRO in zijn geheel, zonder specifieke verwijzing naar de §§ 5 en 6 ervan. Verzoeker betrekt zijn bezwaren niet concreet bij het middel en geeft niet aan in welke mate de overwegingen uit het advies van de Gecoro geen afdoende antwoord zouden kunnen zijn. 6.2.
  15. Ten gronde stelt de verwerende partij in haar memorie van antwoord dat, hoewel verzoekers bezwaren niet individueel beantwoord werden door de Gecoro, in de stukken van het dossier wel degelijk een antwoord gevonden kan worden op die bezwaren. Zij voert vooreerst aan dat een antwoord gevonden kan worden op verzoekers bezwaar dat “[h]et RUP geen enkele nuttige invloed op de creatie van natuur en/of groen” heeft en dat de herbestemming geen enkele praktische X-18.073-19/27 meerwaarde heeft. Zo blijken uit de toelichtingsnota bij het kwestieuze deelgebied de motieven van de afbakening van dit deelgebied. Bovendien uit verzoeker opportuniteitskritiek. De verwerende partij citeert uitvoerig uit verschillende afwegingen, opgenomen in het bestreden gemeentelijk RUP, te weten de afweging dat een behoud van de landbouwbestemming niet aangewezen is, de afweging dat het gemeentelijk RUP ‘Assels - Piereput’ niet gehandhaafd wordt, de afweging dat de vrijwaring en uitbouw van de Leievallei een ordeningsprincipe vormen, de afweging dat de groene klimaatassen versterkt moeten worden, de afweging dat Natuurpunt een actief aankoopbeleid voert in functie van de uitbreiding van het omringende natuurreservaat. Zij besluit dat deze niet bekritiseerde afwegingen ten grondslag liggen van de geformuleerde “motivatie wijziging en gewenste bestemming”, waaruit een afweging conform artikel 1.1.4 VCRO blijkt. De verwerende partij wijst ook op de dubbele doelstelling van het bestreden gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’, zoals verwoord in de toelichtingsnota, te weten, enerzijds, de bestaande waardevolle natuur een groene bestemming geven en, anderzijds, natuurontwikkeling stimuleren door een groene bestemming. Zij benadrukt dat van bij de aanvang de doelstelling bestaat om het deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’ te herbestemmen naar een gepaste groene bestemming. Het zijn dus niet de aanwezige groene kwaliteiten die de opname verantwoorden, maar wel de potenties die het deelgebied ‘700 - Drongen – Assels’ heeft op het vlak van de ontwikkeling van groenstructuur. De verwerende partij verwijst vervolgens nog naar de motieven omtrent de ruimtelijke context, namelijk gelegen in de Leievallei aansluitend op het erkend natuurreservaat en de andere natuurgebieden in de omgeving. Zij besluit dat verzoeker niet, minstens niet voldoende, oog heeft voor de toelichtingsnota bij het betrokken deelgebied. Verder benadrukt zij dat, zoals uit de toelichtingsnota bij het kwestieuze deelplan blijkt, de herbestemming ook steun vindt in de structuurplanning, waarna de verwerende partij uitvoerig citeert uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (hierna: RSV) met betrekking tot het buitengebied, het provinciaal ruimtelijk structuurplan Oost-Vlaanderen (hierna: PRS), het GRS en het gemeentelijk groenstructuurplan van de stad Gent. De nadruk ligt op het vrijwaren van natuur, de ontwikkeling ervan en het tegengaan van verdere versnippering, om te besluiten dat het bestreden gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ beoogt dit te X-18.073-20/27 realiseren in de Leievallei. De verwerende partij herhaalt dat de plannende overheid ter zake een niet door verzoeker bekritiseerde afweging maakte in de zin van artikel 1.1.4 VCRO. Zij besluit dat het kwestieuze deelplan Assels perfect aansluit bij de structuur- en beleidsplannen, dat de planologische keuze derhalve grondig gemotiveerd werd en dat die in de globale beoordeling door de Gecoro ook wordt bijgevallen. Vervolgens gaat de verwerende partij in op verzoekers bezwaar tegen de afsplitsing van zijn gronden van de huiskavel. Zij noemt dit bezwaar inconsistent, nu verzoeker er in zijn bezwaarschrift ook heeft op gewezen verheugd te zijn dat zijn eigendom nagenoeg integraal gevrijwaard is gebleven. Zij meent ook dat een antwoord van de Gecoro op het bezwaar van een andere bezwaarindiener opgaat voor verzoekers bezwaar. De Gecoro heeft voorts uitdrukkelijk standpunt ingenomen over het feit dat de woningen uit het bestemmingsgebied van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ zijn gehouden. Tevens verliest verzoeker uit het oog dat haar percelen door het gemeentelijk RUP ‘Assels - Piereput’ reeds aan twee onderscheiden bestemmingen zijn onderworpen. De verwerende partij betoogt verder dat een vergelijkbaar bezwaar in verband met het niet samenvallen van een herbestemming met de perceelsgrenzen weerlegd is geworden door de Gecoro. Dit antwoord gaat ook op als weerlegging van verzoekers bezwaar. Ook wat betreft verzoekers bezwaar met betrekking tot de aanwezigheid van dieren, het bezwaar dat een perceel op de biologische waarderingskaart niet als biologisch (zeer) waardevol is aangeduid geworden, en de kritiek op de minwaarde van haar percelen, heeft de Gecoro op vergelijkbare bezwaren geantwoord. 6.
