← België

Arrest 258098 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 01/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.098 Rolnummer: A. 235517/X-18072 Zaak: Arrest 258098 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 01/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-04 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-10 16:56 Fiche Arrest nr 258.098 van 1 december 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.098 van 1 december 2023 in de zaak A. 235.517/X-18.072 In zake : Eugène MARCHANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Blockeel kantoor houdend te 9300 Aalst Leo de Béthunelaan 46 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de stad Gent van 28 september 2021 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-18.072-1/41 Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november
  3. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jo Blockeel, die verschijnt voor verzoeker, en advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. In 2003 wordt het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) van de stad Gent goedgekeurd. In uitvoering van het GRS heeft de stad Gent op 15 februari 2012 een gemeentelijk groenstructuurplan aangenomen. Daarin wordt de in het GRS omschreven groenstructuur verfijnd en geconcretiseerd. In het groenstructuurplan wordt het “planjuridisch beschermen van bestaande groenwaarden” vooropgesteld. 3.
  6. In de schoot van het projectbureau Parkbos wordt op 20 januari 2015 de werkgroep Rijvissche opgestart, teneinde een visie voor dat gebied uit te werken. “Rijvissche” stemt overeen met wat later het zuidelijke deel van het geviseerde deelplan ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ zal worden. X-18.072-2/41 3.3.
  7. In 2016 beslist de stad Gent om een thematisch gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (gemeentelijk RUP) op te maken “om de bestaande waardevolle groenzones planologisch te beschermen”. 3.3.
  8. Op 10 juni 2016 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de motivatienota en de lijsten met deelgebieden van het voorgenomen plan goed en geeft zij opdracht aan haar dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning om de opmaakprocedure van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ te starten. De lijsten bevatten een A-lijst, bestaande uit zonevreemde groengebieden die mogelijk kunnen worden herbestemd naar een gepaste groene bestemming, en een B-lijst, dat de nieuw te ontwikkelen groengebieden bevat. Binnen de A-lijst worden nog de ‘publiek toegankelijke groengebieden’ (A1) en de ‘bestaande natuur- en bosgebieden’ (A2) onderscheiden. Het college van burgemeester en schepenen keurt de motivatienota en de lijst met deelgebieden van het voorgenomen gemeentelijk RUP goed. 3.3.
  9. Op 16 maart 2017 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent het concept goed van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. Luidens de toelichtingsnota bij dit plan is de aanleiding voor de opmaak ervan de volgende: “2.
  10. Behoud van bestaande waardevolle groenzones […] 2.
  11. Ontwikkeling van nieuwe natuur- en bosgebieden en parken De ruimtelijke visie op het groen in Gent gaat verder dan het loutere behouden van het bestaande. In het Groenstructuurplan is de gewenste groenstructuur vastgelegd en in de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is de visie op het groene ruimtenetwerk vastgelegd. Er wordt gekozen voor een kwalitatieve verbetering van de bestaande groenstructuur en een aantal nieuwe ontwikkelingen zoals bosuitbreiding, natuurontwikkeling of nieuwe parken. Veel van deze ontwikkelingen zijn echter nu niet of moeilijk mogelijk omwille van hun stedenbouwkundige bestemming. In het Groenstructuurplan is dan ook de opmaak van een thematisch RUP Groen als actie opgenomen, zodat de planologische bestemming van een aantal groengebieden in overeenstemming kan worden gebracht met de bestaande X-18.072-3/41 groenstructuur en de gewenste ruimtelijke visie op groen in Gent. Deze actie is in de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent herbevestigd. Bosuitbreiding In Gent is er nood aan bijkomend bos. Het uitgangspunt hierbij is dat het huidig waardevol bosareaal maximaal behouden moet blijven. Vooral boszones die al een langere ontwikkelingsgeschiedenis kennen zoals de loofbosbestanden in de grotere kasteelparken, historische oude boskernen of de ecologisch waardevolle bossen op natte bodems zijn niet zomaar vervangbaar. De bosstructuur moet gedragen worden door grotere aaneensluitende boscomplexen (200-300 ha) of een netwerk van kleinere boscomplexen, onderling verbonden door middel van bomenrijen, dreven, kasteelparken of andere landschappelijke structuren zoals bijvoorbeeld beekvalleien. In 2014 hadden we 951 hectare bos of een bosindex van 6,4 procent (tegenover een […] bebossingsindex van Vlaanderen = 10,8%). We streven naar een bosindex van acht procent en 1260 hectare effectief bos in 2030 (zie ook hoofdstuk 9.3.2). Dit is een toename van 310 ha bos ten opzichte van
  12. Het areaal bos in Gent

(2014)kan als volgt ingedeeld worden: - 41 % zijn jonge loofhoutaanplantingen, biologisch waardevol - 20 % is zeer waardevol oud bos, biologisch zeer waardevol - 22 % is struweel (spontaan ontstaan jong bos), biologische waardevol en zeer waardevol - 17 % zijn populieren- en naaldhoutaanplantingen, biologisch waardevol Van het bosbestand in 2014 is 30% zeer waardevol en 70% waardevol. Dat duidt vooral op het belang van oud bos, waarbij de factor tijd essentieel is. Het duidt ook op het belang van spontane ontwikkeling van bos: struweel is immers rijk aan soorten en heeft al snel een grote ecologische waarde. Tussen 1999 en 2014 was er een lichte toename van de beboste oppervlakte in Gent. Dit danken we aan aanplantingen en spontane ontwikkeling in verspreide zones in onder meer het Parkbos, de Gentbrugse Meersen, het Ter Durmenpark en het koppelingsgebied Desteldonk. Tegelijk was er in die periode wel een daling van het areaal zeer waardevol bos: er verdwijnen immers nog steeds waardevolle bossen in industriegebieden of andere harde bestemmingen, terwijl de ontwikkeling van nieuw waardevol en/of oud) bos tijd vraagt. Een voldoende variatie aan bosleeftijdsstadia, structuur- en habitatdiversiteit en voldoende oppervlakte van diverse bostypes blijft het ideale ecologische toekomstperspectief voor bossen in Gent. In de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is ervoor gekozen om de grote oppervlaktes bos te realiseren in de groenpolen, dit zijn bovenlokale projecten. In de bosclusters realiseren we vooral kleinere bossen of bossen als stapstenen als compensatie voor het zonevreemde bos dat op termijn verdwijnt door verdere industriële of stadsontwikkelingen. Dergelijke bosuitbreidingen maken deel uit van het voorliggende RUP Groen. De criteria voor bijkomende bossen zijn: zo groot mogelijk aaneensluitend bos, minimale oppervlakte, aansluitend op bestaand bos/vegetatie, als verbinding of stapsteen, voor een specifieke doelsoort, voor een specifiek vegetatietype (bijvoorbeeld struweel). In het Groenstructuurplan zijn zoekzones aangeduid voor bijkomend bos. X-18.072-4/41 Natuurontwikkeling De Stad Gent wil de oppervlakte waardevolle en zeer waardevolle natuur minstens op het peil houden van 1999 (2.865 ha). Dit is de zogenaamde standstill die al sinds het Ruimtelijk Structuurplan Gent uit 2003 werd vastgelegd. De standstill werd in 2014 bereikt maar is fragiel. Dit betekent dat de vegetaties die in de haven zullen verdwijnen moeten gecompenseerd worden met een aangroei elders in Gent. Om aan kwaliteitsvolle natuurontwikkeling te kunnen doen, wordt deze bij voorkeur voorzien in die zones die door hun specifieke abiotische kwaliteiten of potenties sterk kunnen bijdragen aan het realiseren van zeer waardevolle natuurdoeltypes. Uitbreiding recreatief groen (parken) In Gent streven we naar voldoende recreatief groen op de verschillende schaalniveaus (groenpolen, wijkparken, woongroen) en op een aanvaardbare afstand van de woning. De groenstructuur speelt een belangrijke rol voor zacht recreatief medegebruik, met aandacht voor de draagkracht en de natuurwaarde van het gebied. Wandelen, fietsen, joggen, trap- en speelvelden, picknicken, avonturenbos, … worden geïntegreerd met aandacht voor bescherming en opbouw van het landschap en de natuur. In de meest waardevolle (stedelijke) natuurelementen zal dit medegebruik het meest beperkt zijn. Naast voldoende beschikbare oppervlakte is ook de kwaliteit van het groen van groot belang. De draagkracht van een kwaliteitsvol ingericht park is groter waardoor de beschikbare oppervlakte relatief toeneemt. Gent streeft daarnaast naar voldoende toegankelijk bos. Dit betekent in eerste instantie het toegankelijk maken van bestaand bos en bosachtige kasteelparken. Omdat de bossen in Gent voornamelijk in privé-eigendom zijn wordt de openstelling ervan gestimuleerd. Een andere doelstelling is het streven naar recreatief medegebruik in groene ruimtes met een andere hoofdfunctie. Onder meer boscomplexen, natuurgebieden en sportparken hebben potenties op vlak van recreatief medegebruik. Het toegankelijker maken van deze complexen betekent een grote meerwaarde voor de recreatieve structuur. Via het tragewegennetwerk kunnen deze gebieden aantakken op de groenstructuur. Ten slotte willen we de verschillende groene ruimtes verbinden tot één samenhangend groen netwerk gekoppeld aan het tragewegennetwerk. De groene ruimtes moeten vlot en veilig toegankelijk zijn voor wandelaars en fietsers. 