← België

Arrest 258126 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 05/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.126 Rolnummer: A. 235373/IX-9990 Zaak: Arrest 258126 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 05/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-18 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-10 17:09 Fiche Arrest nr 258.126 van 5 december 2023 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 258.126 van 5 december 2023 in de zaak A. 235.373/IX-9990 In zake: Ward WAEYENBERGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Flamend kantoor houdend te 1930 Zaventem Leuvensesteenweg 510 bus 32 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 december 2021, strekt tot de nietigverklaring van: “- Het KB met nr. 3675 dd. 25 september 2021, gepubliceerd op 3 november 2021 in het Belgisch staatsblad, waarbij o.a. de volgende officieren op 26 september 2021 werden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de vakrichting ‘luchtcontrole’ […]: • Y. Tafniez • W. De Croock • K. De Mol • N. Deckers - Het KB met nr. 3676 dd. 25 september 2021, gepubliceerd op 3 november 2021 in het Belgisch staatsblad, waarbij o.a. de volgende officieren op 26 september 2021 werden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de vakrichting ‘technieken van het luchtmaterieel’ […]: • A. Vissenaeken • A. Galiano Mievis IX-9990-1/14 • S. Dams • N. Uyttenhoef • F. Mainil • P. Herreman • V. Tondeleir • A. Bouche • S. Swinnen • G. Druart • G. Mathys - Het KB met nr. 3677 dd. 25 september 2021, gepubliceerd op 3 november 2021 in het Belgisch staatsblad, waarbij o.a. de volgende officieren op 26 september 2021 werden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de vakrichting ‘technieken van communicatie- en informatiesystemen’ […]: • B. Colleau • T. Jacobs • R. Cardon de Lichtbuer • J. Van Cutsem • N. Gérôme - Het KB met nr. 3678 dd. 25 september 2021, gepubliceerd op 3 november 2021 in het Belgisch staatsblad, o.a. de volgende officieren op 26 september 2021 werden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de vakrichting ‘inwerkstelling van grondwapensystemen’ […]: • J-M. Artois • S. Jacobs • W. Van de Wygaert - Het KB met nr. 3679 dd. 25 september 2021, gepubliceerd op 3 november 2021 in het Belgisch staatsblad, o.a. de volgende officieren op 26 september 2021 werden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de vakrichting ‘supply chain en mobiliteit’ […]: • J-P. Van Soey - Het KB met nr. 3680 dd. 25 september 2021, gepubliceerd op 3 november 2021 in het Belgisch staatsblad, o.a. de volgende officieren op 26 september 2021 werden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de vakrichting ‘speciale technieken’ […]: • A. Lepinoy • A-C. vander Straeten - Het KB met nr. 3681 dd. 25 september 2021, gepubliceerd op 3 november 2021 in het Belgisch staatsblad, o.a. de volgende officieren op 26 september 2021 werden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de vakrichting ‘algemene steun’ […]: • N. Marcus IX-9990-2/14 • M. Behets • J. Vanhoudt • N. Vets • C. Van De Gaer • S. Snoeck • O. De Neve • N. Moreau • W. Vandermeulen - De volgende officieren die batig gerangschikt werden voor het bevorderingscomité HO 2021 en die op onbekende datum dus eveneens zouden benoemd geweest zijn (of benoemd zullen worden) in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het Korps Luchtmacht, in de groep ‘Gp6’ doch waarvan de benoeming niet gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad: • E. Fizaine • S. Justen • M. Rynedyck • L. Van Himst.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 november
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. IX-9990-3/14 Advocaat Gauthier Baudts, die loco advocaat Carine Flamend verschijnt voor de verzoekende partij en luitenant Marie-Sofie Thiriaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is beroepsofficier bij de luchtmacht, bekleed met de graad van kapitein-commandant van het vliegwezen en ingeschreven in de vakrichting ‘Algemene steun’ (SU). 3.