  16. Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord dat het advies van de Gecoro moest worden opgevraagd in het kader van de openbaarheid van bestuur, waarna het werd vrijgegeven, maar dan wel “voor grote delen geanonimiseerd”. Zijn bezwaar kreeg weliswaar het nummer 870, maar meer is er met het bezwaar niet gebeurd. In weerwil van wat de verwerende partij wil laten geloven, werd het bezwaar niet inhoudelijk behandeld en werd er geen standpunt over ingenomen. Elk ander bezwaar kreeg naast een nummer, ook een samenvatting van het bezwaar en een weergave van de manier hoe ermee wordt X-18.073-21/27 omgegaan. Voor verzoekers bezwaar 870 gebeurde dat niet. Van hem kon niet verwacht worden dat hij in een 200 pagina’s tellend advies gaat speuren naar een mogelijk passende verklaring voor de weerlegging van zijn bezwaar. De argumentatie in de memorie van antwoord van de verwerende partij, waarin zij punt na punt ingaat op zijn bezwaren, is manifest laattijdig. Het betoog van de verwerende partij is ook weinig overtuigend. Zo kan niet zomaar verwezen worden naar de behandeling van een bezwaar van een bezwaarindiener in een ander deelplan van het bestreden gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. Beoordeling 7.1.
  17. Het middel geeft, anders dan de verwerende partij het stelt, niet alleen aan welke bepalingen verzoeker geschonden acht, het geeft ook een voldoende uiteenzetting van de wijze waarop de aangevoerde rechtsregels door de bestreden beslissing volgens hem worden miskend. Het betoog van de verwerende partij dat het middel “geen begrijpelijke rechtskritiek” bevat in zoverre een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt aangevoerd, kan geen bijval vinden. De kritiek van de verwerende partij dat verzoeker zich beroept op de schending van artikel 2.2.21 VCRO in zijn geheel, zonder specifieke verwijzing naar de §§ 5 en 6 ervan, maakt het middel nog niet onontvankelijk. Bij de bespreking van het middel verwijst verzoeker overigens wel degelijk expliciet naar § 5 van voormeld artikel. 7.1.
  18. Waar de verwerende partij aanvoert dat verzoeker tekortkomt bij de uiteenzetting van het middel door zijn bezwaren niet concreet bij het middel te betrekken, en door niet aan te geven in welke mate overwegingen uit het advies van de Gecoro geen afdoende antwoord kunnen zijn, dient vastgesteld te worden dat verzoekers bezwaarschrift door de Gecoro niet beantwoord is geworden, wat nadien in twee mailberichten van de stad Gent is bevestigd geworden. In een mailbericht van 9 december 2021 van de stad Gent aan verzoeker stelt de stad dat “[w]e […] in het Gecoro-advies niets terug[vinden] over [verzoekers] bezwaarschrift”. In een mailbericht van 10 december 2021 van de stad Gent aan verzoeker, heet het dat “[e]r […] inderdaad [kan] geconcludeerd worden dat het bezwaarschrift niet behandeld is” (zie randnummer 3.18). Vooreerst kan in de X-18.073-22/27 voormelde omstandigheden verzoeker bezwaarlijk verweten worden dat hij in het 182 pagina’s tellende advies van de Gecoro niet op zoek zou zijn gegaan naar overwegingen die eventueel toch op zijn situatie betrekking zouden kunnen hebben. Het betoog van de verwerende partij dat aan het mailbericht van de stad Gent van 10 december 2021 “[g]een inhoudelijk onderzoek […] te pas gekomen is”, doet niet anders besluiten. Verder kon verzoeker, zoals hierna zal blijken, in het advies van de Gecoro hoe dan ook geen afdoende antwoord op zijn bezwaarschrift vinden. 7.1.
  19. De verwerende partij blijkt voorts het aangevoerde middel wel degelijk goed begrepen te hebben. Zij heeft er een uitvoerig verweer tegen gevoerd. 7.1.
  20. De ontvankelijkheidsexceptie is ongegrond. 7.
  21. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. Indien een bezwaarindiener op zijn bezwaar geen rechtstreeks antwoord krijgt, moet hij dit antwoord kunnen vinden in een stellingname die begrijpelijk op het bezwaar van toepassing is. Zoals overwogen in ’s Raads arrest nr. 229.050 van 4 november 2014, is de opdracht die de Gecoro ten aanzien van het ontwerp-RUP moet vervullen, fundamenteel. De Gecoro heeft immers als opdracht de beslissende overheid ten gronde te informeren door onder andere de ingediende bezwaren te bespreken. Het recht om bezwaar in te dienen brengt de verplichting mee voor de betrokken overheid, te dezen in eerste instantie de Gecoro, de bezwaren te onderzoeken en te beantwoorden. X-18.073-23/27 7.