2.3. Duurzame en klimaatrobuuste stad […] 2.4. Welzijn […].” 3.3.4. Het voorgenomen plan vertrekt blijkens de toelichtingsnota erbij van de volgende doelstellingen: “- De juridische bescherming van bestaande groengebieden (wijkparken, woongroen, natuur en bos) X-18.072-5/41 - De herbestemming van bijkomende groenzones in functie van de realisatie van de gewenste groenstructuur. De gewenste groenstructuur is oorspronkelijk vastgelegd in het Ruimtelijk Structuurplan Gent, verder verfijnd in het Groenstructuurplan en bevestigd in de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent.” 3.3.5. In de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP wordt verder een overzicht gegeven van de verschillende selectiecriteria voor de opname van de deelgebieden in het ‘Thematisch RUP Groen’. Deze selectiecriteria zijn een verdere concretisering van de voormelde doelstellingen van het gemeentelijk RUP: “5.1. Bestaande publiek toegankelijke groengebieden […] 5.2. Bestaande natuur- en bosgebieden Behalve de publiek toegankelijke parken, zijn er in Gent ook een heel aantal niet of minder toegankelijke waardevolle groenzones gelegen, die door zonevreemde bestemming dreigen te verdwijnen. Het gaat dan voornamelijk over biologisch waardevolle tot zeer waardevolle delen natuur of bos. Biologische waarderingskaart Voor de analyse van de bestaande natuur- en bosstructuur in Gent wordt gebruik gemaakt van de gebiedsdekkende fijnschalige ecotopenkartering (of biologische waarderingskaart, BWK), opgemaakt volgens de methodiek van het Vlaams Gewest. De eerste gebiedsdekkende kartering werd uitgevoerd in 1999, in opdracht van de Stad. In 2009 en 2014 is een actualisatie gebeurd door een combinatie van desktop-interpretatie van orthofoto’s, aangevuld met terreinwerk. […] 5.3. Gebieden van de gewenste groenstructuur – nieuw te ontwikkelen groengebieden Het thematisch RUP Groen heeft niet enkel tot doel om bestaande groenelementen planologisch te verankeren, maar ook om de ontwikkeling van de gewenste groenstructuur planologisch mogelijk te maken en te sturen. Deze gewenste groenstructuur is in detail uitgewerkt in het Groenstructuurplan (p. 99 t.e.m. 146) en is mee opgenomen en verder uitgewerkt in de Structuurvisie 2030 – Ruimte voor Gent
(2018). Het gewenste groeneruimtenetwerk bestaat uit een aantal bouwstenen: — groenklimaatassen — groene ringen — aanvullende stedelijke groencorridors — groenpolen — stadsparken — wijkparken en woongroen — valleigebieden — kouters en bulken — bossen — privaat groen, straatgroen en straatbomen X-18.072-6/41 — stadsakkers/volkstuinen — tijdelijk groen. In het Groenstructuurplan wordt een grafische weergave gegeven van deze gewenste groenstructuur voor het hele grondgebied. Een aantal van de gewenste groenstructuurelementen zijn in de huidige toestand nog onbestaande. Voorliggend RUP Groen wil dan ook een aantal gewenste groenstructuurelementen planologisch herbestemmen, in functie van een effectieve realisatie. Het gaat zowel over nieuwe natuur al dan niet in een valleigebied, bosuitbreiding in bosclusters en nieuwe parken. De nieuw te ontwikkelen gebieden uit de gewenste groenstructuur waarover voldoende duidelijkheid is betreffende de locatie en realisatie, worden meegenomen als deelgebied van het thematisch RUP Groen. De gewenste groenontwikkelingen die te complex zijn, vragen om een eigen gebiedsgerichte aanpak (bv. wijkparken waarvoor een locatieonderzoek wordt uitgevoerd binnen de stadsontwikkelingsprojecten; de ontwikkeling van recreatieve groene assen die afzonderlijke processen vergen; … ). Dergelijke ontwikkelingen worden enkel in het thematisch RUP opgenomen indien ze in een voldoende verre fase van uitwerking en detaillering zitten. Behalve deze elementen uit de gewenste groenstructuur zijn er nog een aantal andere, kleinere groenelementen die op dit moment nog onbestaande zijn, maar waarover wel een akkoord is om deze uit te voeren. Dit akkoord is dikwijls vastgelegd in een masterplan of een ander inrichtingsplan. Deze gebieden worden eveneens in voorliggend RUP herbestemd. Het gaat bijvoorbeeld over de realisatie van het Bloemekenspark fase
  1. 5.
  2. Compensatie herbevestigd agrarisch gebied […] 5.
  3. Thema’s die worden uitgesloten uit de afbakening van het thematisch RUP Groen […].” 3.4.
  4. Het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ heeft een noordelijk en een zuidelijk onderdeel (zoals gezien aanvankelijk “Rijvissche” genoemd): X-18.072-7/41 3.4.
  5. Het kwestieuze deelgebied wordt luidens de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP ingedeeld onder “bestaand publiek toegankelijk groen” (blauw omringd): 3.
  6. Op 20 november 2017 keurt de gemeenteraad van de stad Gent de landschapsvisie voor het gebied Parkbos, deelgebied Rijvissche, goed. X-18.072-8/41 3.6.
  7. Verzoeker is mede-eigenaar van de percelen, gelegen te Zwijnaarde, Bollebergen, kadastraal bekend te Gent, 24ste afdeling Zwijnaarde, Sectie A, perceelsnummers 87/e, 87/f, 126/b, 127/b, 128/b, 128/h,130/b en 131/a: 3.6.
  8. Verzoekers percelen maken grotendeels deel uit van het zuidelijk onderdeel van het geviseerde deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ van het bestreden gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ en worden door verzoeker als volgt gesitueerd (blauw en rood omrand): Verzoekers percelen in mede-eigen dom X-18.072-9/41 3.6.
  9. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone zijn verzoekers percelen grotendeels gelegen in waardevol agrarisch gebied: 3.6.4.
  10. De percelen maken ook deel uit van de kastelensite (Sint-Denijs-Westrem en Zwijnaarde). Op 10 december 2003 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken om de kastelensite te Gent voorlopig als landschap te beschermen. Het gebied aan de Rijvisschestraat wordt daarbij voorlopig beschermd als landschap. De aanduiding hiervan kan als volgt worden weergegeven (afbeelding geoportaal): X-18.072-10/41 3.6.4.
  11. Bij besluit van 25 juli 2005 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening wordt de kastelensite definitief als landschap beschermd. In vergelijking met het voorlopig beschermingsbesluit van 10 december 2003 wordt het gebied aan de Rijvisschestraat aangeduid als een overgangszone A. Artikel 3 van dit besluit bepaalt: “Art.
  12. Met het oog op de bescherming zijn van toepassing: […] B. Overgangszone A: Ter ondersteuning van de intrinsieke waarden van het te beschermen landschap wordt een overgangszone ingesteld, overeenkomstig de bepalingen van art. 5 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, gewijzigd bij decreet van 8 december 2000, van 21 december 2001 en van 19 juli
  13. Met deze overgangszone wordt het behoud van de Kastelensite Zwijnaarde als kleinschalig agrarisch kastelenlandschap beoogd, waarbij de aan te leggen (groot)stedelijke harde infrastructuren landschappelijk gebufferd worden. Hiervoor dient het gebruik in de overgangszone (overgangszone A) in overeenstemming te zijn met de stedenbouwkundige voorschriften van het geldende RUP en mag de infrastructuur geen negatieve impact hebben op het beschermde landschap. In de overgangszone moet[en] daartoe de nodige voorzorgen genomen worden en moet de gehele inrichting visueel in het landschap X-18.072-11/41 geïntegreerd worden. Dit voornamelijk in de zones waar het ‘Reservegebied voor wetenschapspark’ grenst aan het overige beschermde landschap. Om die redenen zijn in deze overgangszone A de volgende specifieke beschermingsvoorschriften van toepassing: Behoudens toestemming vanwege de Vlaamse minister of zijn gemachtigde is verboden:
  14. Constructies of gebouwen op te richten zonder deze in [te] passen in een goedgekeurd landschapsplan waarin volgende principes zijn uitgewerkt: - integratie in het beschermde landschap waarin in een passende overgang voorzien wordt van het wetenschapspark naar het aanpalende bulkenlandschap - beheer en onderhoud van de landschappelijke overgangszone.” 3.6.