  6. Op 2 oktober 2020 verspreidt de divisie Beheer van de algemene directie Human Resources een nota met instructies voor de bevorderingscomités beroepshoofdofficieren die in de loop van 2021 worden gepland. Op 9 november 2020 ontvangt verzoeker een afschrift van de beoordeling vanwege kolonel stafbrevethouder LL, commandant van de divisie Operaties, ressorterende onder het stafdepartement Operaties en Training, in het kader van de bevorderingsvoordracht majoor voor het bevorderingscomité
  7. Hij krijgt een gunstig advies en een ‘zeer goed’ voor alle zes criteria. Op 4 januari 2021 ontvangt verzoeker een afschrift van de beoordeling vanwege brigadegeneraal VD, deputy van de onderstafchef van het stafdepartement Operaties en Training, in het kader van de IX-9990-4/14 bevorderingsvoordracht majoor voor het bevorderingscomité
  8. Hij krijgt opnieuw een gunstig advies en een ‘zeer goed’ voor alle zes criteria. Op 14 april 2021 wordt via de nieuwsbrief news@Defence de lijst van kandidaten voor het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’ bekendgemaakt. Verzoeker verschijnt op deze lijst in de vakrichtingengroep 6, bestaande uit de vakrichtingen ‘Inwerkingstelling van grondwapensystemen (GS)’, ‘Technieken van het luchtmaterieel (AT)’, ‘Algemene steun (SU)’, ‘Luchtcontrole (AC)’, ‘Speciale technieken (ST)’, ‘Technieken van communicatie- en informatiesystemen (CT)’ en ‘Supply chain en mobiliteit (SM)’. Op 14 augustus 2021 verleent de minister van Defensie instemming met de organisatie van het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’. Naar aanleiding van de organisatie van dit comité stelt de OBVK (officier belast met de voordracht der kandidaturen, soms ook aangeduid als de “inspecteur”) de evaluatie- en presentatiefiche van verzoeker op en dit op basis van de Inspectiegids ‘Vademecum Inspecteur supérieur’. Op 7 september 2021 beveelt het bevorderingscomité negenendertig majoors van het vliegwezen in voormelde vakrichtingen bij de minister van Defensie aan voor bevordering in de hogere graad van majoor van het vliegwezen, nadat de minister eerder negenendertig bevorderingen had geopend in deze vakrichtingengroep. Verzoeker wordt als 41e gerangschikt. Op 8 september 2021 wordt, via de nieuwsbrief news@Defence, de lijst bekendgemaakt van de kandidaten die door het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’ gunstig zijn voorgedragen aan de minister van Defensie. Diezelfde dag wordt verzoeker via een notificatie individueel op de hoogte gebracht van het eindadvies van het IX-9990-5/14 bevorderingscomité. In deze notificatie wordt verzoeker op de mogelijkheid gewezen een afspraak te maken met diens inspecteur om deel te nemen aan een post-comitégesprek. Dit gesprek zal uiteindelijk op 11 oktober 2021 plaatsvinden. 3.
  9. De minister van Defensie sluit zich aan bij de aanbevelingen van het bevorderingscomité. Dit resulteert in de zeven koninklijke besluiten van 25 september 2021, vermeld in het sub 1 aangehaalde voorwerp van het inleidend verzoekschrift. De “vier overige batig gerangschikte beroepsofficieren”, waarvan ook sprake in het voorwerp van het inleidend verzoekschrift, zijn voor de vak- richting ‘Algemene steun’ benoemd bij koninklijk besluit nr. 3779 van 13 december 2021 en bij koninklijk besluit nr. 3780 van 13 december 2021, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op respectievelijk 14 en 15 februari
  10. IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
  11. Op het ogenblik waarop verzoeker huidig beroep heeft ingesteld, waren de twee koninklijke besluiten van 13 december 2021 nog niet bekendgemaakt, maar al wel genomen. Verzoekers beroep hiertegen is dus niet voorbarig en de beide koninklijke besluiten moeten mede tot het voorwerp van het beroep worden gerekend. De verwerende partij betwist dit overigens niet. V. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen
  12. Het tweede middel is onder meer geput uit de schending van de materiëlemotiveringsplicht. Verzoeker merkt op dat hem zelfs na het post-comitégesprek geen toegang is verleend tot de documenten die hem in staat moeten stellen te verifiëren of een deugdelijke vergelijking van titels en verdiensten is gebeurd. Hij IX-9990-6/14 acht zich evenwel “objectief beter” dan bepaalde andere kandidaten met wier loopbaan hij vertrouwd is, zowel wat zijn professionele als operationele ervaring betreft.