  22. Verzoekers bezwaren zijn samengevat de volgende (zie randnummer 3.13.2): - De private woning van verzoeker en de omliggende gronden maken één geheel uit. Ingaand tegen één van de basisprincipes van het bestreden gemeentelijk RUP wordt de huiskavel niet volledig gevrijwaard. - De ingetekende herbestemming slaat niet op het volledige perceel. Dat is onduidelijk en zorgt gegarandeerd voor toepassingsproblemen in de toekomst. - De gronden kunnen volgens het gemeentelijk RUP ‘Assels-Piereput’ niet bebouwd worden. Elke vrees in dat verband is dus onterecht. - De percelen worden momenteel ingezet voor het houden van dieren. Het terrein heeft dus reeds een groene aanblik en wordt op een natuurlijke wijze onderhouden. Het bestreden gemeentelijk RUP heeft geen enkele (praktische) meerwaarde. - De natuurwaarden op het terrein zijn niet van aard dat zij een bescherming als ruimtelijk kwetsbaar gebied behoeven. - De percelen worden niet onteigend en/of verworven door de stad. De minwaarde en negatieve impact wordt dus integraal afgewenteld op de (private) bezwaarindieners. 7.
  23. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het bezwaarschrift van verzoeker van 10 februari 2021 noch door de Gecoro noch door de verwerende partij behandeld is geworden. Met verzoeker wordt vastgesteld dat zijn bezwaarschrift weliswaar het nummer 870 heeft gekregen, maar dat er met dat bezwaarschrift verder niets blijkt te zijn gebeurd. Elk bezwaarschrift kreeg naast een nummer, ook een samenvatting van het bezwaar en een weergave van de manier hoe ermee wordt omgegaan. Zo evenwel niet voor verzoekers bezwaarschrift. 7.
  24. Waar het weliswaar kan volstaan dat verzoeker een antwoord op zijn bezwaren kan vinden in een stellingname die begrijpelijk op zijn bezwaar van toepassing is, overtuigt de verwerende partij er niet van dat dit voor verzoekers bezwaren het geval zou zijn. X-18.073-24/27 De verwijzingen in de memorie van antwoord van de verwerende partij naar passages uit het advies van 10 mei 2021 van de Gecoro, de algemene toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’, de toelichting bij het deelgebied ‘700 Drongen - Assels’, de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 10 juni 2016 tot goedkeuring van een lijst met deelgebieden, het GRS, het PRS, het RSV, en het “gemeentelijk groenstructuurplan” doen er veeleer van blijken dat de verwerende partij a posteriori een antwoord heeft samengesteld, dan dat er een aanwijsbare stellingname zou voorhanden zijn, die begrijpelijk op verzoekers bezwaren van toepassing is. Verweersters verwijzing naar antwoorden van de Gecoro op bezwaren van andere bezwaarindieners, kan evenmin overtuigen. Waar bijvoorbeeld de verwerende partij verwijst naar het antwoord van de Gecoro op het bezwaar 868 – “ingediend door een andere omwonende die door dezelfde raadsman wordt bijgestaan” – dat de herbestemming van een perceel moet samenvallen met de perceelsgrenzen, maakt zij niet aannemelijk dat dit antwoord zomaar op verzoekers concrete situatie kan worden toegepast. De Gecoro merkt in haar antwoord op bezwaar 868 overigens op dat “deze afbakening [eventueel] duidelijker [kan] omschreven worden in de toelichtingsnota”. Verzoeker overtuigt ervan dat zijn situatie specifiek is en dat meerdere van zijn bezwaren tot een eigen beoordeling noopten. Zo bijvoorbeeld wat het bezwaar betreft dat zijn percelen momenteel worden ingezet voor het houden van dieren, dat zijn terrein reeds een groene aanblik heeft en op een natuurlijke wijze wordt onderhouden, en dat het bestreden gemeentelijk RUP dan ook geen enkele (praktische) meerwaarde heeft. 7.
  25. Het besluit is dat de plannende overheid niet alle aspecten van het dossier deugdelijk heeft geïnventariseerd en gecontroleerd, teneinde met kennis van zaken te kunnen beslissen, en dat zij aan haar verplichting tekortgekomen is om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken. 7.
  26. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. X-18.073-25/27 X-18.073-26/27 BESLISSING
  27. De Raad van State vernietigt de beslissing van de gemeenteraad van de stad Gent van 28 september 2021 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’, in zoverre deze beslissing het deelgebied ‘700 - Drongen - Assels’ betreft. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  28. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het deels vernietigde besluit.
  29. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, op een bijdrage van 22 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.073-27/27 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.086 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.