  15. Met het gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Gent’, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005, wordt het kwestieuze gebied, behorend tot het ‘deelproject 6C - groenpool Parkbos’, grotendeels herbestemd tot een ‘gebied voor wetenschapspark’. 3.6.
  16. Met ’s Raads arrest nr. 202.008 van 17 maart 2010 wordt het besluit van 16 december 2005 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk RUP ‘afbakening grootstedelijk gebied Gent’ vernietigd voor wat betreft deelproject 6C - groenpool Parkbos. 3.6.
  17. Bij arrest nr. 203.735 van 6 mei 2010 vernietigt de Raad van State het onder randnummer 3.6.4.2 vermelde ministeriële beschermingsbesluit van 25 juli 2005 “in zoverre het in artikel 1, 1°, tweede streepje, en in artikel 3, B, een overgangszone A creëert en diezelfde zone, voorheen voorlopig beschermd door het besluit van 10 december 2003, uit de bescherming als landschap sluit”. In dit arrest wordt onder meer overwogen dat het beschermingsbesluit na het openbaar onderzoek op een essentieel punt werd gewijzigd, nu het beschermingsstatuut van landschap aan de betrokken percelen aan de Rijvisschestraat onttrokken werd. 3.6.
  18. Bij besluit van 9 juli 2010 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk RUP ‘afbakening grootstedelijk gebied Gent-deelproject 6C Parkbos’ nogmaals definitief vast. De kwestieuze percelen zijn opnieuw grotendeels opgenomen in een ‘gebied voor wetenschapspark’ (WE): X-18.072-12/41 Bij arrest nr. 217.510 van 24 januari 2012 vernietigt de Raad van State het voormelde besluit van 9 juli 2010 van de Vlaamse regering “in zoverre dit het ‘gebied voor wetenschapspark’ aan de Grote steenweg Noord 113 te Gent (Zwijnaarde) betreft”. In dit arrest overweegt de Raad van State onder meer dat het bestuur niet aan de haar uit het arrest nr. 203.735 van 6 mei 2010 voortvloeiende plicht tot rechtsherstel kan voldoen door passief te blijven en dat het rechtsherstel na dit arrest noodzakelijkerwijze inhoudt dat de huidige verwerende partij een eindbeslissing neemt in dat onderdeel van de aangevangen landschapsbeschermingprocedure voor het betrokken gebied. Voorts wordt overwogen dat de vraag of dit gebied omwille van zijn landschappelijke kwaliteiten opgenomen moet worden in een beschermingsbesluit in het kader van het decreet van 16 april 1996 ‘betreffende de landschapszorg’ essentieel is om zich met kennis van zaken te kunnen uitspreken over de geschiktheid van het betrokken gebied als ‘gebied voor wetenschapspark’. 3.6.
  19. Bij zijn arrest nr. 226.862 van 21 maart 2014 vernietigt de Raad het herstelbesluit van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand van 16 maart 2012 tot X-18.072-13/41 “definitieve bescherming als overgangszone bij het op 25 juli 2005 beschermde landschap ‘Kastelensite’”, onder meer overwegende: “Ook het antwoord op het bedoelde bezwaar van de verzoekers dat de overgangszone wel degelijk beschermd is, zij het als overgangszone is naast de door de verzoekers gestelde kwestie nu zij er net op wijzen in hun bezwaar dat het als overgangszone ingekleurde gebied zelf voorheen – bij ministerieel besluit van 10 december 2003 – dezelfde waarden werd toegekend als het bij het ministerieel besluit van 25 juli 2005 beschermde landschap zelf (de zogenaamde kernzone). Dit antwoord laat zelfs toe aan te nemen dat ook die overgangszone volgens de verwerende partij nog steeds die eerder toegekende natuurwetenschappelijke, historische en esthetische waarden heeft. Dit maakt een – te dezen uitgebleven – inhoudelijk antwoord op het specifieke bezwaar van de verzoekers des te prangender.” 3.6.
  20. In de toelichtingsnota ‘RUP 169: Thematisch RUP Groen – Bundel Zwijnaarde’ wordt de juridische toestand met betrekking tot het kwestieuze deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ als volgt toegelicht: “
  21. bestaande juridische toestand De juridische toestand wordt weergegeven op het plan ‘feitelijke en juridische toestand’ via de weergave van het bestemmingsplan dat hier geldt. Het deelgebied Rijvissche is gelegen in het stedelijk gebied volgens het GRUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Gent. Het noordelijk bosje bevindt zich in de bestemming ‘zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut’ volgens het gewestplan. Het grotere openruimtegebied bevindt zich binnen het gewestelijk RUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Gent, deelproject 6C ‘Parkbos’. Artikel 1 ‘Groenpool Parkbos’ is van toepassing voor dit deelgebied. De bestemming ‘gebied voor Wetenschapspark’ werd echter vernietigd door de Raad van State, zodat de gewestplanbestemming voor het overgrote deel van het deelgebied Rijvissche opnieuw geldt. De gewestplanbestemming is: ‘landschappelijk waardevol agrarisch gebied’. De bestaande loods, die volledig wordt opgenomen in het deelgebied, bevindt zich gedeeltelijk binnen het gewestelijk RUP en heeft de bestemming ‘bufferbosgebied’. X-18.072-14/41 Historiek bestemmingsplannen In 2005 werd het gewestelijk RUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Gent vastgesteld door de Vlaamse Regering. Voorliggend deelgebied maakte deel uit van het deelproject 6C ‘Parkbos’. Op 17 maart 2010 werd het deel 6C ‘Parkbos’ vernietigd door de Raad van State. Vervolgens werd het gewestelijk RUP voor deel 6C ‘Parkbos’ opnieuw vastgesteld op 9 juli
  22. Op 24 januari 2012 werd een deel van dit RUP opnieuw vernietigd door de Raad van State. Het betreft het deel ‘gebied voor wetenschapspark’. De reden was dat er geen afdoende rechtsherstel is van de aangevatte procedure landschapsbescherming. Voor het meest zuidelijke gedeelte van deelgebied Rijvissche uit voorliggend RUP Groen, is bijgevolg de bestemming uit het gewestelijke RUP nog van toepassing. Instemming Vlaamse regering tot afwijken van het gewestelijk RUP De Vlaamse Regering gaf op 29 januari 2021 haar instemming om af te wijken van de voorschriften van het gewestelijk RUP ‘afbakening grootstedelijk gebied Gent’. De Regering beslist dat ter hoogte van de overlap met het deelgebied ‘Rijvissche’ de voorschriften ‘woongebied met nabestemming wetenschapspark’ en ‘bufferbosgebied’ van het gewestelijk RUP, deelplan ‘Parkbos (6C)’ wordt opgeheven na definitieve vaststelling van het RUP Groen. De beslissing is toegevoegd in bijlage van deze bundel. Landschapsbescherming Op 25 juli 2005 wordt de ‘Kastelensite Sint-Denijs-Westrem/Zwijnaarde’ bij Ministerieel Besluit definitief als landschap beschermd. De zone die toen voorzien werd voor het Wetenschapspark werd aanzien als overgangszone. Op 6 mei 2010 wordt dit Ministerieel Besluit vernietigd door de Raad van State ‘in zoverre het (…) een overgangszone A creëert en diezelfde zone, voorheen voorlopig beschermd door het besluit van 10/12/2003, uit de bescherming als landschap sluit’. Op 16 maart 2012 werd de definitieve bescherming als ‘overgangszone’ bij het op 25 juli 2005 beschermde landschap ‘Kastelensite Sint-Denijs-Westrem/Zwijnaarde’ goedgekeurd bij Ministerieel Besluit. Dit besluit werd opnieuw vernietigd door de Raad van State op 21 maart
  23. X-18.072-15/41 Het deelgebied van het RUP Groen maakt dus geen onderdeel uit van het beschermd landschap, maar grenst er gedeeltelijk aan.” 3.
  24. Op 16 maart 2017 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent het concept van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ goed. Het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’, met zowel het noordelijk als het zuidelijk onderdeel, wordt erin opgenomen. In de toelichtingsnota bij het concept van gemeentelijk RUP wordt dit als volgt verantwoord: “
  25. situering Het deelgebied is gesitueerd tussen de E40, de Oudenaardsesteenweg (N60) en de Rijvisschestraat. Het deelgebied bestaat enerzijds uit een bebost perceel achter het scholencomplex van Don Bosco en anderzijds uit de open ruimte achter de bebouwing langs de N60 en gedeeltelijk langs de Rijvisschestraat. Dit laatste onderdeel van het deelgebied wordt bepaald door de zone die geschrapt werd uit het gewestelijk RUP afbakening grootstedelijk gebied, deelproject 6C Parkbos.