  13. Na inzage van het administratief dossier, ontwikkelt verzoeker in de memorie van wederantwoord nader – en uitvoerig, van bladzijde 24 tot 42 – de aangevoerde schending van de materiëlemotiveringsplicht. Hij gaat hierbij in, onder meer, op de score 2/3 die hij kreeg voor het criterium ‘Belang voor Defensie’, subcriterium ‘momentum du besoin’: “De OBVK vermeldt als motivatie ‘Laatste mogelijkheid –> ik beveel hem met grote overtuiging aan...’ Voormeld subcriterium verschilt van de andere criteria, aangezien het vademecum een duidelijke leidraad meegeeft aan de OBVK aangaande welke score er moet worden gegeven. Evenwel blijkt dat de OBVK foutief een lagere score heeft toegekend aan verzoeker. Het vademecum bepaalt immers: ‘Stemt het profiel van de kandidaat overeen met een behoefte (actueel of toekomst) voor Defensie? In hoeverre is het weerhouden van de kandidaat een meerwaarde voor de organisatie 3: moet nu; 2: moet maar kan wachten; 1: indien mogelijk, 0: heeft zijn limiet bereikt’ In de mate dat de motivatie van de OBVK niet reeds duidelijk maakt dat verzoeker wel degelijk in de hoogste categorie zit, herneemt verzoeker voor de volledigheid ook nog de meldingen in de bevorderingsvoordracht: ‘Cdt Waeyenberge beschikt zonder twijfel over het potentieel om de functies in de hogere graad uit te oefenen. Er wordt benadrukt dat het komende comité de laatste mogelijkheid vormt voor betrokkene.’ De tweede beoordelaar schreef als volgt in de bevorderingsvoordracht: ‘Gezien zijn laatste opportuniteit tot bevordering, beveel ik hem met grote overtuiging aan voor een benoeming in de hogere graad.’ De OBVK heeft een score 2 gegeven, wat overeenkomt met ‘moet maar kan wachten’. Dit is duidelijk niet conform de bevorderingsvoordrachten (noch het dossier) van verzoeker, waarin werd ‘benadrukt’ dat dit de laatste mogelijkheid was voor verzoeker om benoemd te worden. Het hoeft weinig betoog dat men dan niet valt onder ‘moet maar kan wachten’, maar wel onder ‘moet nu’. Verzoeker meent dan ook dat hij op voormeld subcriterium 3/3 had moeten krijgen, hetgeen hem trouwens onmiddellijk als batig zou rangschikken aangezien het gewicht van dit subcriterium staat op 15 IX-9990-7/14 punten (voor 3/3). Derhalve heeft verzoeker hier – onrechtmatig – 5 punten in de eindrangschikking verloren door slechts 2/3 te krijgen.”
  14. In haar laatste memorie repliceert de verwerende partij meer bepaald met betrekking tot de beoordeling van dit criterium, dat de zienswijze van verzoeker steunt op een verkeerde interpretatie van het subcriterium ‘momentum du besoin’: “Hoewel de weerhouding [lees: de gunstige rangschikking] van diens kandidatuur wellicht van belang is in hoofde van verzoeker, betreft dit namelijk niet hetgeen beoordeeld wordt in het kader van het subcriterium. Overeenkomstig p. 36/40 van stuk 11 dienen daarentegen twee vragen beantwoord te worden:
  15. Stemt het profiel van de kandidaat overeen met een behoefte (actueel of toekomst) voor Defensie?
  16. In hoeverre is het weerhouden [lees: in aanmerking nemen] van de kandidaat een meerwaarde voor de organisatie? Beide overheden zijn het eens over het feit dat de verzoeker over het nodige potentieel beschikt om functies in de hogere graad uit te voeren en dat hij kan doorgroeien binnen Defensie als majoor. Er wordt aldus vastgesteld dat verzoeker potentieel heeft, maar het ontbreekt de kandidatuur aan enige beschrijvingen van precieze mogelijkheden waaruit een actuele of toekomstige behoefte voor Defensie weerklinkt. Vandaar ook de motivering onder het criterium ‘Inschatting potentieel’: ‘(g)oede evolutie van het dossier. Momentum = laatste mogelijkheid, doorgroeien kan maar de beschrijving van de mogelijkheden ontbreekt, potentieel bestaat’ (p. 13/13 stuk 9). Daarenboven wordt bij het advies van de eerste overheid de hypothese gesteld ‘in geval van weerhouding’, waaruit blijkt dat wel degelijk rekening gehouden wordt met de mogelijkheid dat de kandidatuur van verzoeker niet weerhouden [lees: niet in aanmerking genomen] zou worden – ondanks de benadrukking dat het zijn laatste kans is om bevorderd te worden. Uit het voorgaande volgt dan ook dat de twee vragen onder het subcriterium ‘besoin du moment’ als volgt beantwoord dienen te worden wat betreft de kandidatuur van verzoeker: Vraag 1: verzoeker heeft het nodige potentieel om door te groeien als majoor binnen Defensie. De elementen in de motiveringen van de eerste en de tweede overheid laten evenwel niet toe om te besluiten dat het profiel van verzoeker overeenstemt met een actuele of toekomstige behoefte voor Defensie. - Vraag 2: de weerhouding zou inderdaad een meerwaarde zijn voor verzoeker daar het diens laatste kans om te bevorderen betreft, maar het is niet duidelijk of deze ook een meerwaarde zou betekenen voor de organisatie, rekening houdend met de elementen in het antwoord op vraag
  17. IX-9990-8/14 Uit het oogpunt van de organisatie en diens behoefte voor een weerhouding van de kandidatuur van verzoeker, diende aldus geconcludeerd te worden dat verzoeker voor het criterium ‘besoin du moment’ een score van 2 ‘moet maar kan wachten’ toegekend diende te krijgen. Deze score is gesteund op motieven die in feite juist, doeltreffend en wettelijk aanvaardbaar zijn.” Beoordeling
  18. De verwerende partij betwist terecht niet de ontvankelijkheid van deze grief, die enkel na kennisname van het administratief dossier kon worden ontwikkeld.
