id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.182 Rolnummer: A. 240585/X-18513 Zaak: Arrest 258182 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 08/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-12 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-10 17:35 Fiche Arrest nr 258.182 van 8 december 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 258.182 van 8 december 2023 in de zaak A. 240.585/X-18.513 In zake: de GEMEENTE GOOIK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns, Jef Goffings en Charlotte Cams kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV DE POPULIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 november 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et ministerieel besluit van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, […] van 17 november 2023 tot schorsing van de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van Gooik van 26 oktober 2023 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Zonevreemde horeca - Popelier”. X-18.513-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 30 november 2023 heeft de bv De Populier gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 december 2023, om 11.00 uur. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Willem-Jan Ingels, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaten Filip De Preter en Benjamin Dewilde, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De bv De Populier baat te Gooik een horecazaak uit die volgens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle - Vilvoorde – Asse gelegen is in agrarisch gebied. X-18.513-2/6 Zoals in het verzoekschrift wordt gesteld, wenst de gemeente “een ruimtelijk en juridisch kader te bieden dat bestaande zonevreemde horeca-activiteiten binnen de gemeente continuïteit geeft”. 3.
- Met een besluit van 26 oktober 2023 stelt de gemeenteraad van de gemeente Gooik het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) “Zonevreemde horeca - Popelier” – waardoor de horecazaak van de bv De Populier zone-eigen wordt gemaakt – definitief vast. 3.
- Met het bestreden besluit schorst de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme het in het vorige randnummer bedoelde besluit. IV. Tussenkomst
- Zoals vermeld, heeft het door het bestreden besluit geschorste gemeentelijk RUP betrekking op de horecazaak van de bv De Populier. Bijgevolg wordt haar verzoek tot tussenkomst ingewilligd. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. X-18.513-3/6 VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
- De verzoekende partij voert aan dat het bestreden besluit op onwettige wijze haar ruimtelijk beleid fnuikt. In het verzoekschrift wordt dit als volgt toegelicht: “De gemeente Gooik ziet zich op heden […] geplaatst voor twee zeer nadelige scenario’s: ofwel geeft zij in strijd met haar visie gevolg aan de onwettige schorsingsbeslissing […], ofwel doet zij dat niet en vervalt het RUP. In beide scenario’s wordt het ruimtelijk beleid van de gemeente ernstig geschaad, en wordt de voorgenomen herbestemming onmogelijk gemaakt. Alleen door een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan de gemeente Gooik voorkomen dat zij gedwongen wordt zich te conformeren aan het onwettige schorsingsbesluit, of daar geen gevolg aan geeft en het RUP moet laten vervallen. Bijkomend moet worden gewezen op het feit dat de gemeente er alle belang bij heeft dat Uw Raad de (weliswaar prima facie) wettigheidstoets doorvoert vóór het verval van het RUP intreedt op 15 februari 2024, nu de gemeente ingeval van een afwijzing van het middel dan nog de mogelijkheid heeft om het RUP opnieuw definitief vast te stellen. Deze mogelijkheid zal de gemeente niet hebben als de gewone schorsing zou moeten worden afgewacht.” De verzoekende partij is van oordeel dat het bestreden besluit onwettig is, en dat van haar in deze omstandigheden niet mag worden verwacht dat zij zich bij dit besluit neerlegt en daar zonder meer gevolg aan geeft. Beoordeling
- Er dient aan te worden herinnerd dat de toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid een ernstige verstoring teweegbrengt in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, dat ze de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang brengt. X-18.513-4/6 De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert met name dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete feitelijke gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zal komen.
- Te dezen moet er op worden gewezen dat de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid een schorsingsvoorwaarde is die afzonderlijk onderzocht moet worden. In haar verzoekschrift gaat de verzoekende partij er ten onrechte aan voorbij dat de onwettigheden die zij tegen het bestreden besluit aanvoert op zich geen reden kunnen zijn om het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid te aanvaarden.
- In het verzoekschrift worden geenszins precieze en concrete feitelijke gegevens aangevoerd ter staving van het beweerde nadeel. Dit nadeel wordt integendeel louter in abstracto afgeleid uit het feit dat de minister gebruik heeft gemaakt van de in artikel 2.2.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde bevoegdheid om een besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van een gemeentelijk RUP te schorsen. Noch deze in abstracto-redenering, noch het element dat een afwijzing van de ernst van het enige middel – en bijgevolg van de vordering – voor de verzoekende partij als voordeel heeft dat zij het gemeentelijk RUP opnieuw X-18.513-5/6 definitief kan vaststellen met kennis van het standpunt van de Raad van State, kunnen het uiterst dringend karakter van de zaak aannemelijk maken.
- De verzoekende partij toont gezien het voormelde de spoedeisendheid van haar vordering niet aan. VII. Besluit
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING
- Het verzoek van de bv De Populier tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jan Clement X-18.513-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.182 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.463 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div