← België

Arrest 258231 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 18/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.231 Rolnummer: A. 228386/XIV-39185 Zaak: Arrest 258231 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 18/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-21 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-06-10 18:04 Fiche Arrest nr 258.231 van 18 december 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 258.231 van 18 december 2023 in de zaak A. 228.386/XIV-39.185 In zake: de VZW GREENPEACE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Verstraeten kantoor houdend te 3000 Leuven Vaartstraat 68-70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:

  1. de minister van Volksgezondheid
  2. de minister van Energie
  3. de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de VZW VLAAMS INSTITUUT VOOR BIOTECHNOLOGIE - FLANDERS INSTITUTE FOR BIOTECHNOLOGY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Mosselmans, Stef Feyen en Daniel Cortez Cazas kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 14 juni 2019, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van 12 april 2019 met kenmerk 281511/L460/KL XIV-39.185-1/4 van de Federale Minister van Volksgezondheid, de Federale Minister van Leefmilieu en de Federale Minister van Landbouw waarbij machtiging wordt verleend om de veldproef ‘Wetenschappelijk veldonderzoek naar maïs als biosensor voor het meten van DNA-schade als gevolg van milieustress’ binnen het programma B/BE/19/V1 uit te voeren”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De VZW Vlaams Instituut voor Biotechnologie-Flanders Institute for Biotechnology heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 23 mei
  6. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 oktober
  7. Op 23 november 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. XIV-39.185-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Beoordeling
  9. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  10. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  11. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  12. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partijen. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. XIV-39.185-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.185-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.231 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.