  19. Het auditoraat is in zijn beredeneerd verslag over de zaak de grief van verzoeker als volgt bijgevallen: “Uit het (onvolledig) dossier blijkt dat deze uiteenzetting [van verzoeker] overeenstemt met de werkelijkheid: verzoeker heeft voor dit subcriterium een score ‘2’ gekregen. Op de evaluatiefiche van verzoeker opgesteld door de OBVK (adm. doss. stuk 9, p. 12/13) wordt met betrekking tot het (sub)criterium ‘Momentum du besoin’ een score ‘2’ vermeld, met als motivering ‘Laatste mogelijkheid => ik beveel hem met grote overtuiging aan …’ Het klopt evenzeer dat er in de beoordelingen van de eerste en tweede beoordelaar op gewezen wordt dat het voor verzoeker de laatste mogelijkheid voor bevordering is (adm. doss., stukken 4 en 5). Verder geeft de verzoeker correct weer wat in het vademecum over dit subcriterium gesteld wordt (adm. doss., stuk 11, p. 36/40) (‘Stemt het profiel van de kandidaat overeen met een behoefte (actueel of toekomst) voor Defensie? In hoeverre is het weerhouden van de kandidaat een meerwaarde voor de organisatie. 3: moet nu; 2: moet maar kan wachten; 1: indien mogelijk, 0: heeft zijn limiet bereikt’) Op grond van deze vaststellingen kan slechts besloten worden dat aan verzoeker ten onrechte een score ‘2’ in plaats van ‘3’ werd toegekend. […] De verzoeker moet ten slotte ook bijgevallen worden dat het gewicht van dit subcriterium in de totaalscore 15 bedraagt (vademecum, p. 33/40), zodat zijn conclusie dat hij door de hem toegekende score van ‘2’ (in plaats van ‘3’), vijf punten te weinig gekregen heeft, terwijl hij met een correcte score van ‘3’ (in de totaalscore 15 i.p.v. 10) batig gerangschikt zou geworden zijn. IX-9990-9/14 Blijkens de volledig geanonimiseerde rangschikking (behoudens wat verzoeker betreft) (adm. doss., stuk 18) werd verzoeker met een score van 707,1 als 41ste gerangschikt. Een correcte score voor het subcriterium ‘momentum du besoin’ had hem een score van 712,1 opgeleverd, wat hem een 31ste plaats [had] opgeleverd waarin hij door [het] bevorderingscomité voor bevordering had kunnen worden aanbevolen. Aldus kan besloten worden dat door het niet toekennen van een correcte score voor het subcriterium ‘momentum du besoin’ de aanbeveling van het bevorderingscomité niet correct is en dat de bestreden benoemingen aldus de materiële motiveringsplicht schenden.”