  26. ruimtelijke context Het deelgebied is onderdeel van de groenpool Parkbos. Het gewestelijk RUP afbakening grootstedelijk gebied Gent, deelproject 6C, dat de inrichting van de groenpool bepaalt, voorzag op deze plek oorspronkelijk een nieuw wetenschapspark. De zone die bestemd werd als ‘gebied voor wetenschapspark’ werd echter vernietigd door de Raad van State. Het gebied is op de biologische waarderingskaart aangeduid als een waardevolle loofhoutaanplant, met als tweede eenheid soortenarm permanent cultuurgrasland en aansluitend daarop, aan de zijde van de Steenweg, een waardevol, verruigd grasland. Rondom treffen we biologisch minder waardevolle akkers op zandige bodem. Het perceeltje achter de school Don Bosco is gekarteerd als biologisch waardevolle loofhoutaanplant. X-18.072-16/41 Het noordelijk gelegen bosje is mogelijk overstromingsgevoelig
(2011). Het betreft een deelgebied uit de A2-categorie, namelijk de waardevolle natuur en bos. Het gebied heeft een oppervlakte van 11,64 ha en is voor een groot deel in eigendom van Natuurpunt. De overige percelen zijn in private eigendom.
  1. Planningscontext In de gewenste groenstructuur volgens het Groenstructuurplan is het deelgebied aangeduid als onderdeel van de groenpool Parkbos. Het Bestuursakkoord 2013-2018 neemt expliciet een actie rond Rijvissche op (actiepunt 6.21): ‘de Stad Gent compenseert het tekort aan bos dat is vastgelegd via het RUP van de afbakening van het grootstedelijke gebied Gent via de opmaak van gemeentelijke uitvoeringsplannen. Dit gebeurt X-18.072-17/41 onder meer door de zone van het door de Raad van State geschrapte Wetenschapspark Rijvissche als bos te bestemmen.’ De Stad Gent werkte samen met het Projectbureau Parkbos een landschapsplan uit voor het gebied Rijvissche als onderdeel van de groenpool Parkbos. Het plangebied was ruimer dan het geschrapte wetenschapspark en dus ook ruimer dan het deelgebied zoals opgenomen in het thematisch RUP groen. Het landschapsplan werd opgemaakt voor het natuurgebied tot net voorbij de Oude Spoorwegbedding. Het landschapsplan voorziet in de zone opgenomen in het RUP groen een uitbreiding van de bestaande jonge bosaanplant en dit voor het hele deelgebied. Er wordt een speelbos voorzien palend aan Don Bosco. De loods wordt ingezet in functie van recreatief gebruik, namelijk door er picknickplaatsen en publiek sanitair in te voorzien. In de loods wordt plaats geboden voor foodtrucks en andere tijdelijke horeca. Doorheen het gebied wordt een functioneel fietspad voorzien, dat de Oude Spoorweg verbindt met de N60 en het Technologiepark Ardoyen.
  2. bestaande feitelijke toestand De bestaande feitelijke toestand wordt weergegeven op het plan ‘feitelijke en juridische toestand’ via de luchtfoto en de feitelijke toestand. Het perceeltje achter de school Don Bosco betreft een bestaand, nat bosje. Het geschrapte wetenschapspark bestaat voor een groot deel uit een jonge bosaanplant. Een aantal (delen van) percelen in het noordoosten en zuiden zijn in agrarisch gebruik. Verder bevinden er zich drie zeer diepe tuinen, bij woningen langs de N60 in het deelgebied. Tot slot is er een loods gelegen op de rand van het deelgebied, aan de zijde van de N
  3. Deze loods wordt gebruikt als opslagruimte voor de voedselbank. Een gedeelte van dit deelgebied is gelegen in geregistreerd landbouwgebruik, als ‘maïs’ (gegevens uit 2012). Figuur 1: extract uit de landbouwgebruikskaart
(2012)5. bestaande juridische toestand X-18.072-18/41 De juridische toestand wordt weergegeven op het plan ‘feitelijke en juridische toestand’ via de weergave van het bestemmingsplan dat hier geldt. Het deelgebied Rijvissche is gelegen in het stedelijk gebied volgens het GRUP afbakening grootstedelijk gebied Gent. Het noordelijk bosje bevindt zich in de bestemming ‘zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut’ volgens het gewestplan. Het geschrapte wetenschapspark bevindt zich in de bestemming ‘landschappelijk waardevol agrarisch gebied’. Deze zone wordt omgeven door het gewestelijk RUP afbakening grootstedelijk gebied Gent, deelproject 6c Parkbos. Het deelgebied grenst aan het beschermd landschap ‘kastelensite Sint-Denijs-Westrem/Zwijnaarde’. 6. motivatie wijziging en gewenste bestemming Het deelgebied Rijvissche wordt ontwikkeld als onderdeel van de groenpool Parkbos. Het stadsbestuur koos er expliciet voor om het geschrapte wetenschapspark uit het gewestelijk RUP te herbestemmen naar bos. Ook in het landschapsplan dat voor het ruimere gebied Rijvissche werd opgemaakt, wordt het volledige deelgebied ingeschakeld in functie van bosuitbreiding. Omwille van deze redenen krijgt het deelgebied de gepaste bestemming als ‘zone voor bos’. Het noordelijke bosje is een bestaand nat bosje met een hoge biologische waarde. Het maakt onderdeel uit van de groenpool Parkbos en vormt een buffer ten opzichte van de E40. Bovendien is de huidige bestemming als zone voor gemeenschapsvoorzieningen niet aan de orde, gezien het perceel in eigendom is van Natuurpunt. Omwille van deze redenen wordt het bosje planologisch beschermd door de bestemming als ‘zone voor bos’. Gezien deze zone onderdeel uitmaakt van de groenpool Parkbos, zijn ook alle inrichtingsmaatregelen in functie van de groenpool toegelaten. In de bestaande loods, die gedeeltelijk is opgenomen binnen de afbakening van het RUP groen, zijn portaalondersteunende functies toegelaten, zoals voorgesteld in het landschapsplan dat voor het gebied werd opgemaakt. De aanleg van een functioneel fietspad is toegelaten. 7. uitvoering van het RUP Voorliggend deelgebied is onderdeel van de groenpool Parkbos, waar verschillende overheden en instanties instaan voor de uitvoering. Natuurpunt is een nieuwe partner die specifiek zal instaan voor de ontwikkeling van het gebied Rijvissche tot een waardevol groengebied. Natuurpunt kocht recent een heel aantal percelen aan van Sogent. Maar het overgrote gedeelte van het deelgebied Rijvissche is nog in private eigendom. In functie van het verder uitbouwen van het publiek toegankelijke natuur- en boslandschap zal Natuurpunt instaan voor de verdere verwerving van de percelen. De Stad Gent wil de verdere aanleg en ontwikkeling van het gebied Rijvissche, als onderdeel van de groenpool Parkbos, verder ondersteunen en aanmoedigen en zal dan ook subsidies verlenen voor de verdere aankoop van het gebied. 8. register planbaten en planschade Het deelgebied is gedeeltelijk gelegen in geregistreerd landbouwgebruik én in een agrarische bestemming. Dit betekent dat voor dit gebied de X-18.072-19/41 eigenaar(
  1. s)die meer dan 0,5 ha bezit, in principe kapitaalschade kan vragen aan de VLM. 9. voorschriften die strijdig zijn met het gemeentelijk RUP Volgende stedenbouwkundige voorschriften van het BPA/gewestplan/RUP strijdig met het voorliggend gemeentelijk RUP worden opgeheven, voor wat betreft de delen die binnen de afbakeningslijn van voorliggend gemeentelijk RUP vallen: - zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut - landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Voor de realisatie van dit RUP moeten er geen verkavelingen worden opgeheven.” 3.8. Op 31 augustus 2017 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de startnota met betrekking tot het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ goed. In de toelichtingsnota wordt met betrekking tot het kwestieuze deelgebied nog het volgende verduidelijkt met betrekking tot de ruimtelijke context: “Het betreft gedeeltelijk een bestaand waardevol bos en gedeeltelijk een nog te ontwikkelen groengebied als onderdeel van de groenpool Parkbos.” Met betrekking tot de bestaande feitelijke toestand luidt het: “Een gedeelte van dit deelgebied is gelegen in geregistreerd landbouwgebruik, als ‘voedergewassen – voederbieten’ (lichtgeel) (gegevens uit 2016). .” X-18.072-20/41 Met betrekking tot de bestaande juridische toestand wordt gesteld: “Het grotere openruimtegebied bevindt zich binnen het gewestelijk RUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Gent, deelproject 6C. Artikel 1 ‘Groenpool Parkbos’ is van toepassing voor dit deelgebied. De bestemming “gebied voor Wetenschapspark” werd echter vernietigd door de Raad van State, zodat de gewestplanbestemming voor het overgrote deel van het deelgebied Rijvissche opnieuw geldt. De gewestplanbestemming is: ‘landschappelijk waardevol agrarisch gebied’. De bestaande loods, die volledig wordt opgenomen in het deelgebied, bevindt zich gedeeltelijk binnen het gewestelijk RUP en heeft de bestemming ‘bufferbosgebied’. […] Historiek