← België

Arrest 258134 - Schooltucht - 05/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.134 Rolnummer: A. 240619/IX-10384 Zaak: Arrest 258134 - Schooltucht - 05/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-07 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-10 17:12 Fiche Arrest nr 258.134 van 5 december 2023 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 258.134 van 5 december 2023 in de zaak A. 240.619/IX-10.384 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gautier De Wachter kantoor houdend te 1060 Brussel Gulden-Vlieslaan 77 bus 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW KATHOLIEKE SCHOLEN DRUIVENSTREEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieterjan Osaer kantoor houdend te 3010 Leuven Diestsesteenweg 52/0302 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 29 november 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Katholieke Scholen Druivenstreek van 14 november 2023 tot definitieve uitsluiting van XXXX uit het Sint-Martinuscollege Overijse. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 december 2023 om 11.00 uur. IX-10384-1/5 Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gautier De Wachter, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Pieterjan Osaer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Rechtsmacht van de Raad van State Exceptie
  4. De verwerende partij betwist in een exceptie dat de bestreden beslissing, een tuchtmaatregel van definitieve uitsluiting van een leerling, te beschouwen is als een administratieve rechtshandeling waarover de Raad van State vermag te oordelen in het kader van een annulatieberoep en, bijgevolg, van een vordering tot schorsing. Beoordeling
  5. De school waaruit verzoeker met de bestreden beslissing definitief wordt uitgesloten – en waarvan de verwerende partij het schoolbestuur is – is een vrije onderwijsinstelling, opgericht op privé-initiatief. De betrekking tussen die instelling en haar leerlingen ontstaat door een overeenkomst, zodat in beginsel de rechtsverhouding tussen partijen van contractuele aard is en de IX-10384-2/5 geschillen daaromtrent rechten betreffen waarvoor, gelet op artikel 144, eerste lid, van de Grondwet, uitsluitend de gewone rechter bevoegd is. Weliswaar kunnen instellingen die zijn opgericht door privé- personen, maar die erkend zijn door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, en wanneer die instellingen een deel van het openbaar gezag uitoefenen, optreden als admini- stratieve overheden in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mits hun werking door de overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kunnen nemen die derden binden, meer bepaald door de eigen verplichtingen tegenover anderen eenzijdig te bepalen of door verplichtingen van die anderen eenzijdig vast te stellen. Dergelijke beslissingen kunnen dan het voorwerp zijn van een beroep tot nietigverklaring of een vordering tot schorsing.
  6. Aan verzoeker is een maatregel van definitieve uitsluiting opgelegd, waaronder naar luid van artikel 123/10, § 1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs moet worden verstaan: het ontnemen van het recht om vanaf een bepaalde datum het geheel van de vorming werkelijk en regelmatig te volgen in de school. Aan zo een tuchtmaatregel zijn, in beginsel, geen dwingende rechtsgevolgen verbonden voor derden; ze is essentieel louter te begrijpen als behorende tot de regels van de interne organisatie van de onderwijsinstelling.
  7. De vaststelling dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van beroepen gericht tegen tuchtmaatregelen in het vrij onderwijs mag vaste rechtspraak heten, getuige bijvoorbeeld de arresten nr. 121.835 van 23 juli 2003, nr. 206.914 van 18 augustus 2010, nr. 213.958 van 17 juni 2011, nr. 215.148 van 14 september 2011, nr. 217.573 van 26 januari 2012, nr. 218.187 van 23 februari 2012, nr. 218.837 van 10 april 2012, nr. 223.358 van 2 mei 2013, nr. 238.480 van 12 juni 2017 en nr. 242.489 van 1 oktober
  8. IX-10384-3/5 Wie bijgevolg reden ziet om de Raad van State – en dan nog wel in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid – ervan te kunnen overtuigen om af te wijken van zijn vaste rechtspraak, moet zijn argumenten – mede ook gezien het schriftelijk karakter van de procedure – nauwgezet in zijn inleidend verzoekschrift verwoorden. Verzoeker bespreekt daarin evenwel met geen woord de rechtsmacht van de Raad van State. Met eventuele mondelinge bemerkingen op de terechtzitting kan dan verder geen rekening worden gehouden.
  9. Er dient derhalve in de huidige stand van de procedure te worden geoordeeld dat de verwerende partij de bestreden uitsluitingsbeslissing niet heeft genomen als administratieve overheid in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De Raad van State beschikt derhalve op het eerste gezicht niet over de rechtsmacht om kennis te nemen van de voorliggende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  10. De exceptie vertoont de vereiste ernst opdat ze in de huidige stand van het geding kan worden aangenomen. Dienvolgens moet de vordering worden verworpen. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt de vordering.
  12. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10384-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10384-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.134 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.719 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.