  20. Het in laatste memorie gevoerde verweer kan de Raad van State niet overtuigen. De OBVK heeft met kennis van zaken – dat wil zeggen met kennis van het Vademecum en van de te beantwoorden vragen voor het subcriterium ‘momentum du besoin’ – en niet: ‘besoin du moment’ – verzoeker “met grote overtuiging” aanbevolen, wijzende op de “[l]aatste mogelijkheid”. De verwerende partij betwist thans overigens niet het aspect ‘moet’ dat ook in de score 2/3 is besloten. Zij argumenteert echter, dat de potentieelinschatting louter gebeurt vanuit de behoefte voor Defensie en als het ware blind voor de persoonlijke situatie van de betrokkene. Kan dit standpunt in abstracto te verdedigen zijn, dan strookt dat niet met de in deze zaak gevolgde werkwijze. Immers zou dan de vermelding “laatste mogelijkheid” gans overbodig zijn en met die opvatting geheel in strijd komen. Als de OBVK niettemin niet louter informatief, maar uitdrukkelijk als verantwoording voor zijn aanbeveling “met grote overtuiging” wijst op die laatste mogelijkheid, moet dit bijgevolg zo worden begrepen dat hij in de bevordering van de kandidaat een meerwaarde ziet voor de organisatie welke voor de organisatie niet mag verloren gaan en waardoor derhalve, gelet op de laatste mogelijkheid, tot bevordering “nu” moet worden overgegaan. Het is immers, wat het “momentum” betreft voor de behoeften van de dienst (“besoin”), nu of nooit. IX-9990-10/14 Het gebruik van de woorden ‘in geval van weerhouding’, spreekt dit niet tegen. De “weerhouding” – in het Nederlands: de bevordering – van verzoeker is immers niet enkel afhankelijk van de score die hij krijgt voor dit subcriterium, maar van zijn totale score, de totale scores van de concurrenten, hun daaruit volgende onderlinge rangschikking en het aantal bevorderingen dat beschikbaar is voor het desbetreffende bevorderingscomité – parameters waarop de evaluator in diens beoordeling niet kan vooruitlopen.
  21. Zonder te besluiten dat verzoeker de score 3/3 had moeten krijgen, volgt uit wat voorafgaat minstens dat de score 2/3 in rechte niet deugdelijk is verantwoord, zodat de materiëlemotiveringsplicht is geschonden. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. Het onderzoek van het auditoraat bleef beperkt tot dit middelonderdeel; verzoeker heeft niet gevraagd om ook andere middelonderdelen of andere middelen te onderzoeken, ongeacht of ze tot een ruimere nietigverklaring kunnen leiden. Overeenkomstig artikel 24, tweede lid, van de RvS-Wet, spreekt de Raad zich dan ook (enkel) uit over de conclusies van het auditoraatsverslag. VI. De gevolgen van het arrest
  22. De vernietiging van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de verwerende partij zich opnieuw zal moeten uitspreken over de kandidatuur van verzoeker en een nieuwe beslissing zal moeten nemen, waarbij zij tot een correcte beoordeling moet komen van het subcriterium ‘momentum du besoin’. Indien de verwerende partij op grond van deze nieuwe beoordeling van verzoekers verdiensten hem hiervoor een score toekent die tot gevolg heeft dat hij ingevolge zijn gestegen plaats in de rangschikking wel in IX-9990-11/14 aanmerking komt voor bevordering tot majoor, kan dit enkel en ten hoogste tot gevolg hebben dat één van de negenendertig concurrenten de plaats moet ruimen. De verwerende partij heeft – zelfs nadat zij hierop is gewezen in het auditoraatsverslag – de niet-geanonimiseerde rangschikking van de kandidaten niet neergelegd in het administratief dossier. De Raad van State kan er niet op vooruit lopen welke eventueel die ongelukkige kandidaat moet zijn om de nietigverklaring tot deze ene bevordering te beperken. De andere kandidaten moeten hiervan echter geen nadeel ondergaan en kunnen alleszins opnieuw worden bevorderd met terugwerkende kracht. IX-9990-12/14 BESLISSING
  23. De Raad van State vernietigt: - de koninklijk besluiten met nummers 3675 tot 3681 van 25 september 2021, waarbij de volgende officieren worden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het korps Luchtmacht: Y. Tafniez, W. De Croock, K. De Mol, N. Deckers, A. Vissenaeken, A. Galiano Mievis, S. Dams, N. Uyttenhoef, F. Mainil, P. Herreman, V. Tondeleir, A. Bouche, S. Swinnen, G. Druart, G. Mathys, B. Colleau, T. Jacobs, R. Cardon de Lichtbuer, J. Van Cutsem, N. Gérôme, J- M. Artois, S. Jacobs, W. Van de Wygaert, J-P. Van Soey, A. Lepinoy, A-C. vander Straeten, N. Marcus, M. Behets, J. Vanhoudt, N. Vets, C. Van De Gaer, S. Snoeck, O. De Neve, N. Moreau, W. Vandermeulen, - de koninklijk besluiten met nummers 3779 en 3780 van 13 december 2021, waarbij de volgende officieren worden benoemd in de graad van majoor van het vliegwezen, in het kader van de beroepsofficieren van de Krijgsmacht in het korps Luchtmacht: E. Fizaine, S. Justen, M. Rynedyck, L. Van Himst.
  24. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
  25. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. IX-9990-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jurgen Neuts, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9990-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.126 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.