bestemmingsplannen In 2005 werd het gewestelijk RUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Gent vastgesteld door de Vlaamse Regering. Voorliggend deelgebied maakte deel uit van het deelproject 6C ‘Parkbos’. Op 17 maart 2010 werd het deel 6C ‘Parkbos’ vernietigd door de Raad van State. Vervolgens werd het gewestelijk RUP voor deel 6C ‘Parkbos’ opnieuw vastgesteld op 9 juli 2010. Op 24 januari 2012 werd een deel van dit RUP opnieuw vernietigd door de Raad van State. Het betreft het deel ‘gebied voor wetenschapspark’. De reden was dat er geen afdoende rechtsherstel is van de aangevatte procedure landschapsbescherming. […] Landschapsbescherming Op 25 juli 2005 wordt de ‘Kastelensite Sint-Denijs-Westrem/Zwijnaarde’ bij Ministerieel Besluit definitief als landschap beschermd. De zone die toen voorzien werd voor het Wetenschapspark werd aanzien als overgangszone. Op 6 mei 2010 wordt dit Ministerieel Besluit vernietigd door de Raad van State ‘in zoverre het (…) een overgangszone A creëert en diezelfde zone, voorheen voorlopig beschermd door het besluit van 10/12/2003, uit de bescherming als landschap sluit’. Op 16 maart 2012 werd de definitieve bescherming als ‘overgangszone’ bij het op 25 juli 2005 beschermde landschap ‘Kastelensite Sint-Denijs-Westrem/Zwijnaarde’ goedgekeurd bij Ministerieel Besluit. Dit besluit werd opnieuw vernietigd door de Raad van State op 21 maart 2014. Het deelgebied van het RUP groen maakt dus geen onderdeel uit van het beschermd landschap […].” Inzake de ‘landbouwimpact’ van het deelgebied wordt nog gesteld: “Het deelgebied is ongeveer voor de helft in agrarisch gebruik. Deze percelen zijn bijna allemaal in een verdeelde eigendom, maar geen van de X-18.072-21/41 eigenaars zijn landbouwers. Vermoedelijk worden alle percelen gebruikt door landbouwer[s] uit de omgeving. De gronden kunnen pas effectief ingericht worden conform het landschapsplan als er een verkoopovereenkomst is tussen de eigenaars en Natuurpunt. Een herbestemming betekent dus niet noodzakelijk dat het landbouwgebruik meteen stopgezet moet worden. Bij voorkeur wordt in dialoog een oplossing gezocht voor de getroffen landbouwer. Het is wel onduidelijk wat het aandeel is van de betreffende percelen binnen de totale bedrijfsvoering van de landbouwer. Dit moet met hem besproken worden.” 3.9. Van 18 september 2017 tot 19 november 2017 organiseert de stad Gent een raadpleging van de bevolking over de door haar college goedgekeurde start- en procesnota van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. Op 9 oktober 2017 wordt een informatiemoment over de start- en procesnota georganiseerd. Verzoeker dient op 13 november 2017 een inspraakreactie in. 3.10. De gemeenteraad van de stad Gent keurt op 20 november 2017 de landschapsvisie, met bijhorende realisatiestrategie, voor het gebied Parkbos, deelgebied Rijvissche, goed. 3.11. Op 22 mei 2018 keurt de gemeenteraad van de stad Gent het GRS (‘Structuurvisie 2030’) definitief goed. 3.12. Op 14 juni 2018 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de scopingsnota van het gemeentelijk RUP goed. 3.13. Op 28 juni 2018 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent het voorontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ goed. 3.14. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Gent (hierna: de Gecoro) verleent op 3 oktober 2018 een advies over het voorgenomen gemeentelijk RUP. X-18.072-22/41 3.15. Op 8 november 2018 verleent het agentschap Natuur & Bos van de Vlaamse overheid een gunstig advies over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. 3.16. Op 6 december 2018 vindt de plenaire vergadering over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ plaats. 3.17. Op 29 september 2020 stelt de gemeenteraad van de stad Gent het ontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ voorlopig vast. De toelichtingsnota erbij stelt het volgende over het kwestieuze deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’: “5. planningscontext In de gewenste groenstructuur volgens het Groenstructuurplan is het deelgebied aangeduid als onderdeel van de groenpool Parkbos. Parkbos het deelgbied Rijvissche is onderdeel van de groenpool Parkbos. In de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent, werd vastgelegd dat we verder bouwen aan de vijf groenpolen. Verder wordt het Parkbos ook aangeduid als een nieuw te ontwikkelen grotere boskern (pag. 143). De groenpool Parkbos is aangeduid als strategisch project met klemtoon op groen. Daarnaast maakt het gebied deel uit van de Zuidelijke strategische zone, zoals bepaald in de Structuurvisie. Er wordt ingezet op het versterken van de samenhang in deze zone door onder meer ‘het opwaarderen, begrenzen en herstructureren van het gebied tot een mozaïek van grote fragmenten gevat in een landschappelijk raamwerk; het Parkbos en de valleien aan de randen van het gebied en de groene ring en groenklimaatassen er middenin zijn belangrijke elementen van het groeneruimtenetwerk.’ (Structuurvisie 2030, pag. 85) Landschapsvisie De Stad Gent werkte in 2016-2017 samen met het Projectbureau Parkbos een landschapsvisie uit voor het gebied Rijvissche als onderdeel van de groenpool Parkbos. Het plangebied was ruimer dan het geschrapte wetenschapspark en dus ook ruimer dan het deelgebied zoals opgenomen in het thematisch RUP Groen. Het landschapsplan werd opgemaakt voor het natuurgebied tot net voorbij de Oude Spoorwegbedding. Deze landschapsvisie en bijhorende realisatiestrategie is door de gemeenteraad goedgekeurd op 20 november 2017. Het landschapsplan voorziet in de zone opgenomen in het RUP Groen een uitbreiding van de bestaande jonge bosaanplant en dit voor het hele deelgebied. Er wordt een speelbos voorzien palend aan Don Bosco. De loods wordt ingezet in functie van recreatief gebruik, namelijk door er picknickplaatsen en publiek sanitair in te voorzien. In de loods wordt plaats geboden voor foodtrucks en andere tijdelijke horeca. Doorheen het gebied X-18.072-23/41 wordt een functioneel fietspad voorzien, dat de Oude Spoorweg verbindt met de N60 en het Technologiepark Ardoyen. ” Met betrekking tot de “Landbouwimpact” wordt gesteld: “Sinds de opmaak van het LER is het aantal percelen binnen deelgebied Rijvissche met geregistreerd landbouwgebruik afgenomen. […] Een gedeelte van dit deelgebied is gelegen in geregistreerd landbouwgebruik, als ‘maïs’ (geel) (gegevens uit 2017). X-18.072-24/41 .” 3.18. Van 14 december 2020 tot en met 11 februari 2021 wordt over het ontwerp van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ een openbaar onderzoek georganiseerd. Verzoekers bezwaar wordt wegens laattijdigheid ervan niet behandeld. 3.19. Op 10 mei 2021 verleent de Gecoro een advies over het ontwerp van het gemeentelijk RUP. 3.20. Met het bestreden besluit van 28 september 2021 stelt de gemeenteraad van de stad Gent het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ definitief vast. In de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ wordt de volgende grafische weergave van de verschillende deelgebieden gegeven. Het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ wordt in blauw omringd: X-18.072-25/41 3.21. Het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ wordt bestemd als een ‘zone voor bos’. Het grafische plan is het volgende: X-18.072-26/41 De algemene stedenbouwkundige bestemmingsvoorschriften voor de ‘zone voor bos’ luiden: “Deze zone is bestemd voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van bos. Natuur is toegelaten als nevenfunctie. Educatief en recreatief medegebruik zijn ondergeschikte functies.” De bijzondere stedenbouwkundige bestemmingsvoorschriften voor het betreffende deelgebied luiden: “Het algemeen stedenbouwkundig voorschrift ‘zone voor bos’ is van toepassing, aangevuld met onderstaande specifieke voorschriften. In de bestaande loods zijn reca en portaalondersteunende functies toegelaten als nevenfunctie.” Als motivering van de bestemming wordt het volgende gesteld: “6. motivatie wijziging en gewenste bestemming Het deelgebied Rijvissche wordt ontwikkeld als onderdeel van de groenpool Parkbos. Het stadsbestuur koos er expliciet voor om het geschrapte wetenschapspark uit het gewestelijk RUP te herbestemmen naar bos. Ook in het landschapsplan dat voor het ruimere gebied Rijvissche werd opgemaakt, wordt het volledige deelgebied ingeschakeld in functie van bosuitbreiding. Omwille van deze redenen krijgt het deelgebied de gepaste bestemming als ‘zone voor bos’. X-18.072-27/41 Het noordelijke bosje, palend aan de