← België

Arrest 258087 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 01/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.087 Rolnummer: A. 239928/XIV-39263 Zaak: Arrest 258087 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 01/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-07 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-10 16:53 Fiche Arrest nr 258.087 van 1 december 2023 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 258.087 van 1 december 2023 in de zaak A. 239.928/XIV-39.263 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Exelmans kantoor houdend te 3290 Diest Schellekensberg 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken woonplaats kiezend bij de Federale Politie DGR/Legal/CTX gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 14 augustus 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 13 juni 2023 van de Commissie van beroep voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten, tot het bevestigen van de beslissing genomen door de CGPP op 11 april 2023 tot tijdelijke ongeschiktheid van 24 maanden voor de dienst vanaf 1 mei 2023”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XIV-39.263-1/8 Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 november
  3. Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht. Advocaat Iris Exelmans, die verschijnt voor verzoeker, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker was inspecteur van politie bij de lokalepolitiezone Antwerpen

(5345). 3.
  1. Op 4 juli 2018 wordt verzoeker slachtoffer van een arbeids- ongeval: tijdens een achtervolging van twee daders komt hij enkele keren ten val. 3.
  2. Op 16 augustus 2019 valt verzoeker bij hem thuis van de trap. Pas de avond van de volgende dag wordt hij gevonden door een familielid. Vanaf dat ogenblik is verzoeker verlamd vanaf de tepellijn en volledig rolstoel- afhankelijk. Voor dit ongeval wordt er geen aangifte van arbeidsongeval ingediend. XIV-39.263-2/8 3.
  3. Betreffende het arbeidsongeval van 4 juli 2018 beslist Medex op 2 december 2019 onder meer tot consolidatie van de letsels op 25 september 2018 en tot een globale blijvende arbeidsongeschiktheid van 0%. Verzoeker betwist deze conclusies voor de arbeidsrechtbank te Antwerpen en voert aan dat de valpartij van 16 augustus 2019 en de gevolgen ervan voortvloeien uit de blijvende letsels als gevolg van het arbeidsongeval van 4 juli
  4. De arbeidsrechtbank heeft een gerechtsdeskundige aangesteld die zijn verslag in principe moet neerleggen op 29 februari
  5. 3.
  6. Verzoeker is in disponibiliteit wegens ziekte sinds 16 oktober
  7. 3.
  8. Op 11 april 2023 beslist de commissie voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten (CGPP) dat verzoeker tijdelijk ongeschikt is voor de dienst voor een periode van 24 maanden vanaf 1 mei
  9. 3.
  10. Op 24 april 2023 dient verzoeker tegen deze beslissing een beroep in bij de commissie van beroep voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten (CBGPP). 3.
  11. De CBGPP “bevestigt” op 13 juni 2023 de beslissing van de CGPP van 11 april
  12. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  13. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. XIV-39.263-3/8 V. Schorsingsvoorwaarden
  14. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting in het verzoekschrift
  15. In het verzoekschrift zet verzoeker uiteen dat de bestreden beslissing een enorme impact heeft op zijn financiële toestand. Hij verliest een deel van zijn maandelijks inkomen, maar kan dit niet op een andere manier compenseren gelet op zijn medische toestand. Hij wordt geconfronteerd met enorme kosten, onder meer voor sondevoeding (gemiddeld 500 tot 600 euro per maand), de verblijfskost voor de instelling waar hij overdag verblijft (1000 euro per maand) en de aflossing van de hypothecaire lening, de renovatielening en de lening voor aanpassingswerken aan zijn woning (1500 euro per maand). Daarnaast zijn er de gebruikelijke vaste kosten en de kosten van levensonderhoud van zijn zoon van 11 jaar. Verzoeker kan geen 24 maanden overbruggen, noch de procedure voor de arbeidsrechtbank afwachten om vervolgens een procedure tot herziening in te dienen. Hij valt gedurende 24 maanden terug op slechts 60 % van zijn netto wedde en er zullen enorme schulden ontstaan “die hij niet meer zal kunnen regulariseren, en die groter zullen zijn dan het bedrag dat hij mogelijk van de overheid zal ontvangen nadat de overheid tot regularisatie zal moeten overgaan”. Dit heeft een enorme impact op verzoeker en zijn gezin. XIV-39.263-4/8 Beoordeling
  16. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
  17. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. XIV-39.263-5/8 Tot slot moet een schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing ook een nuttig effect hebben. Ze dient verzoeker te behoeden van de gevreesde schade.