achterzijde van het schooldomein Don Bosco, is een bestaand nat bosje met een hoge biologische waarde. Het maakt onderdeel uit van de groenpool Parkbos en vormt een buffer ten opzichte van de E40. Bovendien is de huidige bestemming als zone voor gemeenschapsvoorzieningen niet (meer) aan de orde, gezien het perceel in eigendom is van Natuurpunt. Omwille van deze redenen wordt het bosje planologisch beschermd door de bestemming als ‘zone voor bos’. Gezien deze zone onderdeel uitmaakt van de groenpool Parkbos, zijn ook alle inrichtingsmaatregelen in functie van de groenpool toegelaten. In de bestaande loods, die gedeeltelijk is opgenomen binnen de afbakening van het RUP Groen, zijn portaalondersteunende functies toegelaten, zoals voorgesteld in het landschapsplan dat voor het gebied werd opgemaakt. De aanleg van een functioneel fietspad is toegelaten.” IV. Ontvankelijkheid De aangevoerde excepties 4. De verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord de ontvankelijkheid van het beroep. Zij voert aan dat verzoeker wel beweert eigenaar te zijn van de aangeduide percelen, maar daaromtrent geen bewijs levert. Vervolgens voert zij aan dat verzoeker voorbijgaat aan het feit dat de herbestemde percelen reeds in overeenstemming zijn met de bosbestemming. Nog betwist de verwerende partij dat verzoeker door het bestreden gemeentelijk RUP geen woningen meer zou kunnen oprichten ter hoogte van de steenweg, aangezien dit percelen betreffen die buiten het bestreden deelgebied zijn gelegen. In de mate dat verzoeker de bereikbaarheid van zijn perceel 131/a aankaart, valt niet in te zien op welke wijze de voorschriften van het gemeentelijk RUP daarop van invloed zijn. De door verzoeker geschetste geschiedenis omtrent de bestemmingswijzigingen verantwoordt zijn belang niet. Ten slotte voert de verwerende partij aan dat het voorwerp van het beroep in elk geval dient beperkt te worden tot het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’. X-18.072-28/41 Beoordeling 5.1. Verzoeker brengt het bewijs bij mede-eigenaar te zijn van percelen, gelegen in het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ van het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. Deze hoedanigheid doet in beginsel blijken van het rechtens vereiste belang bij het beroep. De onder randnummer 4 vermelde argumentatie van de verwerende partij toont niet aan dat te dezen anders zou moeten geoordeeld worden. 5.2. Het betoog van de verwerende partij dat verzoeker enkel een belang heeft bij zijn beroep in zoverre de nietigverklaring wordt gevraagd van het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’, wordt door hem niet betwist. 5.3. De excepties van de verwerende partij zijn enkel gegrond in de hiervoor onder randnummer 5.2 aangegeven mate. VI. Onderzoek van het eerste en tweede middel A. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 6.1. Verzoeker neemt een tweede middel uit de schending van de artikelen 1.1.4, 2.2.4 en 2.2.5 VCRO, alsook van het materiëlemotiverings-, zorgvuldigheids-, rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. 6.2.1 In een eerste middelonderdeel bekritiseert verzoeker dat uit de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ blijkt dat de plannende overheid zich heeft gebaseerd op het feitelijk foutieve uitgangspunt dat zijn eigendom een publiek toegankelijk gebied zou betreffen, wat geenszins het geval is. De verwerende partij mag zich hierbij in elk geval niet laten beïnvloeden door voldongen feiten, in casu de onvergunde bosaanplant door Natuurpunt op het naastgelegen terrein, om vervolgens uit te gaan van de publieke toegankelijkheid van het volledige gebied. Het lijkt er sterk op dat het kwestieuze X-18.072-29/41 deelgebied werd aangeduid om reden van de eigendomsrechten van Natuurpunt, eerder dan op grond van ruimtelijke overwegingen. Hierop gewezen, weigerde de verwerende partij om alternatieve scenario’s te overwegen. In de titel ‘5.6.1. locatiealternatieven’ van de algemene toelichtingsnota wordt dit niet concreet onderzocht of verduidelijkt. 6.2.2. In een tweede middelonderdeel voert verzoeker aan dat de bestreden beslissing onvoldoende rekening houdt met de landschappelijke kwaliteiten van het betreffende deelgebied. Er werd geen rekening gehouden met de overwegingen in ’s Raads arresten nr. 211.048 van 07 februari 2011, nr. 217.510 van 24 januari 2012 en nr. 226.862 van 21 maart 2014, dat de percelen beschermd dienen te worden als landschap. In het licht van deze arresten voert verzoeker aan dat de verwerende partij ten onrechte geen onderzoek heeft gevoerd naar de natuurwetenschappelijke, historische en esthetische waarden uit het beschermingsbesluit van 2005. Dat er geen nieuwe definitieve beslissing over het betreffende landschap is genomen, neemt niet weg dat met deze waarden rekening dient te worden gehouden. De Raad van State heeft geoordeeld dat de beschermingstoestand van het gebied er uiteraard niet mag op achteruitgaan na het vernietigingsarrest over de overgangszone A. Er doet zich te dezen een gelijkaardige problematiek voor als deze die beoordeeld werd in ’s Raads arrest nr. 217.510 van 24 januari 2012. De verwerende partij heeft geen enkele aandacht besteed aan de voorgeschiedenis van het gebied en aan de specifieke landschapskwaliteiten daarvan, niettegenstaande hieromtrent bezwaren werden ingediend. De plannende overheid deelt mee dat het gebied paalt aan het beschermd landschap kastelensite Zwijnaarde, met verwijzing naar ’s Raads arrest nr. 226.862 van 21 maart 2014 dat de overgangszone A vernietigt. 6.3.1. Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord, wat het eerste middelonderdeel betreft, dat zijn percelen geenszins werden aangeduid op de biologische waarderingskaart. Er is nooit maar enigszins een poging ondernomen om toe te lichten op grond van welke overwegingen zijn percelen werden aangeduid als ‘bestaande natuur- en bosgebieden’. Ten overvloede merkt hij op dat zijn percelen op heden nog steeds de status “niet-biologisch waardevol” hebben. De percelen van verzoeker bevinden zich in landschappelijk waardevol X-18.072-30/41 agrarisch gebied en verzoeker is landbouwer, wat de plannende overheid bekend was, nu zij bij de bestaande feitelijke toestand heeft vastgesteld dat een gedeelte van het kwestieuze deelgebied is gelegen in “geregistreerd landbouwgebruik”. Verzoeker merkt op dat naast de door de verwerende partij opgeworpen materiële misslag met betrekking tot zijn percelen als publiek toegankelijk, ook de aanduiding van zijn percelen als “bestaande natuur- en bosgebieden” verkeerd is. Ten slotte merkt verzoeker op dat er in de startnota geen sprake was van “bestaand natuurlijk bospotentieel” op zijn percelen, zodat hij er ook geen kritiek op kon hebben. Verzoeker heeft dan ook belang bij zijn kritiek. 6.3.2. Met betrekking tot het tweede middelonderdeel merkt verzoeker op dat de Raad van State in zijn arrest nr. 226.862 van 21 maart 2014 heeft vastgesteld dat de kwestieuze overgangszone volgens de verwerende partij nog steeds de eerder toegekende natuurwetenschappelijke, historische en esthetische waarden heeft. Het volstaat voor de verwerende partij niet om zich te verschuilen achter een andere overheid, het Vlaamse Gewest, om haar “eigen in gebreke blijven te verantwoorden”. 6.4.1. In zijn laatste memorie stelt verzoeker, wat het eerste middelonderdeel betreft, dat het opvallend is dat de verwerende partij in haar laatste memorie niet meer herneemt dat Natuurpunt pas na de goedkeuring van de landschapsvisie zou zijn overgegaan tot verwerving van de gronden binnen het kwestieuze deelgebied. Zij tracht post factum de selectie van het kwestieuze deelgebied te baseren op andere criteria dan deze die de plannende overheid heeft aangenomen. Waar de verwerende partij de verwijzing naar de biologische waarderingskaart niet pertinent vindt, merkt verzoeker op dat de verwerende partij zelf naar deze kaart verwijst als aanknopingspunt. 6.4.2. Wat het tweede middelonderdeel aangaat, stelt verzoeker in zijn laatste memorie dat niet afdoende rekening is gehouden met de landschapskwaliteiten van het geviseerde deelgebied in de landschapsvisie. X-18.072-31/41 Beoordeling 7.1. De verwerende partij wijst er met betrekking tot verzoekers percelen niet zonder pertinentie op dat het stadsbestuur in het bestuursakkoord 2013-2018 ervoor heeft gekozen om het geschrapte wetenschapspark te herbestemmen naar bos, en dat in de toelichtingsnota bij de voorlopige en definitieve vaststelling van het plan wordt gesteld dat het kwestieuze deelgebied gedeeltelijk een nog te ontwikkelen groengebied als onderdeel van de groenpool Parkbos betreft. Het correspondeert met het selectiecriterium “5.3. Gebieden van de gewenste groenstructuur - nieuw te ontwikkelen groengebieden”, overeenkomstig hetwelk het gemeentelijk RUP onder meer in bosuitbreiding wil voorzien (zie randnummer 3.3.5). Verzoeker maakt niet aannemelijk dat dit geen valabel en afdoend selectiecriterium zou zijn om zijn gronden tot ‘zone voor bos’ te bestemmen, mede gelet op de onmiddellijke nabijheid van de beboste percelen van Natuurpunt, en gezien het – niet door verzoeker bekritiseerde – advies van de Gecoro dat het bosdecreet een kap van de thans bestaande bosaanplant in het kwestieuze deelgebied verhindert. Met de verwerende partij moet verder aangenomen worden dat de omstandigheid dat een planinitiatief een regulariserend effect heeft, dat plan nog niet onwettig maakt, voor zover het plan, zoals te dezen blijkbaar het geval is, essentieel de goede ruimtelijke ordening beoogt. Dat verzoekers percelen op de kaart in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP ook, ten onrechte en volgens de verwerende partij ingevolge een materiële misslag, werden aangeduid als ‘bestaand publiek toegankelijk groen’ vermag er geen afbreuk aan te doen dat er voor deze percelen, als nieuw te ontwikkelen groengebied, een geldig en afdoend selectiecriterium voorligt. 7.2. Het eerste middelonderdeel wordt verworpen. 8.1. Wat het tweede middelonderdeel betreft, moet met de verwerende partij aangenomen worden dat uit ’s Raads arresten nr. 217.510 van 24 januari 2012 en nr. 226.862 van 21 maart 2014 (zie de randnummers 3.6.8 en X-18.072-32/41 3.6.9) voor de stad Gent als plannende overheid geen rechtsherstelplicht volgt. Voorts blijkt er met betrekking tot het kwestieuze deelgebied een uitgebreide, 75 pagina’s tellende, landschapsvisie voor te liggen, die de gemeenteraad op 20 november 2017 heeft goedgekeurd (zie randnummer 3.10). Verzoeker toont niet aan dat deze nota niet zou volstaan als een voldoende zorgvuldige beoordeling van het landschap van het kwestieuze deelgebied, in acht genomen het inmiddels aanwezige bos binnen het kwestieuze deelgebied. 8.2. Het tweede middelonderdeel wordt evenzeer verworpen. 9. Het middel wordt in zijn geheel verworpen. B. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 10.1. Verzoeker neemt een eerste middel uit de schending van artikel 1.1.3, § 5, en artikel 2.2.21, § 5, VCRO, het onpartijdigheids- en onafhankelijkheidsbeginsel, artikel 3 en artikel 4 van de deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, zoals vastgesteld bij besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 2000 ‘tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening’ en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de motiveringswet). Hij betoogt dat het bestreden besluit onwettig is om reden dat B.V.G., in zijn hoedanigheid van ondervoorzitter van de Gecoro, aanwezig was bij de beraadslagingen van de Gecoro, en heeft deelgenomen aan de bespreking en de stemming over het advies van de Gecoro met betrekking tot het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’. Uit de bespreking van de bezwaren blijkt dat de argumenten met betrekking tot het kwestieuze deelgebied grotendeels ongegrond X-18.072-33/41 werden bevonden. Dit terwijl B.V.G. een rechtstreeks voordeel haalt uit dit gemeentelijk RUP. B.V.G. is immers ook voorzitter van Natuurpunt, organisatie die eigenaar en mede-eigenaar is van een deel van de gronden in het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’. Natuurpunt heeft voor de hand liggende belangen bij de herbestemming van de percelen in het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ van landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar bosgebied. Zij heeft er in het kader van “burgerlijke ongehoorzaamheid” in 2002 en – na vernietiging van de illegale bosaanplant door de diensten van de stad Gent – in 2004 een illegaal bos geplant. Het spreekt voor zich dat de belangen van Natuurpunt groot zijn om de bestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied in overeenstemming te brengen met het illegaal aangeplante bos. Natuurpunt heeft op 18 juni 2015 percelen van SO Gent in het kwestieuze deelgebied aangekocht, nadat de stad Gent de belofte had gedaan dat zij de bestemming van de gronden zou wijzigen. Natuurpunt slaagde er ook in om van de twee neven van verzoeker “de helft in onverdeeldheid van de percelen in het oosten van het Rijvissche aan te kopen”. Ook heeft Natuurpunt enige tijd later, in 2017, getracht om bij monde van B.V.G., verantwoordelijke voor het aankoopbeleid van Natuurpunt, verzoekers gronden aan te kopen. Bovendien heeft de stad Gent voorafgaand aan de definitieve goedkeuring van het gemeentelijk RUP een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met Natuurpunt, waarin wordt overeengekomen dat Natuurpunt de gronden van verzoeker zal aankopen met subsidies. Het spreekt voor zich dat Natuurpunt zich bij monde van om het even welke vertegenwoordiger of gelastigde in de Gecoro had moeten onthouden van deelname aan, of enige actieve rol bij, de beraadslaging en stemming omtrent het bestreden gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’, in het bijzonder wat het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ betreft. 10.2. Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord dat Natuurpunt haar percelen wenst te laten omvormen tot bosgebied. De verwerende partij verwijst zelf naar artikel 4 van de deontologische code dat het vermijden van een schijn van partijdigheid of vooringenomenheid vooropstelt. De bewijslast gaat niet zo ver dat verzoeker een decisieve invloed zou dienen aan te tonen. Ten overvloede stelt verzoeker dat uit de “voorgeschiedenis” wel degelijk blijkt dat Natuurpunt een decisieve invloed heeft gehad bij de herbestemming van het X-18.072-34/41 deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’ tot bosgebied. Hierbij werden zelfs foutieve aannames over het biologisch waardevol zijn van de gronden niet geschuwd. De bestemming van het kwestieuze deelgebied tot bosgebied is een louter politiek gevolg van de beloftes die de stad Gent aan Natuurpunt heeft gedaan, nadat Natuurpunt de druk op illegale wijze had opgevoerd. Natuurpunt, in de Gecoro vertegenwoordigd door B.V.G., had een belang bij de beraadslaging van de Gecoro dat sterk afweek van het louter dienen van haar maatschappelijke geleding. Verzoeker betwist dat Natuurpunt, gezien haar grondposities in het kwestieuze deelgebied, met redelijke zekerheid geacht kan worden afstand te nemen van haar eigen belangen als eigenaar. Waar de verwerende partij de aandacht tracht te vestigen op B.V.G. in persoon, tracht zij aan verzoekers grieven een andere draagwijdte te geven dan deze uiteengezet in zijn verzoekschrift. Het gegeven dat B.V.G. thans geen aankoper voor Natuurpunt meer zou zijn, doet niet ter zake. Verzoeker betoogt dat zelfs het lovenswaardige groene gedachtengoed een overheid niet mag verblinden en ertoe leiden dat zij haar beslissingen met vooringenomenheid neemt. De jarenlange acties van Natuurpunt ondersteunen ten slotte de nauwe band tussen de zaak waarover de Gecoro heeft geadviseerd en wat zich jaren voordien heeft afgespeeld. 10.3. Verzoeker stelt in zijn laatste memorie dat het persoonlijk belang van Natuurpunt niet gelijk te stellen valt met het collectief belang, en betoogt dat het volstaat om een redelijke twijfel over de onpartijdigheid aan te voeren. Het is ten slotte niet omdat de overige leden van de Gecoro niet op de hoogte zijn van de rol die Natuurpunt met betrekking tot het kwestieuze deelgebied heeft gespeeld, dat dit ook maar de minste indicatie zou geven omtrent de wettigheid van het advies van de Gecoro. Beoordeling 11.1. In zoverre verzoeker een schending van de motiveringswet aanvoert, is het middel onontvankelijk. Het bestreden besluit betreft immers een reglementaire akte. De motiveringswet is er niet op van toepassing. X-18.072-35/41 11.2. Artikel 1.3.3 VCRO vereist, onder de hoofding ‘Afdeling 3 De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening’, dat op het niveau van de gemeente een adviesraad voor ruimtelijke ordening wordt opgericht. De gemeenteraad benoemt de voorzitter, de leden, de plaatsvervangers en de vaste secretaris. Minimum één vierde van de leden, waaronder de voorzitter, zijn deskundige inzake ruimtelijke ordening. De overige leden zijn vertegenwoordigers van de voornaamste maatschappelijke geledingen binnen de gemeente. De gemeenteraad beslist welke maatschappelijke geledingen binnen de gemeente worden opgeroepen om één of meerdere vertegenwoordigers voor te dragen als lid van de Gecoro. 