  18. Verzoeker meent dat er sprake is van spoedeisendheid gelet op de enorme impact van de bestreden beslissing op zijn financiële toestand. Hij beroept zich aldus op een financieel nadeel. Hoewel het zich laat verstaan dat de bestreden beslissing voor verzoeker ingrijpende gevolgen heeft op financieel vlak en dat het herleiden van zijn (maandelijks) beroepsinkomen tot 60% van zijn vroegere netto wedde op een wezenlijke wijze zijn levensstandaard aantast, dan nog is vereist dat verzoeker, wil hij spoedeisendheid verantwoorden, concreet aantoont aan de hand van verifieerbare gegevens en stavingstukken dat de gebeurlijke nietigverklaring onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of de belangen van verzoeker veilig te stellen. Een financieel nadeel verantwoordt immers in de regel niet de spoedeisendheid, tenzij verzoeker concreet kan aantonen in een zodanige penurie te zitten dat hij de normale afloop van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten, bewijs dat zoals hierna zal blijken door verzoeker niet wordt geleverd. Ter staving van zijn standpunt legt verzoeker een aantal betalingsbewijzen voor over de periode van 29 juni 2023 tot 31 juli
  19. Uit deze stukken blijkt dat verzoeker een aantal vaste kosten moet betalen, alsook een reeks kosten verbonden aan zijn medische toestand (verblijf in instelling, sondevoeding). Deze stukken volstaan evenwel niet om de spoedeisendheid aan te tonen. Het komt verzoeker toe, wanneer hij zich zoals te dezen, beroept op het feit dat hij geen 24 maanden kan overbruggen en het feit dat zijn wedde “nauwelijks of maar net alle kosten” dekt, om door middel van geloofwaardige stukken, een globaal en, zodoende, betrouwbaar inzicht te geven in zijn bestaande financiële toestand, zodat de Raad van State met kennis van zaken dit kan XIV-39.263-6/8 beoordelen. Hij mag zich derhalve niet beperken tot het enkel overleggen van stukken die zijn vaste kosten staven, zonder hierbij enig inzicht te verlenen in de financiële impact van de bestreden beslissing, namelijk het verschil tussen de wedde die verzoeker ontving voor de bestreden beslissing en het tijdelijk pensioen dat verzoeker nu ontvangt, en zonder enige informatie te verschaffen over eventuele andere gezinsinkomsten of spaargelden. Verzoeker verzuimt ter zake enig inzicht te geven in het gezinsinkomen en zijn financiële reserves op het tijdstip van de bestreden beslissing, alsook een volledig overzicht van de kosten verbonden aan het levensonderhoud, de recurrente en andere kosten op korte termijn enzovoort, en dus, op een wijze die de Raad van State zou toelaten een getrouw beeld te krijgen van de financiële penurie die hij claimt. De (weinige) stukken die verzoeker wel bijbrengt, tonen niet aan dat hij door de bestreden beslissing in een dermate precaire financiële situatie terechtkomt dat een menswaardig bestaan in het gedrang komt of dat de omvang van het door hem ingeroepen nadeel een zodanige impact heeft op zijn levensstandaard, dat hij de duur die de annulatieprocedure in beslag neemt, niet zal kunnen dragen en die zou verantwoorden dat zijn vordering bij voorrang dient te worden behandeld. Ter terechtzitting voert verzoeker onder meer aan dat de spoedeisendheid als het ware uit de impact van de bestreden beslissing zelf volgt en dat, gelet op zijn zware medische kosten, de spoedeisendheid logisch is. Dit doet geen afbreuk aan wat hiervoor is gesteld. Hoe evident de financiële spoedeisendheid voor verzoeker ook moge zijn, dit ontslaat hem niet van de plicht om de Raad van State volledig en duidelijk in te lichten over zijn financiële situatie, opdat de Raad van State de voorwaarde van de spoedeisendheid met kennis van zaken kan beoordelen.
  20. Uit wat voorafgaat, volgt dat verzoeker niet aantoont dat er sprake is van spoedeisendheid. XIV-39.263-7/8 VI. Conclusie
  21. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
  22. De Raad van State verwerpt de vordering.
  23. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Ann Coolsaet, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Ann Coolsaet XIV-39.263-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.087 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.