11.3. De decretale opdracht van de Gecoro als adviesorgaan met betrekking tot het gemeentelijke beleid inzake ruimtelijke ordening zou in het gedrang komen indien zij haar adviserende taak niet op onafhankelijke wijze zou uitoefenen. De noodzakelijke onafhankelijkheid van de Gecoro bij de uitoefening van haar adviestaak veronderstelt dat zij zich als collegiaal orgaan op een onpartijdige wijze opstelt. 11.4. De eisen die deze onpartijdigheid aan de Gecoro stelt, moeten weliswaar met de eigen aard ervan verenigbaar zijn. In verband met die eigen aard wordt vastgesteld dat er in de parlementaire voorbereiding van artikel 1.3.3 VCRO uitdrukkelijk aan herinnerd wordt dat het “steeds” de bedoeling van de decreetgever is geweest om de Gecoro’s pluriform en multidisciplinair samen te stellen, met het oog op “een zo ruim mogelijke expertise en een zo groot mogelijk maatschappelijk draagvlak”, en dat om die reden maar weinig onverenigbaarheidsregelingen zijn ingeschreven (Parl.St. Vl.Parl. 2008-2009, nr. 2011/1, 28). 11.5. Om, aldus nog deze parlementaire voorbereiding, het probleem van een belangenverstrengeling van de baan te helpen “zonder terug te komen op de oorspronkelijke filosofie”, is gekozen voor de volgende bepaling X-18.072-36/41 (artikel 1.3.3, § 5, VCRO): “Het is voor een lid van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld.” 11.6. Zoals uit de toelichting in de parlementaire voorbereiding (Parl.St. Vl.Parl. 2008-2009, nr. 2011/1, 28 en 29) blijkt, gaat het om een bepaling die een beperkende invulling geeft aan wat als een prohibitief belang geldt. Zo moet het belang “persoonlijk of individueel” zijn, wat betekent dat “het uitsluitend het vermogen van het commissielid moet aangaan” en dat “de betrokken verbodsbepaling niet van toepassing is wanneer er sprake is van een collectief belang”. Zo ook moet het gaan om “een materieel of in geld waardeerbaar belang” en zijn louter morele of beleidsmatige belangen “niet relevant”. Zo is, nog, de term “gelastigde” gebruikt en niet “vertegenwoordiger”, om niet “de verkeerde indruk” te wekken “dat ‘vertegenwoordigers’ van maatschappelijke organisaties, zoals natuur- en milieuverenigingen, landbouworganisaties, … niet zouden kunnen deelnemen aan de beraadslaging en stemming over een dossier indien één van de leden van de betrokken organisatie een bezwaar heeft ingediend”. Dat is namelijk “uitdrukkelijk niet de bedoeling”, omdat juist de transdisciplinariteit van de adviezen uit de Gecoro “een belangrijke beleidsdoelstelling” is. 11.7. Voorts bepaalt artikel 1.3.4 VCRO dat een deontologische code wordt vastgesteld. Die deontologische code is voor de leden van onder meer de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening vastgesteld door de Vlaamse regering bij besluit van 3 juli 2009 ‘tot vaststelling van een deontologische code X-18.072-37/41 voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening’ (hierna: de deontologische code). Wat specifiek de leden aangaat die in de Gecoro zetelen als vertegenwoordiger van maatschappelijke belangengroepen, bepaalt artikel 2, § 4, van de deontologische code dat zij een standpunt kunnen aanbrengen en beargumenteren dat wordt aangehouden door de maatschappelijke belangengroep, met dien verstande dat de commissies ruimtelijke ordening niet bedoeld zijn als een forum dat “enkel” dient om het standpunt van een belangroep of vereniging te vertolken. De leden moeten ernaar streven om het belang dat verdedigd wordt door een maatschappelijke belangengroep te overstijgen en mee te werken aan adviezen die gericht zijn op het algemeen belang en de doelstelling van de ruimtelijke ordening verwoord in artikel 1.1.4 VCRO. Na in artikel 3, § 1, van de deontologische code het verbod op belangenvermenging uit de VCRO te hebben herhaald, stelt de Vlaamse regering in § 2 dat een lid zich niet hoeft te onthouden van de bespreking, beraadslaging en eventuele stemming met betrekking tot een aangelegenheid “indien er slechts sprake is van een collectief belang dat het betrokken lid deelt met een reeks andere rechtsonderhorigen”. 11.8. Volgens het besproken middel had Natuurpunt zich “bij monde van om het even welke vertegenwoordiger of gelastigde” in de Gecoro moeten onthouden van enige actieve rol bij de beraadslaging en stemming over het gemeentelijk RUP en heeft commissielid B. V. G. onwettig gehandeld “door deel te nemen aan en te beraadslagen over aangelegenheden waarin Natuurpunt, wiens gelastigde hij is, rechtstreeks belang heeft”. 11.9. Te Gent bestaat de Gecoro, naast de voorzitter, die een deskundige ruimtelijke ordening is, uit twintig leden. De helft daarvan zijn deskundigen inzake ruimtelijke ordening, de overige tien zijn vertegenwoordigers van de tien maatschappelijke geledingen die de stad heeft opgeroepen om een vertegenwoordiger als Gecorolid voor te dragen. X-18.072-38/41 Eén van die tien maatschappelijke geledingen is de vzw Natuurpunt. Haar vertegenwoordiger B. V. G. is aldus (slechts) één van de twintig commissieleden. Dat hij door de vzw Natuurpunt is voorgedragen als haar vertegenwoordiger, houdt niet in dat Natuurpunt zelf als een lid van de Gecoro te beschouwen is. 11.10. Het wordt niet beweerd, en nog minder aangetoond, dat er voor B. V. G. op enigerlei wijze een materieel voor- of nadeel samenhangt met zijn betrokkenheid bij de behandeling van het besproken gemeentelijk RUP door de Gecoro. Dat geldt voor hem “persoonlijk” én als vertegenwoordiger van de vzw Natuurpunt. Ook in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de vzw Natuurpunt, bij wie hij bestuurslid is en verantwoordelijk voor het aankoopbeleid is of was, blijkt niet dat die betrokkenheid hem een materieel profijt oplevert. 11.11. Dat zijn deelneming aan de behandeling van het gemeentelijk RUP in de schoot van de Gecoro wel het belang van de vzw Natuurpunt kan dienen, is onvoldoende om B. V. G. een verboden belang toe te schrijven. 11.12. De vzw Natuurpunt verdedigt, gelet op haar statutair doel, een collectief belang. Dit doel, dat overigens algemeen bekend is, bestaat er volgens artikel 4 van haar statuten in om onder andere de duurzame instandhouding en het herstel en de ontwikkeling van de natuur na te streven, waartoe de vereniging onder meer landschapselementen en gebieden mag verwerven. Het blijkt niet dat de aankopen en aankooppogingen van percelen binnen het deelgebied ‘504 - Zwijnaarde - Rijvissche’, die verzoeker in het besproken middel ter sprake brengt, het statutair doel van vzw Natuurpunt te buiten zouden gaan. Ze kunnen integendeel gezien worden als het bewijs dat de vzw haar statutair doel ook werkelijk nastreeft. X-18.072-39/41 11.13. De omstandigheid dat B. V. G. bij de bespreking van, en stemming over, het gemeentelijk RUP in de Gecoro het collectief belang zou hebben verdedigd dat door de vzw Natuurpunt wordt behartigd en er eventueel geen afstand van heeft genomen, gaat niet in tegen het verbod op belangenvermenging. Waar uit de eigen aard van de Gecoro, zoals door de regelgever beoogd en georganiseerd, voortvloeit dat B. V. G. in de Gecoro zetelt als vertegenwoordiger van Natuurpunt, is het hem ook toegelaten voor het collectief belang dat Natuurpunt nastreeft op te komen, zonder dat hij daardoor een prohibitief moreel belang op zich laadt en gevaar loopt op goede grond te kunnen worden beschuldigd van een verboden vooringenomenheid of partijdigheid. 11.14. Kennelijk ziet ook de Gecoro zelf het zo. Met betrekking tot haar “advies naar aanleiding van verwerking openbaar onderzoek” inzake het gemeentelijk RUP nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ (adm. doss., kaft III, stuk 11) stelde zij vast dat geen enkel commissielid een deontologische onverenigbaarheid deed gelden. Het advies werd finaal unaniem goedgekeurd. 11.15. Uit al wat voorafgaat, concludeert de Raad van State dat het eerste middel verworpen wordt. 12. Er is reden om een aanvullend auditoraatsverslag op te stellen. BESLISSING 1. De Raad van State heropent het debat. 2. Het bevoegde lid van het auditoraat wordt ermee belast een aanvullend verslag op te stellen. X-18.072-40/41 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.072-41/41 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.098 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.161 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.